E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5084
LJN BH5084, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 08/30988 S1813

Inhoudsindicatie:

Eiser stelt dat hij in aanmerking komt voor de gevraagde mvv. Daartoe heeft hij aangevoerd dat het inkomen van referente ten tijde van belang voldeed aan de gestelde inkomensnorm. De rechtbank is, onder verwijzing naar de uitspraak van de AbRS van

13 juli 2007, (JV 2007, 416), van oordeel dat verweerder zich niet op basis van de gebezigde motivering op het standpunt heeft mogen stellen dat niet aan het middelenvereiste wordt voldaan. In dit geval was ten tijde van belang sprake van een voldoende inkomen in de zin van artikel 3.74, aanhef en onder d, van het Vb 2000. Dit artikel verzet zich niet tegen een combinatie van gelijktijdig uit verschillende bronnen genoten inkomsten, mits die ieder voor zich duurzaam zijn. Van duurzaamheid op grond van artikel 3.75, derde lid, van het Vb 2000 is sprake indien de inkomsten op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven nog zes maanden beschikbaar zijn. Nu de arbeidscontracten van referente op 31 juli 2008 nog tenminste een looptijd van zes maanden hadden, namelijk tot 21 april 2009 en 16 juni 2009, is aan deze voorwaarde voldaan. De rechtbank ziet voor dit oordeel tevens steun in het Besluit van 30 oktober 2007, houdende de wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met […] en enige andere aanpassingen (Stb. 2007, 436), waar in artikel 1 onder C is opgenomen dat in artikel 3.75, derde lid, vervalt “voldoende”. De rechtbank verklaart het beroep gegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie