E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC9450
LJN BC9450, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 06/6153

Inhoudsindicatie:

De beschikking heffingsrente is niet te hoog vastgesteld. Aan eiseres is een aanslag vennootschapsbelasting inclusief beschikking heffingsrente opgelegd. Eiseres stelt dat de heffingsrente over een te lange periode is berekend, omdat de aanslag met een aan verweerder toe te rekenen vertraging is opgelegd. Hierdoor heeft zij schade geleden. Tevens stelt eiseres dat de verhoging van het percentage van de heffingsrente met 1,5% in 2005 in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM. De rechtbank oordeelt dat ook als verweerder de aanslag eerder op had kunnen leggen dan hij heeft gedaan, artikel 30f van de Awr naar tekst en strekking geen ruimte biedt om het in rekening brengen van heffingsrente over een groot gedeelte van het in de wet voorziene rentetijdvak achterwege te laten. De rechtbank is van oordeel dat zij niet is gehouden tot ambtshalve toepassing van de door eiseres genoemde besluiten, omdat eiseres onvoldoende aan haar stelplicht heeft voldaan. De verhoging van het percentage van de heffingsrente in 2005 is naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM. De wetgever komt een ruime marge toe bij de beoordeling of een maatregel zoals de heffingsrenteregeling een ‘fair balance’ waarborgt tussen de eisen van het algemeen belang en de bescherming van de individuele fundamentele rechten, waaronder het in artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM gegarandeerde recht (zie EHRM Della Ciaja/Italië). De rechtbank oordeelt dat de verhoging van de heffingsrente in 2005 zonder enige twijfel binnen de ruime beoordelingsmarge van de wetgever valt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie