E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2008:BL9895
LJN BL9895, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 08/379 IB/PVV, AWB 08/380 IB/PVV, AWB 08/381 IB/PVV en AWB 08/382 OB

Inhoudsindicatie:

Eiser exploiteert een taxionderneming in de vorm van een eenmanszaak. Eiser had in de onderhavige jaren een wisselend aantal (2 tot 7 of 8) werknemers in dienst en had maximaal 7 à 8 auto’s tot zijn beschikking. Op de kopieën van de overgelegde ritstaten zijn de vakjes totaal gereden kilometers niet en de vakjes einde dienst en woon- werkverkeer in de meeste gevallen niet ingevuld. Als de ritstaten per auto op datum worden gelegd, onstaat er in samenhang met de vastgelegde begin- en eindstanden per dienst geen sluitende kilometeradministratie. Er zijn hiaten tussen de eindkilometerstanden van laatste ritten en eindkilometerstanden van de dag, tussen eindkilometerstanden van de ene dag en beginkilometerstanden van de volgende dag en tussen beginkilometerstanden van de dag en beginkilometerstanden van eerste ritten. De (kennelijk lege) terugritten van het einde van een rit naar een volgend beginpunt zijn evenmin verantwoord. Deze hiaten variëren van enkele kilometers tot honderden kilometers. Omdat de afstanden woon- werkverkeer in de regel niet zijn ingevuld, is niet na te gaan welke deel van de hiaten op dat verkeer ziet. Een aanziwnlijk aantal waarnemingen van de IVW zijn niet terug te vinden in eisers rittenstaten. [r.o. 4.6 en 4.7].

Volgens de rechtbank dienen de eisen van artikel 127, eerste lid, onder d, van het Besluit Personenvervoer 2000 (mede) te worden aangemerkt als de eisen die aan het bedrijf van eiser kunnen worden gesteld als bedoeld in artikel 52, eerste lid van de AWR . Eiser heeft niet aan deze eisen voldaan. Er is sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de omzetten niet (geheel) op redelijke wijze heeft berekend en vermindert deze.

Eiser heeft niets aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geconcludeerd dat verweerder enig beginsel van behoorlijk bestuur, met name het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel, heeft geschonden. Met betrekking tot de vergrijpboetes overweegt de rechtbank dat sprake is van een samenloop van boeten die tot matiging aanleiding geeft.

Beroepen gegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie