E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0775
LJN BC0775, Rechtbank 's-Gravenhage, 09/9000096-06

Inhoudsindicatie:

Vonnis in de zaak van het meisje Mehak. Verdachte was de moeder van Mehak. Verdachte heeft Mehak gedood en veelvuldig en ernstig geweld tegen haar dochter gebruikt. Mehak is gedurende de laatste periode van haar korte leven mishandeld en affectief verwaarloosd. In plaats van de aandacht, verzorging en bescherming waar zij als menselijk wezen jegens haar ouders en andere volwassenen aanspraak kon maken, is zij veelvuldig geslagen, met zwaar lichamelijk letsel en uiteindelijk haar dood ten gevolg. Mehak heeft de laatste, zwartste periode van haar leven in haar kleine kamertje moeten doorbrengen. Ze kwam niet buiten. Geen van de verdachten heeft een beschrijving van haar persoonlijkheid met enige diepgang kunnen geven. Ze leek er niet (meer) toe te doen. Niemand heeft de laatste maanden ook maar enige belangstelling voor haar getoond of ook maar iets gedaan om haar lot te verlichten. Mehak zou behekst zijn geweest of een 'slechte' geest hebben gehad. Bij de ouders hebben daarnaast mogelijk nog andere motieven bijgedragen aan de verwording van de omgang met dit nog zeer jonge en volstrekt weerloze kind. Mehak had tegen verdachte en haar mededaders geen schijn van kans. De rechtbank gaat er bij de strafoplegging in het voordeel van verdachte zoals gezegd vanuit dat verdachtes handelen (mede) is ingegeven door de destijds in verdachtes beleving genestelde gedachte dat er een 'spook', slechte ziel of 'bhut' in Mehak was. Ook de omstandigheden waaronder verdachte in Nederland heeft verbleven, weegt de rechtbank mee. Aannemelijk is dat verdachte onder steeds grotere sociale druk is komen te staan. Zij is jong gehuwd, was de moeder van een door haar schoonfamilie niet gewenst dochtertje en bevond zich -ondanks een behoorlijke opleiding- in Nederland in een situatie waarvan de rechtbank bij vonnis van heden heeft geoordeeld dat sprake was van uitbuiting. Ook werd zij beschouwd als de moeder van een kind waarin een kwade geest huisde en werd haar kind ook door anderen geslagen. Verdachte wilde graag terug naar India maar was zonder haar man, die in Nederland wilde blijven, niet welkom bij haar familie in India en werd zelf geslagen. Van eerder gewelddadig gedrag van verdachte is niet gebleken. Het onderzoek naar de geestvermogens heeft ook geen aanwijzingen opgeleverd voor een gestoorde agressiehuishouding. Op grond daarvan gaat de rechtbank er vanuit dat de escalatie van het door verdachte gepleegde geweld ten opzichte van Mehak is bevorderd door de genoemde specifieke context waarbinnen verdachte in Nederland heeft geleefd met haar dochter. Verdachte is voor zover bekend niet eerder in aanraking gekomen met politie en justitie. Tot slot heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte haar kind heeft vermoord, maar ook heeft verloren en dat zij moet leven in het besef dat dit door haar toedoen is gebeurd. De op te leggen straf is gegrond op de artikelen: 47, 57, 289, 303 en 304 van het Wetboek van Strafrecht . De rechtbank verklaart wettig en overtuigend bewezen ten aanzien van feit 1 primair: moord en ten aanzien van feit 2 primair: medeplegen van zware mishandeling gepleegd met voorbedachte raad, begaan tegen haar kind. Gevangenisstraf van 8 jaar met aftrek.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie