E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4238
LJN BD4238, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 06/3616 VPB

Inhoudsindicatie:

Vpb 2002. Verrekening van aanloopverlies uit 1985/1986 nog mogelijk ? Eiseres heeft in 1985/1986 een aanloopverlies geleden, waarvan per 31 december 2001 € 267.371 nog niet is gecompenseerd. De aandelen van eiseres zijn in 1994 verkocht. Niet in geschil is dat eiseres, in verband met de overdracht van haar aandelen in 1994, in beginsel niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 20a Wet Vpb voor behoud van haar recht op verrekening van het verlies uit 1985 /1986 met de winst van 2002. Op grond van het overgangsrecht van artikel XIVd van de Wet ondernemerspakket 2001 blijven aandeelhouderswisselingen die hebben plaatsgehad v óór 27 juni 2000 buiten beschouwing, mits is voldaan aan een drietal in dat artikel vermelde voorwaarden. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres aan twee van de drie voorwaarden voldoet. Zij twisten evenwel over het voldaan zijn aan de voorwaarde dat eiseres direct voorafgaand aan de aandeelhouderswisseling een materiële onderneming dreef. Daarbij verschillen zij niet alleen van mening over het (hebben) bestaan van een materiële onderneming direct voorafgaand aan de aandeelhouderswisseling, doch ook over het tijdstip waarop de aandeelhouderswisseling plaatsvond. De rechtbank stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag op welk tijdstip de aandeelhouderswisseling plaatsvond, sprake is van een materiële toetsing in die zin dat niet de datum van de (juridische) levering van de aandelen in eiseres - op 20 mei 1994 - beslissend is, maar dat beoordeeld dient te worden wanneer sprake was van de overgang van het economische belang bij die aandelen op de koper. Evenzo dient beoordeeld te worden of toen, althans onmiddellijk vóór dat tijdstip, sprake was van ondernemingsactiviteiten die voor rekening en risico van eiseres kwamen. De rechtbank acht aannemelijk dat in 1986 althans in 1988 sprake was van het (nagenoeg) geheel gestaakt zijn van de onderneming van eiseres en dat, voorzover daarna door haar al activiteiten werden verricht, deze enkel betrekking hadden op de afwikkeling van de gestaakte onderneming. Van een tijdelijk stilleggen van de onderneming is geen sprake.

Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt, en ook anderszins is niet aannemelijk geworden, dat zij direct voorafgaand aan de aandeelhouderswisseling een materiële onderneming dreef. Voor dat geval heeft eiseres subsidiair gesteld dat de terugwerkende kracht van artikel 20a Wet Vpb in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Indien de aanspraak op verliesverrekening al kan worden aangemerkt als een eigendom in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM, dan kan toch niet worden gezegd dat de wetgever door de beperking van die aanspraak op de in artikel XIV van de Wet ondernemerspakket 2001 bepaalde wijze daarop een ongeoorloofde inbreuk heeft gemaakt. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een analoge toepassing van het arrest HR BNB 2007/27. Beroep ongegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie