< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Eindvonnis na bewijslevering. Huurder is niet geslaagd in de bewijsopdracht dat hij vanaf het begin van de huurperiode zijn hoofdverblijf in het gehuurde heeft behouden.

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 8918790 \ CV EXPL 20-45157

datum uitspraak: 9 december 2022

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Stichting QuaWonen ,

vestigingsplaats: Bergambacht, gemeente Krimpenerwaard,

eiseres,

gemachtigde: mr. P.J. Remmelts,

tegen

[gedaagde01] ,

woonplaats: [woonplaats01] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. S.J. van der Aart.

De partijen worden hierna ‘QuaWonen’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1 De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

het tussenvonnis van 20 augustus 2021 en de daarin genoemde stukken;

de akte uitlaten zijdens [gedaagde01] , met producties;

het proces-verbaal van het getuigenverhoor op 16 februari 2022;

het proces-verbaal van het getuigenverhoor op 14 juli 2022;

de akte uitlaten producties tevens conclusie na enquête zijdens QuaWonen;

de conclusie na enquête en contra-enquête zijdens [gedaagde01] .

2 De verdere beoordeling

2.1.

Ter meerdere leesbaarheid en begrijpelijkheid van dit vonnis wordt het hierna volgende in herinnering gebracht. QuaWonen heeft gevorderd de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden en [gedaagde01] te veroordelen het gehuurde te ontruimen. Zij heeft aan die vorderingen ten grondslag gelegd dat [gedaagde01] tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder, onder meer door sinds het begin van de huurperiode niet onafgebroken zijn hoofdverblijf in het gehuurde te hebben. [gedaagde01] heeft de stellingen van QuaWonen gemotiveerd betwist.

2.2.

In het tussenvonnis is overwogen dat de bewijslast van de stelling dat [gedaagde01] onafgebroken het hoofdverblijf in het gehuurde heeft behouden op [gedaagde01] rust (r.o. 5.1 t/m 5.4). Vervolgens is overwogen dat [gedaagde01] destijds niet aan die bewijslast had voldaan, en is hij toegelaten dit bewijs te leveren (r.o. 5.5 t/m 5.7).

2.3.

[gedaagde01] heeft daartoe documenten met informatie over zijn elektriciteits-, water- en verwarmingsverbruik in het geding gebracht. Daarnaast heeft hij twee getuigen laten horen, te weten zijn vader, de heer [getuige01] , en een vriend, de heer [getuige02] . Ook QuaWonen heeft getuigen laten horen, te weten de heer [getuige03] (buurtbeheerder), de heer [getuige04] (consulent sociaal beheerder) en de heer [getuige05] (complexbeheerder).

2.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter is [gedaagde01] niet in zijn bewijsopdracht geslaagd. Daartoe wordt als volgt overwogen.

2.4.1.

Zoals in het tussenvonnis is overwogen, wordt voornamelijk belang gehecht aan concrete en objectieve feiten en omstandigheden. Uit de door [gedaagde01] overgelegde verbruiksgegevens komt naar voren dat het verbruik van water en elektriciteit in het gehuurde in de eerste periode vanaf 14 mei 2019 ligt tussen het gemiddelde verbruik van een eenpersoons- en een tweepersoonshuishouden, waarbij het elektriciteitsverbruik bijna gelijk is aan het gemiddelde van een tweepersoonshuishouden.

2.4.2.

[gedaagde01] trekt hieruit de conclusie dat de gegevens aansluiten bij de stelling van [gedaagde01] dat hij kort na het sluiten van het huurcontract zelf intrek heeft genomen in het gehuurde, en dat zijn vader een tijd later enige tijd met zijn gezin in de woning heeft gelogeerd, waarbij [gedaagde01] zelf ook nog woonachtig was in de woning. Volgens QuaWonen ondersteunen de gegevens echter haar stelling dat het gehuurde aanvankelijk in het geheel niet werd bewoond en dat [gedaagde01] de woning na enige tijd in gebruik heeft gegeven aan zijn vader, diens vrouw en twee kinderen zonder daar zelf zijn hoofdverblijf te houden.

2.4.3.

De kantonrechter stelt vast dat met de gegevens over het water- en elektriciteitsverbruik weliswaar is aangetoond dat vanaf (omstreeks) het begin van de huurperiode water en elektriciteit is verbruikt in het gehuurde, maar hij kan op basis van die gegevens niet vaststellen dat [gedaagde01] in diezelfde periode in het gehuurde zijn hoofdverblijf heeft gehouden. De verbruiksgegevens laten immers ruimte voor een veelheid aan mogelijke – door partijen geschetste – scenario’s; de gegevens ondersteunen niet eenduidig slechts het door [gedaagde01] gestelde scenario. In dit verband is onder meer van belang dat het verbruik (ruim) hoger is dan dat van een gemiddeld eenpersoonshuishouden, op basis waarvan niet kan worden uitgesloten dat op enig moment meer mensen in het gehuurde hebben gewoond, waardoor de gegevens niet bruikbaar zijn om met zekerheid een onafgebroken aanwezigheid van [gedaagde01] aan te tonen.

2.4.4.

De getuigenverklaringen leiden – zowel afzonderlijk als in samenhang met de verbruiksgegevens bezien – niet tot een andere conclusie. Ten eerste heeft de heer [getuige02] verklaard dat hij eens in de drie á vier weken bij [gedaagde01] over de vloer kwam en dan af en toe bleef slapen. Dit is onvoldoende om aan te tonen dat [gedaagde01] onafgebroken in het gehuurde heeft gewoond.

2.4.5.

Daarnaast staat de verklaring van de heer [getuige01] dat [gedaagde01] vanaf mei 2019 in het gehuurde woont haaks op de verklaringen van de medewerkers van QuaWonen. Zij hebben immers verklaard dat het gehuurde in het begin van de huurperiode niet werd bewoond, aangezien zij destijds constateerden dat de ramen van het gehuurde lange tijd met kranten waren afgeplakt, dat een grote hoeveelheid post op de deurmat lag en dat het gehuurde er niet bewoond uitzag. Op basis van de (elkaar tegensprekende) verklaringen kan de kantonrechter niet vaststellen dat [gedaagde01] onafgebroken zijn hoofdverblijf heeft behouden in het gehuurde vanaf 14 mei 2019.

2.4.6.

Ten slotte hebben de verbruiksgegevens over de warmtelevering betrekking op de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020. Deze gegevens kunnen dan ook niet dienen ter ondersteuning van de stelling van [gedaagde01] dat hij sinds 14 mei 2019 in het gehuurde zijn hoofdverblijf heeft behouden.

2.5.

Omdat de bewijslast op [gedaagde01] rust, draagt hij ook het bewijsrisico. Aangezien hij niet in zijn bewijsopdracht is geslaagd, staat als onvoldoende gemotiveerd betwist vast dat [gedaagde01] niet sinds 14 mei 2019 zijn hoofdverblijf in het gehuurde heeft behouden. Dit is te kwalificeren als een tekortkoming van [gedaagde01] , op basis waarvan de vorderingen van QuaWonen zullen worden toegewezen. Dit betekent dat de huurovereenkomst zal worden ontbonden, en dat [gedaagde01] zal worden veroordeeld om het gehuurde te ontruimen. De ontruimingstermijn zal op 14 dagen na de datum van dit vonnis worden gesteld.

Proceskosten

2.6.

[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van QuaWonen tot vandaag vast op € 102,96 aan dagvaardingskosten, € 124,00 aan griffierecht en € 935,00 aan salaris voor de gemachtigde (vijf punten x € 187,00 tarief). Dit is totaal € 1.161,66. De kosten van € 37,20 aan taxe voor de getuige de heer [getuige01] komen eveneens voor rekening van [gedaagde01] . Voor kosten die QuaWonen maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] een bedrag betalen van € 93,50 (1/2 punt x € 187,00 tarief). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).

Uitvoerbaarheid bij voorraad

2.7.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

ontbindt de huurovereenkomst tussen QuaWonen en [gedaagde01] voor de woning aan het [adres01] in [woonplaats01] ;

3.2.

veroordeelt [gedaagde01] om binnen 14 dagen na heden de woning gelegen in [woonplaats01] aan het [adres01] te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom van QuaWonen zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van QuaWonen te stellen;

3.3.

veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de kant van QuaWonen tot vandaag vastgesteld op € 1.161,66;

3.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken.

48637


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature