< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Bewaring / geen uitzetting gedurende demissionaire periode

Eisers is de maatregel ex artikel 54 en 56 Vw 2000 opgelegd. Niet in geschil is dat eisers behoren tot de doelgroep ten aanzien van wie de regering, blijkens de brief van 14 december 2006, heeft besloten om gedurende de demissionaire periode geen gedwongen uitstroom te effectueren. Verweerder heeft aangegeven dat het besluit van het kabinet tot gevolg heeft dat niet langer toepassing wordt gegeven aan de maatregel van artikel 56 Vw 2000 en dat deze maatregel dan ook als opgeheven dient te worden beschouwd. De maatregel op grond van artikel 54 Vw 2000 blijft hangende nadere besluitvorming van verweerder dienaangaande evenwel gehandhaafd. De rechtbank is van oordeel dat bij deze stand van zaken de opgelegde maatregelen niet meer het doel kunnen dienen waarvoor zij zijn opgelegd. Nu verweerder uitdrukkelijk de maatregel op grond van artikel 54 Vw 2000 handhaaft en heeft aangegeven geen schriftelijk besluit tot opheffing van de maatregel op grond van artikel 56 Vw 2000 te zullen nemen ziet de rechtbank in het voorgaande aanleiding het beroep gegrond te verklaren en de maatregelen met ingang van heden op te heffen. De rechtbank acht in dit verband van belang dat de maatregel op grond van artikel 54 Vw 2000 is opgelegd in samenhang met de maatregel op grond van artikel 56 Vw 2000 , en dat het juist de combinatie van deze maatregelen is die ingevolge het hiervoor weergegeven beleid van verweerder moet worden toegepast om te bewerkstelligen dat de vreemdeling beschikbaar is in het vertrekcentrum.

Uitspraak



RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Sector bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 06/56940, AWB 06/56942

Uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2006

inzake

[eiser 1],

geboren op [geboorte datum] 1971,

[eiser 2],

geboren [geboorte datum] 1975,

mede namens hun drie minderjarige kinderen:

[eiser 3],

geboren [geboorte datum] 1997

[eiser 4],

geboren [geboorte datum] 200 en

[eiser 5],

geboren [geboorte datum] 2004,

nationaliteit Afgaanse,

verblijvende te Rotterdam in de penitentiaire inrichting (detentieboot),

eiser,

gemachtigde mr. M.F.M. Geeratz,

tegen

de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

te Den Haag,

verweerder,

gemachtigde mr. A. van Rheenen.

Procesverloop

Bij besluiten van 24 oktober 2006, op diezelfde datum aan eisers uitgereikt, heeft verweerder ten aanzien van eisers toepassing gegeven aan de artikelen 54 en 56 van de Vreemdelingenwet 2000 ( Vw 2000).

Eisers hebben tegen deze besluiten op 21 november 2006 beroep ingesteld.

De zaak is behandeld op de zitting van de enkelvoudige kamer van 12 december 2006.

De rechtbank heeft de zaak vervolgens heropend en bij brief van 14 december 2006 partijen gevraagd om hun standpunten inzake de brief van de minister-president van 14 december 2006.

De zaak is vervolgens opnieuw behandeld op de zitting van de meervoudige kamer van 19 december 2006, waar eisers zijn verschenen in persoon, bijgestaan door mr. Z.M.K.J. Berger, kantoorgenoot van hun gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank beoordeelt of de toepassing van de maatregelen ex artikel 54 en artikel 56 van de Vw 2000 in overeenstemming is met de wet en bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid gerechtvaardigd is.

2. Artikel 54, tweede lid, van de Vw 2000 bepaalt dat in gevallen waarin hij zulks in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig oordeelt, de minister aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de korpschef kan opleggen.

3. Artikel 56, eerste lid, van de Vw 2000 brengt met zich dat, indien het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid zulks vordert, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te geven regels door de minister de bewegingsvrijheid kan worden beperkt van de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft, dan wel rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, van de Vw 2000.

Ingevolge artikel 5.1, aanhef en onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000 kan de maatregel tot beperking van de bewegingsvrijheid, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vw 2000 bestaan uit een verplichting zich bij verblijf in Nederland in een bepaald gedeelte van Nederland te bevinden.

4. Het bestreden besluit is gebaseerd op de artikelen 54 en 56 van de Vw 2000 en houdt in dat eisers zijn verplicht om met ingang van 3 november 2006 te verblijven in de gemeente Vught, waar eisers zich dagelijks bij de vreemdelingenpolitie in het vertrekcentrum dienen te melden. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het belang van de openbare orde het opleggen van deze maatregel vordert en heeft in dat verband, voor zover hier van belang, aangevoerd dat eisers niet hebben voldaan aan de rechtsplicht om uit eigen beweging Nederland te verlaten. Ter zitting van 19 december 2006 heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat door de brief van de minister-president van 14 december 2006, waarin is aangegeven dat gedurende de demissionaire periode van het kabinet gedwongen uitstroom uit het project Terugkeer niet geëffectueerd zal worden, de maatregel voor het gedeelte dat betrekking heeft op artikel 56 van de Vw 2000 , achterhaald is.

5. Eisers hebben zich primair verzet tegen toepassing van de maatregel. Daartoe hebben zij, kort samengevat, aangevoerd dat zij voldoende medewerking hebben verleend aan hun terugkeer, nu zij hebben meegewerkt aan de indiening van een laissez-passer-aanvraag bij Afghaanse autoriteiten. Meer valt van eisers niet te vergen. Aldus kunnen de maatregelen niet het doel dienen waarvoor zij waren opgelegd. Eisers beschikken over een vaste woonplaats, nu de gemeente [plaatsnaam] zich bereid heeft verklaard de woning waarin eisers voorafgaand aan de oplegging van de maatregelen verbleven tot 1 mei 2007 voor hen beschikbaar te houden. Ook in dat opzicht vordert de openbare orde niet de oplegging van de maatregelen aan eisers. Eisers menen tenslotte te vallen onder de doelgroep van een nog in te stellen generaal pardon, zodat de maatregelen ook uit dien hoofde niet meer het doel kunnen dienen waarvoor zij zijn opgelegd. Eisers hebben dan ook met instemming kennis genomen van het standpunt dat de maatregel van artikel 56 van de Vw 2000 thans achterhaald is. Zij handhaven evenwel hun beroep. Daartoe is aangevoerd dat verweerder geen schriftelijk besluit van de hiervoor weergegeven strekking heeft genomen, zodat een bevel tot opheffing van de maatregel door de rechtbank onverminderd noodzakelijk is, dat de maatregel van artikel 54 van de Vw 2000 in stand blijft, en voorts, dat eisers aanspraak maken op schadevergoeding vanaf 21 november 2006.

6. De rechtbank overweegt als volgt.

7. Het bestreden besluit strekt ter uitvoering van verweerders beleid, als neergelegd in de “Terugkeernota, maatregelen voor een effectievere uitvoering van het terugkeerbeleid” (Kamerstukken 2003 –2004, 29344, nr.1). In de brief van 23 januari 2004 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer (TK, 2003-2004, 19637, nr. 793) is onder punt 3 uiteengezet welke maatregelen in het kader van dit zogeheten Project Terugkeer zullen worden genomen voor de groep uitgeprocedeerde asielzoekers. Hierin is aangegeven dat door de overheid een extra inspanning zal worden geleverd om de terugkeer naar het land van herkomst te realiseren, waarbij de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling voor diens vertrek onverkort blijft bestaan. Gedurende de eerste fase van het Project, die een duur heeft van acht weken, dan wel van 28 dagen voor personen die onder de Vw 2000 vallen, vindt vanuit de verblijfplaats een intensieve en individuele begeleiding plaats om te werken aan daadwerkelijke terugkeer en vertrek. Indien deze facilitering na het verstrijken van de eerste fase niet heeft geleid tot vertrek worden de verstrekkingen aan de vreemdeling beëindigd en wordt een toezichthoudende of vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, met daaraan gekoppeld een plaatsing in een vertrekcentrum voor maximaal acht weken. In dit vertrekcentrum zal het feitelijke vertrek dan wel de uitzetting van de vreemdeling intensief verder worden voorbereid.

8. In dit kader is door verweerder, blijkens zijn antwoorden op kamervragen, terug te vinden in het verslag van een schriftelijk overleg vastgesteld op 5 februari 2004 (TK 2003-2004, 19637, nr. 796), aangegeven dat de ervaring leert dat een vrijheidsbeperkende maatregel nuttig c.q. nodig is. Het verhoogt de kans op beschikbaarheid van de betrokkene en het verkleint de kans op vertrek met onbekende bestemming zodat de kans op daadwerkelijk vertrek naar het land van herkomst groter wordt. De rechtbank acht dit een aanvaardbaar uitgangspunt. Hieruit vloeit voort dat voor de toepassing van de artikelen 54 en 56 van de Vw 2000 binnen het kader van het Project Terugkeer na het verstrijken van de eerste fase het belang van de openbare orde geacht moet worden die toepassing te vorderen. De omstandigheid dat de betrokken vreemdeling na de eerste fase van acht weken Nederland nog niet uit eigen beweging heeft verlaten is daartoe in beginsel voldoende.

9. In zijn brief van 14 december 2006 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft de minister-president aangegeven dat het kabinet zich diepgaand heeft beraden op de door de Tweede Kamer aangenomen motie-Dijsselbloem c.s. (Kamerstukken II 2006/7, 19637, nr. 1113). In deze beraadslagingen zijn de kabinetsreacties op de eerder aangenomen moties met betrekking tot een generaal pardon en een moratorium betrokken. Het kabinet acht het onjuist nu welke beslissing dan ook te nemen die vooruitloopt op een mogelijke pardonregeling. Gelet op de herhaalde Kameruitspraken wenst het kabinet echter te voorkomen dat verdere discussies ontstaan rond de verwijdering van ex-asielzoekers in het kader van het project Terugkeer. Het kabinet heeft daarom besloten om, zonder daarmee te anticiperen op toekomstige regelingen, ten aanzien van de groep ex-asielzoekers die in de laatste fase van behandeling zijn bij het project Terugkeer, gedurende de demissionaire periode gedwongen uitstroom uit het project niet te effectueren wanneer dat op humanitaire bezwaren stuit, in het bijzonder bij gezinnen met kinderen. De uitzettingen van deze groep worden per direct opgeschort. Dit besluit maakt nu onderdeel uit van het kabinetsbeleid.

10. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eisers vallen onder de hiervoor omschreven doelgroep en dat aldus evenmin in geschil is dat de uitzetting van eisers gedurende de demissionaire periode is opgeschort.

11. Verweerder heeft ter zitting van 19 december 2006 aangegeven dat het besluit van het kabinet tot gevolg heeft dat niet langer toepassing wordt gegeven aan de maatregel van artikel 56 van de Vw 2000 . De jegens eisers opgelegde maatregel van artikel 56 van de Vw 2000 dient dan ook als opgeheven te worden beschouwd. Eisers zijn vrij om te gaan en te staan waar zij willen. De maatregel op grond van artikel 54 van de Vw 2000 blijft hangende nadere besluitvorming van verweerder dienaangaande evenwel gehandhaafd.

12. De rechtbank is van oordeel dat bij deze stand van zaken de opgelegde maatregelen niet meer het doel kunnen dienen waarvoor zij zijn opgelegd. Nu verweerder uitdrukkelijk de maatregel op grond van artikel 54 van de Vw 2000 handhaaft en heeft aangegeven geen schriftelijk besluit tot opheffing van de maatregel op grond van artikel 56 van de Vw 2000 te zullen nemen ziet de rechtbank in het voorgaande aanleiding het beroep gegrond te verklaren en de maatregelen met ingang van heden op te heffen. De rechtbank acht in dit verband van belang dat de maatregel op grond van artikel 54 van de Vw 2000 is opgelegd in samenhang met de maatregel op grond van artikel 56 van de Vw 2000 , en dat het juist de combinatie van deze maatregelen is die ingevolge het hiervoor weergegeven beleid van verweerder moet worden toegepast om te bewerkstelligen dat de vreemdeling beschikbaar is in het Vertrekcentrum.

13. Met betrekking tot het verzoek om schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt.

14. Verweerder heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat het belang van de openbare orde de maatregelen tegen eisers vorderde, aangevoerd dat zij niet hadden voldaan aan de rechtsplicht om uit eigen beweging Nederland te verlaten. Zoals hierboven is overwogen acht de rechtbank reeds het feit dat eisers niet binnen de termijn van de eerste fase uit Nederland zijn vertrokken in beginsel voldoende om de vrijheidsbeperkende maatregelen aan hen te kunnen opleggen. Verweerder heeft zich daarbij in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan in het onderhavige geval van de toepassing van de genoemde maatregelen had moeten worden afgezien. Hetgeen omtrent het hebben van een vaste woonplaats in [plaatsnaam] is aangevoerd behoeft gezien het voorgaande geen bespreking meer.

15. De rechtbank volgt verweerder evenwel niet in diens stelling dat de oplegging van de maatregelen tot aan het moment van de de facto opheffing daarvan rechtmatig is geweest. De rechtbank overweegt in dit verband dat verweerder, gelet op belastende karakter van de maatregelen, na de bekendmaking van de brief van het Kabinet van 14 december 2006 onverwijld tot opheffing van de maatregelen diende op te gaan. De rechtbank acht in dit verband een termijn van twee werkdagen redelijk. Dit impliceert dat verweerder uiterlijk 18 december 2006 tot opheffing van de maatregelen had dienen over te gaan. Nu verweerder hiertoe in gebreke is gebleven bestaat aanleiding eisers schadevergoeding toe te kennen.

16. Het vorenstaande brengt met zich dat het beroep gegrond dient te worden verklaard en de maatregel met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient te worden opgeheven.

17. De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, voldoende aangetoond dat eiser immateriële schade heeft geleden.

18. De rechtbank stelt het bedrag aan immateriële schadevergoeding vast op € 35,00 voor de periode dat ieder der eisers in het vertrekcentrum te Vught heeft verbleven, sinds de maatregel op 18 december 2006, zoals hiervoor is aangegeven, door verweerder diende te worden opgeheven, tot een totaal bedrag van € 175,00.

19. Voorts acht de rechtbank termen aanwezig verweerder onder toepassing van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 805,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

• 1 punt voor het verschijnen ter zitting;

• ½ punt voor het verschijnen op een nadere zitting;

• waarde per punt € 322,00;

• wegingsfactor 1.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- heft de maatregelen ex artikel 54 en artikel 56 van de Vw 2000 op met ingang van 19 december 2006;

- wijst het verzoek om schadevergoeding toe, ten laste van de Staat der Nederlanden, ten bedrage van € 175,00;

- veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 805,00;

- wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die de proceskosten dient te vergoeden.

Aldus gedaan door mr. A.F.C.J. Mosheuvel als voorzitter en mrs. A.B.M. Hent en J.R. van Es-de Vries als leden van de meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. W.E. Dijkstra als griffier op 19 december 2006.

?

De griffier is buiten staat

deze uitspraak te ondertekenen.

Voornoemd lid van de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken beveelt de tenuitvoerlegging van de in deze uitspraak toegekende schadevergoeding ten bedrage van

€ 175,00 (HONDERDVIJFENZEVENTIG EURO).

Aldus gedaan op 19 december 2006 door mr. A.F.C.J. Mosheuvel


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature