< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Sticker arbeidsmarktaantekening / ambtelijke misslag / voorwaarden

Eiser kreeg in 2006 een sticker in zijn paspoort omdat hij bezwaar of beroep mocht afwachten. Het was hem toegestaan arbeid te verrichten. De sticker die in 2007 in zijn paspoort is geplaatst vermeldde dat het eiser niet was toegestaan te werken. Eiser stelt dat er sprake is van opgewekt vertrouwen. Verweerder stelt dat arbeidsmarktaantekening van 2006 berust op een ambtelijke misslag omdat eiser nimmer een verblijfsvergunning heeft gehad.

In het bestreden besluit is niet aangegeven uit welke wet- en regelgeving volgt dat het alleen houders van een verblijfsvergunning is toegestaan arbeid te verrichten. De rechtbank wijst voorts in dit verband op de tekst van de sticker. Deze sticker heeft specifiek betrekking op vreemdelingen van wie de uitzetting achterwege wordt gelaten hangende de beslissing op een bezwaar of beroep. Deze vreemdelingen zijn niet in het bezit van een verblijfsvergunning. Niettemin is op de sticker opgenomen ‘arbeid wel/niet toegestaan; tewerkstellingsvergunning wel/niet vereist’. Zou het deze categorie vreemdelingen zonder meer niet zou zijn toegestaan arbeid te verrichten, dan lijkt het opnemen van een keuzemogelijkheid voor wat betreft het al dan niet mogen verrichten van arbeid zinledig.

Aldus kan verweerders standpunt dat van een misslag sprake is niet worden gedragen door hetgeen daaraan ten grondslag is gelegd. Besluit genomen in strijd met 7:12 Awb, beroep gegrond. Gelet op het voorgaande kan de rechtbank onbesproken laten eisers stelling dat het vertrouwensbeginsel is geschonden.

Uitspraak



RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

nevenzittingsplaats Zwolle

Sector Bestuursrecht, Enkelvoudige Kamer voor Vreemdelingenzaken

Registratienummer: Awb 08/9857

Uitspraak

in het geding tussen:

[eiser],

geboren op [datum] 1967,

van Turkse nationaliteit,

IND dossiernummer [...], eiser,

gemachtigde mr. C.A. Madern, advocaat te

Amsterdam;

en

De Staatssecretaris van Justitie,

(Immigratie- en Naturalisatiedienst),

te ’s-Gravenhage,

vertegenwoordigd door mr. J.C. aan 't Goor,

ambtenaar ten departemente, verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief van 11 juni 2008 heeft eiser verweerder verzocht om een nieuwe sticker in zijn paspoort te plaatsen waarop, anders dan op de aangebrachte sticker, staat dat arbeid is toegestaan. Bij brief van 27 augustus 2007 heeft verweerder aangegeven de brief van 11 juni 2008 aan te merken als een bezwaar gericht tegen een feitelijke handeling in de zin van artikel 72, derde lid, Vreemdelingenwet 2000 . Bij besluit van 21 februari 2008 is het bezwaar ongegrond verklaard.

Bij brief van 18 maart 2008 is daartegen beroep ingesteld. Het beroep is voorzien van gronden bij brief van 16 april 2008. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is ter zitting van 3 oktober 2008 behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

2. Overwegingen

2.1 Blijkens de gronden van beroep en het verhandelde ter zitting is het geschil beperkt tot de vraag of verweerder ervan af heeft kunnen zien een sticker in het paspoort van eiser aan te brengen waarop staat dat het eiser is toegestaan arbeid te verrichten. Ook al heeft de in het geding zijnde sticker betrekking op 2007, eiser heeft desondanks belang bij een uitspraak van de rechtbank omdat het probleem zich ieder halfjaar opnieuw voordoet.

2.2 Voor zover thans van belang heeft verweerder in het bestreden besluit overwogen dat eiser nimmer in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning op grond waarvan het hem was toegestaan arbeid te verrichten. Dat in het verleden wel een sticker in zijn paspoort is aangebracht waarop stond dat het hem was toegestaan arbeid te verrichten, berust op een ambtelijke misslag. Van opgewekt vertrouwen is in dit geval geen sprake.

2.3 Eiser heeft aangevoerd dat verweerder geen ambtelijke misslag heeft begaan. Aan eiser is in eerste instantie een verblijfsvergunning geweigerd omdat hij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf. Gelet op de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese gemeenschappen van 20 september 2007 is dat in strijd met artikel 41 van het Aanvullend protocol . De beroepen van eiser en zijn echtgenote zullen dan ook gegrond worden verklaard. De ambtenaar die de sticker van 27 november 2006 heeft geplaatst, waarop stond dat het eiser was toegestaan arbeid te verrichten, heeft dan ook juist gehandeld. Verweerder had in 2007 dan ook eenzelfde sticker dienen af te geven.

2.4 De rechtbank overweegt dat in het bestreden besluit niet is aangegeven uit welke wet- en regelgeving volgt dat het alleen houders van een verblijfsvergunning is toegestaan arbeid te verrichten. De rechtbank wijst voorts in dit verband op de tekst van de sticker. Deze sticker heeft specifiek betrekking op vreemdelingen van wie de uitzetting achterwege wordt gelaten hangende de beslissing op een bezwaar of beroep. Deze vreemdelingen zijn niet in het bezit van een verblijfsvergunning. Niettemin is op de sticker opgenomen ‘arbeid wel/niet toegestaan; tewerkstellingsvergunning wel/niet vereist’. Zou het deze categorie vreemdelingen zonder meer niet zou zijn toegestaan arbeid te verrichten, dan lijkt het opnemen van een keuzemogelijkheid voor wat betreft het al dan niet mogen verrichten van arbeid zinledig.

Aldus kan verweerders standpunt dat van een misslag sprake is niet worden gedragen door hetgeen daaraan ten grondslag is gelegd.

Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering. Verweerder heeft ter zitting aangegeven bereid te zijn de voorgaande punten nader te onderzoeken en de gewenste opheldering te verschaffen. De rechtbank ziet, reeds gelet op het geconstateerde motiveringsgebrek, geen aanleiding verweerder daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen, temeer nu verweerder in de beschikking in primo, het bestreden besluit maar ook in het verweerschrift daartoe voldoende gelegenheid heeft gehad.

Gelet op het voorgaande kan de rechtbank onbesproken laten eisers stelling dat het vertrouwensbeginsel is geschonden.

2.5 Het beroep zal gegrond worden verklaard. Het bestreden besluit zal worden vernietigd omdat het is genomen in strijd met artikel 7:12 Algemene wet bestuursrecht .

2.6 Er bestaat aanleiding voor veroordeling van verweerder in de kosten die eiser in verband het de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

3. Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 21 februari 2008;

- bepaalt dat verweerder opnieuw op het bezwaar dient te beslissen, met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 644,= onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als rechtspersoon die deze kosten aan eiser dient te voldoen;

- gelast dat de Staat der Nederlanden het griffierecht ad € 145,= aan eiser vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.C. van Rijckevorsel-Besier en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van drs. M.P. de Zwart als griffier, op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van “Hoger beroep vreemdelingenzaken”, postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage.

Artikel 85 Vw 2000 bepaalt in dat verband dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat. Artikel 6:6 Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature