< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

afwijzing verzoek scheiding van tafel en bed op godsdienstige gronden

Uitspraak



RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Scheiding

rekestnummer: FA RK 06-2649

zaaknummer: 264539

datum beschikking: 20 november 2006

BESCHIKKING op het op 28 april 2006 ingekomen verzoek van:

[de man],

wonende te [woonplaats],

procureur: mr. J.H. Cox.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

procureur: mr. H.F. Demper.

PROCEDURE

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift tevens verzoekschrift;

- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;

- de brief d.d. 4 oktober 2006 van de zijde van de vrouw, met bijlagen;

- de brief d.d. 4 oktober 2006 van de zijde van de man, met bijlagen.

Op 16 oktober 2006 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen en hun procureurs. Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities overgelegd.

VERZOEK EN VERWEER

Het verzoek van de man strekt tot echtscheiding, met een nevenvoorziening tot:

- verdeling ten overstaan van een notaris van de huwelijksgemeenschap, met benoeming van onzijdige personen.

De vrouw voert verweer tegen het verzoek tot echtscheiding. Subsidiair heeft zij zich ten aanzien van de verzochte verdeling gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Tevens heeft de vrouw zelfstandig verzocht:

scheiding van tafel en bed, met een nevenvoorziening tot:

- vaststelling van een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw van € 1.000,- per maand tot en met 31 december 2006 en van € 800,- per maand vanaf 1 januari 2007 per maand, althans vaststelling van zodanige voorzieningen als de rechtbank juist acht,

- kostenveroordeling,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer.

BEOORDELING

Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.

Blijkens authentiek bewijsstuk zijn de echtgenoten op [huwelijksdatum in 1998] te [plaats] met elkander gehuwd.

De echtscheiding/scheiding van tafel en bed.

De man stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, hetgeen de vrouw niet heeft weersproken. De vrouw verzet zich echter op godsdienstige gronden tegen de door de man verzochte echtscheiding. Zij wenst dat in plaats daarvan de scheiding van tafel en bed tussen partijen wordt uitgesproken.

De vrouw heeft aangevoerd dat zij, evenals de man, Jehovagetuige is en dat volgens de leer van deze geloofsgemeenschap man en vrouw niet van elkaar mogen scheiden tenzij er overspel in het geding is, doch dat hiervan noch bij de man noch bij de vrouw sprake is. Gedurende de periode van scheiding van tafel en bed, aldus de vrouw, zijn er kansen voor herstel van de verhoudingen. Zij stelt daarbij haar hoop op God en legt aan haar standpunt ten grondslag dat God de man en haar heeft samengebracht en dat Hij degene is die hen ook thans weer samen zal brengen.

De rechtbank is van oordeel dat de vrouw, nu zij het vooruitzicht op herstel van de verhoudingen niet baseert op de verwachting dat de man zelf zijn standpunt zal wijzigen maar op God, daarmee miskent dat het in de bestaande rechtsorde partijen zijn die de verhouding zullen moeten herstellen. Nu de man te kennen heeft gegeven daaraan niet mee te willen werken en heeft gepersisteerd bij zijn verzoek tot echtscheiding zal de rechtbank dit verzoek als op de wet gegrond toewijzen. Dit brengt met zich mee dat het verzoek van de vrouw tot scheiding van tafel en bed zal worden afgewezen.

De alimentatie

De behoefte van de vrouw

Blijkens de stukken heeft de vrouw een AOW-uitkering van € 881,08 netto per maand. Ter terechtzitting heeft de man aangevoerd dat het inkomen van de vrouw hoger is daar zij tevens een uitkering van € 119,- per maand ontvangt van de Social Security in Amerika. De vrouw heeft dit betwist.

Dat de man de stelling dat de vrouw naast haar AOW-uitkering nog andere inkomsten heeft pas ter terechtzitting in tweede termijn voor het eerst heeft opgeworpen zonder enige schriftelijke onderbouwing, acht de rechtbank in strijd met een behoorlijke procesorde en zij gaat hieraan mitsdien voorbij.

De rechtbank gaat derhalve uit van genoemd inkomen van € 881,08 netto per maand. Bij de bepaling van de behoefte van de vrouw neemt de rechtbank in aanmerking de niet weersproken kale huur van

€ 549,- per maand en de premie ziektekosten van € 112,- per maand. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de door de vrouw opgevoerde maandelijkse aflossingen van € 117,- en € 85,- op twee leningen van partijen bij de Postbank, nu de vrouw aan de hand van de zich bij de stukken bevindende afschriften van girorekening 9606998 en girorekening 3389841 aannemelijk heeft gemaakt dat zij genoemde bedragen daadwerkelijk betaalt.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de vrouw behoefte heeft aan een aanvullende bijdrage van de man.

De draagkracht van de man

Partijen zijn het er over eens dat de man de volgende inkomsten ontvangt:

- ABP pensioen € 120,51 bruto per maand

- AOW € 647,87 bruto per maand

- Shell pensioen € 1.207,99 bruto per maand

- Social Security € 3.960,- netto per jaar.

De vrouw stelt - en de man betwist - dat de AOW-uitkering alsmede de pensioenbedragen van het ABP en Shell nog vermeerderd dienen te worden met de vakantie-uitkering.

De rechtbank neemt in aanmerking dat het gebruikelijk is dat over een AOW uitkering vakantietoeslag ontvangen wordt, zodat zij uitgaat van genoemde AOW uitkering te vermeerderen met de vakantietoeslag.

De rechtbank houdt geen rekening met een vakantie-uitkering over het ABP Pensioen daar zij uit het zich bij de stukken bevindende pensioenbericht van het ABP d.d. 20 maart 2006 en de daarin vermelde bruto bedragen per maand (€ 63,82) en per jaar (€ 765,84) afleidt dat de man geen vakantie-uitkering ontvangt.

Ten aanzien van het Shell pensioen gaat de rechtbank uit van het op de jaaropgaaf 2005 van de Stichting Shell Pensioenfonds vermelde bruto loon van € 14.954,- per jaar ofwel € 1.246,- bruto per maand. In het midden kan derhalve worden gelaten of naast de door de man gestelde maanduitkering nog vakantietoeslag wordt ontvangen.

De man heeft de volgende maandelijkse lasten opgegeven:

1. kale huur € 369,-

2. premie ziektekosten € 121,-

3. herinrichtingkosten € 100,-

4. advocaatkosten € 150,-

5. premie begrafenisverzekering € 37,12.

Ad 1 en 2

Deze lasten zijn niet betwist zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Ten aanzien van de lasten genoemd onder 2 zal de rechtbank tevens rekening houden met de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet, in redelijkheid te stellen op € 105,- te weten 6,5% verschuldigd over de AOW-uitkering en 4,4 % over het overige pensioen.

Ad 3

De man heeft aangevoerd dat hij in april 2006 een woning heeft gehuurd die geheel kaal was en dat hij genoodzaakt was een lening aan te gaan teneinde zich te kunnen herinrichten. Ter onderbouwing van zijn stelling heeft de man onder meer een schuldbekentenis d.d. 18 juli 2006 in het geding gebracht waarin staat vermeld dat de man aan de kredietverleners [kredietverleners] op een lening van € 1.000,- met ingang van 1 augustus 2006 € 100,- per maand dient af te lossen.

De vrouw betwist dat de lening voor de kosten van herinrichting is aangewend daar de woning van de man leeg staat terwijl de man bovendien, naar zij vernomen heeft, binnenkort voor langere tijd naar Amerika zal vertrekken.

De man heeft opgemerkt dat hij op dit moment nog bij een dochter verblijft maar wel van plan is om de door hem gehuurde woning te gaan betrekken en dat hij met de herinrichting wacht totdat hij weet wat zijn alimentatieverplichting zal zijn. Voorts heeft de man nog verklaard dat hij af en toe zijn kinderen in Amerika bezoekt maar niet van plan is voor langere tijd daar te verblijven.

De rechtbank acht het redelijk rekening te houden met de aflossing van € 100,- per maand op voornoemde schuld - hetgeen overigens beneden de in de Trema-normen redelijk geachte maandelijkse verplichting ligt - nu aannemelijk is dat de man binnen afzienbare tijd de huurwoning zal gaan betrekken en alsdan daadwerkelijk voor herinrichtingskosten zal komen te staan.

Ad 4

De man heeft aangevoerd dat zijn verzoek om voor een toevoeging in aanmerking te komen is afgewezen, dat hij niet in staat is de advocaatkosten uit financiële reserves te voldoen en derhalve genoodzaakt was een betalingsregeling te treffen, inhoudende dat hij € 150,- per maand afbetaalt op de declaratie van zijn advocaat d.d. 22 juni 2006 van € 2.270,52.

Nu er sprake is van aantoonbaar gemaakte advocaatkosten en er geen liquide middelen zijn of binnen afzienbare tijd te verwachten zijn, acht de rechtbank het redelijk om conform het Tremarapport rekening te houden met een bedrag van maximaal € 114,- per maand voor de duur van een jaar. Niet gebleken is dat bij de vaststelling van de alimentatie in het kader van voorlopige voorzieningen reeds met deze kosten rekening is gehouden zoals de vrouw heeft gesteld. De termijn van één jaar zal derhalve ingaan per datum van de heden te geven beschikking.

Ad 5

De rechtbank zal deze niet weersproken post in aanmerking nemen.

Voor de man geldt de bijstandsnorm voor een alleenstaande en een draagkrachtpercentage van 60.

Gezien het voorgaande en gelet op de fiscale gevolgen is de rechtbank van oordeel dat een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw van € 593,- per maand tot 1 augustus 2007, een bedrag van € 672,- per maand met ingang van 1 augustus 2007 en een bedrag van € 760,- per maand met ingang van 1 december 2007 redelijk en billijk en in overeenstemming is met de wettelijke maatstaven.

Kostenveroordeling

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

BESLISSING

De rechtbank:

spreekt uit de echtscheiding tussen: [de man], en [de vrouw], gehuwd op [huwelijksdatum in 1998] in de gemeente [plaats];

bepaalt dat de man met ingang van de dag dat de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand tegen kwijting aan de vrouw tot haar levensonderhoud zal uitkeren een bedrag van € 593,- per maand tot 1 augustus 2007, een bedrag van € 672,- per maand met ingang van 1 augustus 2007 en een bedrag van € 760,- per maand met ingang van 1 december 2007, en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.M. Bouritius, bijgestaan door mr M.V.H. Roessingh-

van Sasse van Ysselt als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2006


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature