E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY0410
LJN AY0410, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 06/24535, 06/24534

Inhoudsindicatie:

Buitenlands verblijfsalternatief Noord- en Zuid-Korea.

Verzoekster is afkomstig uit Noord-Korea en heeft nooit in Zuid-Korea verbleven. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat verzoekster bij terugkeer een reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM strijdige behandeling. Dit leidt naar het oordeel van verweerder niet tot verlening van een verblijfsvergunning nu verzoekster de Zuid-Koreaanse nationaliteit kan verkrijgen en derhalve een buitenlands vestigingsalternatief in Zuid-Korea heeft. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Ingevolge artikel 13, aanhef en onder a, Vw 2000 wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning slechts ingewilligd indien internationale verplichtingen daartoe nopen. Artikel 3 EVRM bevat een dergelijke internationale verplichting. Gelet hierop en met inachtneming van paragraaf C1/4.3. van de Vc 2000, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de discretionaire bevoegdheid, voor zover daarvan bij de beoordeling van de a en b-grond al sprake is, in ieder geval niet zo ver strekt dat een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw 2000 kan worden geweigerd door middel van tegenwerping van een buitenlands vestigingsalternatief en verweerder zich daarmee zou kunnen onttrekken aan internationale verplichtingen. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie