E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6949
LJN BH6949, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 08/24817 ONGEWN

Inhoudsindicatie:

De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft gesteld dat eiser sinds 1 juni 2004 geen rechtmatig verblijf meer heeft gehad in de zin van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 aangezien zijn vorige verblijfsvergunning per die datum zijn geldigheid heeft verloren en hij sindsdien in afwachting was van een beslissing op zijn aanvraag om een vergunning voor onbepaalde tijd, welke aanvraag gelijktijdig met het besluit tot ongewenstverklaring is afgewezen. In de periode dat eiser de beslissing van verweerder op zijn vergunningaanvraag afwachtte had hij weliswaar rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder g, van de Vw 2000, doch dit is geen rechtmatig verblijf in de zin van artikel 67 van de Vw 2000. Gelet op het voorgaande was verweerder bevoegd eiser op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 ongewenst te verklaren. Eisers stelling dat verweerder zijn bevoegdheden heeft misbruikt door geen beslissing op eisers aanvraag te nemen voordat hij de procedure tot ongewenstverklaring in gang heeft gezet, faalt. Van misbruik van bevoegdheid zou pas sprake kunnen zijn als (door eiser) aannemelijk was (gemaakt) dat de aanvraag voor toewijzing in aanmerking kwam en verweerder desalniettemin eerst tot ongewenstverklaring is overgegaan om daaraan artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw 2000 ten grondslag te kunnen leggen. Beroep ongegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie