E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ3856
LJN BJ3856, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 08/44637

Inhoudsindicatie:

Het beroep spitst zich toe op de vraag of de vreemdeling een vrij beroep uitoefent, met als gevolg dat artikel 8 van het Protocol bij het Verdrag aan de uit het verdrag voortvloeiende aanspraak op verblijf in de weg staat. Omdat de vreemdeling tegen tevoren vastgestelde tarieven haar eigen, verworven deskundigheid als logopediste inzet, terwijl van het beleggen van (aanzienlijk) kapitaal geen sprake is, moet zij worden gezien als uitoefenaar van een vrij beroep. Zij kan om die reden aan het verdrag geen aanspraak op verblijf ontlenen. Vervolgens ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of de vreemdeling aan het reguliere regime van de Vreemdelingenwet 2000 een dergelijke aanspraak kan ontlenen. Dit is ingevolge artikel 3.30, eerste lid, aanhef en onder a van het Vreemdelingenbesluit 2000 het geval indien de vreemdeling met zijn /haar arbeid een ‘wezenlijk Nederlands belang’ dient. De staatssecretaris heeft zich over de vraag of met de arbeid van eiseres een wezenlijk Nederlands economisch belang wordt gediend, laten adviseren door de minister van Economische Zaken. Laatstgenoemde heeft het op 4 januari 2008 ingevoerde puntensysteem gehanteerd en geconcludeerd dat de vreemdeling in de derde hoofdcategorie, ‘toegevoegde waarde voor Nederland’, onvoldoende punten heeft behaald. De rechtbank stelt eerst vast dat het puntensysteem een redelijke invulling behelst van het criterium wezenlijk Nederlands economisch belang en vervolgt dan met het oordeel dat de staatssecretaris het negatieve advies van de minister van Economische Zaken, dat op zorgvuldige wijze tot stand gekomen is, ten grondslag heeft mogen leggen aan het bestreden besluit. Beroep ongegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie