E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC6697
LJN BC6697, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 06/9660 IB/PVV

Inhoudsindicatie:

Eiser koopt in 1975 een woning met geleend geld . Omdat hij zijn verplichtingen jegens de bank niet nakomt, wordt de woning in 1981 executoriaal verkocht. Na verrekening van de verkoopopbrengst met de door eiser aan de bank verschuldigde bedragen, is eiser nog een substantieel bedrag aan de bank verschuldigd (de restantschuld). In 2004 betaalt eiser € 10.000 ter 'finale kwijting'. Partijen zijn het erover eens dat dit bedrag uitsluitend betrekking heeft op achterstallige rente. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de restantschuld na de executoriale verkoop niet (langer) betrekking op een eigen woning. De rente op de restantschuld behoorde van meet af aan niet tot de rente van schulden, kosten van geldlening daaronder begrepen, in de zin van artikel 42 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en nadien artikel 3.120 van de Wet inkomstenbelasting 2001 . De betaling van € 10.000 komt niet in mindering op het inkomen uit werk en woning.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie