Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van de bankafschriften en een aantal persoonlijke eigendommen, tot het staken van de website en tot betaling van € 1.355,89.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 25 februari 2009,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 327515 / KG ZA 08-1670 van:

[eiseres],

verblijvende te [plaats],

eiseres,

advocaat mr. W.J. Nomen te Zoetermeer,

tegen:

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

advocaat mr. W. van Leuveren te Waddinxveen.

1. Het procesverloop

1.1. Eiseres heeft gedaagde op 16 januari 2009 doen dagvaarden om op 11 februari 2009 te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. De zaak is op die datum behandeld. Op verzoek van partijen heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de behandeling met gesloten deuren plaatsvindt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn er klemmende redenen, ontleend aan de persoonlijke levenssfeer van partijen, die een niet-openbare behandeling rechtvaardigen.

1.2. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich na de zitting uit te laten over de mogelijkheid van mediation en over de mogelijkheid om het geschil met betrekking tot een gedeelte van de vorderingen van eiseres, te weten de vordering tot afgifte van een aantal zaken, in onderling overleg te beëindigen. Bij faxbericht van 16 februari 2009 heeft eiseres de voorzieningenrechter gevraagd vonnis te wijzen. Bij faxbericht van 20 februari 2009 heeft eiseres meegedeeld dat partijen met betrekking tot een gedeelte van de vordering tot afgifte van zaken in onderling overleg tot een oplossing zijn gekomen en dat zij haar vordering tot afgifte wenst te beperken tot de in dit faxbericht vermelde zaken waarover partijen geen overeenstemming hebben bereikt. Bij faxbericht van 23 februari 2009 heeft gedaagde hierop een reactie gezonden.

1.3. Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 11 februari 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. Eiseres, die geboren is op [datum] 1985, heeft gedurende geruime tijd op topsportniveau geturnd.

2.2. Eiseres heeft een affectieve relatie met [A] (hierna ‘[A]’).

2.3. Gedaagde is de vader van eiseres. Gedaagde heeft gedurende de topsportcarrière van eiseres haar administratie verzorgd, in samenwerking met Accountantskantoor [B] BV (hierna ‘de accountant’). Met ingang van 1 januari 2003 zijn de activiteiten voortvloeiende uit de topsportcarrière van eiseres ondergebracht in haar eenmanszaak “[eiseres] Topsport”.

2.4. Eiseres heeft een betaalrekening bij zowel ABN AMRO Bank NV (hierna ‘ABN AMRO’) als ING Bank NV, voorheen Postbank NV. De afschriften hiervan zijn gezonden naar het adres van gedaagde.

2.5. Eiseres heeft tijdens haar topsportcarrière ten behoeve van promotionele doeleinden onder de domeinnaam [eiseres].nl een website (doen) onderhouden.

2.6. Sinds omstreeks juni 2007 heeft eiseres (mede) bij haar trainer in [plaats] verbleven. Eiseres bleef toen bij het register van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) ingeschreven op het adres van haar vader, gedaagde.

2.7. Eiseres heeft in juni 2008 haar actieve topsportcarrière officieel beëindigd. Kort daarvoor is de relatie tussen eiseres en gedaagde bekoeld geraakt. Gedaagde heeft eiseres hierop de toegang tot zijn woning ontzegd en haar bij de GBA laten uitschrijven van het adres van gedaagde. Eiseres heeft in deze periode tevens de woning van haar trainer verlaten.

2.8. Na het einde van haar topsportcarrière heeft eiseres het gebruik van haar website gestaakt. Hierna heeft gedaagde een website onder de domeinnaam [eiseres].turnt.nl geopend, waarop (onder meer) wedstrijduitslagen en foto’s van eiseres zijn geplaatst.

2.9. In juli 2008 heeft gedaagde van de betaalrekening van de eenmanszaak van eiseres een bedrag opgenomen van € 9.000,-- met als kenmerk “tijdelijke overboeking”. Hiervan is nadien een bedrag van € 6.913,09 aan eiseres terugbetaald.

2.10. Op 5 september 2008 is in het handelsregister van de kamers van koophandel geregistreerd dat de activiteiten van [eiseres] Topsport met ingang van 1 juli 2008 gestaakt zijn. Eiseres heeft van de accountant de van [eiseres] Topsport opgestelde jaarrekeningen ontvangen.

2.11. Gedaagde heeft zogeheten screenshots overgelegd van op 15 september 2008 vervaardigde videobeelden van het videobewakingssysteem dat bij de woning van gedaagde is geplaatst. Hierop is [A] te zien met een honkbalknuppel in de hand. Gedaagde heeft (onder meer) naar aanleiding hiervan aangifte gedaan bij de politie.

2.12. Bij brief van 16 december 2008 van de advocaat van eiseres is gedaagde gesommeerd tot – samengevat – het afgeven van de eigendommen en de complete administratie van eiseres, het staken van het gebruik van de naam en het portretrecht van eiseres te staken en het betalen van € 1.355,89.

2.13. Na de verzending van deze brief hebben partijen met elkaar overlegd over een minnelijke regeling, maar dit heeft niet tot een regeling geleid.

2.14. Gedaagde heeft de inhoud van zijn onder 2.8 bedoelde website ontoegankelijk gemaakt voor het internetpubliek. Hij heeft daarnaast een cd-rom met administratie aan eiseres verstrekt. Op 30 december 2008 heeft gedaagde op het kantoor van de advocaat van eiseres eigendommen van eiseres afgegeven.

3. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer

3.1. Eiseres vordert – zakelijk weergegeven – gedaagde op straffe van een dwangsom te veroordelen tot afgifte van de volledige administratie met onderliggende bescheiden van eiseres alsmede de overige persoonlijke eigendommen van eiseres, te weten:

- de dvd-speler, het tft-scherm, de zonnebank, de laptop en de harde schijf;

- trainingspakken, turnpakjes, leggings, Nike-schoenen en een wit Watcher-truitje met brede band onderin;

- (kopieën van) krantenknipsels, uitslagen en videobanden;

- de cadeautjes van [A]: een potje zand, een beeldje, de tekening ‘Cheer’, twee fotolijsten met schelpen en zwarte hakjes.

Voorts vordert eiseres gedaagde op straffe van een dwangsom te veroordelen tot het staken en gestaakt houden van de website [eiseres].turnt.nl. Voor zover niet aan voorgaande veroordelingen zou kunnen worden voldaan, vordert eiseres gedaagde te veroordelen tot een voorschot op (vervangende) schadevergoeding van € 1.000,--. Daarnaast vordert eiseres gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.355,89, te vermeerderen met de wettelijke rente, en een bedrag van € 527,-- aan buitengerechtelijke kosten.

3.2. Daartoe voert eiseres – samengevat – het volgende aan.

Gedaagde heeft op grond van het navolgende onrechtmatig jegens eiseres gehandeld.

Gedaagde was als zaakwaarnemer gehouden een goede administratie bij te houden en hierover verantwoording af te leggen. Ten onrechte weigert gedaagde eiseres de volledige administratie met onderliggende bescheiden over te leggen. De door gedaagde verstrekte

cd-rom en overgelegde stukken zijn niet compleet. Hierdoor is eiseres niet in staat haar eigen administratie te voeren en evenmin de door gedaagde gevoerde administratie te controleren, terwijl eiseres is gebleken dat gedaagde een bedrag van € 61.886,84 heeft onttrokken aan het vermogen van eiseres.

Gedaagde heeft voorts in juli 2008 zonder toestemming of medeweten van eiseres een bedrag van € 9.000,-- opgenomen van de betaalrekening van eiseres, waarvan slechts een gedeelte aan eiseres is terugbetaald of ziet op ten behoeve van eiseres gemaakte kosten. Eiseres heeft daarom nog recht op een bedrag van € 1.355,89.

Daarnaast heeft eiseres recht op haar persoonlijke eigendommen die zich nog in de woning van gedaagde bevinden en aan haar dienen te worden afgegeven. Hierbij is reeds rekening gehouden met de door gedaagde op 30 december 2008 verstrekte zaken alsmede met de na de zitting afgegeven zaken.

Bovendien handelt gedaagde onrechtmatig jegens eiseres door onder de domeinnaam [eiseres].turnt.nl een website te onderhouden. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de naam en het portretrecht van eiseres. Hoewel deze website inmiddels ‘op zwart’ is gezet, heeft eiseres recht op en belang bij een verbod voor gedaagde om deze website in de toekomst alsnog te (doen) drijven.

Ten slotte vordert eiseres een bedrag van € 527,-- aan buitengerechtelijke kosten, omdat zij zich tot het uiterste heeft ingespannen om tot een minnelijke regeling te komen. Eiseres heeft hiervoor kosten moeten maken – onder meer om de door gedaagde verrichte onttrekkingen te laten vaststellen – die voor vergoeding in aanmerking komen.

Eiseres heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen, omdat zij al meerdere maanden zonder inkomsten is en in verband met het onderhavige geschil niet in staat is om op zoek te gaan naar een betaalde baan.

3.3. Gedaagde voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. Gedaagde heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de dagvaarding nietig is, althans dat eiseres niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, omdat de dagvaarding gebreken bevat. Gedaagde heeft aangevoerd dat in de aanzeggingen ten onrechte staat vermeld (i) dat gedaagde alleen in persoon kan verschijnen en voorts (ii) dat schriftelijke verweren ten minste drie dagen voor de zitting dienen te worden ingediend.

4.2. Hoewel gedaagde terecht heeft aangevoerd dat de dagvaarding deze gebreken bevat, is tijdens de behandeling van het onderhavige kort geding niet gebleken dat gedaagde hierdoor in zijn procesbelang is geschaad. De gebreken leiden dus niet tot nietigheid van de dagvaarding of niet-ontvankelijkheid van eiseres. Daarbij is van belang dat gedaagde zich reeds vóór het uitbrengen van de dagvaarding tot een advocaat had gewend.

4.3. Gedaagde heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat de producties door eiseres te laat zijn overgelegd, omdat hij deze pas op 9 februari 2009 heeft ontvangen terwijl ze in de dagvaarding reeds zijn aangekondigd. De voorzieningenrechter is met gedaagde van oordeel dat de producties van eiseres op een laat moment zijn verstrekt zonder dat hiervoor een deugdelijke reden bestond. Gedaagde heeft niettemin voldoende gelegenheid gehad om zich daartegen adequaat te verweren, zodat ook ten aanzien van dit onderdeel niet aannemelijk is geworden dat gedaagde hierdoor zodanig in zijn procesbelang is geschaad dat de producties buiten beoordeling dienen te blijven.

4.4. Vervolgens dient beoordeeld te worden of de vordering van eiseres tot afgifte van de volledige administratie toewijsbaar is. Gedaagde heeft aan eiseres een cd-rom met administratie verstrekt. Desgevraagd heeft eiseres ter zitting verklaard dat het haar thans nog met name is te doen om bankafschriften van ABN AMRO uit 2007 en 2008, die naar het adres van gedaagde zijn gezonden. Gedaagde heeft aangevoerd dat hij een gedeelte van deze bankafschriften reeds heeft verstrekt aan eiseres en dat hij, uit boosheid, een gedeelte heeft weggegooid.

4.5. De administratie die betrekking heeft op (de eenmanszaak van) eiseres komt op zichzelf aan eiseres toe. Dit brengt mee dat gedaagde deze administratie, voor zover hij hierover beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, aan eiseres dient te verstrekken. Voor zover gedaagde bankafschriften heeft weggedaan, komt dit voor zijn rekening en dient hij ABN AMRO opdracht te geven om op zijn kosten opnieuw (kopieën van) deze afschriften te verstrekken. Dit gedeelte van de vordering tot afgifte van de administratie zal derhalve – op de hierna te vermelden wijze – worden toegewezen, waarbij zal worden bepaald dat afgifte dient te geschieden aan de advocaat van eiseres.

4.6. Ten aanzien van de overige stukken van de administratie geldt dat gedaagde gemotiveerd heeft aangevoerd dat hij deze onderdelen van de administratie heeft verstrekt of niet meer in zijn bezit heeft. De onjuistheid hiervan is in het kader van deze procedure onvoldoende aannemelijk geworden. Er bestaat ten aanzien van dit onderdeel geen grond om gedaagde te veroordelen tot afgifte van wat hij (waarschijnlijk) niet heeft, zodat dit gedeelte van de vordering dient te worden afgewezen.

4.7. Ten aanzien van de vordering tot afgifte van de persoonlijke eigendommen geldt het volgende. Gedaagde heeft erkend dat er nog zaken in zijn woning aanwezig zijn die van eiseres zijn. Van een deel van de gevorderde zaken heeft gedaagde gesteld dat deze zich niet meer in deze woning bevinden, maar (onder meer) bij de oma van eiseres. Daarnaast heeft gedaagde ten aanzien van de dvd-speler, het tft-scherm, de laptop, de harde schijf, het witte Watcher-truitje, de krantenknipsels, de uitslagen en de videobanden betwist dat deze aan eiseres toebehoren. In deze procedure kan niet met een voldoende mate van aannemelijkheid worden vastgesteld aan wie de eigendom van voormelde zaken toekomt. Op dit punt is nadere bewijslevering noodzakelijk, maar daarvoor is in dit kort geding geen plaats. Gedaagde heeft echter ter zitting verklaard dat hij bereid is eiseres toe te laten in zijn woning om haar in staat te stellen haar voormalige kamer en de zolder te betreden en daarbij de nog aanwezige zaken die haar in eigendom toebehoren mee te nemen. De vordering van eiseres zal derhalve gedeeltelijk worden toegewezen. Daarbij wordt overwogen dat dit uitsluitend de zaken kan betreffen waarvan niet ter discussie staat dat zij eigendom van eiseres zijn, te weten de zonnebank, de trainingspakken, de turnpakjes en de cadeautjes van [A]. Voorts zal worden bepaald dat eiseres deze zaken dient af te halen eventueel samen met iemand anders, maar zonder [A].

4.8. Aan de orde is vervolgens de vordering tot betaling van het bedrag van € 1.355,89, het restantbedrag van een door gedaagde verrichte overboeking van € 9.000,--. Vooropgesteld wordt dat ten aanzien van een geldvordering in kort geding terughoudendheid is geboden. Niet alleen zal moeten worden onderzocht of het bestaan van die vordering voldoende aannemelijk is, maar tevens of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist.

4.9. Gedaagde heeft op zichzelf niet betwist dat hij zonder grond een bedrag van de bankrekening van eiseres heeft opgenomen en dat hij een gedeelte daarvan niet heeft teruggestort. Gedaagde heeft zich evenwel beroepen op verrekening. Hij heeft gesteld dat hij kosten heeft gemaakt wegens onder meer het verhuizen van de persoonlijke eigendommen van eiseres uit de woning van haar trainer, het kopen van cadeaus voor de trainer en haar gezin, het vervangen van sloten in de woning van gedaagde en het verblijven bij familie in verband met mogelijke bedreigingen.

4.10. Eiseres heeft van de door gedaagde gestelde kosten een bedrag € 731,02 erkend. Met dit bedrag is echter al rekening gehouden in het gevorderde bedrag van € 1.355,89. Het beroep van gedaagde op verdere verrekening met zijn tegenvordering wordt ingevolge artikel 6:136 Burgerlijk Wetboek verworpen. Gedaagde heeft in het kader van deze procedure onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze kosten, die verder op geen enkele wijze worden onderbouwd, voor rekening van eiseres dienen te komen. Deze tegenvordering is derhalve niet op eenvoudige wijze vast te stellen, aangezien nadere bewijslevering nodig zal zijn om de verschuldigdheid daarvan te kunnen beoordelen. Dit leidt tot de slotsom dat het door eiseres gevorderde bedrag van € 1.355,89 voor toewijzing in aanmerking komt. In zoverre is voldaan aan het onder 4.8 geformuleerde criterium.

4.11. Voorts dient te worden beoordeeld of er grond is om gedaagde te verbieden onder de domeinnaam [eiseres].turnt.nl een website over eiseres te (doen) onderhouden. Op deze website, zo hebben partijen aangevoerd, staan met name (privé)foto’s en wedstrijduitslagen van eiseres. De website is thans niet zichtbaar, maar gedaagde heeft zich op het standpunt gesteld dat hij het recht heeft deze opnieuw op het internet te zetten. Gedaagde heeft in dit kader aangevoerd dat eiseres een publieke figuur is en geen redelijk belang heeft zich tegen publicatie te verzetten, te minder nu zij zelf ook diverse malen de publiciteit heeft gezocht.

4.12. Vooropgesteld wordt dat eiseres, hoewel zij een zekere mate van bekendheid geniet, recht heeft op de bescherming van haar persoonlijke levenssfeer. Gelet op de context van de website prevaleert dit recht boven het belang van de vrijheid van meningsuiting en staat het eraan in de weg dat gedaagde onder deze domeinnaam – die rechtstreeks refereert aan de persoon van eiseres en haar carrière – (privé)foto’s en informatie over eiseres publiceert. Daartoe is van doorslaggevend belang dat met de website, mede gelet op de domeinnaam, ten onrechte de indruk kan worden gewekt dat deze van eiseres afkomstig is, althans dat eiseres aan deze website haar medewerking heeft verleend. De omstandigheid dat op de website privéfoto’s staan afgebeeld, kan deze indruk versterken. Dit hoeft eiseres niet te dulden. De omstandigheid dat eiseres zelf ook de publiciteit zoekt, doet hieraan niet af. Eiseres heeft immers – tot op zekere hoogte – het recht om zelf te bepalen of en op welke wijze zij in de publiciteit wenst te treden. Gedaagde heeft aangevoerd dat de website mede tot doel heeft het veiligstellen van de turnprestaties van eiseres. Hiervoor is evenwel niet vereist dat dit op deze – door eiseres niet gewenste – wijze geschiedt. Hierbij is van belang dat eiseres ter zitting heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen een fanwebsite, mits duidelijk is dat deze niet aan haar gelieerd is. Het gevorderde verbod tot het onderhouden van een website onder de naam [eiseres].turnt.nl, waarmee de indruk wordt gewekt dat deze op enigerlei wijze aan eiseres is gelieerd, komt daarom voor toewijzing in aanmerking.

4.13. De gevraagde veroordeling tot een voorschot op vervangende schadevergoeding zal worden afgewezen. Daartoe is het volgende redengevend. Indien mocht blijken dat zaken van eiseres zijn weggemaakt of vernietigd, zal zij aannemelijk dienen te maken dat zij hierdoor schade heeft geleden, die aan gedaagde dient te worden toegerekend. Daarmee wordt vooruitgelopen op de door eiseres aangekondigde bodemprocedure inzake de gestelde onttrekkingen van gedaagde ten bedrage van € 61.886,84. In het kader van dit kort geding kan hierop echter nog niet worden geanticipeerd. Eiseres heeft hieromtrent onvoldoende gesteld, zodat niet aan het hiervoor vermelde criterium voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is voldaan.

4.14. Ten slotte dient te worden beoordeeld of er reden is om de door eiseres gevorderde buitengerechtelijke kosten toe te wijzen. Niet is gebleken dat eiseres buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt die niet worden gedekt door de definitieve toevoeging die eiseres is verleend op grond van de Wet op de rechtsbijstand. Ter zitting heeft eiseres verklaard dat de buitengerechtelijke kosten vooral zien op de werkzaamheden van de accountant, voortvloeiende uit het onderzoek naar onttrekkingen door gedaagde. Nog afgezien van de omstandigheid dat deze kosten betrekking hebben op de door eiseres gestelde onttrekkingen door gedaagde ten bedrage van € 61.886,84, die geen onderwerp zijn van dit kort geding, heeft eiseres voorts verklaard dat deze kosten nog niet bij haar in rekening zijn gebracht. Zij komen dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.

4.15. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat gedaagde – op de hierna te vermelden wijze – zal worden veroordeeld tot afgifte van de bankafschriften en een aantal persoonlijke eigendommen, tot het staken van de website en tot betaling van € 1.355,89. Anders dan gedaagde meent, heeft eiseres haar spoedeisende belang bij deze vorderingen voldoende aannemelijk gemaakt. Zo is onweersproken is gebleven dat eiseres thans geen inkomsten geniet. Voorts kan van eiseres niet verwacht worden dat zij een bodemprocedure afwacht voor het verkrijgen van haar bankafschriften, haar persoonlijke eigendommen en een verbod op de website. Het enkele tijdsverloop tussen het ontstaan van het conflict tussen partijen en de onderhavige procedure maakt dit niet anders, te minder nu onweersproken is gebleven dat het tijdsverloop mede is veroorzaakt door tussen partijen lopende onderhandelingen.

4.16. Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd. Voorts zal worden bepaald dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

4.17. Zowel in de omstandigheid dat partijen in een familieverhouding tot elkaar staan als in de omstandigheid dat partijen over en weer (ten dele) in het ongelijk zijn gesteld, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt gedaagde om binnen vijf werkdagen na de betekening van dit vonnis alle nog niet aan eiseres verstrekte bankafschriften uit 2007 en 2008, behorende bij de betaalrekening van eiseres bij ABN AMRO, voor zover naar het adres van gedaagde gestuurd, op het kantoor van de advocaat van eiseres af te (doen) geven;

- veroordeelt gedaagde om, voor zover hij niet in staat is aan deze veroordeling te voldoen, binnen vijf werkdagen na de betekening van dit vonnis op zijn kosten ABN AMRO opdracht te geven om (kopieën van) de ontbrekende bankafschriften uit 2007 en 2008 opnieuw te verstrekken en deze afschriften binnen twee werkdagen na ontvangst op het kantoor van de advocaat van eiseres af te (doen) geven;

- verbiedt gedaagde om met ingang van de derde werkdag na de datum van de betekening van dit vonnis de website met de domeinnaam [eiseres].turnt.nl te (doen) exploiteren;

- bepaalt dat gedaagde een dwangsom verbeurt van € 500,-- voor elke dag waarop hij in strijd handelt met een of meer van deze veroordelingen of met dit verbod, met een maximum van € 10.000,--;

- gebiedt gedaagde om eiseres, op straffe van een dwangsom van € 250,-- per dag met een maximum van € 5.000,--, binnen vijf werkdagen na de betekening van dit vonnis in de gelegenheid te stellen om gedurende de dag, eventueel met iemand anders (maar buiten aanwezigheid van [A]), de zolder en haar voormalige kamer in de woning van gedaagde te betreden en daarbij – voor zover aanwezig – de volgende zaken van eiseres mee te nemen:

- de zonnebank;

- de trainingspakken en de turnpakjes;

- de cadeautjes van [A], te weten een potje zand, een beeldje, de tekening ‘Cheer’, twee fotolijsten met schelpen en zwarte hakjes;

- bepaalt dat de dwangsommen vatbaar zijn voor matiging op de wijze zoals in onderdeel 4.16 van dit vonnis is vermeld;

- veroordeelt gedaagde om binnen vijf werkdagen na de betekening van dit vonnis een bedrag van € 1.355,89 aan eiseres te betalen;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2009.

cb


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature