< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Bewaring / Sierra Leone / zicht op uitzetting

Waar eerder nog (in de voortgangsrapportage) werd vermeld dat uiterlijk 1 september 2008, respectievelijk 2 september 2008, afspraken gemaakt zouden worden over de datum van de nieuwe Task Force respectievelijk de presentatiedata en afgifte van laissez passer, blijkt uit het faxbericht van 4 september 2008 van verweerder niets omtrent concrete afspraken. Op welke termijn de nieuwe Task Force van start kan gaan, op welke termijn dus de presentaties zullen worden hervat en tot afgifte van laissez passer kan worden overgegaan, blijft onduidelijk. Mede gelet op het feit dat de bewaring van eiser reeds meer dan zes maanden duurt, is de rechtbank daarom van oordeel dat op dit moment voor eiser niet meer gezegd kan worden dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat.

Uitspraak



RECHTBANK ‘s-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Zutphen

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nr.: AWB 08/30876 VRONTN

Uitspraak in het geding tussen de vreemdeling genaamd althans zich noemende:

[eiser]

geboren op [datum] 1979,

van Sierra Leoonse nationaliteit

verblijvende in detentiecentrum Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn,

V-nummer: [nummer],

eiser,

gemachtigde: mr. M.J.C. van den Hoff, advocaat te Veldhoven,

en

de Staatssecretaris van Justitie

verweerder,

gemachtigde: S. Knoop-Alberts, werkzaam bij de IND.

1. Procesverloop

Eiser heeft tegen het voortduren van de bewaring op 26 augustus 2008 beroep ingesteld. Het beroep strekt tevens tot toekenning van schadevergoeding.

Het beroep is behandeld ter zitting van 3 september 2008. Eiser is daarbij in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

Het onderzoek ter zitting is geschorst, teneinde verweerder nadere informatie te laten verstrekken. Op 4 september 2008 heeft verweerder de gevraagde informatie schriftelijk ingebracht. Eisers gemachtigde heeft hierop op dezelfde datum een schriftelijke reactie gegeven. Beide partijen hebben toestemming gegeven de zaak zonder verdere behandeling ter zitting af te doen. Hierop heeft de rechtbank het onderzoek op 5 september 2008 gesloten.

2. Overwegingen

2.1 De rechtbank stelt voorop dat het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring, opgelegd op 13 februari 2008, laatstelijk bij uitspraak van 23 juli 2008

(AWB 08/24133) ongegrond is verklaard. Thans staat uitsluitend ter beoordeling of het voortduren van de bewaring sedert het sluiten van het onderzoek in die procedure rechtmatig is.

2.2 Eiser heeft aangevoerd dat geen zicht bestaat op uitzetting op korte termijn en dat verweerder onvoldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser werkt, nu na zeven maanden bewaring nog steeds niet bekend is of en zo ja wanneer eiser kan worden gepresenteerd en of een laissez passer wordt afgegeven. Bovendien is volgens eiser uitzetting niet mogelijk, in verband met een ingediend verzoek om voorlopige voorziening, waarvan verweerder ten onrechte heeft gesteld dat eiser de behandeling niet mag afwachten. Voorts is eiser van mening dat zijn belang bij opheffing van de bewaring zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij het voortduren daarvan, nu geen sprake is van zware criminele antecedenten, eiser psychische klachten heeft en het voortduren van de bewaring tevens een grote belasting is voor eisers partner en dochter. Volgens eiser mag ook geen doorslaggevende betekenis worden toegekend aan het feit dat hij heeft geweigerd om de laissez passer formulieren in te vullen.

2.3 Naarmate de bewaring voortduurt wordt het belang van de vreemdeling om in vrijheid te worden gesteld groter en na zes maanden bewaring weegt dat belang in het algemeen zwaarder dan het belang om de vreemdeling ter fine van uitzetting in bewaring te houden. Volgens paragraaf A6/5.3.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 kan die termijn van zes maanden onder meer overschreden worden, indien sprake is van:

- ongewenstverklaring of zware criminele antecedenten;

- frustratie door de vreemdeling van het onderzoek naar de vaststelling van de identiteit of nationaliteit;

- het feit dat de vreemdeling na de inbewaringstelling één of meerdere procedures ter verkrijging van een verblijfsvergunning is gaan voeren met het kennelijke doel om de uitzetting dan wel de verkrijging van een reisdocument te vertragen;

- het feit dat bij het bereiken van de termijn van zes maanden een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid bestaat dat de vreemdeling op korte termijn verwijderd wordt.

2.4 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser het onderzoek naar de vaststelling van zijn nationaliteit en identiteit heeft gefrustreerd door niet de in dit verband vereiste volledige en actieve medewerking te verlenen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiser nog tijdens een vertrekgesprek op 14 augustus 2008 heeft verklaard absoluut niet terug te willen naar Sierra Leone, maar alleen een nationaliteitsverklaring te willen verkrijgen. Eiser heeft ook van meet af aan geweigerd de laissez passer formulieren in te vullen. Alleen al gelet daarop heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat is voldaan aan het hiervoor omschreven beleid. Dat verweerder inmiddels, op 21 augustus 2008, een geboorteakte van eiser heeft ontvangen, is op dit moment onvoldoende voor een ander oordeel.

2.5 Omtrent de stelling van eiser dat niet voldoende zicht op uitzetting bestaat, overweegt de rechtbank als volgt.

Ten aanzien van het standpunt van eiser dat hij niet kan worden uitgezet zolang deze rechtbank, nevenzittingsplaats Roermond, geen uitspraak heeft gedaan op het door eiser ingediende verzoek om een voorlopige voorziening naar aanleiding van de afwijzing van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning op grond van het generaal pardon, is de rechtbank van oordeel dat, hoewel verweerder inmiddels heeft toegezegd dat eiser niet zal worden uitgezet voordat de behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden, verweerder niet hoeft te anticiperen op de uitspraak in die procedure.

De rechtbank zal daarop in dit kader evenmin vooruitlopen en ziet in de door eiser gestelde omstandigheden dan ook geen aanleiding om te oordelen dat er geen zicht op uitzetting is, te meer nu beide partijen aan de rechtbank hebben verzocht het verzoek zo spoedig mogelijk te behandelen.

Voor zover eiser beoogt met het schrijven van 8 augustus 2008 van het Bureau Jeugdzorg te betogen dat hij niet kan worden uitgezet vanwege de gedragsontwikkeling van zijn dochter, hetgeen door de rechtbank wordt opgevat als een beroep op artikel 8 van het (Europees) Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, overweegt de rechtbank dat aan deze brief niet de waarde kan worden gehecht die eiser daaraan gehecht wenst te zien, nu de enkele stelling in die brief dat het uiteraard ongunstig is voor de ontwikkeling van eisers dochter indien contact tussen haar en eiser nog langer zal uitblijven, bij gebreke van enige onderbouwing en toelichting omtrent de gezinssituatie, daarvoor onvoldoende is.

Omtrent de laissez passer aanvraag die op 19 mei 2008 is verzonden aan de autoriteiten van Sierra Leone overweegt de rechtbank als volgt.

Eiser is nog niet gepresenteerd. Onduidelijk is wanneer een presentatie zal kunnen plaatsvinden. Kennelijk zal zulks gebeuren in het kader van een zogenoemde Task Force. Hieromtrent is in de voortgangsrapportage (M120) van 28 augustus 2008 opgenomen:

“Op 31 juli heeft de afdeling LP (de heer [naam]) telefonisch contact gehad met de heer [naam] (BuZa Sierra Leone). De heer Goodwill heeft toegezegd voor 01-09-2008 een afspraak te maken wanneer de LP’s (Task Force Sierra Leone 24 + 26 + 27 + 28 mei) afgegeven zullen worden. Tevens zal er een datum voor de aanstaande Task Force Sierra Leone worden afgesproken.”

In de voortgangsrapportage (M120) van 2 september 2008 staat hierover het volgende vermeld:

“bericht van LP Kamer: op 02-09-2008 zullen er besprekingen plaats vinden tussen LP kamer en autoriteiten mbt maken van afspraken over presentatiedata en afgifte LP’s”

In het faxbericht van verweerder van 4 september 2008 staat hierover echter het volgende vermeld:

“Tijdens de bespreking op 2 september 2008 is gesproken over het instrument “Task-force”, maar niet over de feitelijke inzet en planning hiervan. De reden hiervoor is dat de ambassadeur (of personeel van de ambassade) niet gaat over de planning van een dergelijk instrument als Task-force, maar de inzet en de planning daarvan geschiedt door de autoriteiten in Sierra Leone.”

Waar eerder nog (in de voortgangsrapportage) werd vermeld dat uiterlijk 1 september 2008, respectievelijk 2 september 2008, afspraken gemaakt zouden worden over de datum van de nieuwe Task Force respectievelijk de presentatiedata en afgifte van laissez passer, blijkt uit het faxbericht van 4 september 2008 van verweerder niets omtrent concrete afspraken. Op welke termijn de nieuwe Task Force van start kan gaan, op welke termijn dus de presentaties zullen worden hervat en tot afgifte van laissez passer kan worden overgegaan, blijft onduidelijk. Mede gelet op het feit dat de bewaring van eiser reeds meer dan zes maanden duurt, is de rechtbank daarom van oordeel dat op dit moment voor eiser niet meer gezegd kan worden dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het voortduren van de bewaring bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet langer gerechtvaardigd is. Het beroep is derhalve gegrond. De bewaring dient met ingang van heden te worden opgeheven. Hetgeen verder nog door eiser is aangevoerd, kan onbesproken blijven.

Ingevolge artikel 106, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 kan de rechtbank, indien zij de opheffing van de maatregel strekkende tot vrijheidsontneming beveelt, aan de vreemdeling een schadevergoeding toekennen. In verband hiermee dient bepaald te worden met ingang van welke datum het voortduren van de bewaring onrechtmatig moet worden geacht. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval vanaf 3 september 2008, aangezien verweerder, op basis van de thans bij de rechtbank bekende gegevens, tot de conclusie had moeten komen dat er binnen een redelijke termijn voor eiser geen zicht op uitzetting was.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig om eiser ten laste van de Staat der Nederlanden een schadevergoeding toe te kennen van € 80,-- per dag voor de dagen dat de maatregel, vanaf de datum dat deze onrechtmatig wordt geacht, in een huis van bewaring ten uitvoer is gelegd.

Dit betekent dat eiser een schadevergoeding van € 160,-- toekomt.

Nu het beroep gegrond wordt verklaard, bestaat aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Met toepassing van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht worden deze kosten vastgesteld op € 644,-- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en wegingsfactor 1).

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van heden;

- kent aan eiser ten laste van de Staat der Nederlanden een schadevergoeding toe van € 160,--;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 644,-- te betalen door de Staat der Nederlanden aan de griffier van de rechtbank, nevenzittingsplaats Zutphen, door storting op bankrekeningnummer 1923.25.922 ten name van Arrondissement 547 Zutphen, onder vermelding van het in de kop van deze uitspraak genoemde registratienummer.

Aldus gegeven door mr. E.H.T. Rademaker en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2008 in tegenwoordigheid van mr. L.T. van Zelm als griffier.

De voorzitter van de rechtbank ’s-Gravenhage beveelt de tenuitvoerlegging van de in deze uitspraak toegekende schadevergoeding van € 160,--.

Aldus gedaan op door mr. E.H.T. Rademaker, fungerend voorzitter.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Afschrift verzonden op:


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature