E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5089
LJN AZ5089, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 06 / 30409, AWB 06 / 31548

Inhoudsindicatie:

Spoedeisend belang bij schorsing besluit tot ongewenstverklaring/Geen belang bij toetsing afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zolang de vreemdeling ongewenst is verklaard.

De voorzieningenrechter zal beoordelen of verzoeker belang heeft bij de, in verband met het besluit tot ongewenstverklaring, verzochte voorlopige voorzieningen.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker (spoedeisend) belang bij het verzoek tot schorsing van het besluit tot ongewenstverklaring, reeds vanwege het feit dat, zoals in het besluit ook is aangegeven, een rechtsgevolg van dat besluit is dat (verder) verblijf hier te lande van de vreemdeling strafbaar is op grond van artikel 197 Wetboek van Strafrecht. Verzoeker heeft ook (spoedeisend) belang bij het verzoek om verweerder te verbieden hem uit te zetten voordat verweerder op het bezwaar van 22 juni 2006 heeft beslist. Niet in te zien valt dat reeds vanwege het feit dat bij bezwaar tegen een besluit tot ongewenstverklaring een rechtelijk verbod tot uitzetting niet leidt tot rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vw de vreemdeling er geen belang meer bij heeft om de behandeling van het bezwaar tegen dat besluit in Nederland te kunnen afwachten. De voorzieningenrechter zal derhalve de verzochte voorlopige voorziening beoordelen.

Ten aanzien van het verzoek om verweerder te verbieden hem uit te zetten voordat verweerder heeft beslist op het bezwaar tegen het besluit van 16 juni 2006, waarbij verzoekers aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier is afgewezen, oordeelt de voorzieningenrechter als volgt.

Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen in zijn uitspraak van 6 juli 2006, kenmerk 200510434/1, heeft een vreemdeling bij een beroep tegen een besluit over een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning geen belang zolang hij ongewenst is verklaard, omdat een ongewenst verklaarde vreemdeling in afwijking van artikel 8 Vw geen rechtmatig verblijf kan hebben. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter geldt hetzelfde voor een bezwaar tegen een besluit over een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning zolang de vreemdeling ongewenst is verklaard. Aangezien verzoeker bij besluit van 16 juni 2006 ongewenst is verklaard, heeft verzoeker daarom geen belang bij de verzochte voorlopige voorziening.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie