< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Verzet; hypotheekadvies was in lijn met beleid hypotheekverstrekker, geen beroepsfout

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9442742 \ CV EXPL 21-30774

uitspraak: 1 april 2022

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

1. [persoon A] ,

2. [persoon B]

beiden wonende te [woonplaats] ,

oorspronkelijk eisers, gedaagden in verzet,

gemachtigde: mr. M.J. Goedhart te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap

De Hypothekers Associatie Filialen B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

oorspronkelijk gedaagde, eiseres in verzet,

gemachtigden: mr. M.J.G. Boender-Lamers en mr. A. Wientjes te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘eisers’ respectievelijk ‘De Hypotheker’. Eisers worden hierna afzonderlijk aangeduid als ‘ [persoon A] ’ en ‘ [persoon B] ’.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

het inleidend exploot van dagvaarding van 9 juli 2021, met bij akte overgelegde producties;

het verstekvonnis van 11 augustus 2021;

het verzetexploot van 7 september 2021, met producties;

het tussenvonnis van 4 oktober 2021, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 januari 2022. [persoon A] is verschenen, bijgestaan door mr. M.J. Goedhart als gemachtigde. Namens De Hypotheker zijn verschenen de heer [persoon C] (functie: manager filialen) en de heer [persoon D] (functie: coördinator consumentengeschillen), bijgestaan door mr. A. Wientjes als gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht. Van hetgeen is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

In 2018 hebben eisers zich gewend tot De Hypotheker met het verzoek hen te adviseren over de financiering van de door eisers aangekochte woning aan het adres [adres] te Alblasserdam. Eisers zijn destijds geadviseerd door de heer [persoon E] van De Hypotheker (hierna: ‘ [persoon E] ’).

2.2.

Het advies van De Hypotheker is vastgelegd in een rapport van 23 juli 2018. Hierin is – onder meer – de volgende tekst opgenomen:

“Ik adviseer u bovenstaande hypotheek af te sluiten bij Nationale Nederlanden via het product Nationale Nederlanden Hypotheek. Onderstaande voorwaarden zijn doorslaggevend geweest om juist deze combinatie aan u te adviseren:

Geldigheid rentevoorstel: 3 maanden

Mogelijkheid verlenging: Het rentevoorstel kan verlengd worden met 6 maanden. De bereidstellingsprovisie bedraagt € 578 per maand (0,20 % van het hypotheekbedrag). Dit bedrag geldt alleen indien de rente is gestegen.

Annuleringskosten: De annuleringskosten bedragen € 2.890 (1,00 % van het hypotheekbedrag).

Rente bij passeren: Offerterente

Boetevrije aflossing: Tot 10,00 % (€ 28.900) van de oorspronkelijke hoofdsom kan per kalenderjaar boetevrij worden afgelost.

Verplichting overlijdensrisicoverzekering : Nee, het is bij deze aanvraag niet verplicht een verpande overlijdensrisicoverzekering af te sluiten.

Overbruggingskrediet: De maximale overbrugging is de marktwaarde van de te verkopen woning minus de huidige hypotheek.”

Tevens is in het rapport een tabel opgenomen met de hypotheekconstructie, waarin bij de annuïtaire en lineaire leningsdelen een rentepercentage van 2,83% is vermeld. Onder het kopje ‘Productkeuze’ zijn ten aanzien van de Nationale Nederlanden Hypotheek de rentepercentages 2,47 en 3,03 vermeld.

2.3.

Op 25 juli 2018 heeft [persoon A] per e-mail een aantal vragen gesteld aan [persoon E] . Eén van zijn vragen was:

“In de berekening staat het rentepercentage op 2.83. Ik zie in de berekening van het voorstel ook een rentepercentage staan van 3.03. Blijft dit 2.83?”

2.4.

[persoon E] heeft een dag later hierop als volgt geantwoord:

“Na inlossen van die 40.000,- zal de rente weer naar beneden gaan en op 2,83% gezet worden.”

2.5.

Nationale Nederlanden heeft op 5 september 2018 een hypotheekofferte opgesteld voor eisers. Hierin is – onder meer – de volgende tekst opgenomen:

“ 3.3 De tariefklasse voor uw rente

U leent meer dan 90% van de marktwaarde van uw woning. Hierdoor lopen wij een verhoogd risico, met als gevolg een hoger rentepercentage. Daarom valt u in de tariefklasse ‘vanaf 90% van de marktwaarde’.

De tariefklasse wordt bij elke nieuwe rentevastperiode opnieuw vastgesteld. Als bij een nieuwe rentevastperiode de waarde van uw woning voldoende is gestegen, bieden wij u het rentepercentage aan van de tariefklasse ‘tot en met 90% marktwaarde’.”

In de offerte is ten aanzien van de annuïtaire en lineaire leningsdelen een rentepercentage van 3,03% opgenomen.

2.6.

Na ontvangst van de offerte heeft De Hypotheker op 5 september 2018 telefonisch navraag gedaan bij Nationale Nederlanden naar de rentetarieven en de risico-opslag. De telefoonnotitie die van dit gesprek is gemaakt, vermeldt het volgende:

“[…] In Q4 wordt de rente verlaagd, als de aflossing is gedaan. Dit gaat automatisch. […]”

2.7.

Eisers hebben de offerte geaccepteerd. Op 4 december 2018 is de woning aan het adres [adres] te Alblasserdam aan eisers geleverd en is ook de hypotheek gevestigd.

2.8.

Vanaf 27 juli 2019 is Nationale Nederlanden nieuwe tariefklassen gaan hanteren. In dit kader heeft een casemanager van Nationale Nederlanden aan De Hypotheker een e-mail gestuurd. In deze e-mail is – onder meer – de volgende tekst opgenomen:

“Bedankt voor uw reactie naar aanleiding van klachtcase […] (klant [persoon A] ) met betrekking tot de tariefklasse. […] U geeft het volgende aan:

Wij zijn er van uitgegaan dat de klant na overdracht van de huidige woning met de 40k overwaarde, een extra aflossing zou doen en daardoor in een lagere risico klasse terecht zou komen. Klant geeft aan recht te hebben op 0,2% extra korting.

[…]

Oude tariefklassen

Tot 27 juli 2019 kende Nationale-Nederlanden drie tariefklassen, namelijk:

Tariefklasse Risico-opslag

NHG ( Nationale Hypotheek Garantie ) 0,00%

Tot en met 90% marktwaarde 0,00%

Meer dan 90% marktwaarde 0,20%*

* De risico-opslag van 0,20% voor de tariefklasse ‘meer dan 90% marktwaarde’ geldt vanaf 16 februari 2018. […]

Nationale-Nederlanden heeft negen verschillende tariefklassen. Acht daarvan lopen op van een lening tot en met 40% van de waarde van de woning, tot een lening van meer dan 100% van de waarde van de woning. Daarnaast is er een aparte tariefklasse voor hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie (NHG).

NHG (Nationale Hypotheek Garantie) 0,00%

Niet-NHG

- Tot en met 40% marktwaarde 0,00%

- Meer dan 40% tot en met 50% marktwaarde 0,05%

- Meer dan 50% tot en met 60% marktwaarde 0,10%

- Meer dan 60% tot en met 70% marktwaarde 0,15%

- Meer dan 70% tot en met 80% marktwaarde 0,25%

- Meer dan 80% tot en met 90% marktwaarde 0,30%

- Meer dan 90% tot en met 100% marktwaarde 0,35%

- Meer dan 100% marktwaarde 0,60%

U geeft in uw klacht aan dat er is afgesproken met adviseur en klant dat de 0,2% risico-opslag volledig zou vervallen voor de klant. De adviseur heeft deze “extra korting” meegenomen in zijn advies.

Hierop willen wij graag reageren:

Wij hebben niet eerder dan 27 juli 2019 gecommuniceerd hoe onze tariefklasse eruit zou komen te zien, omdat dit voor deze periode nog onbekend was. Er is wel gecommuniceerd dat de introductie van onze nieuwe tariefklasse uitgesteld zou worden en dat klanten die daarvoor in aanmerking zouden komen gecorrigeerd zullen worden vanaf 1 januari 2019. Een lagere tariefklasse betekent dus niet automatisch een lagere rente voor de klant. Een klant die op dit moment een risico-opslag heeft van 0% heeft al de laagst mogelijke risico-opslag en gaat in de nieuwe situatie gedurende de rentevaste periode géén lagere rente betalen. Alleen wanneer de nieuwe risico-opslag lager is dan de risico-opslag die de klant nu betaalt, dan gaat de klant minder rente betalen.

[…]”

2.9.

Bij onder zaaknummer 9351654 \ CV EXPL 21-24633 gewezen verstekvonnis van 11 augustus 2021 is voor recht verklaard dat De Hypotheker toerekenbaar te kort is geschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen jegens eisers door hen onjuist te adviseren en is De Hypotheker veroordeeld om aan eisers te betalen € 5.359,78, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.758,88 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van De Hypotheker in de proceskosten.

3. De vordering

3.1.

Eisers hebben bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat De Hypotheker toerekenbaar te kort is geschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen jegens eisers door hen onjuist te adviseren en De Hypotheker te veroordelen om aan eisers te voldoen een bedrag van € 5.359,78, te vermeerderen met wettelijke rente, met veroordeling van De Hypotheker in de proceskosten, waaronder de nakosten.

3.2.

Aan hun vordering hebben eisers – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd. Partijen hebben een advies- en bemiddelingsovereenkomst gesloten. Op grond van deze overeenkomst rustte op De Hypotheker de verplichting om eisers te adviseren bij het vinden van een passende hypotheek. De Hypotheker heeft ten onrechte aan eisers voorgehouden dat het zeker was dat de risico-opslag zou vervallen na het aflossen van een deel van de lening. Geen van de berichten van Nationale Nederlanden heeft immers aanleiding gegeven voor deze conclusie. De Hypotheker heeft een onjuiste aanname gedaan, waardoor zij toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst. De door eisers in dit kader geleden schade die voor vergoeding in aanmerking komt, wordt door Financial Consult Nederland begroot op € 4.758,88. Daarnaast is De Hypotheker een bedrag van € 600,90 verschuldigd aan eisers als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

4. Het verweer

4.1.

De Hypotheker heeft de vordering betwist en heeft daartoe – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende aangevoerd. De Hypotheker heeft niet onjuist geadviseerd en geen verkeerde aanname gedaan, zij heeft de zorg die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht, betracht. Dat Nationale Nederlanden achteraf eenzijdige wijzigingen heeft doorgevoerd, kan De Hypotheker niet worden verweten. Er is dus geen sprake van een tekortkoming van De Hypotheker. Daarnaast voert De Hypotheker aan dat eisers hun schade onvoldoende hebben onderbouwd. Eisers hadden zich, ook in het kader van hun schadebeperkingsplicht ex artikel 6:101 BW , tot Nationale Nederlanden moeten wenden, niet tot De Hypotheker. De Hypotheker verwijst in dit kader naar een aantal uitspraken van het Kifid.

5. De beoordeling

Aansprakelijkheid 5.1.

Vaststaat dat partijen op de voet van artikel 7:400 BW een overeenkomst van opdracht hebben gesloten waarbij De Hypotheker als opdrachtnemer zich jegens eisers als opdrachtgevers heeft verbonden om advieswerkzaamheden te verrichten. De Hypotheker moet bij het uitvoeren van die werkzaamheden op grond van artikel 7:401 BW de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen. Op De Hypotheker rust een inspanningsverplichting die inhoudt dat zij de zorgvuldigheid moet betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht.

5.2.

Eisers hebben aangevoerd dat De Hypotheker is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit die overeenkomst door ten onrechte aan eisers te hebben voorgehouden dat de risico-opslag van de hypotheek van Nationale Nederlanden zou vervallen na het aflossen van een deel van de lening. De Hypotheker heeft ter betwisting hiervan onder meer verwezen naar diverse persberichten van Nationale Nederlanden, de telefoonnotitie die is geciteerd bij overweging 2.6, en de bij overweging 2.8 geciteerde e-mail van Nationale Nederlanden aan De Hypotheker.

5.3.

Uit laatstgenoemde e-mail volgt expliciet dat van 16 februari 2018 tot 27 juli 2019 – en dus ook ten tijde van het door De Hypotheker uitgebrachte adviesrapport van 23 juli 2018 – de ‘oude’ tariefklassen werden gehanteerd door Nationale Nederlanden. Vaststaat zodoende dat het beleid van Nationale Nederlanden destijds inhield dat een risico-opslag van 0,20% werd gerekend voor de tariefklasse ‘meer dan 90% marktwaarde’ en een risico-opslag van 0,00% voor de tariefklasse ‘tot en met 90% marktwaarde’. Het gebruik van deze tariefklassen is tevens genoemd in de door Nationale Nederlanden aan eisers verzonden offerte. Uit de telefoonnotitie volgt daarnaast expliciet dat de rente voor de hypotheek van eisers automatisch verlaagd zou worden na aflossing. Naar het oordeel van de kantonrechter was het advies en de toezegging van De Hypotheker aan eisers zodoende in lijn met het beleid van Nationale Nederlanden, wat er in het geval van eisers uit bestond dat de risico-opslag van 0,20% niet meer gerekend zou worden wanneer eisers als gevolg van een aflossing van € 40.000,00 in de tariefklasse ‘tot en met 90% marktwaarde’ terecht zouden komen in plaats van de tariefklasse ‘meer dan 90% marktwaarde’. Van De Hypotheker kan niet worden verwacht dat zij erop bedacht had moeten zijn dat Nationale Nederlanden dit beleid eenzijdig zou gaan wijzigen.

5.4.

Als gevolg van het bovenstaande, en omdat eisers daarnaast onvoldoende hebben onderbouwd dat De Hypotheker een betere en/of goedkopere hypotheek had moeten adviseren, is niet komen vast te staan dat De Hypotheker een onjuiste aanname heeft gedaan of anderszins een fout heeft gemaakt in haar advisering jegens eisers. Van aansprakelijkheid aan de zijde van De Hypotheker is zodoende geen sprake, waardoor de vorderingen van eisers zullen worden afgewezen. Aan een inhoudelijke beoordeling van de hoogte van de schade en het verweer van eigen schuld komt de kantonrechter niet meer toe.

5.5.

De door De Hypotheker ingestelde vordering om eisers te veroordelen tot terugbetaling van hetgeen De Hypotheker heeft voldaan ter voldoening aan voornoemd verstekvonnis wordt eveneens afgewezen, omdat De Hypotheker deze vordering onvoldoende concreet heeft gemaakt. Het had op haar weg gelegen om op zijn minst te stellen welk bedrag zij uit hoofde van dat verstekvonnis aan eisers heeft betaald.

Proceskosten

5.6.

Eisers worden als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van De Hypotheker in deze verzetprocedure, tot op heden begroot op € 622,00 aan salaris voor de gemachtigde van De Hypotheker (twee punten à € 311,00). De explootkosten van de verzetdagvaarding blijven voor rekening van De Hypotheker, omdat die kosten niet nodig waren geweest als De Hypotheker onmiddellijk op de oorspronkelijke dagvaarding had gereageerd. De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor al een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich vooraf laten begroten. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten is eveneens toewijsbaar.

6. De beslissing

De kantonrechter:

vernietigt het op 11 augustus 2021 tussen partijen gewezen verstekvonnis;

en opnieuw rechtdoende:

wijst de oorspronkelijke vorderingen van eisers af;

veroordeelt eisers in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van De Hypotheker vastgesteld op € 622,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening, en indien eisers niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan dit vonnis hebben voldaan, begroot op € 124,00 aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening. Ook zijn eisers de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over deze bedragen verschuldigd vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

48637


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature