E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9418
LJN BE9418, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 08/7280

Inhoudsindicatie:

Vereisten indienen van een aanvraag / indiening in persoon / buitenbehandeling stelling / leges

Onder verwijzing naar de uitspraak van 10 juni 2008 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (LJN: BD3801), is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder niet kan worden gevolgd in het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende standpunt, dat de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier in persoon dient te geschieden.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder echter op goede gronden kunnen besluiten de aanvraag van verzoeker niet te behandelen. Verzoeker heeft bij het indienen van zijn aanvraag onvoldoende gegevens overgelegd om op die aanvraag te beslissen, en hij heeft die aanvraag, nadat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld bij brief van 11 januari 2008, niet gecompleteerd. Verzoeker heeft immers niet de verschuldigde leges betaald, noch heeft hij een geldig document voor grensoverschrijding overgelegd.

De omstandigheid dat de gemachtigde van verzoeker bij brief van 14 januari 2008 verweerder heeft verzocht of het zinvol is om de aanvraag schriftelijk te completeren, kan hieraan niet afdoen, omdat het - gelet op artikel 4:2 van de Awb - aan verzoeker is om de nodige gegevens en bescheiden te verschaffen die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn. Omdat het verzuim al is ontstaan bij het indienen van de aanvraag op 13 augustus 2007, ziet de voorzieningenrechter geen grond voor het oordeel dat verweerder verzoeker nogmaals in de gelegenheid had moeten stellen om het verzuim te herstellen.

Het ter zitting naar voren gebrachte standpunt van verzoeker, namelijk dat de leges enkel in persoon aan het M-50-loket kan worden voldaan, kan hieraan - wat hier verder ook van zij - naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter evenmin afdoen, reeds omdat verzoeker geen document voor grensoverschrijding heeft verschaft. Hier voegt de voorzieningenrechter nog aan toe dat daarbij ook niet is gebleken van pogingen van de zijde van verzoeker - zo is ter zitting door de gemachtigde desgevraagd medegedeeld - om op enigerlei wijze de leges te voldoen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie