E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5213
LJN BD5213, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 07/44213

Inhoudsindicatie:

Ongewenstverklaring / zienswijze / horen / gemeenschapsrecht / goede procesorde

Indien een inbreuk op de openbare orde tot ongewenstverklaring moet leiden, vereist artikel 4:8 van de Awb in het belang van een zorgvuldige besluitvorming dat de betrokken vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld zich daartegen te verweren door in de gelegen te worden gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.

Wanneer dit is verzuimd, maar de vreemdeling in de daaropvolgende bezwaarschriftprocedure voldoende gelegenheid is geboden om persoonlijke omstandigheden naar voren te brengen, kan deze omissie als gedekt verklaard worden beschouwd.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in de onderhavige procedure niet kunnen afzien van het horen van eiser. Immers, eiser heeft zich gedurende de procedure op het standpunt gesteld dat hij het voornemen tot ongewenstverklaring nimmer heeft ontvangen en dat het niet aan hem is bekendgemaakt. Ook ter zitting heeft verweerder niet kunnen aantonen dat het voornemen aan eiser is uitgereikt.

Onder deze omstandigheden en in aanmerking genomen het ingrijpende karakter van een ongewenstverklaring, had verweerder naar het oordeel van de rechtbank eiser (in ieder geval in de bezwaarfase) in de gelegenheid moeten stellen alle op hem betrokken feiten en omstandigheden in persoon toe te lichten.

De rechtbank overweegt voorts dat het bestreden besluit en de gedingstukken er geen blijk van geven dat verweerder aan zijn kennisvergaringplicht - om te bezien of eiser rechten kan ontlenen aan het communautaire recht - heeft voldaan. Verweerder, die zonder meer het nationale openbare orde-criterium heeft gehanteerd, had dan ook dienen te onderzoeken of eiser als begunstigd familielid van een EU-onderdaan, rechten kon ontlenen aan het communautaire recht.

Ten aanzien van het standpunt van verweerder dat de rechtbank de ter zitting overgelegde kopie van de Spaanse verblijfsvergunning en van zijn huwelijksakte niet bij haar beoordeling mag betrekken, overweegt de rechtbank dat verweerder daardoor niet onredelijk in zijn procesvoering wordt bemoeilijkt omdat hij geacht moet worden bekend te zijn met deze stukken.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie