U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Werknemer geen recht op doorbetaling van 100% (in plaats van de wettelijke 70%) van het loon; geen bestendig gebruik.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Locatie Dordrecht

zaaknummer: 10551388 CV EXPL 23-2196

Datum uitspraak: 14 december 2023

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres01] ,

wonende te [woonplaats01] ,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde: mr. G.J. van den Hoven,

tegen

Intercoating B.V. ,

gevestigd te Gorinchem,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde: mr. N. van Beurden.

Partijen zullen hierna [eiseres01] en Intercoating worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 5 juni 2023, met producties;

- de conclusie van antwoord en van eis in reconventie, met producties;

- de akte overlegging producties tevens houdende wijziging van eis van de zijde van Intercoating;

- de antwoordakte overlegging producties, tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie, tevens houdende akte eisvermeerdering van de zijde van [eiseres01] .

1.2.

Op 13 november 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen besproken.

2 De feiten

2.1

Op 1 september 2021 hebben [eiseres01] en Intercoating een arbeidsovereenkomst gesloten voor de duur van -feitelijk- acht maanden. Vervolgens hebben partijen op 30 april 2022 een tweede arbeidsovereenkomst gesloten. In artikel 2 van de ze tweede arbeidsovereenkomst is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

“ Op 30 april 2022 wordt het tijdelijk dienstverband voor een periode van 08 maanden verlengd waarbij het dienstverband eindigt van rechtswege op 31 december 2023 .”

2.2

Op 29 november 2022 hebben [eiseres01] , [naam01] (hierna [naam01] ) en [naam02] (hierna [naam02] ) met elkaar gesproken over een derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

2.3

Op 7 december 2022 heeft [naam01] [eiseres01] een e-mailbericht gestuurd waarin, voor zover van belang, het volgende is opgenomen:

“ (..). De arbeidsovereenkomst versie 2 wordt met ingang van 31 december 2022 met 8-maanden voor bepaalde tijd verlengd. Dan heb je aangegeven dat in de arbeidsovereenkomst van versie 2 een fout zit, namelijk het contract wordt verlengd met 8-maanden, dus tot en met 31 december 2022, maar er staat in de arbeidsovereenkomst 2023. Als een arbeidsovereenkomst wordt verlengd met 8-maanden dan kan dit nooit op 31 december 2023 eindigen, maar in december 2022.

Vertrouwende het gesprek zo volledig mogelijk in het kort te hebben weergegeven, maar mocht de inhoud niet juist of onvolledig zijn dan verneem ik dit dan ook per omgaande van je .”

2.4

Op 9 januari 2023 heeft [eiseres01] zich met burn-outklachten ziekgemeld.

3 Het geschil

3.1

[eiseres01] vordert in conventie, na vermeerdering van eis, dat de kantonrechter Intercoating bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt:

(a) tot nabetaling aan [eiseres01] van het salaris over de maanden februari 2023 tot en met mei 2023 ad in totaal € 3.781,56 bruto;

(b) tot betaling aan [eiseres01] van de wettelijke verhoging van 50% over de maanden februari 2023 tot en met mei 2023 ad € 1.890,78 ‘netto’;

(c) (a) en (b) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de verschuldigdheid van de loontermijnen tot aan de dag van algehele voldoening;

(d) tot betaling aan [eiseres01] van het salaris vanaf juni 2023 tot en met december 2023 ad € 2.051,75 bruto per maand;

(e) tot betaling aan [eiseres01] van de wettelijke verhoging van 50% over de maanden juni 2023 tot en met december 2023;

(f) (d) en (e) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de verschuldigdheid van de loontermijnen, tot aan de dag van algehele voldoening;

(g) tot betaling aan [eiseres01] van de openstaande verlofuren van 254,25 uur x € 18,21 = € ‘4.630,09’ bruto;

(h) tot betaling aan [eiseres01] van een bedrag van € 658,62 aan buitengerechtelijke incassokosten,

en Intercoating veroordeelt in de kosten van de procedure.

3.2

Aan haar vorderingen legt [eiseres01] het volgende ten grondslag. De tweede arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op 31 december 2023. Tot die tijd heeft [eiseres01] recht op doorbetaling van 100% (in plaats van de wettelijke 70%) van haar loon. Daarnaast heeft Intercoating bij de berekening van het loon een te laag bruto basissalaris als uitgangspunt genomen. Ten slotte is Intercoating tot een eindafrekening gekomen waarin niet alle openstaande verlofuren van [eiseres01] zijn uitbetaald, aldus [eiseres01] .

3.3

Intercoating betwist dat de tweede arbeidsovereenkomst doorloopt tot 31 december 2023. Volgens Intercoating is deze geëindigd op 31 december 2022 en is een derde arbeidsovereenkomst tussen partijen van kracht geworden, die is geëindigd op 31 augustus 2023. Ook betwist Intercoating dat [eiseres01] tijdens haar ziekte recht had op doorbetaling van 100% van haar loon, dat het bedrag van het bruto basissalaris van [eiseres01] niet klopt en dat niet alle openstaande verlofuren zijn uitbetaald.

3.4

In voorwaardelijke reconventie vordert Intercoating (na eiswijziging) dat, indien en voor zover de vorderingen van [eiseres01] geheel of gedeeltelijk worden toegewezen, de kantonrechter [eiseres01] , voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot betaling van een bedrag gelijk aan de (neven)inkomsten die [eiseres01] heeft ontvangen van derden tijdens haar dienstbetrekking met Intercoating, dan wel, voor zover Intercoating wordt veroordeeld tot enige betaling aan [eiseres01] , dat verrekening zal plaatsvinden, dit alles met veroordeling van [eiseres01] in de proceskosten, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente daarover.

3.5

Aan haar voorwaardelijke reconventionele vordering legt Intercoating ten grondslag dat [eiseres01] op 10 juni 2023 betaalde werkzaamheden heeft verricht voor horecabedrijf [naam bedrijf01] , en verder dat zij op 14 december 2022 de eenmanszaak [naam eenmanszaak01] heeft laten inschrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en met deze eenmanszaak (neven)inkomsten heeft gegenereerd.

3.6

[eiseres01] betwist dat zij inkomsten heeft gegenereerd met werkzaamheden voor [naam bedrijf01] of met haar eenmanszaak. Overigens stelt [eiseres01] zich op het standpunt dat van een verbod op nevenwerkzaamheden geen sprake is.

4 De beoordeling

In conventie

Einde dienstverband

4.1

Het dienstverband van [eiseres01] is, anders dan zij heeft bepleit, geëindigd op 31 augustus 2023. Voldoende aannemelijk is geworden dat de woorden “december 2023” in artikel 2 van de tweede arbeidsovereenkomst berusten op een verschrijving, dat partijen het oog hadden op een verlenging van het dienstverband met acht maanden en dat hier dus “december 2022” was bedoeld. Dat is ook in lijn met het feit dat [eiseres01] , [naam01] en [naam02] op 29 november 2022 met elkaar gesproken hebben over een opvolgende, derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Voor een gesprek over een derde arbeidsovereenkomst zou vanzelfsprekend geen aanleiding zijn geweest als de tweede arbeidsovereenkomst nog ruim een jaar zou doorlopen. Als [eiseres01] ervan uitging dat een derde arbeidsovereenkomst nog lang niet aan de orde was, maar zij zich (zoals zij ter zitting aangaf) in het gesprek heeft laten “overbluffen”, had zij de kans dit recht te zetten en haar standpunt duidelijk te maken toen [naam01] haar ruim een week later ter bevestiging het in rechtsoverweging 2.3 genoemde e-mailbericht stuurde. In dat e-mailbericht verzocht [naam01] [eiseres01] contact met hem op te nemen als de inhoud van het gesprek niet juist of onvolledig was samengevat. Dat heeft [eiseres01] niet gedaan.

4.2

Omdat de eerste arbeidsovereenkomst een duur van acht maanden had en in het gesprek van 29 november 2022 over een derde arbeidsovereenkomst met een duur van acht maanden werd gesproken, ligt het voor de hand dat het de bedoeling van partijen was dat ook de tweede arbeidsovereenkomst een duur van acht maanden had, en niet van twintig.

4.3

Op basis van al het voorgaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat de tweede arbeidsovereenkomst is geëindigd op 31 december 2022 en dat de derde arbeidsovereenkomst is geëindigd op 31 augustus 2023, zoals Intercoating aan [eiseres01] heeft bevestigd per brief van 24 juli 2023.

Geen recht op 100% loondoorbetaling

4.4

[eiseres01] heeft zich op het standpunt gesteld dat zij vanaf februari 2023, in plaats van op de 70% loon die zij op grond van artikel 7:629 BW kreeg uitgekeerd, recht had op doorbetaling van 100 % van haar loon. Daartoe heeft zij aangevoerd dat het binnen Intercoating gebruikelijk is dat werknemers gedurende het eerste ziektejaar hun loon volledig krijgen doorbetaald en dat Intercoating de plicht heeft [eiseres01] op gelijke wijze te behandelen. Bovendien had [eiseres01] tijdens een eerdere (korte) ziekteperiode ook 100% van haar loon doorbetaald gekregen.

4.5

Van een verplichting de loondoorbetaling aan te vullen tot 100% kan bij gebreke van afspraken daarover (toch) sprake zijn als dat binnen de betreffende onderneming bestendig gebruik is. Niet is gebleken dat dat binnen Intercoating het geval is. [eiseres01] heeft haar (door Intercoating gemotiveerd betwiste) stellingen op dat punt onvoldoende onderbouwd. Het geanonimiseerde WhatsAppbericht van één collega is voor het aannemen van een bestendig gebruik onvoldoende en kan er niet toe leiden dat [eiseres01] erop mocht vertrouwen dat haar loon gedurende haar ziekte zou worden aangevuld tot 100%. Dat Intercoating het loon van haar werknemers ingeval van incidentele en kortstondige periodes van ziekte wel volledig doorbetaalt, komt (zoals Intercoating ter zitting heeft aangevoerd) voort uit praktisch boekhoudkundig gemak en doet op zichzelf aan het voorgaande niet af. Ook het feit dat op een loonstrook van [eiseres01] de woorden “ziek tweede jaar” stonden vermeld, maakt dit niet anders. Uit deze vermelding (al dan niet abusievelijk) vloeit niet noodzakelijkerwijs voort dat er binnen Intercoating sprake was van een bestendig gebruik om gedurende het eerste ziektejaar 100% van het loon door te betalen.

Tussenconclusie

4.6

De vorderingen van [eiseres01] moeten worden afgewezen voor zover deze betrekking hebben op de periode na 31 augustus 2023 en voor zover deze zien op een loondoorbetaling van 100% gedurende de periode waarin zij ziek was.

Berekening hoogte loon

4.7

Voor de periode februari tot en met augustus 2023 is Intercoating uitgegaan van een salaris van € 1.786,72 bruto per maand. [eiseres01] heeft zich op het standpunt gesteld dat dit bedrag te laag is. Volgens haar had Intercoating rekening moeten houden met een algemeen binnen Intercoating doorgevoerde loonsverhoging van 6%. Daarnaast had Intercoating uit moeten gaan van een arbeidsduur van 26 (in plaats van 24) uur per week.

4.8

Dat een bedrijfsbrede loonsverhoging van 6% is doorgevoerd, heeft Intercoating gemotiveerd betwist. Ter zitting heeft zij toegelicht dat een loonsverhoging alleen voor de verkopers, en dus niet bedrijfsbreed voor alle werknemers, werd doorgevoerd. [eiseres01] heeft dit onweersproken gelaten, zodat een en ander tussen partijen vaststaat.

4.9

Wel was sprake van een dienstverband op basis van 26 uur per week. Intercoating heeft aangevoerd dat het dienstverband 24 uur per week betrof omdat dit op de loonstroken van [eiseres01] stond vermeld, maar daar gaat de kantonrechter niet in mee. In artikel 1 van de tweede arbeidsovereenkomst is een arbeidsduur van 26 uur per week overeengekomen, en van dat aantal moet ook voor wat betreft de derde arbeidsovereenkomst worden uitgegaan. Dat een werknemer om min-uren in te lopen tijdelijk op basis van 24 uur wordt uitbetaald (en dus twee uren per week aan min-uren inloopt), en dat dit zichtbaar is op een loonstrook, doet aan het voorgaande niet af. Vanaf het moment dat [eiseres01] de min-uren – die het gevolg waren van een voorschot op het salaris bij indiensttreding in september 2021 – had ingelopen, had Intercoating het loon van [eiseres01] dus (weer) moeten berekenen op basis van de overeengekomen 26-urige in plaats van een 24-urige werkweek.

4.10

Volgens [eiseres01] had zij per januari 2023 een totaal van 34,75 plusuren opgebouwd. Dit zou moeten blijken uit de door [eiseres01] in het geding gebrachte berekeningen (producties 21 tot en met 23 bij dagvaarding). Deze berekeningen bevatten echter zoveel tegenstrijdigheden en onjuistheden dat deze niet bruikbaar zijn. Zo zou [eiseres01] in januari 2023 een totaal van zeventien dagen hebben gewerkt, terwijl zij zich op 9 januari 2023 al had ziekgemeld. Daartegenover staat dat Intercoating een berekening van de opbouw van min- c.q. plusuren heeft laten maken door haar accountant. Volgens die berekening had [eiseres01] per januari 2023 nog een totaal aan 49,5 min-uren uitstaan. Van dat aantal zal daarom worden uitgegaan. Dat betekent dat [eiseres01] in week 25 van 2023 (19-25 juni) haar min-uren had ingelopen en vanaf de week daarna, tot aan het einde van het dienstverband, weer gerechtigd was tot loonuitkering op basis van de overeengekomen 26 uur per week. Dit komt neer op een nabetaling van € 232,13 bruto, namelijk € 1.786,72 / 24 x 26 - € 1.786,72 = € 148,89 x 2 + € 33,84 (voor de laatste week van juni) = € 331,62 x 0,7 = € 232,13. Vermeerderd met de door [eiseres01] gevorderde wettelijke verhoging van 50% vormt dit een totaalbedrag van € 348,20. Intercoating moet dit bedrag aan [eiseres01] betalen.

Verlofuren

4.11

[eiseres01] vordert voorts betaling van 254,25 openstaande verlofuren. Ook deze urenaantallen, overigens doorberekend tot en met december 2023, zijn gebaseerd op de door [eiseres01] in het geding gebrachte producties 21 tot en met 23. Ook hier geldt dat deze berekening onbruikbaar is. Om die reden sluit de kantonrechter aan bij de eindafrekening van de accountant van Intercoating. Volgens deze eindafrekening stonden op het moment van uitdiensttreding van [eiseres01] nog 44,61 verlofuren open, die alle aan [eiseres01] zijn uitbetaald.

Buitengerechtelijke incassokosten

4.12

[eiseres01] vordert buitengerechtelijke incassokosten van € 658,62. Omdat slechts een klein gedeelte van de vordering van [eiseres01] kan worden toegewezen, bedragen de verschuldigde buitengerechtelijke incassokosten € 52,23, zijnde 15% over het toe te wijzen bedrag van € 348,20. Dit bedrag wordt toegewezen.

Wettelijke rente

4.13

[eiseres01] vordert wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toe te wijzen bedrag. De wettelijke rente over het achterstallig loon van € 232,13 zal worden toegewezen met ingang van 1 september 2023. De wettelijke rente over het resterende bedrag van € 116,06 (zijn de wettelijke verhoging van 50% zoals genoemd in rechtsoverweging 4.10), zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis.

Proceskosten

4.14

In deze procedure zijn partijen over en weer in het ongelijk gesteld. Daarom moeten partijen elk de eigen kosten dragen.

In voorwaardelijke reconventie

4.15

Dat [eiseres01] op 10 juni 2023 betaalde werkzaamheden zou hebben verricht voor horecabedrijf [naam bedrijf01] vormt geen aanleiding haar te veroordelen tot betaling van eventueel gegenereerde (neven)inkomsten. Van een verbod op nevenwerkzaamheden is geen sprake, zodat de vraag of [eiseres01] voor haar werkzaamheden bij [naam bedrijf01] al dan niet betaald heeft gekregen niet ter zake doet. Datzelfde geldt voor haar eenmanszaak [naam eenmanszaak01] . Voor een bevel aan [eiseres01] tot het verstrekken van inzage in de neveninkomsten die zij eventueel zou hebben gegenereerd, is dan ook geen plaats.

Proceskosten

4.16

In de procedure in reconventie wordt Intercoating in het ongelijk gesteld. Zij moet haar eigen kosten dragen en de kosten van [eiseres01] vergoeden. De kosten van [eiseres01] worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 160,00 aan salaris voor de gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter:

In conventie :

- veroordeelt Intercoating tot betaling aan [eiseres01] van een bedrag van € 348,20 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag zoals bedoeld in artikel 6:119 BW (voor het achterstallig loon van € 232,13 te berekenen vanaf 1 september 2023 tot aan de dag van algehele voldoening en voor het resterende bedrag van € 116,06 te berekenen vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis);

- veroordeelt Intercoating aan [eiseres01] te betalen een bedrag van € 52,23 aan buitengerechtelijke incassokosten;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- bepaalt dat partijen elk hun eigen proceskosten dragen;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

In reconventie :

- wijst af het gevorderde;

- veroordeelt Intercoating in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres01] tot deze uitspraak worden vastgesteld op € 160,00;

- verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. den Teuling en in het openbaar uitgesproken. 59729


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature