< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

echtscheiding - kinderalimentatie - behoefte van de kinderen bij een netto-gezinsinkomen van € 6.000,-- p.m. - nu de vrouw niet heeft weersproken dat ten tijde van het huwelijk buiten de tweeling van partijen nog een derde kind financieel ten laste van partijen kwam, zal 2/3 van het bedrag worden genomen dat volgens de tabel voor drie kinderen geldt.

Uitspraak



RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Scheiding

6x

rekestnummer: FA RK 05-4313

zaaknummer: 247376

datum beschikking: 6 maart 2006

BESCHIKKING op het op 27 juli 2005 ingekomen verzoek van:

[naam],

de man,

wonende te [woonplaats],

procureur: mr. J.P. Verhaar-Kok.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[naam],

de vrouw,

wonende te [woonplaats],

procureur: mr. F.A.E. Ohlenroth.

PROCEDURE

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift tevens verzoekschrift;

- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;

- de brief d.d. 6 januari 2006 van de zijde van de man, met bijlagen;

- de brief d.d. 16 januari 2006 van de zijde van de vrouw, met bijlagen.

Op 30 januari 2006 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen en hun procureurs.

VERZOEK EN VERWEER

Het verzoek van de man zoals dat thans luidt strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:

- vaststelling van een omgangsregeling,

- vaststelling van een door de man te betalen bijdrage ad € 300,-- per maand per kind in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen, bij vooruitbetaling te voldoen,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert - onder referte voor het overige - verweer tegen de verzochte kinderalimentatie . Zij heeft zelfstandig verzocht:

- vaststelling van een bijdrage ad € 650,-- per maand per kind in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen, bij vooruitbetaling te voldoen,

- bepaling van de vaste verblijfplaats van de kinderen bij de vrouw,

een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert - onder referte voor het overige - verweer tegen de door de vrouw verzochte kinderalimentatie.

BEOORDELING

Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.

Blijkens authentiek bewijsstuk zijn de echtgenoten op [datum] 1994 in de gemeente [naam gemeente] met elkaar gehuwd. Zij hebben twee thans nog minderjarige kinderen, te weten [achternaam], [voornaam] en [achternaam], [voornaam], beiden geboren op [geboortedatum] 1996 te [gemeente].

Echtscheiding

De gestelde duurzame ontwrichting van het huwelijk is niet bestreden en staat dus in rechte vast, zodat het daarop steunende niet weersproken verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar is.

Gewone verblijfplaats minderjarigen

Het verzoek van de vrouw tot bepaling dat de minderjarigen hun gewone verblijfplaats bij de vrouw zullen hebben zal als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.

Omgangsregeling

De man heeft verzocht om te bepalen dat hij gerechtigd is tot omgang met de minderjarigen gedurende een weekend per veertien dagen van zaterdagochtend om 10.00 uur tot zondagavond om 19.30 uur, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen.

De vrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal overeenkomstig het verzoek van de man beslissen, nu niet is gebleken dat het belang van de minderjarigen zich tegen de verzochte regeling verzet.

Kinderalimentatie

Behoefte van de minderjarigen

De vrouw heeft de totale kosten van de minderjarigen aan de hand van de (lineair doorgetrokken) tabel eigen aandeel bijdrage kosten van kinderen uit het Tremarapport begroot op een bedrag van € 1.520,-- per maand. Zij is daarbij uitgegaan van een netto-gezinsinkomen van € 6.000,-- per maand, te weten € 5.000,-- aan de zijde van de man en € 1.000,-- aan eigen inkomsten. De vrouw heeft in dit verband gesteld dat zij in de tijd dat partijen nog bijeen waren met haar praktijk haptotherapie in [naam gemeente] een inkomen genereerde van € 1.000,-- netto per maand. Zij heeft deze stelling met cijfers onderbouwd. Inmiddels is zij na haar verhuizing naar [woonplaats] een nieuwe praktijk begonnen. Zij is nog bezig met de opbouw daarvan en verdient thans € 500,-- bruto per maand. De vrouw acht het redelijk om van een verdiencapaciteit van € 1.000,-- netto per maand uit te gaan.

De vrouw acht gelet op de verhouding tussen de inkomens van partijen een door de man te betalen bijdrage voor de minderjarigen van € 650,-- per maand per kind passend.

De man heeft betwist dat de behoefte van de minderjarigen aan een bijdrage in de kosten van hun verzorging en opvoeding uitgaat boven een bedrag van € 300,-- per maand per kind.

De man heeft daartoe gesteld dat de werkelijke uitgaven voor de kinderen ten tijde van het huwelijk ongeveer € 5.530,-- per kind per jaar bedroegen, hetgeen overeenkomt met € 461,-- per maand, en dat deze kosten dienen te worden verdeeld naar rato van de inkomens van partijen.

De man heeft verder gesteld dat indien de tabel eigen aandeel bijdrage kosten van kinderen uit het Tremarapport wordt gehanteerd, ermee rekening dient te worden gehouden dat lange tijd ook twee kinderen van de vrouw uit een eerdere relatie deel hebben uitgemaakt van het gezin van partijen en dat in ieder geval in de laatste periode van het huwelijk één van die kinderen van de vrouw deel uitmaakte van het gezin van partijen en financieel ten laste van partijen kwam. Een en ander heeft tot gevolg gehad dat voor de tweeling naar verhouding minder geld werd uitgegeven dan zou volgen uit de hiervoor bedoelde tabel, althans dat 2/3 deel dient te worden genomen van het bedrag dat volgens de tabel voor drie kinderen geldt.

De man heeft niet weersproken dat zijn inkomen ongeveer € 5.000,-- netto per maand bedraagt.

Bij de verdeling van de kosten van de kinderen over partijen dient er volgens de man rekening mee te worden gehouden dat de vrouw in staat is om méér te verdienen dan het door haar gestelde bedrag van € 1.000,-- netto per maand.

De man acht op grond van het voorgaande een bijdrage van zijn kant van € 300,-- per kind per maand passend.

De vrouw heeft het door de man opgestelde overzicht van de voor de kinderen gemaakte werkelijke kosten betwist, nu daarin geen rekening is gehouden met door de vrouw met de kinderen voorgenomen vakanties. De vrouw is van mening dat de werkelijke kosten van de kinderen meer bedragen dan het door de man genoemde bedrag van € 461,-- per maand. De vrouw heeft niet gesteld hoe hoog de werkelijke kosten van de kinderen zijn inclusief vakantiekosten.

Nu over de werkelijke kosten van de kinderen onduidelijkheid is blijven bestaan, zal de rechtbank het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de minderjarigen bepalen aan de hand van de tabel eigen aandeel bijdrage kosten van kinderen uit het Tremarapport (8 punten, tabel 2006), met dien verstande dat, nu de vrouw niet heeft weersproken dat ten tijde van het huwelijk buiten de tweeling nog een derde kind financieel ten laste van partijen kwam, 2/3 deel van het bedrag zal worden genomen dat volgens de tabel voor drie kinderen geldt en dat die tabel slechts zal worden doorgetrokken tot een netto gezinsinkomen van € 5.000,--, nu de vrouw niet heeft aangetoond dat de werkelijke kosten van de minderjarigen meer bedragen dan het daar vermelde bedrag. De rechtbank bepaalt het aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen conform het hiervoor overwogene op € 495,-- per kind per maand.

De rechtbank is van oordeel dat de man de stellingen van de vrouw omtrent haar verdiencapaciteit onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, zodat de rechtbank daaraan voorbij gaat. De rechtbank zal dan ook uitgaan van een netto inkomen aan de kant van de man van € 5.000,-- per maand en aan de kant van de vrouw van € 1.000,-- per maand en bepaalt de behoefte van de minderjarigen aan een door de man te betalen bijdrage, naar rato van genoemde inkomens, op een bedrag van € 410,-- per kind per maand.

Draagkracht

De man heeft onbetwist gesteld dat zijn bruto jaarinkomen gemiddeld € 87.072,-- bedraagt.

Uit de door de man overgelegde draagkrachtberekening volgt dat de man in ieder geval in staat is om een bijdrage ad € 410,-- per maand per kind ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen te betalen.

Een bespreking van de door de man in die draagkrachtberekening opgevoerde, doch door de vrouw betwiste maandelijkse lasten (ziektekostenpremie ad € 310,60, premie pensioenvoorziening/lijfrente ad € 462,25, premie arbeidsongeschiktheidsverzekering ad € 405,73, aflossing Dexia-schuld ad € 181,08, aflossing schuld Postbank ad € 146,45 en foster parents plan ad € 20,50) kan daarom achterwege blijven.

Nu de man over voldoende draagkracht beschikt, zal de rechtbank de door hem te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen vaststellen op een bedrag van

€ 410,-- per maand per kind, conform hun behoefte.

BESLISSING

De rechtbank:

spreekt uit de echtscheiding tussen: [achternaam], [voornamen], en [achternaam] [voornaam], gehuwd op [datum] 1994 in de gemeente [naam gemeente];

bepaalt dat de minderjarigen [achternaam], [voornaam] en [achternaam], [voornaam], beiden geboren op [geboortedatum] 1996 te [gemeente], hun gewone verblijfplaats zullen hebben bij de vrouw, en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de minderjarigen bij de man zullen zijn:

- een weekend per veertien dagen van zaterdagochtend om 10.00 uur tot zondagavond om 19.30 uur, alsmede

- de helft van de schoolvakanties,

en verklaart deze omgangsregeling uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de man, met ingang van de dag waarop de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, voor de verzorging en opvoeding van de minderjarigen aan de vrouw, die de minderjarigen verzorgt en opvoedt, zal betalen een bedrag van € 410,-- per maand, per kind, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.G. Kok, tevens kinderrechter, bijgestaan door

mr. J.M.M. Bancken als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 maart 2006


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature