Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

verweer onrechtmatige doorzoeking verworpen. Bewezenverklaring voorhanden hebben vuurwapen met bijbehorende munitie, professioneel vuurwerk (3 cobra’s en een lawinepijl) en een stiletto. Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Toewijzing vordering tenuitvoerlegging.

Uitspraak



Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/331995-23

Parketnummer vordering TUL VV: 10/050744-22

Datum uitspraak: 26 maart 2024

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief

gedetineerd in [detentieadres],

raadsvrouw mr. A. Heida, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 maart 2024.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.K. Nanhkoesingh heeft gevorderd:

bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten (te weten het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie (feit 1), professioneel vuurwerk (feit 2) en een stiletto (feit 3);

veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering;

tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10/050744-22.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Rechtmatigheid doorzoeking auto

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De auto van de verdachte is zonder voldoende aanleiding en zonder toestemming van de verdachte doorzocht. De verdachte heeft direct tegen de politie gezegd dat hij geen toestemming gaf voor een doorzoeking van zijn auto. De wijze waarop de verbalisanten de volgorde van gebeurtenissen hebben weergegeven in het proces-verbaal is niet correct. Pas op het moment dat de verbalisanten al enige tijd bezig waren met de doorzoeking, heeft de verdachte gezegd dat er een gripzakje in zijn auto lag. Gelet op het voorgaande is sprake van een onherstelbaar vormverzuim. De resultaten die met de onrechtmatige doorzoeking zijn verkregen, dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Subsidiair dient het vormverzuim te leiden tot strafvermindering.

4.1.2.

Beoordeling door de rechtbank

Blijkens het proces-verbaal van bevindingen met nummer [prces-verbaalnummer] hebben de verbalisanten voldoende aanleiding gehad om de auto waarin de verdachte reed te onderwerpen aan een verkeerscontrole en vervolgens aan een doorzoeking. In het proces-verbaal wordt door de verbalisanten een duidelijke tijdlijn gegeven van hoe dat is gegaan. Uit die tijdlijn volgt dat de verdachte voorafgaand aan de doorzoeking aan de verbalisanten heeft medegedeeld dat er een gripzakje met harddrugs in de auto lag. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van dit op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van de politie. Enkel de verklaring van de verdachte dat het anders is gegaan is daarvoor onvoldoende.

De rechtbank is niet gebleken van de onrechtmatigheid van de doorzoeking van de auto. Er is geen sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Het verweer wordt verworpen.

4.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

De verdachte heeft verklaard dat hij het vuurwapen met bijbehorende munitie en de lawinepijl in zijn bezit had. Hij had op de dag van zijn aanhouding gezien dat er cobra’s in zijn auto lagen en de stiletto had hij op een eerder moment in zijn auto zien liggen. Daarmee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Omdat de verdachte dit heeft bekend, zullen deze feiten zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1hij op 13 december 2023 te Rotterdameen wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens enmunitie, te weteneen vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van eenpistool van het merk Walther, model CCP, kaliber 9 mm,met daarbij voor dat wapen geschikte munitievoorhanden heeft gehad;

2hij op 13 december 2023 te Rotterdamopzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik,voorhanden heeft gehad,immers had hij, verdachte, toen daar professioneel vuurwerk, te weten- 3 stuks knalvuurwerk met lont, merk/type: Super Cobra6 en- een (1) vuurpijl van het soort: lawinepijl, naam/artikelnummer: Signalrakete 901voorhanden;

3hij op 13 december 2023 te Rotterdameen wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie I onder 1° van deWet wapens en munitie , te weteneen stilettovoorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

feit 1:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie ;

feit 2:

overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer (artikel 1.2.2, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit), opzettelijk begaan;

feit 3:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie .

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.1.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft op 13 december 2023 een vuurwapen met bijbehorende munitie, professioneel vuurwerk (3 cobra’s en een lawinepijl) en een stiletto voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens met munitie brengt in het algemeen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee, omdat het bezit van een vuurwapen al snel kan leiden tot het gebruik ervan, met alle gevolgen van dien. Voor het professionele vuurwerk geldt dat dit ontijdig kan ontbranden en krachtige explosies teweeg kan brengen. Een stiletto is een verboden (steek)wapen en het ongecontroleerd bezit daarvan levert gevaar op voor personen.

7.2.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Uit zijn strafblad blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor overtreding van de Wet wapens en munitie.

Reclassering Nederland, afdeling Fivoor, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 6 maart 2024. Dit rapport houdt - kort samengevat - het volgende in.

“[verdachte] kwam op 48-jarige voor het eerst in aanraking met justitie vanwege belaging en overtreding van de Wet wapens en munitie (pepperspray) en werd hiervoor veroordeeld tot huidig reclasseringstoezicht en een taakstraf. Bij veroordeling zien wij geen delictpatroon.Wij beschouwen het sociaal netwerk en het psychosociaal functioneren van [verdachte] als direct delictgerelateerde factoren. Betrokkene is in de problemen gekomen vanwege het sociaal netwerk waarin hij verkeerde/verkeert en de keuzes die hij maakte ten aanzien van het oplossen van bedreigende situaties. De reclassering ziet dat betrokkene in de periode voorafgaand aan onderhavige verdenking niet beschikte over adequate oplossingsvaardigheden, waardoor wij – mede op grond van de ernst van de verdenking – van mening zijn dat een interventie hierop in forensisch kader geïndiceerd is. De reclassering schat in dat [verdachte] beschikt over voldoende beschermende factoren. Naar inschatting van de reclassering heeft de detentie een sterk corrigerend effect gehad. Betrokkene is zelfredzaam, heeft zelfinzicht en neemt verantwoordelijkheid voor zijn daden. Hij toont een zeer meewerkende en bereidwillige houding, ook tijdens detentie. Daarbij is [verdachte] volledig abstinent van middelen en heeft hij veel steun vanuit zijn familie. Wij beschouwen de familierelatie en de houding van [verdachte] dan ook als mogelijk beschermende factoren. Zijn familie – en in het bijzonder zijn kinderen – vormen de grootste motivatie om zijn leven weer op orde te krijgen en niet meer in aanraking te komen met politie en justitie.

Vanwege de laag-gemiddelde risico’s die uit het onderhavige onderzoek naar voren komen en de aard van de verdenkingen adviseren wij bij veroordeling een reclasseringstoezicht voor de duur van één jaar op te leggen met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering en gedragsinterventie cognitieve vaardigheden.”

7.3.

Conclusies van de rechtbank

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en in positieve zin rekening gehouden met de houding van de verdachte op zitting. De verdachte heeft overtuigend laten blijken dat hij het laakbare van zijn handelen inziet en dat hij andere keuzes had moeten maken. De rechtbank zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet, anders dan de reclassering en de officier van justitie, geen aanleiding om bijzondere voorwaarden te verbinden aan het voorwaardelijke deel van de straf. Een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden zal gelet op de hierboven beschreven houding van de verdachte geen meerwaarde hebben. Ook begeleiding van de reclassering wordt niet nodig geacht, nu er veel beschermende factoren zijn en de verdachte zelf goed in staat lijkt om zijn leven weer op de rit te krijgen nadat hij vrijkomt uit detentie.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vordering tenuitvoerlegging

8.1.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 23 augustus 2022 van de politierechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van belaging en overtreding van de Wet wapens en munitie veroordeeld voor zover van belang tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, waarvan een gedeelte groot 50 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 7 september 2022.

8.2.

Beoordeling door de rechtbank

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd. Daarom zal de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde straf worden gelast.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;

gelast de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte, groot 50 uren, van de bij vonnis van 23 augustus 2022 van de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde taakstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Hameete, voorzitter,

en mrs. H.J. de Kraker en A.L. Pöll, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Blom-den Haan, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1hij op of omstreeks 13 december 2023 te Rotterdameen wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens enmunitie, te weteneen vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van eenpistool van het merk Walther, model CCP, kaliber 9 mm,met daarbij voor dat wapen geschikte munitievoorhanden heeft gehad;

2hij op of omstreeks 13 december 2023 te Rotterdamal dan niet opzettelijk , professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik,voorhanden heeft gehad,immers had hij, verdachte, toen daar 3 stuks professioneel vuurwerk, te weten- 3 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk met lont, merk/type: Super Cobra6 en/of- een (1) vuurpijl van het soort: lawinepijl, naam/artikelnummer: Signalrakete 901voorhanden;

3hij op of omstreeks 13 december 2023 te Rotterdameen wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie I onder 1° van deWet wapens en munitie , te weteneen stilettovoorhanden heeft gehad.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature