< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

stiefouderadoptie

leeftijdsverschil tussen verzoeker en minderjarige bedraagt minder dan het voorgeschreven minimum (...)

In de onderhavige zaak was het kind van wie adoptie wordt verzocht ten tijde van de indiening van het verzoek nog vijf dagen minderjarig en is het inmiddels meerderjarig. Daaruit volgt dat de verzochte adoptie hoofdzakelijk -zo al niet uitsluitend- andere rechtens te erkennen belangen dan belangen van het kind in haar hoedanigheid van minderjarige zal dienen.

Bij die stand van zaken is evident dat het slechts in verwaarloosbare mate van het wettelijk minimum afwijkende leeftijdsverschil tussen verzoeker en het te adopteren kind aan bedoelde pedagogische motieven tegemoetkomt en brengt een redelijke wetstoepassing mee dat de voorwaarde van artikel 1:228, eerste lid, aanhef en onder c. BW wordt geacht te zijn vervuld. (...)

verzoek toegewezen

Uitspraak



RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Sector Familie- en Jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Stiefouderadoptie I

rekestnummer: FA RK 05-490

zaaknummer: 236412

datum beschikking: 15 maart 2006

BESCHIKKING op het op 28 januari 2005 ingediende verzoekschrift van:

[naam adoptant],

wonende te [woonplaats], Spanje,

verzoeker,

procureur: mr. P.C.M. van Schijndel,

advocaat: mr J.M.H. Lebouille te Amsterdam.

Als belanghebbende worden aangemerkt:

[naam moeder],

wonende te [woonplaats], Spanje,

hierna: de moeder,

[naam vader],

wonende te [woonplaats],

hierna: de vader,

en

[naam kind],

wonende te [woonplaats], Spanje,

hierna: het kind.

PROCEDURE

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:

- het op 28 januari 2005 ter griffie van deze rechtbank ingediende verzoekschrift;

- de ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief van de advocaat van verzoeker d.d. 16 maart 2005 met bijlagen;

- de ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief van de advocaat van verzoeker d.d. 22 maart 2005 met bijlage;

- de ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief van de advocaat van verzoeker d.d. 9 mei 2005 met bijlageen

- de ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief van de advocaat van verzoeker d.d. 28 juli 2005 met bijlagen.

Op 29 november 2005 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is verschenen: de advocaat van verzoeker. De advocaat heeft het woord gevoerd aan de hand van een overgelegde pleitnotitie en nog een brief d.d. 18 november 2005 overgelegd, houdende, volgens de advocaat, een door verzoeker, de moeder en het kind gedrieën opgestelde verklaring.

BEOORDELING

Het verzoek strekt tot:

- adoptie door verzoeker van het kind, [naam], geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] (Spanje).

Het kind heeft de Nederlandse nationaliteit, terwijl verzoeker en de overige belanghebbenden eveneens de Nederlandse nationaliteit hebben.

Verzoeker heeft te kennen gegeven dat het gezin dat hij samen met de moeder en het kind vormt enkel in Spanje verblijft vanwege werkzaamheden van verzoeker en dat het de nadrukkelijke wens heeft over enige tijd terug te komen naar Nederland, dat het kind sedert haar geboorte tot 2001 steeds in Nederland heeft gewoond en dat in elk geval voor verzoeker en het kind geldt dat hun identiteit veeleer door hun Nederlanderschap wordt bepaald dan door hun verblijf in Spanje.

De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer aanwezig om van het onderhavige verzoek kennis te nemen.

Het kind is geboren uit het huwelijk van [naam] (de moeder voornoemd) en [naam] (de vader voornoemd).

Voornoemd huwelijk is door echtscheiding ontbonden op [datum] 1993 door inschrijving van het echtscheidingsvonnis van de rechtbank Haarlem d.d. 29 december 1992. Na de echtscheiding is bij beschikking van de rechtbank Haarlem d.d. 3 maart 1993 de moeder benoemd tot voogdes over het kind en de vader tot toeziend voogd. Door wetswijziging is deze toeziende voogdij evenwel van rechtswege vervallen.

Verzoeker, geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats], en de moeder, geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats], zijn gehuwd op [datum] 1998.

Verzoeker heeft derhalve tenminste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek met de moeder samengeleefd. Verzoeker heeft met de moeder sedertdien en derhalve gedurende ten minste één jaar het kind verzorgd en opgevoed.

De moeder ondersteunt het adoptieverzoek, zoals blijkt uit de van haar overgelegde verklaring d.d. januari 2005.

Bij de stukken bevindt zich een schriftelijke verklaring van de vader d.d. 21 maart 2005, waarbij hij meedeelt op de hoogte te zijn van de inhoud en strekking van het verzoekschrift, zich niet te verzetten tegen adoptie van het kind ten gunste van verzoeker en zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

Gelet op de schriftelijke verklaring van het kind d.d. 18 januari 2005, waarin zij er blijk van geeft tegen toewijzing van het verzoek geen bezwaar te hebben, acht de rechtbank het aannemelijk dat het kind op de hoogte is van haar huidige en toekomstige status.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1969 en dat de minderjarige van wie adoptie wordt verzocht is geboren op [geboortedatum] 1987. Het leeftijdsverschil tussen verzoeker en de minderjarige bedraagt derhalve zeventien jaren, 9 maanden en 19 dagen en aldus 2 maanden en 11 dagen minder dan het wettelijk voorgeschreven minimum leeftijdsverschil tussen de adoptant en het kind.

De rechtbank zal derhalve allereerst beoordelen of in de onderhavige zaak aan de voorwaarde van artikel 1:228, eerste lid, aanhef en onder c. is voldaan.

In zijn arrest van 30 juni 2000, NJ 2001, nr. 103, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat aan de rechter niet de vrijheid toekomt op grond van de omstandigheden van het geval af te wijken van de door de wetgever in het belang van het kind te dezer zake gemaakte duidelijke keuze om te voorkomen dat er een te klein verschil in leeftijd tussen de verzoeker tot adoptie en het kind bestaat.

Dat de wetgever zodanige uitdrukkelijke en dwingende keuze heeft gemaakt leidt de Hoge Raad af uit hetgeen door de A-G mr. Moltmaker in diens conclusie onder 2.2.1 – 2.2.4 is vermeld. De rechtbank maakt uit deze verwijzing op dat de Hoge Raad de rechter gebonden acht aan de door de wetgever gemaakte keuze om met de minimumleeftijdsgrens van 18 jaren, aan de rechter als richtsnoer en aan de rechtsgenoot die adoptie overweegt ter voorlichting, onmiskenbaar duidelijk tot uitdrukking te brengen dat de verhouding tussen adoptant en kind slechts dan als bestendig en volledig beantwoordende aan het belang van het kind kan worden erkend, wanneer geen te klein (leeftijds- rb.)verschil tussen verzoeker en het kind bestaat.

De rechtbank concludeert dan ook dat de rechter niet de vrijheid toekomt om ter beantwoording van de vraag of het leeftijdsverschil niet te klein is op grond van de omstandigheden van het geval het richtsnoer van 18 jaren naast zich neer te leggen.

Zulks doet er naar het oordeel van de rechtbank echter niet aan af dat de door de wetgever uiteindelijk beoogde toets behoort te zijn of het feitelijk leeftijdsverschil er niet aan in de weg staat dat de verhouding tussen adoptant en het kind als bestendig en volledig beantwoordende aan het belang van het kind kan worden erkend, met andere woorden: of het feitelijke leeftijdsverschil wel tegemoetkomt aan de aan de onderhavige voorwaarde ten grondslag liggende pedagogische motieven. Indien dat evident het geval is behoeft de rechter geen richtsnoer.

In de onderhavige zaak was het kind van wie adoptie wordt verzocht ten tijde van de indiening van het verzoek nog vijf dagen minderjarig en is het inmiddels meerderjarig. Daaruit volgt dat de verzochte adoptie hoofdzakelijk -zo al niet uitsluitend- andere rechtens te erkennen belangen dan belangen van het kind in haar hoedanigheid van minderjarige zal dienen.

Bij die stand van zaken is evident dat het slechts in verwaarloosbare mate van het wettelijk minimum afwijkende leeftijdsverschil tussen verzoeker en het te adopteren kind aan bedoelde pedagogische motieven tegemoetkomt en brengt een redelijke wetstoepassing mee dat de voorwaarde van artikel 1:228, eerste lid, aanhef en onder c. BW wordt geacht te zijn vervuld.

Nu ook overigens aan de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW) - voor zover in deze zaak van toepassing - is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie toewijzen.

Nu het kind in haar verklaring d.d. 20 juli 2005 te kennen geeft dat zij de geslachtsnaam van verzoeker wenst te dragen, krijgt het kind op grond van artikel 1:5 lid 3, derde volzin jo. lid 7, eerste volzin BW van rechtswege de geslachtsnaam [achternaam van adoptant].

BESLISSING

De rechtbank:

spreekt uit de adoptie van:

[naam kind],

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats], Spanje

door [naam adoptant],

onder vermelding van de verklaring van het kind van zestien jaar of ouder ten overstaan van de rechtbank dat zij de geslachtsnaam [achternaam van adoptant] zal hebben.

Aldus gegeven te 's-Gravenhage door mr. R.M. Bouritius, kinderrechter, bijgestaan door mevrouw

M. van Drunick als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2006.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature