E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6484
LJN BH6484, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 08/27108 BEPTDN

Inhoudsindicatie:

De rechtbank is van oordeel dat verweerder de strafrechtelijke veroordelingen van eiser, gelet op het gewicht daarvan, niet in redelijkheid als contra-indicatie bij zijn beslissing heeft kunnen meewegen. Hierbij is van belang de bij artikel 3.105e, onderdeel a en b, van het Vb 2000 opgenomen toelichting (Nota van Toelichting, Staatsblad 2008, 116), waaruit blijkt dat sprake is van een uitsluitingsgrond indien de vreemdeling een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft gepleegd, zoals gedefinieerd in de internationale instrumenten waarmee wordt beoogd regelingen te treffen ten aanzien van dergelijke misdrijven. Met evenbedoelde internationale instrumenten worden met name bedoeld het Handvest van het Internationaal Militair Tribunaal van 8 augustus 1945 (Neurenberg-Handvest) en het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof van 17 juli 1998. Voorts vindt uitsluiting plaats, indien de vreemdeling een ernstig misdrijf heeft gepleegd. Aangenomen wordt dat hieronder – in ieder geval – moeten worden verstaan de misdrijven, als bedoeld in artikel 1F, onder b, van het Vluchtelingenverdrag (ernstige, niet-politieke misdrijven). Volgens het UNHCR Handbook, paragraaf 155 kan gesproken worden van een ernstig misdrijf ingeval van a capital crime or a very grave punishable act. Minor offences punishable by moderate sentences are not grounds for exclusion under Article 1F(b) even if technically referred to as crimes in the penal law of the country concerned.

Gelet op het vorenstaande wegen de aard van eisers misdrijven en de strafmaat niet op tegen de gevolgen van de afwijzing van zijn aanvraag. Eiser komt in geval hem een verblijfsvergunning wordt geweigerd in de uitzonderingssituatie terecht dat hij niet wordt toegelaten en evenmin naar zijn land van herkomst kan terugkeren in verband met de aangenomen schending van artikel 3 EVRM. Volgens de Memorie van Toelichting bij de wijziging van de Vw 2000 ter implementatie van de Richtlijn 2004/83 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006-2007, 30925, nr.3) is het weigeren van een verblijfsvergunning in dergelijke gevallen niet wenselijk gelet op de wetsgeschiedenis bij de totstandkoming van de artikelen 29 en 45 van de Vw 2000 . Het uitgangspunt van de Vw 2000 is immers dat wie niet mag blijven, vertrekt. Nu eiser, gelet op het voor hem bestaande artikel 3 EVRM risico niet naar zijn land van herkomst kan terugkeren en de door hem gepleegde misdrijven niet in redelijkheid zijn aan te merken als de hiervoor bedoelde ernstige (internationale) misdrijven, dient deze onwenselijke situatie ten aanzien van eiser te worden vermeden. Beroep is wegens strijd met artikel 3:46 Awb gegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie