E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2008:BE8719
LJN BE8719, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 08/5152

Inhoudsindicatie:

Ongewenstverklaring / overlevingscriminaliteit

Ingevolge artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 kan een vreemdeling ongewenst worden verklaard indien hij een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid en geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e dan wel l van de Vw 2000. In hoofdstuk A5/2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: Vc 2000) worden 3 categorieën onderscheiden waarbij verweerder bevoegd is om vreemdelingen ongewenst te verklaren. Dit zijn

- vreemdelingen die ter zake van een misdrijf zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf (waaronder jeugddetentie), of een taakstraf dan wel een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd hebben gekregen en waarbij het (totale) onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf of maatregel ten minste een maand bedraagt;

- vreemdelingen die bij herhaling ter zake van een misdrijf zijn veroordeeld tot een onvoorwaardelijke (korte) gevangenisstraf (waaronder jeugddetentie) tot een taakstraf of een onvoorwaardelijke geldboete dan wel een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd hebben gekregen, dan wel een transactieaanbod hebben aanvaard of een strafbeschikking opgelegd hebben gekregen;

- vreemdelingen die een gevaar voor de nationale veiligheid vormen.

Uit het uittreksel van de justitiële documentatie blijkt dat eiser diverse keren is veroordeeld vanwege het plegen van een diefstal tot onder meer onvoorwaardelijke gevangenisstraf, een werkstraf en een geldboete, met een proeftijd van twee jaren wegens het plegen van een diefstal op 5 oktober 2001. Op grond van deze feiten was verweerder derhalve bevoegd eiser tot ongewenst vreemdeling te verklaren. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die ertoe nopen gebruik te maken van de inherente afwijkingsbevoegdheid. Dat slechts sprake zou zijn van “overlevingscriminaliteit” leidt niet tot een ander oordeel nu het beleid zoals hiervoor omschreven hier geen uitzondering voor kent.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie