E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2008:BF6839
LJN BF6839, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 08/5613

Inhoudsindicatie:

Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet / WBV 2007/11 / besluit / aanvraag

De rechtbank overweegt allereerst dat de weigering eiseres een aanbod te doen op grond van WBV 2007/11 is neergelegd in een (concept) minuut, zodat voldaan is aan het in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb , gestelde schriftelijkheidsvereiste. Deze minuut is toegezonden aan de gemachtigde van eiseres. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat de minuut in beginsel een intern stuk is, dat slechts bedoeld is ter voorbereiding van een door verweerder te nemen besluit. Indien de beslissing is genomen geen aanbod te doen op grond van WBV 2007/11 vindt echter geen verdere besluitvorming plaats. De aantekening van deze beslissing in de minuut is dan de enige schriftelijke vastlegging van deze beslissing. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de minuut kan worden gezien als de schriftelijke weergave van de beslissing geen aanbod als bedoeld in WBV 2007/11 te doen.

De rechtbank is verder van oordeel dat de weigering van verweerder om eiseres een aanbod te doen op grond van de pardonregeling, een rechtshandeling is die gericht is op rechtsgevolg. Die weigering behelst naar het oordeel van de rechtbank een beoordeling, waarbij is getoetst of eiseres al dan niet aan de voorwaarden voldoet om in aanmerking te komen voor een aanbod. Deze beoordeling is een vaststaand gegeven voor verdere besluitvorming - zo wordt na een weigering de uitzetting voortvarend ter hand genomen - en is bepalend voor de vraag of een aanbod voor een pardonvergunning wordt gedaan. Dit element van vaststelling, als gevolg waarvan eiseres wordt uitgesloten van een bevoorrechte positie ten aanzien van het verkrijgen van een verblijfsvergunning, heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende zelfstandige betekenis om te aanvaarden dat het op rechtsgevolg is gericht.

Ten aanzien van het standpunt van verweerder dat eiseres kan opkomen tegen de weigering om haar een aanbod te doen, door het doen van een aanvraag, overweegt de rechtbank dat zij daarin verweerder niet kan volgen. Daartoe overweegt de rechtbank dat de staatssecretaris op 6 juni 2007 in de Tweede Kamer heeft aangegeven (TK 2006-2007, 31018 nr 3, p. 17) dat, ook al voldoet de vreemdeling de leges, een inhoudelijke beoordeling niet zal plaatsvinden, daar men stuit op het mvv-vereiste, zodat verwacht mag worden dat in beginsel onmiddellijk afwijzing volgt op basis van het ontbreken van geldige mvv. Een inhoudelijke beoordeling of eiseres in aanmerking komt voor een pardonvergunning ligt in een dergelijk geval, gelet op paragraaf 5.4 van de pardonregeling en de mededeling van de staatssecretaris, dan ook niet in de rede.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie