< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Het is veroordeelde verboden bij enige officiële wedstrijd van Ajax aanwezig te zijn danwel zich in de periode van twee uur voor tot twee uur na een dergelijke wedstrijd in de omgeving te zijn van het speelveld of het stadion. Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de veroordeelde inderdaad aanwezig is geweest bij de bekerwedstrijd tussen de zaterdag amateurs van AFC Ajax en Vitesse. De rechtbank gelast - in plaats van de overwogen last tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf - een werkstraf van 120 uren; bepaalt dat de duur van deze werkstraf overeenkomt met een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen; beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 60 dagen.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/757173-06 (tul)

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling

Beslissing van de rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, op de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde gedeelte van de gevangenisstraf in de zaak tegen de veroordeelde:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1985,

adres: [adres].

De opgelegde straf.

De veroordeelde is bij onherroepelijk geworden vonnis van deze rechtbank, rechtdoende in strafzaken, d.d. 27 november 2006 veroordeeld tot - onder meer - een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 134 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde gedurende de proeftijd bij alle officiële wedstrijden van AJAX niet binnen een straal van twee kilometer van het speelveld of het stadion mag komen, gedurende een periode van twee uur vóór de wedstrijd tot twee uur na de wedstrijd.

De vordering.

De schriftelijke vordering van officier van justitie d.d. 19 november 2008, ingediend ter griffie op 17 december 2008, strekt ertoe dat de rechtbank alsnog de tenuitvoerlegging zal gelasten van het voorwaardelijk opgelegde gedeelte van de gevangenisstraf.

De behandeling ter terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 12 januari 2009.

De veroordeelde, bijgestaan door de raadsvrouw mr. E.F.A. Linssen-Van Rossum, advocaat te 's-Gravenhage, is verschenen en op de vordering gehoord.

De officier van justitie, mr. H.A.C. Banning, heeft ter terechtzitting de vordering in die zin gewijzigd dat zij thans primair vordert dat de rechtbank de bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd zal verlengen met één jaar. Indien de reeds geëindigde proeftijd niet meer voor verlenging vatbaar mocht blijken te zijn, verzoekt zij de rechtbank de vordering af te wijzen.

De beoordeling van de vordering.

Volgens het proces-verbaal van bevindingen van de Politie Amsterdam-Amstelland d.d. 2 oktober 2008, opgesteld en ondertekend door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, is veroordeelde op 24 september 2008 aanwezig geweest bij de KNVB bekerwedstrijd tussen de zaterdag amateurs van AFC Ajax en Vitesse. Deze wedstrijd werd gehouden op het sportpark De Toekomst van AFC Ajax. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de Politie Amsterdam-Amstelland d.d. 10 november 2008, opgesteld en ondertekend door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, volgt dat veroordeelde tot twee keer toe tevergeefs is ontboden op het bureau van het Wijkteam [...] van de Politie Amsterdam-Amstelland, teneinde te worden gehoord omtrent de geconstateerde overtreding van het stadionverbod.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de veroordeelde inderdaad op 24 september 2008 aanwezig is geweest bij de bekerwedstrijd tussen de zaterdag amateurs van AFC Ajax en Vitesse op het sportpark De Toekomst van AFC Ajax. Verder is ter zitting gebleken dat veroordeelde geen gevolg heeft gegeven aan de ontbiedingen van voornoemd wijkteam d.d. 30 oktober 2008 en 4 november 2008, omdat hij zich in die tijd gedurende een langere periode in [buitenland] bevond.

De verdediging heeft het verweer gevoerd dat veroordeelde niet wist - en gelet op de in het vonnis d.d. 27 november 2006 opgenomen omschrijving van de bijzondere voorwaarde - ook niet behoefde te weten dat het aan hem opgelegde stadionverbod gold voor alle teams van AFC Ajax. Veroordeelde dacht dat het verbod slechts Ajax 1 betrof.

De rechtbank begrijpt het verweer aldus dat door de verdediging een beroep wordt gedaan op afwezigheid van alle schuld wegens rechtsdwaling.

De formulering van deze bijzondere voorwaarde laat er geen twijfel over dat het veroordeelde verboden is bij enige officiële wedstrijd van Ajax aanwezig te zijn danwel zich in de periode van twee uur voor tot twee uur na een dergelijke wedstrijd in de omgeving te zijn van het speelveld of het stadion. Het moet hem volstrekt duidelijk zijn geweest dat dit verbod zich uitstrekt tot wedstrijden van alle elftallen van Ajax, vanaf Ajax 1 tot en met de F-jes, uiteraard indien deze elftallen een officiële wedstrijd spelen. De rechtbank merkt hierbij nog op dat ook bij wedstrijden van andere elftallen dan die van Ajax 1 af en toe sprake is van voetbalvandalisme.

Indien en voor zover de veroordeelde hierover twijfel mocht hebben gehad had hij zich dienen te laten voorlichten, bijvoorbeeld door zijn raadsvrouw. Veroordeelde heeft ter zitting verklaard dit niet te hebben gedaan.

Gelet op voormelde overwegingen komt aan veroordeelde geen beroep op (verontschuldigbare) rechtsdwaling toe.

De officier van justitie heeft primair gevorderd dat de proeftijd met een jaar zal worden verlengd.

De rechtbank neemt hiertoe het volgende in overweging.

De proeftijd waarvan in deze verlenging wordt gevorderd is geëindigd op 11 december 2008. Een beslissing tot verlenging van een bij vonnis opgelegde proeftijd kan echter slechts worden genomen gedurende die proeftijd of gedurende de tijd dat deze is geschorst. Uit het voorgaande volgt dat de vordering tot verlenging van de proeftijd thans niet meer voor toewijzing vatbaar is (1).

Overigens acht de rechtbank, naast de juridische onmogelijkheid van een dergelijke beslissing, een verlenging van de proeftijd, gelet op de ernst van de feiten waarvoor veroordeelde is veroordeeld in samenhang met het specifieke karakter van de bijzondere voorwaarde die door de veroordeelde is overtreden, niet passend en geboden.

Uitgangspunt is dat bij overtreding van een bijzondere voorwaarde de rechtbank de (gehele) tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf gelast. Dit geldt zeker indien de bijzondere voorwaarde, zoals in dit geval, er toe strekt veroordeelde af te houden van soortgelijke feiten als waarvoor hij veroordeeld is, door zijn bewegingsvrijheid in te perken.

Niettemin zal de rechtbank daarvan in dit geval afzien. Zij neemt daartoe in aanmerking dat:

a. een nieuwe detentieperiode van veroordeelde niet wenselijk is gezien zijn huidige persoonlijke omstandigheden;

b. aannemelijk is geworden dat de aanwezigheid van veroordeelde bij deze wedstrijd een eenmalig incident is geweest;

c. deze wedstrijd geen risicowedstrijd was en niet gebleken is dat zich rond deze wedstrijd incidenten hebben voorgedaan.

Gelet op dit alles zal de rechtbank de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelasten van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf en deze omzetten naar een werkstraf.

De rechtbank zal de vordering voor het overige afwijzen.

Beslissing.

De rechtbank,

gelast - in plaats van de overwogen last tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf - een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid voor de tijd van 120 (HONDERTWINTIG) UREN;

bepaalt dat de duur van deze werkstraf overeenkomt met een gevangenisstraf voor de duur van 60 (ZESTIG) dagen;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 60 (ZESTIG) DAGEN;

wijst de vordering tot tenuitvoerlegging voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. Elkerbout, voorzitter,

Van Veen en Meessen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Janssens, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 januari 2009.

(1) Vgl. ook HR 24 mei 1994, DD 94.366.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature