E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4601
LJN BG4601, Rechtbank 's-Gravenhage, Awb 08/38051

Inhoudsindicatie:

Herhaalde aanvraag / bekeerde christen / Iran / beoordeling geloofwaardigheid bekering

Bekering van verzoeker in eerdere procedure ongeloofwaardig geacht. Verzoeker legt thans stukken over waaruit zijn bekering en zijn betrokkenheid bij de Perzische Kerk Kores zou moeten blijken. Ter zitting zijn 2 getuigen gehoord die verzoekers bekering ondersteunen. Naar het oordeel van de rechter kan aan de verklaringen van de getuigen niet zonder meer voorbij worden gegaan, enkel op grond van de omstandigheid dat de getuigen reeds in de vorige procedure hadden kunnen worden gehoord. Niet kan worden uitgesloten dat ten aanzien van verzoeker, anders dan in de vorige procedure is geoordeeld, sprake is van een oprechte bekering tot het christendom. Voor zover thans van de geloofwaardigheid van de bekering moet worden uitgegaan is van belang het uiteindelijke oordeel van de meervoudige kamer Zwolle waar het beroep is behandeld van een in Nederland tot het christendom bekeerde Iraniër van wie verweerder de bekering niet ongeloofwaardig heeft geacht. Bij afweging van de betrokken belangen is dit voldoende om het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen.

Voorts is voor de beoordeling een aantal principiële vragen van belang, zoals:

-de vraag op welke wijze personen van Iraanse nationaliteit die in Nederland zijn bekeerd tot het christendom in een herhaalde asielprocedure hun bekering alsnog aannemelijk kunnen maken, indien in een eerdere procedure de bekering ongeloofwaardig is geacht. Immers, niet valt uit te sluiten dat iemand, van wie eerder de bekering ongeloofwaardig is geacht omdat betrokkene weinig kennis had over het christelijke geloof, in staat blijkt alsnog nader bewijs bij te brengen van zijn bekering en/of op een later moment wel in staat is voldoende uitgebreid te verklaren omtrent essentiële aspecten van het christelijke geloof;

-de vraag welke eisen ten aanzien van het bewijs van een gestelde bekering aan de betrokken vreemdeling dienen te worden gesteld;

-de vraag in hoeverre en op welke wijze de rechtbank dergelijk bewijs, gelet op het toetsingskader bij herhaalde aanvragen, dient te toetsen.

De voorlopige voorzieningenprocedure leent zich niet voor het beantwoorden van deze principiële vragen. Het ligt in de rede dat te zijner tijd in de bodemprocedure een meervoudige kamer zich over deze vragen zal buigen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie