< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Adoptie buitenlands kind (uit Cambodja) in belang van minderjarige naar Nederlands recht.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 08-5147

Zaaknummer: 314502

Datum beschikking: 19 november 2008

Adoptie buitenlands kind

Beschikking op het op 1 juli 2008 ingekomen verzoekschrift en het op 26 september 2008 gewijzgigde verzoekschrift van:

[verzoekers],

wonende te [plaats],

advocaat: mr. L.M. Bruins.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage,

zetelend te 's-Gravenhage,

hierna te noemen: de ambtenaar.

Als informant wordt aangemerkt:

de Minister van Justitie,

zetelend te ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: de minister.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:

• het (gewijzigde) verzoekschrift;

• een brief met bijlagen d.d. 21 juli 2008 van de zijde van de ambtenaar.

• een brief met bijlagen d.d. 31 juli 2008 van de zijde van de minister.

Het verzoek – zoals dat thans luidt – strekt tot:

- adoptie door verzoekers van de minderjarige [minderjarige], geboren op [datum] 2006 te [plaats].

- wijziging van de voornaam en geslachtsnaam van de minderjarige.

Op 24 september 2008 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekers met mr. E.J.A. Brons, advocaat, kantoorhoudende te Alkmaar, de heer [A] en de heer [B] namens de ambtenaar alsmede mevrouw [C] en mevrouw [D] namens de minister.

Beoordeling

De minderjarige heeft de Cambodjaanse nationaliteit, terwijl verzoekers beiden de Nederlandse nationaliteit hebben. Verzoekers hebben te kennen gegeven dat zij in verband met de werkzaamheden van verzoeker thans voor nog onbepaalde tijd hun woonplaats in [plaats] hebben. Verzoekers zullen te gelegenertijd met hun gezin terugkeren naar Nederland om zich hier duurzaam te vestigen. In verband daarmee zal de minderjarige geleidelijk vertrouwd gemaakt worden met de Nederlandse taal, cultuur en samenleving opdat de minderjarige bij vestiging in Nederland optimaal zal kunnen inburgeren. De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer aanwezig om van het onderhavige verzoek kennis te nemen.

Toepasselijk is het Nederlandse recht, met dien verstande dat de vraag welke betekenis toekomt aan de toestemming van de biologische ouders van de minderjarige, in beginsel wordt beantwoord naar de regels die het nationale recht van de minderjarige daarover bevat.

Adoptiebeleid van het Ministerie van Justitie ten aanzien van adopties uit Cambodja

Naar aanleiding van een ambtsbericht van de ambtenaar van de burgerlijke stand te

’s-Gravenhage van 7 januari 2008 heeft de rechtbank kennis genomen van de brief van de minister van Justitie van 22 mei 2003, gericht aan een groot aantal bij adoptie betrokken organisaties, en voorts van de, eveneens aan de betrokken adoptieverenigingen in Nederland verzonden, brief van de minister van Buitenlandse Zaken aan de minister van Justitie van

9 februari 2007.

In eerstgenoemde brief wordt melding gemaakt van opschorting van adoptie van uit Cambodja afkomstige kinderen door in Nederland woonachtige aspirant-adoptiefouders in verband met ernstige zorgen over de zorgvuldigheid van de Cambodjaanse adoptieprocedure. Blijkens de tweede brief vindt - in lijn met voornoemd besluit – door het Ministerie van Buitenlandse Zaken geen erkenning op grond van de Wet conflictenrecht adoptie plaats van adopties van kinderen uit Cambodja door in het buitenland woonachtige adoptiefouders aangezien het voor dit ministerie niet mogelijk is zich een betrouwbaar oordeel te vormen over de zorgvuldigheid van de gevolgde adoptieprocedure in een individuele zaak.

De rechtbank leidt uit deze stukken, als ook uit de brief d.d. 31 juli 2008 van de minister van Justitie, af dat de redenen voor de opschorting erin zijn gelegen dat uit onderzoek van de Nederlandse ambassade in Thailand naar de Cambodjaanse adoptieprocedure blijkt dat deze procedure op een aantal belangrijke punten niet voldoet aan de uitgangspunten en waarborgen, zoals deze zijn geformuleerd in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind en het Haags Adoptieverdrag 1993. Weliswaar was Cambodja op het moment van de opschorting nog niet toegetreden tot laatstgenoemd verdrag maar het beleid van Nederland is erop gericht de uitgangspunten en de waarborgen van het verdrag ook te doen gelden in geval van interlandelijke adoptie vanuit niet-verdragslanden. Inmiddels is Cambodja toegetreden tot het Haags Adoptieverdrag 1993. Van volledige implementatie van de regelgeving van het Verdrag is echter nog geen sprake. Nederland handhaaft het beleid en werkt niet samen met Cambodja totdat de adopties worden uitgevoerd conform de normen van voornoemd verdrag.

In Cambodja is, zo is door het Ministerie van Justitie gesteld, voor een zeer gering bedrag een geboortebewijs of een bewijs van verlatenheid te verkrijgen.

Het is daardoor bijna onmogelijk om de status (weeskind, vondeling) van een kind vast te stellen. Door verkrijging van een vals geboortebewijs of bewijs van verlatenheid kan de opname van kinderen in een weeshuis of adoptiecentrum geformaliseerd worden. Inmiddels is ook bekend dat het voor komt dat kinderen van hun zeer arme ouders worden gekocht door adoptiebemiddelaars. De ambassade heeft gemeld dat de biologische ouders vaak onbekend zijn met de adoptieprocedure of zelfs niet weten dat het afgestane kind voor interlandelijke adoptie in aanmerking komt. Tevens is gebleken dat de medewerkers van het Cambodjaanse ministerie dat zich bezighoudt met adoptie geen pleeggezinnen in Cambodja meer zoeken of zich inzetten voor binnenlandse adopties, hetgeen de eerste stap dient te zijn, maar dat interlandelijke adoptie momenteel de eerste optie is. Daarnaast is er sprake van ongepast geldelijk voordeel omdat er geen officieel tarief bestaat voor adoptie in Cambodja. Er zou tussen de $ 5.000,-- en $ 20.000,-- per adoptie worden betaald door de adoptiefouders.

Toetsingskader

Na kennisneming door de rechtbank van genoemde brieven diende zich bij de rechtbank een aantal verzoeken tot adoptie naar Nederlands recht (artt. 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW)) aan van in het buitenland wonende Nederlanders van kinderen afkomstig uit Cambodja. De rechtbank heeft zich beraden over de wijze waarop met deze verzoeken diende te worden omgegaan.

Vast staat dat hoofdstuk 3 van de Wet Conflictenrecht Adoptie (WCAd) betreffende de erkenning van een buitenlandse adoptie en haar rechtsgevolgen op deze verzoeken niet van toepassing is nu de verzoeken zich niet op de erkenning van die in het buitenland gegeven adoptiebeslissingen richten. Tevens staat vast dat de Wet Opneming Buitenlandse Kinderen ter Adoptie (WOBKA) op deze verzoeken niet van toepassing is nu verzoekers niet in Nederland wonen en het ook niet primair de bedoeling van verzoekers is om deze buitenlandse pleegkinderen met het oog op adoptie in Nederland te laten opnemen. Het is slechts de bedoeling om te adopteren naar Nederlands recht zodat de kinderen de Nederlandse nationaliteit zullen krijgen en zij in de toekomst samen met hun adoptiefouders Nederland kunnen binnenkomen.

De rechtbank ziet zich aldus geplaatst voor de beantwoording van de vraag of deze adopties voldoen aan de gronden en voorwaarden die de artikelen 1:227 en 1:228 BW daaraan stellen. Daarbij ziet de rechtbank aanleiding om, bij de beantwoording van de vraag of de adoptie in het specifieke geval in het kennelijk belang van de minderjarige is te achten, gelet op de omstandigheid dat de rechtbank kennis heeft genomen van de risico’s die aan deze adopties kleven, aanknoping te zoeken bij de waarborgen voor interlandelijke adoptie, zoals deze zijn neergelegd in het Haags Adoptieverdrag 1993 en de Wet Conflictenrecht adoptie.

Behandeling ter terechtzitting

Verzoekers hebben ter terechtzitting verklaard dat zij op het moment van adoptie in [plaats], Verenigde Arabische Emiraten woonden, alwaar verzoekers nog steeds woonachtig zijn. In [plaats] is het niet mogelijk om een kind te adopteren omdat adoptie naar Islamitisch recht niet is toegestaan. Adoptie door niet-moslims wordt wel getolereerd. Verzoekers hebben zich gewend tot bemiddelende organisaties en hun keuze laten vallen op een belangenorganisatie waar zij zich bij hebben aangesloten. Deze organisatie heeft een goede reputatie, aldus verzoekers.

Verzoekers zijn in contact gekomen met mensen die een kindje uit Cambodja hebben geadopteerd. Deze mensen hadden goede ervaringen met adoptie uit een bepaald weeshuis in Cambodja. Verzoekers hebben zich daarom tot dat weeshuis gewend alwaar zij direct informatie meekregen over de documenten die nodig zijn om de adoptieprocedure in gang te zetten. Verzoekers hebben ondervonden dat de Cambodjaanse overheid een aantal eisen stelt aan (interlandelijke) adoptie waaronder het vereiste van een “Home Study”. Gedurende deze “Home Study” vond elke week een gesprek plaats tussen verzoekers en een psychologe over, onder meer, de achtergrond van het kind, of verzoekers emotioneel klaar waren voor adoptie en of zij dezelfde ideeën hadden ten aanzien van adoptie. Deze “Home Study” is vergelijkbaar met de cursussen die in Nederland gevolgd moeten worden, aldus verzoekers. Verzoekers hebben verklaard dat er geen leeftijdscriteria gelden zoals in Nederland. Verzoekers hebben vervolgens de benodigde documenten aan het weeshuis overgelegd waarna de documenten zijn gecontroleerd en verzoekers een voorlopig akkoord hebben gekregen om tot adoptie over te gaan.

Verzoekers zijn vervolgens afgereisd naar Cambodja waar zij de minderjarige hebben ontmoet voor een zogenoemde “matching”. Verzoekers hebben de minderjarige direct geaccepteerd. Verzoekers zijn daarna teruggereisd naar [plaats]. Na ongeveer vier weken waren alle documenten in orde en was er een paspoort voor de minderjarige geregeld zodat verzoekers de minderjarige konden ophalen en meenemen naar [plaats]. Met betrekking tot de biologische ouders van de minderjarige hebben verzoekers vernomen dat de moeder van de minderjarige ongeveer drie dagen na de geboorte van de minderjarige is overleden. De vader van de minderjarige is onbekend. De “Village Chief” heeft de minderjarige naar het weeshuis gebracht.

Verzoekers hebben geprobeerd meer informatie te achterhalen over de ouders zodat zij de minderjarige later over haar achtergrond kunnen vertellen. Het weeshuis stimuleert dat ook.

Verzoekers hebben met voornoemde Village Chief gesproken. Hij heeft verzoekers verteld dat de minderjarige in een zeer arm dorp is geboren. In het dorp komen veel seizoenarbeiders die nog armer zijn. Toen de seizoenarbeiders uit het dorp vertrokken hebben zij de minderjarige in het dorp achtergelaten.

Ten aanzien van de kosten hebben verzoekers verklaard dat vooraf een tarieflijst is overgelegd door het weeshuis. Verzoekers hebben eenmaal een bedrag van $ 7.500,-- betaald aan het weeshuis. Er zijn geen andere kosten gedeclareerd.

Desgevraagd verklaren verzoekers dat zij niet de ervaring hebben gehad zoals dat uit de brief van het Ministerie van Justitie naar voren komt. Verzoekers zijn zich er van bewust dat er bij adopties uit arme landen veel mis kan zijn. Daarom hebben verzoekers een weeshuis uitgezocht waar anderen goede ervaringen mee hadden. Verzoekers verklaren dat bij hun beste weten het door hen uitgekozen weeshuis een betrouwbaar kanaal was om tot adoptie te komen. Voornoemde brief van het Ministerie van Justitie was verzoekers niet bekend. Gedurende de adoptieprocedure, toen verzoekers een “letter of no objection” nodig hadden van de Nederlandse autoriteiten, kwam aan het licht dat er bezwaren bestonden tegen adopties uit Cambodja. De consul in Dubai heeft verzoekers medegedeeld dat zonder toestemming van de Nederlandse autoriteiten geen “letter of no objection” afgegeven kon worden. Dit document is echter een vereiste van de Cambodjaanse autoriteiten om de adoptie doorgang te laten vinden. De consul heeft overleg gevoerd met Nederland en verzoekers hebben vervolgens de “letter of no objection” ontvangen zodat de adoptie door kon gaan. Verzoekers verklaren dat de bezwaren van de omvang zoals verwoord in de brief van de minister hen niet bekend waren.

Verzoekers hadden van hun advocaat vernomen dat het, blijkens een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, voldoende was indien zij gelegaliseerde documenten hadden. Verzoekers verklaren dat het hen niet duidelijk was dat er zoveel problemen waren.

Van de zijde van de minister is ter terechtzitting – kort samengevat – het volgende verklaard. Cambodja is inmiddels toegetreden tot het Haags Adoptieverdrag 1993. In samenspraak met Unicef wordt gewerkt aan het opstellen van Cambodjaanse wetgeving op het gebied van interlandelijke adoptie. Nederland zal echter de interlandelijke adoptie vanuit Cambodja niet hervatten tot het moment waarop effectieve implementatie van wetgeving en mechanismen om het Haags Adoptieverdrag 1993 uit te voeren heeft plaatsgevonden.

De ambtenaar heeft ter terechtzitting verklaard naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting geen nadere opmerkingen te hebben en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Toetsing artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek

Blijkens het stuk Certificate of Adoption van de Ministry of Social Affairs, Veteran and Youth Rehabilitation d.d. 14 september 2006 is volgens Cambodjaans recht op die datum de adoptie van de minderjarige ten gunste van verzoekers tot stand gekomen. Verzoekers kunnen worden geacht te zijn bekleed met een vorm van gezag over de minderjarige die overeenkomt met het gezag over minderjarigen volgens Nederlands recht.

Bij de in het geding gebrachte stukken bevindt zich een kopie van het paspoort op naam van de minderjarige. De rechtbank concludeert derhalve dat overeenkomstig het nationale recht van de minderjarige is ingestemd met het vertrek van de minderjarige.

Verzoeker, geboren op [datum] 1963 te [plaats] en verzoekster, geboren op [datum] 1963 te [plaats], zijn met elkander gehuwd op [datum] 2000 te [plaats].

Verzoekers hebben tenminste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het adoptieverzoek met elkander samengeleefd. Zij hebben de minderjarige in september 2006 in hun gezin opgenomen en hebben haar sindsdien derhalve gedurende ten minste één jaar verzorgd en opgevoed.

Blijkens het stuk Extract of Birth Certificate zijn er geen gegevens bekend van de biologische ouders van de minderjarige. De biologische ouders van de minderjarige zijn niet openbaar opgeroepen, daar de minderjarige in Cambodja reeds door verzoekers is geadopteerd.

Het is aannemelijk geworden dat de biologische ouders van de minderjarige niet of niet langer het gezag over de minderjarige hebben.

Het is de rechtbank voldoende gebleken dat de minderjarige over de gevolgen van de adoptie is voorgelicht in de mate die past bij haar leeftijd en ontwikkeling.

De rechtbank stelt voorop dat het, gelet op met name de corruptie in Cambodja, voor de rechtbank moeilijk is zich een betrouwbaar oordeel te vormen over de zorgvuldigheid van de gevolgde adoptieprocedure.

Voorts is het de vraag welke waarde kan worden toegekend aan de verificatoire bescheiden die verzoekers hebben overgelegd aangezien tegen betaling valse documenten verkregen kunnen worden. De rechtbank zal haar oordeel vormen op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en de ter terechtzitting afgelegde verklaringen.

De rechtbank is van oordeel dat vaststaat dat de Certificate of Adoption van de Ministry of Social Affairs, Veteran and Youth Rehabilitation d.d. 14 september 2006 overeenkomstig de plaatselijke voorschriften en door een bevoegde instantie is opgemaakt. Dit stuk is conform de legalisatiecirculaire van het Ministerie van Justitie gelegaliseerd door het Cambodjaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en vervolgens door de Cambodjaanse ambassade te Bangkok, Thailand en de Nederlandse ambassade te Bangkok, Thailand. De rechtbank heeft geen reden tot twijfel aan de echtheid van dit document. Echter, zoals eerder vermeld is de rechtbank niet in staat te beoordelen of er een behoorlijke rechtspleging heeft plaatsgevonden voorafgaande aan de afgifte van dit document. Ter terechtzitting heeft de rechtbank zich er voldoende van overtuigd dat verzoekers zich niet met illegale adoptiepraktijken hebben ingelaten en zij te goeder trouw hebben gehandeld conform de procedure die in Cambodja gevolgd dient te worden om een kind te kunnen adopteren.

Nu de minderjarige inmiddels twee jaar bij de adoptiefouders verblijft en het in haar belang is dat in deze situatie geen wijziging wordt gebracht acht de rechtbank het in het belang van de minderjarige dat de adoptie naar Nederlands recht wordt uitgesproken waarmee de familierechtelijke betrekkingen tussen de minderjarige en verzoekers tot stand komen.

Naar het oordeel van de rechtbank is met het vorenstaande aan de artikelen 1:227 en 1:228 BW – voor zover in deze zaak van toepassing – voldaan en dient het verzoek derhalve te worden toegewezen. De rechtbank beslist aldus.

Namen

Nu de rechtbank heeft overwogen dat de adoptie van de minderjarige zal worden uitgesproken zijn op het verzoek tot voornaamswijziging achtereenvolgens de artikelen 4 en 2 Wet conflictenrecht namen van toepassing. Ongeacht of de minderjarige nog een andere nationaliteit heeft, meent de rechtbank dat – vooruitlopend op de verkrijging van het Nederlanderschap door de minderjarige – thans reeds op het verzoek tot oornaamswijziging kan worden beslist volgens Nederlands recht. Het verzoek tot voornaamswijziging kan als op de wet gegrond worden toegewezen.

Verzoekers staan reeds in familierechtelijke rechtsbetrekking tot een kind dat de geslachtsnaam van verzoeker heeft, zodat de minderjarige op grond van artikel 1:5 lid 8 BW van rechtswege de geslachtsnaam [achternaam] krijgt.

Beslissing

De rechtbank:

spreekt uit de adoptie van:

[minderjarige], geboren op [datum] 2006 te [plaats], door [verzoeker], geboren op [datum] 1963 te [plaats] en [verzoekster], geboren op [datum] 1963 te [plaats];

gelast de wijziging van de voornaam [voornaam] van de minderjarige in de voornamen: [voornamen].

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G.J. Brink, C.W. de Wit en M. Rootring, kinderrechters, bijgestaan door P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2008.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature