< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Afwijzing militair diensttijdpensioen; betrokkene voldoet niet aan de minimum diensttijdeis van vijf jaren. Verzoek terug te komen op eerdere afwijzing. Ter zitting brengt betrokkene een nieuwe beroepsgrond en daarbij behorend bewijsstuk naar voren. Beroep ongegrond.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

derde afdeling, enkelvoudige kamer

Reg.nr.: AWB 08/3139 MAW

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

In het geding tussen

[eiser], wonende te [plaats],

en

de staatssecretaris van Defensie, verweerder.

I PROCESVERLOOP

1. Eiser heeft bij brief van 17 april 2008 beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 8 april 2008, waarbij deze zijn standpunt heeft gehandhaafd dat eiser niet in aanmerking kan worden gebracht voor een militair diensttijdpensioen. De gronden van het beroep zijn nader aangevuld bij brief van 14 mei 2008.

2. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

3. De openbare behandeling van het bovengenoemde beroep heeft plaatsgevonden op 15 januari 2009. Eiser is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door [A]. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. [B] en mr. [C].

II OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de rechtbank bij haar oordeelsvorming uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1 Eiser is geboren op [datum] 1940. Hij is met ingang van 26 november 1956 een vrijwillige verbintenis aangegaan bij de Koninklijke Marine. Eiser heeft tot 1 januari 1963 gediend.

1.2 Bij brief van 11 maart 1998 heeft eiser verweerder verzocht kenbaar te maken of hij aanspraak kan maken op een ouderdomspensioen.

1.3 Bij brief van 14 september 1998 heeft verweerder eiser bericht dat hij aan de Algemeen militaire pensioenwet geen recht op toekenning van een militair diensttijdpensioen kan ontlenen, nu hij niet aan de gestelde minimum diensttijdeis van vijf jaren voldoet. Verweerder heeft daarbij aangetekend dat zowel de periode voorafgaande aan het 18e levensjaar, alsmede de door eiser als dienstplichtig militair onder de wapenen doorgebrachte tijd, welke is gelegen na de datum van ontheffing uit zijn verbintenis als beroepsmilitair, niet als werkelijke dienst in aanmerking kan worden genomen.

1.4 Bij brief van 19 oktober 2007 heeft eiser verweerder nogmaals verzocht om in aanmerking te worden gebracht voor een militair ouderdomspensioen. Bij brief van 13 december 2007 heeft verweerder dit verzoek afgewezen.

1.5 Naar aanleiding van een brief van eiser aan de Inspecteur Generaal Krijgsmacht (IGK) heeft verweerder bij besluit van 29 januari 2008 wederom aan eiser kenbaar gemaakt dat hij niet in aanmerking kan worden gebracht voor een militair diensttijdpensioen, omdat hij niet voldoet aan de wettelijk gestelde diensttijdeis van vijf jaar. Ter toelichting heeft verweerder daarbij opgemerkt dat bij de beoordeling van het recht op een militair pensioen, bij de vaststelling van de werkelijke diensttijd niet de diensttijd voorafgaand aan het tijdstip waarop het 18e levensjaar is vervuld en de tijd die wegens verblijf tussen de keerkringen dubbel wordt geteld, in aanmerking wordt genomen. Gelet hierop komt bij de beoordeling van het recht op pensioen de werkelijke dienstijd van [datum] 1958 (18 jaar) tot 1 januari 1963 (ontslagdatum) in aanmerking, zijnde vier jaren, 11 maanden en 15 dagen.

1.6 Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 23 februari 2008 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend.

1.7 Bij besluit van 8 april 2008 heeft verweerder de bezwaren van eiser ongegrond verklaard.

2.1 Met ingang van 1 juni 2001 is de pensioenvoorziening voor militairen overgegaan naar het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) onder toetreding tot het Pensioenreglement van de Stichting pensioenfonds ABP. Per gelijke datum zijn de voordien geldende pensioenwetten voor militairen, de Algemene Militaire Pensioenwet (AMP) en vroegere pensioenwetten, ingetrokken. De bestaande aanspraken en rechten ingevolge die wetten zijn omgerekend naar aanspraken en rechten ingevolge het Pensioenreglement en overgedragen aan ABP. Voor zover aan die ingetrokken wetgeving geen aanspraken of rechten konden worden ontleend heeft geen conversie en overdracht plaatsgehad.

2.2 De ten tijde van de diensttijd van eiser geldende pensioenwet was de Pensioenwet voor de zeemacht 1922 (Pwzm). Op 1 januari 1966 is de AMP in werking getreden. Ingevolge de overgangsbepalingen van de AMP (hoofdstuk Y) bestond voor militairen, van wie het dienstverband voor 1 januari 1966 was geëindigd, recht op een diensttijdpensioen ingevolge de AMP indien de gewezen militair een periode van werkelijke dienst van ten minste vijf jaar in de zin van de voor hem geldende Pensioenwet kon aanwijzen.

2.3 Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Pwzm wordt onder werkelijke dienst of werkelijke diensttijd verstaan de werkelijke tijdsduur, welke krachtens deze wet voor de belanghebbende voor vergelding met pensioen in aanmerking komt.

2.4 Ingevolge het bepaalde in artikel 9, aanhef en onder 1o, van de Pwzm komt als werkelijke dienst in aanmerking de tijd gedurende welke een militair als zodanig, anders dan bij de Koninklijke marine-reserve of als vrijwilliger bij de landstorm, bij de zeemacht in dienstverhouding tot het Rijk heeft gestaan.

2.5 Ingevolge artikel 10, eerste lid, ten eerste onder a, van de Pwzm kan de diensttijd vervuld v óór het achttiende levensjaar niet worden meegeteld als voor pensioen geldige diensttijd.

2.6 Voorts dient gelet op het bepaalde in de artikelen 11 en 12 van de Pwzm voor de vaststelling van de werkelijke diensttijd de diensttijd doorgebracht tussen de keerkringen éénmaal te worden meegeteld. Eerst indien is vastgesteld dat op basis van werkelijke diensttijd een aanspraak op diensttijdpensioen bestaat, telt de tussen de keerkringen doorgebrachte diensttijd voor de vaststelling van de voor het pensioen geldige tijd dubbel.

3.1 Bij brief van 14 september 1998 heeft verweerder eiser bericht dat hij aan de AMP geen recht op toekenning van een militair diensttijdpensioen kan ontlenen, nu hij niet aan de gestelde minimum diensttijdeis van vijf jaren voldoet. Naar het oordeel van de rechtbank dient deze brief als een besluit in zin van artikel 1:3 van de Awb aangemerkt te worden. Dit besluit is in rechte onaantastbaar geworden. Vele jaren later heeft eiser een brief aan de IGK geschreven, die is aangemerkt als een verzoek om in aanmerking te worden gebracht voor een militair diensttijdpensioen. Dit verzoek dient naar het oordeel van de rechtbank te worden aangemerkt als een verzoek om terug te komen van het in rechte onaantastbare besluit van 14 september 1998.

3.2 Naar vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (bijvoorbeeld de uitspraak van 5 juli 2007, TAR 2007/195) is een bestuursorgaan in het algemeen bevoegd een herhaalde aanvraag inhoudelijk te behandelen en daarbij het oorspronkelijke besluit in volle omvang te heroverwegen. Het bepaalde in artikel 4:6 van de Awb staat daaraan niet in de weg. Indien het bestuursorgaan met gebruikmaking van deze bevoegdheid geen aanleiding ziet een andersluidend besluit te nemen, kan een terzake ingesteld beroep echter niet de weg openen naar een toetsing als betrof het een oorspronkelijk besluit. Een dergelijke wijze van toetsen zou zich niet verdragen met de dwingendrechtelijk voorgeschreven termijn(en) voor het instellen van rechtsmiddelen in het bestuursrecht. Gelet hierop dient de bestuursrechter in zulk een geval uit te gaan van het oorspronkelijke besluit en zich in beginsel te beperken tot de vraag of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden en, zo ja, of het bestuursorgaan daarin aanleiding had behoren te vinden om het oorspronkelijke besluit te herzien.

3.3 De rechtbank is van oordeel dat eiser ter ondersteuning van het verzoek om terug te komen van het besluit van 14 september 1998 geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd.

De omstandigheden die eiser heeft aangevoerd in zijn bezwaarschrift, beroepschrift en aanvullende memorie had hij ook in reactie op het eerdere besluit van 14 september 1998 kunnen aanvoeren.

3.4 Ter zitting heeft eiser nog aangevoerd dat hij een half jaar na het einde van zijn diensttijd is opgeroepen voor een mobilisatie oefening. Deze oefening heeft een tijdvak van ongeveer drie weken beslaan. Eiser is van mening dat als deze tijd wordt meegenomen bij de beoordeling van zijn aanspraak op een militair diensttijdpensioen, hij mogelijk aan de gestelde minimum diensttijdeis van vijf jaren voldoet. Ter onderbouwing van zijn stelling heeft eiser ter zitting een brief omtrent zijn mobilisatie gepresenteerd.

Hetgeen hiervoor onder 3.2 is overwogen met betrekking tot de toetsing van het betreden besluit brengt mee dat de rechtbank dit gegeven niet in de beoordeling kan betrekken. Verweerder is immers niet in de gelegenheid geweest deze stelling van eiser aangaande door hem in werkelijke dienst doorgebrachte tijd te verifiëren, aan de hand van zijn bevindingen vast te stellen of sprake is van nieuw gebleken feiten of omstandigheden en te beoordelen of hierin aanleiding wordt gevonden het oorspronkelijke besluit te herzien.

3.5 Gelet op het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat verweerder niet in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat eiser geen aanspraak heeft op een militair diensttijdpensioen.

4. De conclusie is dan ook dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III BESLISSING

De Rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. E. Kouwenhoven en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2009, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.P.J. Heesen.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature