E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2403
LJN BI2403, Rechtbank 's-Gravenhage, 09-758322-07

Inhoudsindicatie:

Het zwaarste verwijt dat de rechtbank verdachte maakt, is dat hij op 16 oktober 2007, om aan controle door de politie te ontkomen, welbewust als bestuurder van een grote, zware auto, waarvan hij de snelheid had laten opvoeren, de levens van mede-weggebruikers, zowel buiten als binnen de bebouwde kom, in gevaar heeft gebracht door met extreme snelheden, in ernstige mate onder invloed van cocaïne en met een ernstig slaaptekort, levensgevaarlijk verkeersgedrag heeft vertoond. Dat er geen doden en/of zwaargewonden tijdens zijn dollemansrit zijn gevallen, mag een wonder heten en is in ieder geval niet aan hem te danken.

Eveneens treft verdachte het ernstige verwijt dat hij gedurende een lange periode een hennepkwekerij heeft geëxploiteerd.

Voor eigen gewin heeft hij daarmee belangen van volksgezondheid ter zijde geschoven en criminele bij-effecten van deze overtreding van de Opiumwet op de koop toe genomen. Ten behoeve van zijn kwekerij heeft hij illegaal elektriciteit afgetapt met het nodige nadeel en gevaar voor anderen. Ook de schade die hij aan de door hem ten behoeve van de kwekerij gehuurde woning heeft toegebracht is een bijkomende omstandigheid die de rechtbank hem kwalijk neemt, evenals de omstandigheid dat hij ten behoeve van het huren van de woning valsheid in geschrifte heeft gepleegd.

De hardnekkigheid waarmee hij strafbare feiten pleegt, ook in dezelfde sfeer gelegen als de feiten die nu bewezen worden verklaard, blijkt niet alleen uit het feit dat verdachte pal na de bewezenverklaarde feiten van 16 oktober 2007 een auto heeft bestuurd, terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd en daarbij wederom de maximumsnelheid heeft overtreden, maar ook uit het Uittreksel Justitiële Documentatie op zijn naam.

Naar het oordeel van de rechtbank doet de eis van de officier van justitie onvoldoende recht aan de ernst van de feiten en de mentaliteit van verdachte bij het plegen daarvan zoals uit het hiervoor overwogene naar voren komt. Uit het weinige dat over de persoonlijkheid van verdachte naar voren komt - hij heeft er ook voor gekozen niet ter terechtzitting te verschijnen - blijkt niet van omstandigheden die tot een matigende werking op de straf aanleiding geven.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een geheel onvoorwaardelijke, gevangenisstraf van 24 maanden. Tevens zal de rechtbank hem wegens de ernstige overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet die heeft bijgedragen aan de poging tot doodslag, de rijbevoegdheid ontzeggen gedurende drie jaren.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie