< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

MK Gezag. Bij eerdere beschikking is het verzoek vd CA tot teruggeleiding vd minderjarige naar de VS afgewezen. Thans is het verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag toegewezen, nu de minderjarige klem zit in de strijd tussen de ouders. Omgangsregeling met moeder gedurende een dagdeel per week op neutrale plaats, buiten bijzijn vader en in aanwezigheid van een volwassen persoon die door de minderjarige wordt vertrouwd. Hierbij denkt de rechtbank aan een grootouder of een professional.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: 06-6923

Zaaknummer: 277184

Datum beschikking: 26 november 2008

Gezag, gewone verblijfplaats en omgangsregeling

Beschikking op het op 21 november 2006 ingekomen verzoek van:

[de vader]

wonende te [woonplaats]

advocaat: mr. C.L.M. Smeets te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder]

wonende te [plaats] Californië (Verenigde Staten van Amerika, hierna: VS),

advocaat: mr. R.A. Korver te Amsterdam.

Feiten

Genoemde vader en moeder zijn gewezen echtgenoten, van wie het op 29 juni 1996 te [plaats] gesloten huwelijk op 29 september 2005 door inschrijving van de echt-scheidingsbeschikking d.d. 21 september 2005 is ontbonden. Partijen zijn de ouders van de thans nog minderjarige:

[zoon A.], geboren op [datum] 2002 te Rotterdam.

De ouders zijn tezamen belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige, hij verblijft feitelijk bij zijn vader.

De vader heeft de Nederlandse nationaliteit en de moeder is Amerikaans staatsburger. De minderjarige heeft de Nederlandse nationaliteit en is tevens Amerikaans staatsburger.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

- het verzoekschrift van de vader d.d. 21 november 2006;

- het aanvullende verzoekschrift van de vader d.d. 1 augustus 2007;

- de brief d.d. 21 november 2007 van de zijde van het Ministerie van Justitie;

- de brief d.d. 3 maart 2008 van de zijde van de vader;

- de brief d.d. 22 augustus 2008 van de zijde van de vader;

- het faxbericht d.d. 10 oktober 2008 van de zijde van de vader;

- het faxbericht d.d. 13 oktober 2008 van de zijde van de moeder;

- het faxbericht d.d. 27 oktober 2008 van de zijde van de vader;

- het faxbericht d.d. 27 oktober 2008 van de zijde van de moeder;

- de brief met bijlagen d.d. 31 oktober 2008 van de zijde van de vader;

- de brief met bijlagen d.d. 3 november 2008 van de zijde van de moeder;

- het preliminaire verweerschrift van de moeder;

- het faxbericht met bijlagen d.d. 4 november 2008 van de zijde van de vader;

- het faxbericht met bijlage d.d. 4 november 2008 van de zijde van de vader;

- het inhoudelijke verweerschrift van de moeder.

De mondelinge behandeling van het verzoek van de vader aangaande het gezag, de gewone verblijfplaats en de omgangsregeling zou ter terechtzitting van 28 november 2007 plaatsvinden, maar is aangehouden in verband met het door de moeder geïnitieerde verzoek van de Centrale Autoriteit tot teruggeleiding van de minderjarige naar de VS.

Bij beschikking van 3 juni 2008 van deze rechtbank is het verzoek tot teruggeleiding naar de VS afgewezen.

Bij beschikking van 15 oktober 2008 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage is de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep.

Op 5 november 2008 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat en een advocaatstagiair, alsmede de moeder bijgestaan door haar advocaat en een tolk, mevrouw F. Veldhuyzen. Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vader luidt thans als volgt:

- primair: het gezamenlijk gezag van partijen beëindigen en bepalen dat de vader alleen met gezag over de minderjarige wordt belast;

- daarbij een omgangsregeling vast te stellen waarbij de minderjarige totdat de vertrouwensrelatie is hersteld, omgang zal hebben met de moeder in aanwezigheid van de vader of een ander vertrouwd persoon;

- waarbij hij op termijn in Nederland bij moeder zal zijn:

• gedurende twee weken in de zomervakantie,

• gedurende een week in de kerstvakantie,

• gedurende een week in de herfst- of voorjaarsvakantie, een en ander in overleg tussen partijen te bepalen, waarbij de omgang totdat vertrouwenssituatie tussen partijen is genormaliseerd in aanwezigheid van de vader of een ander vertrouwd persoon zal plaatsvinden;

- subsidiair: de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader bepalen, met vaststelling van een omgangsregeling met de moeder als omschreven bij het primaire verzoek;

- kosten rechtens.

De moeder heeft haar preliminaire verweren ter terechtzitting ingetrokken. Zij heeft op inhoudelijke gronden verweer gevoerd tegen de verzoeken van de vader. Haar verweer strekt tot afwijzing van deze verzoeken.

Tevens heeft de moeder zelfstandig verzocht:

- zolang partijen en de minderjarige in verschillende landen woonachtig zijn, een omgangsregeling vast te stellen, waarbij de minderjarige bij de moeder zal zijn: gedurende alle vakanties van de minderjarige;

-indien partijen en de minderjarigen allen in Nederland wonen: een omgangsregeling vast te stellen, waarbij de minderjarige de ene helft van de tijd bij de vader zal verblijven en de andere helft bij de moeder (co-ouderschap);

-een (voorlopige) omgangsregeling vast te stellen totdat de rechtbank een definitieve uitspraak heeft gedaan.

Nu partijen ter terechtzitting hebben verklaard in onderling overleg afspraken te maken over de omgang voor de periode tot de beschikking wordt gegeven, verstaat de rechtbank het laatstgenoemde verzoek van de moeder als ingetrokken.

Beoordeling

Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot voorziening in het gezag over de minderjarige, het verzoek tot vaststelling van de gewone verblijfplaats en het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling.

Het gezag

De vader verzoekt om voortaan alleen met het gezag over de minderjarige te worden belast. Hij stelt dat er na de echtscheiding tussen partijen zoveel is gebeurd dat de gezamenlijke gezagsuitoefening dient te worden beëindigd. Hij voert aan dat er na de echtscheiding conflicten zijn ontstaan over de uitvoering van de afgesproken zorgregeling en dat hij – ook met inschakeling van een deskundige – diverse malen heeft geprobeerd met de moeder te overleggen. Helaas is de verstandhouding in de loop der jaren zodanig verslechterd dat communicatie tussen partijen thans onmogelijk is geworden.

Daarnaast vertrouwt de vader zijn gewezen echtgenote niet meer. Dit vertrouwen is vele malen geschonden, niet in de laatste plaats door de incidenten die in september 2008 (met inschakeling van de politie trachten de minderjarige bij de vader vandaan te halen) en in oktober 2008 (poging om de minderjarige na schooltijd mee te nemen) hebben plaatsgevonden. De minderjarige is door deze incidenten zeer angstig geworden. Hij is aangetast in zijn gevoel van veiligheid en is bang dat zijn moeder hem bij zijn vader zal weghalen. De minderjarige zit thans klem tussen zijn beide ouders, aldus de vader.

De moeder stelt dat partijen bij het uiteengaan een convenant hebben gesloten, waarin ook een zorgregeling voor de minderjarige is opgenomen. Op grond van de gemaakte afspraken zou [zoon A.] inmiddels bij haar in de VS moeten wonen. De moeder wil dat hij bekend raakt met het land waar zij is opgegroeid, kennis maakt met haar familie en vrienden en in de VS naar de lagere school gaat. Met dit doel is zij ook de procedure tot teruggeleiding van de minderjarige naar de VS gestart.

De moeder erkent dat er geen communicatie meer tussen partijen plaatsvindt, maar dat komt volgens haar voor rekening van de vader. Ondanks dat er in de afgelopen jaren veel is gebeurd en er conflicten zijn geweest, is de moeder altijd bereid geweest tot overleg. Zij heeft echter bemerkt dat de vader zich niet aan gemaakte afspraken houdt.

De rechtbank overweegt als volgt.

Partijen hebben in het kader van hun echtscheiding een convenant gesloten waarin zij de gevolgen van de echtscheiding, ook aangaande de minderjarige, hebben geregeld. Het gezamenlijk gezag over de minderjarige is na de echtscheiding in stand gebleven.

De omstandigheden zijn sinds de echtscheiding en het sluiten van het convenant (juli 2005 en aanvullend convenant in januari 2006) ingrijpend gewijzigd. Partijen leven thans op gespannen voet met elkaar en door de conflicten en incidenten is er geen communicatie meer mogelijk.

Als gevolg van het sterke wantrouwen tussen de ouders, vooral van de vader naar de moeder toe, is naar het oordeel van de rechtbank niet te verwachten dat de communicatie tussen partijen op redelijke termijn zal verbeteren. Partijen hebben in het verleden zonder succes mediation beproefd. De moeder staat thans nog wel open voor een nieuwe poging tot mediation, maar de vader is hier niet (langer) toe bereid.

De minderjarige wordt in zijn jonge leven al een aantal jaren geconfronteerd met de strijd die zijn ouders voeren. De incidenten die hebben plaatsgevonden in september 2008 en oktober 2008 hebben zijn basisgevoel van veiligheid aangetast. De minderjarige zit klem tussen zijn ouders, die beiden de wens hebben voor hem te zorgen en daarover strijden. De rechtbank is van oordeel dat aan deze, voor de minderjarige zeer belastende situatie, een eind moet komen. Hiertoe zal de rechtbank de vader, die sinds het uiteengaan van partijen steeds de zorg voor de minderjarige heeft gehad, het eenhoofdig gezag toekennen.

De verblijfplaats van de minderjarige

Nu de rechtbank het verzoek van de vader om met het eenhoofdig gezag over de minderjarige te worden belast zal toewijzen, behoeft zijn verzoek om de gewone verblijfplaats van de minderjarige bij de vader te bepalen geen bespreking meer.

De omgangsregeling

De vader verzoekt een begeleide omgangsregeling vast te stellen, onbegeleide omgang is naar zijn mening in de gegeven omstandigheden niet mogelijk. Omgang bij een omgangshuis, of omgang die wordt begeleid door mevrouw Holleman is het enig haalbare. Het contact met de moeder is reeds lange tijd verbroken en de minderjarige is door de incidenten die hebben plaatsgevonden zeer angstig geworden. Ook de vader zelf heeft alle vertrouwen in de moeder verloren en hij vreest dat zij bij onbegeleide omgang zal trachten de minderjarige mee te nemen naar de VS.

De moeder wenst, in het geval zij in de VS blijft wonen, een omgangsregeling waarbij zij de minderjarige gedurende alle schoolvakanties bij zich zal hebben. Indien de moeder weer in Nederland komt wonen, wenst zij de verzorging van de minderjarige voor de helft van de tijd op zich te nemen. Zij verzoekt voor dat geval een co-ouderschapregeling. Omgangsbegeleiding door mevrouw Holleman wordt door de moeder van de hand gewezen, op grond van het argument dat deze psychologe heeft aangegeven zich naar de ouders toe niet onpartijdig te kunnen opstellen, nu zij uitsluitend in het belang van de minderjarige wil handelen.

De rechtbank stelt voorop dat zij het in het belang van de minderjarige acht dat er omgang met de moeder plaatsvindt.

In de gegeven situatie, waarbij de ouders een jarenlange strijd over de minderjarige hebben gevoerd, de omgang stil heeft gelegen en het vertrouwen van de vader en de minderjarige in de moeder moet worden hersteld, acht de rechtbank begeleide omgang de aangewezen vorm van contact.

Nu de moeder bezwaren heeft tegen begeleiding van de omgang door mevrouw Holleman, zal de rechtbank bepalen dat de omgang tussen de moeder en de minderjarige dient plaats te vinden buíten aanwezigheid van de vader, maar ín aanwezigheid van een volwassen persoon die door de minderjarige wordt vertrouwd. Hierbij denkt de rechtbank aan een grootouder of een professional.

De rechtbank is van oordeel dat begeleide omgang in een Omgangshuis vanwege de lange wachttijden en het feit dat de moeder in de VS woont, geen reële mogelijkheid biedt.

De rechtbank zal wat de frequentie betreft bepalen dat in het geval de moeder in de VS blijft wonen, zij tijdens haar bezoeken aan Nederland begeleide omgang met de minderjarige zal hebben gedurende één dagdeel per week.

Indien de moeder er voor kiest om weer in Nederland te komen wonen, zal in beginsel voormelde regeling gelden, met dien verstande dat deze vanaf het moment dat het vertrouwen van de vader en de minderjarige in de moeder is hersteld, uitgebreid kan worden naar een onbegeleide regeling gedurende één zaterdag of zondag per week. Partijen kunnen in onderling overleg tot verdere uitbreiding van de omgangsregeling beslissen.

De proceskosten

Gelet op het feit dat partijen ex-echtgenoten zijn en het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de echtscheidingsbeschikking

d.d. 21 september 2005 en de door partijen gesloten convenanten –:

bepaalt dat voortaan alleen aan de vader het gezag toekomt over de minderjarige:

- [zoon A.], geboren op [datum] 2002 te Rotterdam;

bepaalt dat er tussen de moeder en de minderjarige omgang zal zijn:

- zolang de moeder haar woonplaats heeft in de VS: tijdens haar bezoeken aan Nederland, gedurende één dagdeel per week, op een neutrale plaats, buíten aanwezigheid van de vader en ín aanwezigheid van een volwassen persoon die door de minderjarige wordt vertrouwd;

- in het geval de moeder haar woonplaats heeft in Nederland: gedurende één dagdeel per week, op een neutrale plaats, buíten aanwezigheid van de vader en ín aanwezigheid van een volwassen persoon die door de minderjarige wordt vertrouwd;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M. van Loenhoud, M.J. Alt-van Endt en C.F. Mewe, kinderrechters, bijgestaan door mr. E. Noorlander als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2008


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature