< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Artikel 11 lid 7 Brussel IIbis.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Meervoudige Kamer

Gezag

rekestnummer: FA RK 07-2619

zaaknummer: 286821

datum beschikking : 17 juli 2008 (bij vervroeging)

BESCHIKKING op het op 30 maart 2007 bij de rechtbank Haarlem ingediend verzoek - welke zaak bij beschikking van 1 mei 2007 door de rechtbank Haarlem in de stand waarin deze zich bevond naar de rechtbank 's-Gravenhage is verwezen en alhier ter griffie is ingekomen op 2 mei 2007 - van:

[de vader],

de vader,

wonende te [woonplaats],

procureur: mr. J.P. van Ginkel,

advocaat: mr. P. van de Kolk te Haarlem.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende te [woonplaats] ([land]),

procureur: mr. M.C. Carli-Lodder,

advocaat: mr. A.M. Dua te Gent (België).

PROCEDURE

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de brief d.d. 28 mei 2008 met bijlagen van de zijde van de vader.

Op 17 oktober 2007 is de behandeling van de zaak ter terechtzitting aangehouden in afwachting van de beslissing op het door de vader bij de Belgische Centrale Autoriteit ingediende verzoek om de minderjarige [minderjarige], geboren op [datum] 2000 te [plaats], naar Nederland terug te geleiden.

Bij beschikking van 19 maart 2008 heeft de rechtbank te Gent het verzoek van de Belgische Centrale Autoriteit - optredend namens de vader - om de teruggeleiding van de minderjarige te bevelen, afgewezen.

Bij brief van 26 maart 2008 heeft de Belgische Centrale Autoriteit de rechtbank 's-Gravenhage ingevolge artikel 11 lid 6 van de EG-Verordening nr. 2201 /2003 van 27 november 2003 (hierna: de Verordening Brussel IIbis) op de hoogte gesteld van voormelde beslissing tot niet-terugkeer en de daaraan ten grondslag liggende processtukken overgelegd.

Op 26 juni 2008 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: partijen ieder met hun advocaat, alsmede mevrouw [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).

FEITEN

Uit het op [datum] 2003 ontbonden huwelijk van partijen is geboren de minderjarige [minderjarige], op [datum] 2000 te [plaats].

De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over de minderjarige uit.

De minderjarige woont bij de moeder te [plaats], [land].

VERZOEK EN VERWEER

De vader verzoekt thans:

I. hem alleen met het gezag over de minderjarige te belasten;

II. te bepalen dat de minderjarige zijn hoofdverblijf bij de vader zal hebben,

en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De moeder voert verweer en verzoekt de vader in zijn verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren, althans de verzoeken af te wijzen, met veroordeling van de vader in de kosten van de procedure.

BEOORDELING

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Krachtens artikel 11 lid 7 van de Verordening Brussel IIbis is de Nederlandse rechter bevoegd om met toepassing van Nederlands recht te beslissen op de verzoeken van de vader omtrent het gezag en de verblijfplaats.

Gezag en verblijfplaats

De vader stelt dat met de beschikking van de rechtbank te Gent van 19 maart 2008 is komen vast te staan dat de moeder de minderjarige ongeoorloofd naar België heeft meegenomen. In genoemde beschikking is tot niet-terugkeer besloten, omdat de minderjarige bij de vader gevaar zou lopen. De vader betwist zulks. Hij meent dat de minderjarige in Nederland thuishoort. De moeder en de minderjarige bezitten beiden de Nederlandse nationaliteit. De vader woont al geruime tijd in Nederland en heeft een baan. In 2003 heeft de raad een onderzoek gedaan en geadviseerd het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige, af te wijzen. Dit onderzoek is gedateerd. Partijen trachten momenteel om onder begeleiding omgangscontacten tussen de vader en de minderjarige op gang te brengen. De vader heeft de minderjarige inmiddels eenmaal gezien. Tijdens deze ontmoeting heeft de minderjarige verklaard dat hij door de nieuwe partner van de moeder wordt mishandeld. Mede gelet hierop, is volgens de vader nader onderzoek nodig naar de vraag waar de gewone verblijfplaats van de minderjarige gelegen zou moeten zijn. De vader verzoekt de minderjarige in afwachting van de definitieve beslissing voorlopig in Nederland - al dan niet bij hem - te plaatsen.

De moeder erkent dat er in het verleden in Nederland problemen zijn geweest bij de opvoeding van de minderjarige. Zij heeft hiervoor steeds de nodige hulp en bijstand gezocht bij de bevoegde instanties. De moeder acht het niet in het belang van de minderjarige om de vader thans alleen met het gezag over de minderjarige te belasten. Hiertoe voert zij onder meer het volgende aan. De minderjarige gaat sinds 1 september 2006 in België naar school. Gezien de opgelopen leerachterstand volgt de minderjarige bijzonder onderwijs. De resultaten zijn bemoedigend en de minderjarige gaat flink vooruit. De moeder verwijst hiertoe naar de door haar overgelegde schoolrapporten over het schooljaar 2006-2007. De moeder stelt voorts dat zij thans goed in staat is om de minderjarige de nodige structuur te geven. Zij is opnieuw gehuwd, heeft een baan als schoonmaakster en voelt zich goed bij haar nieuwe situatie. De moeder betwist de door de vader gestelde mishandeling.

Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat partijen onder begeleiding van de organisatie [B] te België aan contactherstel tussen de vader en de minderjarige werken.

In totaal zullen er drie ontmoetingen plaatsvinden, waarna een verslag zal worden opgemaakt hoe de omgang op termijn zou kunnen lopen. Er heeft inmiddels één ontmoeting plaatsgehad.

De rechtbank acht zich thans onvoldoende voorgelicht om te beslissen op de verzoeken van de vader om hem met het éénhoofdig gezag over de minderjarige te belasten en de verblijfplaats van de minderjarige bij hem te bepalen.

De rechtbank wenst met name geïnformeerd te worden over recente ontwikkelingen en vorderingen van de minderjarige in het bijzondere onderwijs dat hij volgt. Daarnaast acht de rechtbank het van belang geïnformeerd te worden over het verloop van de inmiddels ingezette contactherstel tussen de vader en de minderjarige.

De rechtbank verzoekt de moeder dan ook de navolgende stukken over te leggen:

- de schoolrapport(en) van de minderjarige met betrekking tot het schooljaar 2007-2008;

- het verslag van de omgangsbegeleiding.

Teneinde de moeder in de gelegenheid te stellen voormelde stukken over te leggen, zal de rechtbank de behandeling van de zaak tot 1 september 2008 pro forma aanhouden.

Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er onvoldoende aanleiding om de gewone verblijfplaats van de minderjarige in afwachting van de definitieve beslissing voorlopig in Nederland te bepalen. Een dergelijke beslissing acht zij voorts niet in het belang van de minderjarige.

BESLISSING

De rechtbank:

bepaalt dat de behandeling van de verzoeken van de vader worden aangehouden tot 1 september 2008 pro forma teneinde de moeder in de gelegenheid te stellen zich uit te laten als hierna vermeld;

bepaalt dat de moeder uiterlijk twee weken vóór genoemde proformadatum de schoolrapport(en) van de minderjarige [minderjarige], op [datum] 2000 te [plaats], met betrekking tot het schooljaar 2007-2008 en het verslag van de omgangsbegeleiding in afschrift aan de wederpartij en aan de rechtbank zal doen toekomen;

bepaalt dat de vader daarop, uiterlijk twee weken na ontvangst van genoemde stukken, indien hij dat wenst, schriftelijk zal reageren;

bepaalt dat de zaak vervolgens zonder nadere zitting zal worden afgedaan, tenzij zij aanleiding ziet een nadere behandeling ter terechtzitting te bepalen;

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de verblijfplaats en de proceskosten aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.C. Olland, R.G. de Lange-Tegelaar en M. Kramer, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. L.F.A. Bos als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juli 2008.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature