< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Verdachte heeft met teveel drank op met hoge snelheid een inhaalmanoeuvre gemaakt. Hij is in een onoverzichtelijke bocht over de aldaar aanwezige doorgetrokken streep gegaan en is op de weghelft van de tegenliggers terechtgekomen. Toen een tegenligger zich aandiende moest verdachte in allerijl weer invoegen waarbij hij te laat de voor de bus rijdende auto opmerkte en geen kans meer zag op tijd voor deze af te remmen en deze te ontwijken. Daarbij heeft tevens een rol gespeeld dat verdachte gedurende deze manoeuvre met zijn mobiele telefoon in de weer was om zijn vriendin te bellen of te sms-en. Het gedrag van verdachte duidt naar het oordeel van de rechtbank op een totaal gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. Gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek; een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 4 jaren.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/935019-08

Datum uitspraak: 9 april 2009

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1984,

adres: [adres].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 9 april 2009.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. P. Gruppelaar en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. J.I. Echteld, advocaat te Gouda, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 05 januari 2008 te Bergambacht als verkeersdeelnemer,

namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (auto), daarmede rijdende over de

weg, (de Provincialeweg N210), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn

schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk

geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, als volgt

te handelen:

- hij heeft aldaar gereden terwijl hij onder invloed van alcohol was en/of

(vervolgens)

- hij heeft aldaar, met hoge snelheid, een voor hem rijdend motorrijtuig

(autobus) voor een onoverzichtelijke bocht ingehaald waarbij hij een

doorgetrokken streep overschreden heeft en gebruik heeft gemaakt van de

rijbaan bestemd voor het tegemoetkomende verkeer en/of (vervolgens)

- hij heeft al rijdende een mobiele telefoon vast gehouden en/of (vervolgens)

heeft hij niet voldoende aandacht voor het verkeer en/of de verkeerssituatie

ter plaatse gehad en/of (vervolgens)

- hij heeft de snelheid van zijn motorrijtuig niet zodanig geregeld dat hij in

staat was om zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnnen de afstand

waarover hij de weg kon overzien en waaover deze vrij was, ten gevolge

waarvan hij tegen een voor hem op die weg rijdend motorrijtuig ( Seat ,met als

inzittende [A] en [B]) is gebotst waardoor dat motorrijtuig

op de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomende verkeer terecht gekomen is en

vervolgens met een aldaar rijdend motorrijtuig ( Toyota , met als inzittenden

[C] en [D]) in botsing gekomen is,

waardoor (een) ander(en) (genaamd [A] en/of b) [B] en/of c) [D]) zwaar lichamelijk letsel, te weten a) zwaar hersenletsel en/of

botbreuken ten gevolge waarvan die [A] op 6 januari 2008 overleden is en/of

b) een zware hersenschudding en/of hoofdletsel en/of een gebroken ruggenwervel

en/of c) een sternumfractuur, of zodanig lichamelijk letsel werd(en)

toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening

van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij verkeerde in de toestand

als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede of derde lid van de

Wegenverkeerswet 1994, danwel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel

gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid van

genoemde wet;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 8 lid 3 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994

art 6 Wegenverkeerswet 1994

art 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994

art 8 lid 2 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994

art 8 lid 2 ahf/ond b Wegenverkeerswet 1994

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 05 januari 2008 te Bergambacht als bestuurder van een

voertuig (auto), daarmee rijdende op de weg, de Provincialeweg N210, als volgt

heeft gehandeld:

- hij heeft aldaar gereden terwijl hij onder invloed van alcohol was en/of

(vervolgens)

- hij heeft aldaar, met hoge snelheid, een voor hem rijdend motorrijtuig

(autobus) voor een onoverzichtelijke bocht ingehaald waarbij hij een

doorgetrokken streep overschreden heeft en gebruik heeft gemaakt van de

rijbaan bestemd voor het tegemoetkomende verkeer en/of (vervolgens)

- hij heeft al rijdende een mobiele telefoon vast gehouden en/of (vervolgens)

heeft hij niet voldoende aandacht voor het verkeer en/of de verkeerssituatie

ter plaatse gehad en/of (vervolgens)

- hij heeft de snelheid van zijn motorrijtuig niet zodanig geregeld dat hij in

staat was om zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnnen de afstand

waarover hij de weg kon overzien en waaover deze vrij was, ten gevolge

waarvan hij tegen een voor hem op die weg rijdend motorrijtuig (Seat,met als

inzittende [A] en [B]) is gebotst waardoor dat motorrijtuig

op de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomende verkeer terecht gekomen is en

vervolgens met een aldaar rijdend motorrijtuig (Toyota, met als inzittenden

[C] en [D]) in botsing gekomen is, waardoor (een) ander(en)

(genaamd [A] en/of b) [B] en/of c) [D]) lichamelijk

letsel, te weten a) zwaar hersenletsel en/of botbreuken ten gevolge waarvan

die [A] op 6 januari 2008 overleden is en/of b) een zware hersenschudding

en/of hoofdletsel en/of een gebroken ruggenwervel en/of c) een sternumfractuur,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

2.

hij op of omstreeks 05 januari 2008 te Bergambacht als bestuurder van een

motorrijtuig, auto, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van

alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek

als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet

1994, 325 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter

uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat

motorrijtuig een rijbewijs was vereist en sedert de datum waarop aan hem/haar

voor de eerste maal een rijbewijs was afgegeven nog geen vijf jaren waren

verstreken dan wel indien het voor het eerst afgegeven rijbewijs een rijbewijs

betreft dat de bevoegdheid geeft tot het besturen van bromfietsen en dit

rijbewijs is afgegeven aan een persoon die op het ogenblik van die afgifte de

leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, nog geen zeven jaar zijn

verstreken en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft

plaatsgevonden;

art 8 lid 3 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994.

3. Het bewijs (1)

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte door roekeloos rijgedrag onder invloed van alcohol een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij een dodelijk slachtoffer en twee zwaargewonde slachtoffers zijn gevallen.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte de feiten 1 primair en 2 heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat verdachte weliswaar zeer onvoorzichtig heeft gereden maar dat dit rijgedrag niet als roekeloos kan worden gekwalificeerd. Verdachte heeft niet welbewust onaanvaardbare risico's genomen en mogelijk is sprake van (mede)schuld van een derde nu de Seat van de slachtoffers [A] en [B] door de bus geheel aan het zicht was onttrokken hetgeen de conclusie zou kunnen rechtvaardigen dat de bus te weinig afstand tot de Seat heeft gehouden.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting en de stukken van het dossier stelt de rechtbank het volgende vast.

Op 5 januari 2008, omstreeks 21.21 uur, ontvangt de politie Hollands Midden een melding dat op de Provinciale weg N210 te Bergambacht, ter hoogte van hectometerpaaltje 12.6, een ernstig verkeersongeval heeft plaatsgevonden. De politie treft ter plaatse een drietal auto's aan die bij het ongeval zijn betrokken. Een auto, een witte Seat, ligt zwaar beschadigd op de zijkant, de twee inzittenden, de heer en mevrouw [A-B] zijn uit de auto geslingerd. Een andere auto, een Toyota is eveneens zwaar beschadigd en de twee inzittenden van deze auto, de heer en mevrouw [C-D] zitten bekneld. De derde auto is van verdachte. Verdachte wordt gevorderd mee te werken aan een voorlopige ademtest. Het display op het ademtestapparaat geeft een A aan hetgeen een indicatie is voor alcoholgebruik boven de wettelijk vastgestelde grens(2). Uit het proces-verbaal rijden onder invloed (3) blijkt dat aan verdachte het rijbewijs B op 4 augustus 2003 voor de eerste maal is afgegeven zodat verdachte als beginnend bestuurder dient te worden aangemerkt. Daarnaast blijkt uit dit proces-verbaal alsmede uit de afdruk van de ademanalyse(4) dat het resultaat van het ademonderzoek 325 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht is.

Verdachte heeft hierover tegenover de politie verklaard(5) dat hij eerder op de dag twee wijn en twee bier heeft gedronken. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij er niet bij stil heeft gestaan dat hij met alcohol op achter het stuur zat.

Ten aanzien van de aanrijding is het volgende van belang.

Getuige [1] (6) heeft verklaard dat hij als bijrijder in een auto achter die van verdachte (een Volkswagen ) reed. Voor de auto van verdachte reed een bus van Connexion. Getuige zag dat de bestuurder van de Volkswagen als een gek de bus wilde inhalen. Hij zag dat de bestuurder van de Volkswagen met hoge snelheid de bus inhaalde. Nadat de bestuurder van de Volkswagen de bus had ingehaald zag getuige de remlichten oplichten en naar rechts flitsen. Getuige zag vervolgens dat er een ongeluk had plaatsgevonden. Getuige noemt het rijgedrag van de bestuurder van de Volkswagen asociaal.

Getuige [2], de chauffeur van de Connexion-bus, heeft verklaard(7) dat hij werd ingehaald door een personenauto en dat de bestuurder hem als een idioot voorbij reed. Nadat de bus was gepasseerd moest de bestuurder van de personenauto vol in de remmen doch hij had de auto niet meer onder controle en hij botste tegen een andere auto. Voorts heeft getuige [2] verklaard (8) dat de bestuurder van de Volkswagen zijn bus inhaalde over de doorgetrokken streep.

Getuige [3], de vriend en bijrijder in de auto van verdachte, heeft verklaard (9) dat verdachte op een gegeven moment iets harder reed dan normaal. Getuige denkt dat de snelheid ongeveer 100 kilometer per uur was. Verdachte minderde vervolgens snelheid omdat hij op zijn mobiele telefoon werd gebeld. Verdachte nam de telefoon op en zei dat hij zou terugbellen. Toen verdachte ophing zag getuige dat ze een auto van achteren naderden en dat verdachte vol in de remmen trapte maar dat de achterkant van de auto geraakt werd.

Getuige [D] heeft verklaard (10) dat zij naast haar man in de auto, een Toyota, zat en dat het helder en droog weer was. Zij reden Bergambacht voorbij in de richting van Lekkerkerk. Zij zag vervolgens twee koplampen naderen op hun weghelft. Getuige verklaart dat hun auto in de zijkant geraakt werd en dat zij in de berm tot stilstand kwamen.

Verdachte heeft verklaard (11) dat hij te hard heeft gereden, drank op had en met zijn telefoon zat te rommelen.

Verdachte heeft voorts verklaard (12) dat hij op een gegeven moment achter een bus reed en dat hij de bus wilde inhalen in verband met eventuele steenslag op zijn auto. Hoe hard verdachte op dat moment reed weet hij niet. Verdachte is de bus gaan inhalen en eenmaal terug op eigen weghelft pakte hij zijn telefoon om zijn vriendin een sms te sturen. Zijn vriend zegt hem dan dit niet te doen en te wachten tot ze stilstaan. Verdachte wil zijn telefoon wegleggen en ziet plotseling een witte auto voor hem rijden. Hij begint te remmen maar merkt dat hij de witte auto niet meer kan ontwijken. Hij stuurt naar rechts maar raakt met de voorzijde van zijn auto de achterzijde van de auto voor hem, aldus verdachte.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij er niet bij stil heeft gestaan dat hij daar niet mocht inhalen. Voorts heeft hij ter zitting verklaard dat hij zijn telefoon voor het inhalen van de bus heeft weggelegd. Toen hij naast de bus reed zag hij plots een tegenligger en in paniek heeft hij zijn auto toen tussen de bus en de auto die daarvoor reed gestuurd.

In de verkeersongevalsanalyse(13) wordt geconcludeerd dat verdachte met de linkervoorzijde van zijn voertuig (een Volkswagen) de Seat aan de rechterachterzijde heeft aangereden. Als gevolg hiervan is de Seat in een slip geraakt en op de rijstrook bestemd voor het tegemoetkomende verkeer terechtgekomen en daar in aanrijding gekomen met de Toyota die in tegengestelde richting reed. Als gevolg van deze aanrijding zijn de beide inzittenden van de Seat, terwijl zij veiligheidsgordels droegen, uit hun voertuig geslingerd. De bestuurder is aan zijn verwondingen overleden, de passagier heeft zwaar lichamelijk letsel opgelopen. De beide inzittenden van de Toyota hebben als gevolg van de aanrijding zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Uit onderzoek is gebleken dat zowel de inzittenden van de Seat als de inzittenden van de Toyota gebruik hebben gemaakt van hun autogordels. Verdachte heeft voor de aanrijding met de Seat met hoge snelheid een bus ingehaald in een onoverzichtelijke bocht naar links en hij heeft daarbij een doorgetrokken streep overschreden.

In het proces-verbaal van de politie Utrecht (14) wordt gerelateerd ten aanzien van het overlijden van [A].

In het rapport van 24 januari 2008 (15) is het letsel van [B] door forensisch geneeskundige Voerman beschreven. Daarnaast is op 7 maart 2008 omtrent het letsel van evengenoemde [B] gerapporteerd door W.J. Kleyn Molekamp, arts-assistent orthopaedie, en A. Stadhouder, orthopaedisch chirurg, beiden verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

Met betrekking tot het letsel van [C-D] is van het Universitair Medisch Centrum Rotterdam informatie ontvangen(16).

Van [C] bevindt zich in het dossier geen medische informatie. Wel heeft hij ter terechtzitting verklaard dat hij ten gevolge van het ongeval voor zijn rechterknie een drukverband heeft gekregen en begin 2009 aan zijn linkerknie is geopereerd in verband met een gescheurde meniscus.

De rechtbank kan, gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, tot geen ander oordeel komen dan dat het rijgedrag van verdachte is aan te merken als roekeloos. Zij zal de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten bewezen verklaren zoals hieronder nader aangegeven.

3.4 De bewezenverklaring

1.

hij op 05 januari 2008 te Bergambacht als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (auto), daarmede rijdende over de weg, (de Provincialeweg N210), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos als volgt te handelen:

- hij heeft aldaar gereden terwijl hij onder invloed van alcohol was en

- hij heeft aldaar, met hoge snelheid, een voor hem rijdend motorrijtuig

(autobus) voor een onoverzichtelijke bocht ingehaald waarbij hij een

doorgetrokken streep overschreden heeft en gebruik heeft gemaakt van de

rijbaan bestemd voor het tegemoetkomende verkeer en

- hij heeft al rijdende een mobiele telefoon vast gehouden en heeft hij niet voldoende aandacht voor het verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse gehad en

- hij heeft de snelheid van zijn motorrijtuig niet zodanig geregeld dat hij in

staat was om zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnnen de afstand

waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, ten gevolge

waarvan hij tegen een voor hem op die weg rijdend motorrijtuig (Seat, met als

inzittende [A] en [B]) is gebotst waardoor dat motorrijtuig

op de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomende verkeer terecht gekomen is en

vervolgens met een aldaar rijdend motorrijtuig (Toyota, met als inzittenden

[C] en [D]) in botsing gekomen is,

waardoor anderen genaamd a) [A] en b) [B] en c) [D]) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, te weten a) zwaar hersenletsel en

botbreuken ten gevolge waarvan die [A] op 6 januari 2008 overleden is en

b) een zware hersenschudding en hoofdletsel en een gebroken ruggenwervel

en c) een sternumfractuur, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994 ;

2.

hij op 05 januari 2008 te Bergambacht als bestuurder van een motorrijtuig, een auto, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994 , 325 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs was afgegeven nog geen vijf jaren waren verstreken.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem onder 1 primair en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 jaren.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf en geen onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen. Zij heeft voorts aangegeven dat haar cliënt bereid is een werkstraf te verrichten.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Zoals hiervoor reeds is weergegeven is de rechtbank van oordeel dat het rijgedrag van verdachte is aan te merken als roekeloos. Verdachte heeft met teveel drank op met hoge snelheid een inhaalmanoeuvre gemaakt om, naar zijn zeggen, schade aan zijn auto door steenslag van de voor hem rijdende bus te voorkomen. Hij is in een onoverzichtelijke bocht over de aldaar aanwezige doorgetrokken streep gegaan en is op de weghelft van de tegenliggers terechtgekomen. Toen een tegenligger zich aandiende moest verdachte in allerijl weer invoegen waarbij hij te laat de voor de bus rijdende auto opmerkte en geen kans meer zag op tijd voor deze af te remmen en deze te ontwijken. Daarbij heeft tevens een rol gespeeld dat verdachte gedurende deze manoeuvre met zijn mobiele telefoon in de weer was om zijn vriendin te bellen of te sms-en. Het gedrag van verdachte duidt naar het oordeel van de rechtbank op een totaal gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. De gevolgen van het handelen van verdachte zijn desastreus geweest. De auto van de familie [A] is op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer beland en is daar vol geraakt door de auto van de familie [C]. Een dode en drie zwaargewonden zijn te betreuren. De gevolgen hiervan zijn voor de slachtoffers en nabestaanden zeer ingrijpend. De ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring van mevrouw [A] illustreert het geestelijke en lichamelijke leed dat haar is aangedaan. Ook uit de medische verklaringen van de slachtoffers blijkt dat nog een lange weg te gaan is voordat volledig herstel, zo daarvan al sprake zal zijn, is ingetreden. De rechtbank acht de feiten zeer ernstig en rekent die verdachte zeer zwaar aan. Bij het bepalen van de strafmaat neemt de rechtbank mede in aanmerking dat verdachte zal moeten leven met de wetenschap dat door zijn toedoen iemand de dood heeft gevonden en drie anderen zwaar gewond zijn geraakt. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 27 februari 2008 betreffende verdachte.

De rechtbank is, alles overwegende, van oordeel dat niet kan worden volstaan met het opleggen van een werkstraf en (een) voorwaardelijke straf(fen) zoals door de raadsvrouw bepleit. De rechtbank zal verdachte een gevangenisstraf van na te melden duur opleggen alsmede een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Gelet op de in artikel 15 van het Wetboek van Strafrecht opgenomen regeling inzake vervroegde invrijheidstelling ziet de rechtbank geen aanleiding een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.

10. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 6, 8, 175, 176, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 , terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a, van de ze wet,

en

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 , terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a, van de ze wet, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

overtreding van artikel 8, derde lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 ;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 6 januari 2008, 01.30 uur,

in vrijheid gesteld op: 6 januari 2008, 17.30 uur;

veroordeelt verdachte ter zake van feit 1 primair voorts tot:

een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van

4 JAREN;

bepaalt, dat de tijd, dat het rijbewijs vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak reeds ingevorderd is geweest bij de uitvoering van de hem onvoorwaardelijk opgelegde ontzegging geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. Steenhuis, voorzitter,

Van Seventer en Goudswaard, rechters,

in tegenwoordigheid van Van Nuss, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 april 2009.

Mr. Goudswaard is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

(1) Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer PL1626/08-000194 van de politie Hollands Midden, met bijlagen (p-v1), en de pagina's van het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer PL1626/08-000182 van de politie Hollands Midden, met bijlagen (p-v2).

(2) Pv1, blz. 3 t.e.m. 7

(3) Pv2, blz. 3 en 4

(4) Pv2, blz. 8

(5) Pv 2, blz. 9

(6) Pv1, blz. 20

(7) Pv1, blz. 22

(8) Pv van 25 maart 2008, PL 1626/08-003695

(9) Pv1, blz.

(10) Pv1, blz. 31

(11) Pv1, blz. 38

(12) Pv1, blz. 26 en 27

(13) P-v verkeersongevalanalyse, PL1620/08-003695, d.d. 7 februari 2008

(14) P-v politie Utrecht d.d. 19 januari 2008, PL0918/08-006350, met bijlagen

(15) P-v1, blz. 40 tot en met 42

(16) Pv 1, blz. 44 en 45


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature