Uitspraak
zaaknummer: 9120218 / CV EXPL 21-11875
uitspraak: 3 september 2021
vonnis in het incident van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
So Leij B.V.,
gevestigd te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
eiseres in de hoofdzaak, bij exploot van dagvaarding van 22 maart 2021,
verweerster in het incident,
gemachtigde: mr. M.A.C. Backx, te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Giesbers Rotterdam Bouw B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
gemachtigde: mr. J.V. Dijkman, DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V..
Partijen worden hierna aangeduid als “So Leij” respectievelijk “Giesbers”.
1. Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
het exploot van dagvaarding van 22 maart 2021, met producties;
de incidentele conclusie strekkende tot onbevoegdverklaring, met productie;
de conclusie van antwoord in het incident.
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten
2.1
Partijen hebben op 16 juni 2017 een overeenkomst tot aanneming van werk gesloten met betrekking tot het projectnummer [nummer]. Giesbers is in die relatie de aannemer en So Leij, handelend onder de naam [handelsnaam], de onderaannemer.
2.2
Artikel 2.03 van die overeenkomst bepaalt – voor zover thans van belang- dat alle geschillen die naar aanleiding van de overeenkomst of van overeenkomsten die daarvan een uitvloeisel mochten zijn, tussen partijen ontstaan, daaronder begrepen die geschillen, die slechts door een van de partijen als zodanig worden aangemerkt, beslecht worden door de Raad van Arbitrage voor de Bouw, dan wel als de aannemer daar de voorkeur aan geeft door de Rechtbank te Rotterdam.
3. De vordering in de hoofdzaak
So Leij heeft gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad -kort gezegd- dat Giesbers wordt veroordeeld tot betaling van de in de dagvaarding genoemde bedragen en te verklaren voor recht dat Giesbers toerekenbaar te kort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen en aansprakelijk is voor de door So Leij geleden en nog te lijden schade.
4. Het geschil in het incident
4.1Giesbers heeft voor alle weren in de hoofdzaak een onbevoegdheidsincident opgeworpen. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat de kantonrechter niet bevoegd is om kennis te nemen van de door So Leij ingestelde vorderding. Die bevoegdheid komt, aldus Giesbers, op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst(en) uitsluitend toe (conform het Arbitragereglement) aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw.
4.2
So Leij heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter.
5. De beoordeling van de vordering (in het incident)
5.1
Het beroep van Giesbers op de onbevoegdheid van de kantonrechter als gewone rechter in de zin van artikel 1022 Rv slaagt, indien komt vast te staan dat ten aanzien van het voorgelegde geschil een overeenkomst tot arbitrage is gesloten, tenzij die overeenkomst ongeldig is.
5.2
Artikel 1021 Rv bepaalt dat een overeenkomst tot arbitrage wordt bewezen door een geschrift. Giesbers heeft de tussen partijen gesloten onderaannemingsovereenkomst overgelegd, waarvan deel uit maakt de hiervoor onder 2.2 bedoelde bepaling, waarin partij arbitrage zijn overeengekomen. Giesbers heeft geen gebruik gemaakt van de haar als aannemer toekomende bevoegdheid om er de voorkeur aan te geven het geschil tussen partijen voor te leggen aan de Rechtbank te Rotterdam. So Leij heeft om haar moverende redenen geen verweer gevoerd en zich gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter.
5.3
De incidentele vordering van Giesbers is dan ook toewijsbaar en de kantonrechter zal zich op grond van artikel 1022 Rv onbevoegd verklaren van het geschil tussen partijen in de hoofdzaak kennis te nemen.
5.4
So Leij wordt aangemerkt als de partij die ongelijk krijgt en daarom veroordeeld in de proceskosten in dit incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Giesbers vastgesteld op € 373,00 aan salaris voor haar gemachtigde.
6. De beslissing
De kantonrechter:
verklaart zich onbevoegd om van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen;
veroordeelt So Leij in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Giesbers vastgesteld op € 373,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 14e dag na het wijzen van dit vonnis, indien voldoening niet binnen die termijn plaats vindt;
verklaart dit vonnis, voor zover het de veroordeling betreft, uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
362