< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Afwijzing nihilstelling dan wel verlaging kinderalimentatie na gewijzigde omstandigheden. De door de man gestelde gewijzigde omstandigheden zijn niet rechtens relevant.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: 08-6936

Zaaknummer: 318765

Datum beschikking: 26 februari 2009

Alimentatie

Beschikking op het op 3 september 2008 ingekomen verzoek van:

[de man],

wonende te [plaats A]

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. A.R. van Triest te Boxtel.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw]

wonende te [plaats B],

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: voorheen mr. A.L. Jas, thans mr. J.L. van Leeuwen te Wassenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de brief met bijlagen d.d. 15 januari 2009 van de zijde van de man;

- de brief met bijlagen d.d. 16 januari 2009 van de zijde van de vrouw.

De na te melden minderjarige [A] heeft zich zowel schriftelijk als in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 29 januari 2009 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man met zijn advocaat en een stagiair, de heer [X], alsmede de vrouw met haar advocaat. Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities en een nader stuk overgelegd.

Feiten

Partijen zijn gehuwd geweest van 13 september 1990 tot 26 november 1997.

Uit het huwelijk is op [datum] 1991 te [plaats C] het nog minderjarige kind [A], geboren.

De man is op 27 maart 1998 hertrouwd. Uit dit huwelijk zijn twee thans nog minderjarige kinderen geboren. Voorts behoort de dochter uit een eerder huwelijk van zijn echtgenote tot het gezin van de man.

Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 10 oktober 1997 is - voor zover hier van belang -:

- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;

- bepaald dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige een bedrag van ƒ 350,-- per maand dient te voldoen;

- bepaald dat de man als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw een bedrag van ƒ 350,-- per maand dient te voldoen.

Als gevolg van de wijziging van rechtswege ingevolge artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bedraagt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige thans € 210,09 per maand.

Verzoek, grondslag en verweer

De man heeft verzocht - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en met wijziging van voornoemde beschikking -:

- de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige met ingang van 1 maart 2008, dan wel subsidiair met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, althans meer subsidiair met ingang van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, op nihil te stellen,

- althans de maandelijkse bijdrage van de man te verlagen tot een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag,

- kosten rechtens.

De man stelt als grond voor dit verzoek een wijziging van omstandigheden waardoor voormelde beschikking niet langer voldoet aan de wettelijke maatstaven en voert hiertoe kort samengevat aan dat zijn inkomen en draagkracht zijn gewijzigd en dat zijn huidige echtgenote niet langer in haar eigen levensonderhoud kan voorzien.

De vrouw heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij heeft verzocht - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad -de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot nihilstelling c.q. wijziging van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, dan wel zijn verzoek af te wijzen, althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren.

De vrouw stelt daartoe er geen sprake is van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden, nu de keuzes van de man niet ten koste mogen gaan van zijn onderhoudsverplichting jegens de minderjarige.

Beoordeling

Ontvankelijkheid

Ingevolge artikel 1:401 lid 1 BW kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud bij latere rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, wanneer zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen.

Nu de man heeft gesteld dat sprake is van een wijziging van omstandigheden kan hij worden ontvangen in zijn verzoek.

De rechtbank zal in het navolgende beoordelen of (een van) deze gestelde wijzigingen rechtens relevant is en dient te leiden tot wijziging van de eerdere beschikking.

Wijziging van omstandigheden

Het nieuwe gezin van de man

De man heeft gesteld dat de situatie is gewijzigd ten opzichte van die in 1997. Hij heeft hiertoe gesteld dat hij hertrouwd is en uit dit huwelijk twee kinderen zijn geboren, jegens wie hij onderhoudsplichtig is. Nu zijn echtgenote van haar ex-partner nauwelijks alimentatie ontvangt voor haar dochter, dient de man ook in de kosten van dit kind te voorzien.

De vrouw heeft verweer gevoerd, stellende dat de keuze van de man om te hertrouwen en een nieuw gezin te stichten, niet ten koste van de kinderalimentatie mag gaan. De man is niet onderhoudsplichtig voor de dochter uit het eerdere huwelijk van zijn echtgenote, nu aannemelijk is dat de biologische vader voor dit kind alimentatie betaalt, aldus de moeder.

De echtgenote van de man

Volgens de man is er tevens een wijziging van omstandigheden gelegen in het feit dat zijn echtgenote niet (meer) in haar eigen levensonderhoud voorziet, waardoor zij evenmin kan bijdragen in de vaste lasten van het gezin en de kosten van de kinderen. In 2000, na de geboorte van haar derde kind, heeft de echtgenote haar dienstverband als telefonisch verkoopster vanwege een samenloop van omstandigheden beëindigd. Deze omstandigheden waren gelegen in de spanningen als gevolg van een reorganisatie op het werk van de echtgenote en de extra belasting die de gezinsuitbreiding voor haar met zich bracht. De migraineklachten van de echtgenote, die gepaard gaan met bewusteloosheid en bedlegerigheid, verergerden hierdoor. De man heeft het (zware) medicijngebruik van zijn echtgenote en zijn stelling dat zij niet in staat is betaalde arbeid te verrichten, onderbouwd door het overleggen van een uitdraai van de apotheek en een verklaring van de huisarts.

De vrouw heeft verweer gevoerd, stellende dat uit de overgelegde verklaring niet blijkt dat de echtgenote geen betaalde arbeid kan verrichten. Volgens de vrouw is het enkele feit dat de echtgenote regelmatig migraine heeft, onvoldoende om aan te nemen dat zij geen betaalde arbeid kan verrichten. Bovendien maakt de echtgenote bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid aanspraak op een uitkering, aldus de vrouw.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat bij de vaststelling van een alimentatieverplichting rekening moet worden gehouden met alle redelijke uitgaven die ten laste van de alimentatieplichtige komen. Uit de jurisprudentie blijkt dat het enkele feit dat de man is hertrouwd en een nieuw gezin heeft gesticht, welke nieuwe gezinssituatie heeft geleid tot een ongunstiger verhouding tussen inkomsten en uitgaven, onvoldoende is om de kinderalimentatie te wijzigen en aldus de belangen van de minderjarige bij die van het nieuwe gezin van de man achter te stellen. De omstandigheden van het geval kunnen echter een uitzondering op dit uitgangspunt rechtvaardigen.

Hierbij valt met name te denken aan de mate waarin de onderhoudsverplichting van de man jegens de minderjarige een redelijk bestaansniveau van zijn nieuwe gezin zou aantasten, de aanwezigheid van kinderen in het nieuwe gezin en de mogelijkheden voor de man en zijn echtgenote om door het verrichten van betaalde arbeid inkomsten te verwerven.

Bij de beoordeling of de verminderde draagkracht door het aangaan van een nieuwe relatie dient te leiden tot een wijziging van de kinderalimentatie, dient de rechtbank derhalve een belangenafweging te maken tussen die van de minderjarige en die van het nieuwe gezin.

De rechtbank overweegt dat de man, na de vaststelling van zijn onderhoudsverplichting jegens de minderjarige op 10 oktober 1997, op 27 maart 1998 is hertrouwd. Vaststaat dat de man naar aanleiding van dit huwelijk niet eerder dan op 3 september 2008, de datum van indiening van het verzoekschrift, aanleiding heeft gezien een verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie in te dienen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat deze omstandigheid thans niet (meer) tot een rechtens relevante wijziging van omstandigheden kan leiden. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het feit dat er uit dit huwelijk twee kinderen zijn geboren, waarvan de jongste thans acht jaar oud is, gelet op de inmiddels verstreken tijd, evenmin kan leiden tot een rechtens relevante wijziging van omstandigheden.

Ten aanzien van de dochter van de echtgenote van de man uit een eerdere relatie merkt de rechtbank op dat het op de weg van de echtgenote van de man ligt of had gelegen om nakoming van de alimentatieverplichtingen van haar ex-partner af te dwingen. De omstandigheid dat zulks niet heeft plaatsgevonden is naar het oordeel van de rechtbank geen rechtens relevante wijziging van omstandigheden.

Ten aanzien van de echtgenote stelt de rechtbank op grond van de overgelegde stukken vast dat zij aan migraineaanvallen lijdt. De rechtbank overweegt dat zowel van de man als van zijn echtgenote een zekere extra inspanning of opoffering kan worden gevergd voor hun gezin, en van de man in het bijzonder om de kinderalimentatie voor de minderjarige te kunnen blijven voldoen. Nog daargelaten of de echtgenote kan worden verweten dat zij haar dienstverband vrijwillig heeft beëindigd waarmee zij haar recht op een uitkering heeft prijsgegeven, kan deze omstandigheid die acht jaar geleden is ingetreden, thans niet meer leiden tot een rechtens relevante wijziging van omstandigheden. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat de man - na de gemotiveerde betwisting door de vrouw - onvoldoende heeft aangetoond dat zijn echtgenote thans niet (gedeeltelijk) in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. De verklaring van de huisarts doet hier niet aan af, nu hieruit onvoldoende blijkt dat de echtgenote - mede gelet op de aard van de werkzaamheden die zij tot 2000 verrichtte - hiertoe thans in het geheel niet in staat is. Op grond van het voorgaande ziet de rechtbank geen rechtens relevante wijziging van omstandigheden, die noopt tot wijziging van de kinderalimentatie.

De draagkracht van de man

De man heeft gesteld dat hij thans zes dagen per week gedurende veertien uur of langer werkt. Zijn huidige inkomen is ten opzichte van 1997 gedaald doordat er diverse toeslagen zijn vervallen. Nu zijn lasten zijn inkomen overstijgen, leeft de man met zijn gezin onder de armoedegrens en heeft hij geen draagkracht om alimentatie voor de minderjarige te voldoen. De man was de afgelopen jaren genoodzaakt om ter bestrijding van zijn lasten diverse schulden aan te gaan, waardoor hij thans aan zijn aflossingsverplichtingen moet voldoen.

De vrouw heeft verweer gevoerd, stellende dat dit inkomen van de man in ieder geval jaarlijks wordt verhoogd met de indexering. De keuze van de man om diverse schulden aan te gaan mag volgens de vrouw niet drukken op zijn alimentatieverplichting.

De rechtbank overweegt dat in de beschikking van 10 oktober 1997 op basis van de overgelegde jaaropgave 1996 is uitgegaan van een bruto inkomen van de man van ƒ 56.000,-- (overeenkomend met € 25.411,69). Geïndexeerd naar het heden, wijkt dat inkomen slechts in geringe mate negatief af ten opzichte van het huidige bruto inkomen van € 38.505,-- (blijkens de jaaropgave 2007). Gelet op het voorgaande en het feit dat de man de door hem gestelde inkomensdaling - na de gemotiveerde betwisting hiervan door de vrouw - niet nader heeft onderbouwd, is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gebleken van een substantiële inkomensdaling. Er is derhalve geen sprake van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden die aanleiding geeft tot wijziging van de kinderalimentatie.

Conclusie

Nu de rechtbank op grond van het voorgaande tot het oordeel komt dat de door de man gestelde gewijzigde omstandigheden niet rechtens relevant zijn, zal zij het verzoek tot nihilstelling/verlaging van de kinderbijdrage afwijzen. De rechtbank komt derhalve niet meer toe aan het verzoek van de man de wijziging van de kinderbijdrage met terugwerkende kracht vast te stellen.

De proceskosten

Gelet op het feit dat partijen ex-echtgenoten zijn en het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

wijst af de verzoeken van de man;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A. van Steen in tegenwoordigheid van mr. E. Noorlander als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 februari 2009.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature