E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6935
LJN BH6935, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 08/21599 ONGEWN

Inhoudsindicatie:

In het kader van de ongewenstverklaring is in het besluit van 21 mei 2008 terecht aangegeven dat en waarom eiser verantwoordelijk kan worden gehouden voor het plegen van misdrijven in de zin van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag . Het in beroep aangevoerde biedt geen grond voor het oordeel dat verweerder ten onrechte tot deze conclusie is gekomen. Nu er geen concrete aanknopingspunten naar voren zijn gebracht waardoor getwijfeld kan worden aan de juistheid en/of volledigheid van het ambtsbericht van 2000, mocht verweerder van de juistheid van de conclusies in dit ambtsbericht uitgaan. Teneinde de vraag te beantwoorden of inmenging, gelet op artikel 8, tweede lid, van het EVRM gerechtvaardigd is, dient een op de individuele zaak toegespitste belangenafweging te worden gemaakt, waarbij de Nederlandse Staat een zekere beoordelingsvrijheid toekomt. Daarbij moet in elk geval worden vastgesteld of sprake is van een objectieve belemmering om het familie- en gezinsleven buiten Nederland uit te oefenen. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval sprake is van een objectieve belemmering om het familie- en gezinsleven buiten Nederland uit te oefenen. Zij overweegt daartoe dat aan de echtgenote en de kinderen bij besluit van 27 augustus 2003 een verblijfsvergunning is verleend op grond van artikel 29, aanhef en onder a van de Vw 2000. Derhalve moeten de echtgenote en de kinderen beschouwd worden als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Gelet op de (onveilige) situatie in Afghanistan acht de rechtbank aannemelijk dat de omstandigheden die tot vergunningverlening aanleiding hebben gegeven nog gelden, zodat er voor hen een objectieve belemmering bestaat om het gezinsleven in Afghanistan uit te oefenen. Voorts is in aanmerking genomen dat het gezin meer dan 10 jaar hier te lande verblijft, de kinderen op jonge leeftijd naar Nederland zijn gekomen, één ervan hier is geboren en nimmer in Afghanistan is geweest en dat zij inmiddels de Nederlandse nationaliteit bezitten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de door verweerder gemaakte belangenafweging waarbij hij meer belang heeft gehecht aan de bescherming van de openbare orde dan aan het persoonlijke belang van eiser bij het uitoefenen van familie- en gezinsleven hier te lande in rechte onhoudbaar is. Beroep gegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie