< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Huurtoeslag; bekendmaking van besluit via berichtenbox op MijnOverheid; bezwaarschrift buiten de termijn ingediend; bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard; beroep ongegrond.

Uitspraak



Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 19/1220

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2021 in de zaak tussen

[naam eiser], te [woonplaats eiser], eiser,

en

de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,

gemachtigden: mr. D. Ooiberg en mr. F. Huizenga.

Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2017 met beschikkingsnummer [nummer]

(het primaire besluit) heeft verweerder de huurtoeslag voor 2016 berekend en vastgesteld op

€ 0,-.

Bij besluit van 25 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het besluit van 12 mei 2017 (het primaire besluit) niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft verweerder bij brief van 26 juni 2019 gevraagd om aan te geven wanneer en op welke wijze hij het primaire besluit aan eiser kenbaar heeft gemaakt.

Verweerder heeft bij brief van 10 juli 2016 gereageerd en stukken ingediend.

Eiser heeft bij brief van 30 juli 2019 gereageerd.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Nu geen van de partijen, nadat zij zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, binnen een gestelde redelijke termijn heeft verklaard dat zij gebruik wil maken van dit recht, heeft de rechtbank bepaald dat een zitting achterwege wordt gelaten.

De rechtbank heeft daarop, met toepassing van artikel 8:57, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht , het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Het bezwaar van eiser met dagtekening 19 december 2018 tegen het primaire besluit is door verweerder ontvangen op 21 december 2018.

2.1.

Bij brief van 21 januari 2019 met kenmerk BZW05 heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat het bezwaar te laat is ingediend. Verweerder heeft eiser in de gelegenheid gesteld om aan te geven waarom hij te laat bezwaar heeft gemaakt. Eiser heeft daarop niet gereageerd.

2.2.

Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen waarbij het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk is verklaard.

3. Eiser heeft in beroep kort gezegd het volgende aangevoerd. Eiser woonde in de betwiste periode aan het adres [adres]. Dit blijkt ook uit de Basisregistratie personen (BRP). Hij heeft de correspondentie van verweerder niet ontvangen. Hij kijkt niet regelmatig op het portaal en heeft geen (elektronisch) bericht ontvangen dat daar iets klaar zou staan. Verweerder dient correspondentie aangetekend te verzenden als hij er zeker van wil zijn dat correspondentie aankomt.

In zijn aanvullend beroepschrift stelt eiser zich op het standpunt dat hij niet wist van het bestaan van een elektronische berichtenbox. Daarnaast vindt eiser het vreemd dat niet alle berichten in de berichtenbox worden geplaatst; sommige berichten worden (uitsluitend) per post verzonden. Dit is volgens eiser verwarrend. Eiser stelt zich verder op het standpunt dat hij recht heeft op huurtoeslag over 2016 en dat dit ook volgt uit de informatie die verweerder voorhanden heeft.

4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het te laat is ingediend. Het bezwaarschrift tegen de herziene voorschotbeschikking huurtoeslag 2016 van 12 mei 2017 is door verweerder op

21 december 2018 ontvangen. Verweerder is niet gebleken van een verschoonbare termijnoverschrijding. Volgens verweerder is het primaire besluit op de juiste wijze elektronisch via de berichtenbox aan eiser bekend gemaakt. Verweerder heeft ter onderbouwing van zijn standpunt bijlagen en schermprints van het systeem overgelegd.

5. Het onderhavige beroep beperkt zich tot de vraag of verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

5.1.

Op grond van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) treedt een besluit niet in werking voordat het is bekendgemaakt.

Op grond van artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken.

Op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.

Op grond van artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvan kelijkverklaring van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift op grond daarvan achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

5.2.

Op grond van artikel 35 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) vangt de termijn voor het instellen van bezwaar, in afwijking van artikel 6:8 van de Awb , aan op de dag na die van dagtekening van de beschikking, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van de bekendmaking.

Op grond van artikel 13, eerste lid, van de Awir wordt in afwijking van artikel 2:14, eerste lid, van de Awb in het verkeer tussen belanghebbenden en de Belastingdienst /Toeslagen een bericht uitsluitend elektronisch verzonden.

Op grond van het tweede lid van dit artikel wordt bij ministeri ële regeling bepaald op welke wijze het elektronische berichtenverkeer plaatsvindt. Dit is gebeurd in de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst.

5.3.

Op grond van artikel 2:17, eerste lid, van de Awb geldt als tijdstip waarop een bericht door een bestuursorgaan elektronisch is verzonden, het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking bereikt waarvoor het bestuursorgaan geen verantwoordelijkheid draagt of, indien het bestuursorgaan en de geadresseerde gebruik maken van hetzelfde systeem voor gegevensverwerking het tijdstip waarop het bericht toegankelijk wordt voor de geadresseerde.

6.1.

In het verweerschrift heeft verweerder naar voren gebracht dat het primaire besluit op 2 mei 2017 elektronisch aan eiser bekend is gemaakt via zijn berichtenbox van Mijnoverheid. Het hierbij geregistreerde BerichtID en BatchID is tevens vastgelegd in de elektronische versie van de beschikkingen die in het Digitaal Archief Systeem van verweerder worden gearchiveerd op dezelfde dag van de plaatsing van de berichten in de berichtenbox. Verweerder heeft verwezen naar een brief van november 2015 waarin aan eiser kenbaar is gemaakt dat berekeningen van toeslagen – en dus niet alle beschikkingen – voortaan digitaal worden verstuurd. Daarin is tevens opgenomen dat eiser zijn berichtenbox kan activeren om een e-mailnotificatie te ontvangen wanneer een bericht in de berichtenbox wordt geplaatst. Eiser heeft de ontvangst van deze brief niet weersproken. Verder is niet weersproken dat voor eiser geen uitzondering is gemaakt om zijn beschikkingen anders dan langs elektronische weg te ontvangen als bedoeld in artikel 2 van de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst . De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het voor eiser bekend kon zijn dat hij een berichtenbox op MijnOverheid had en dat daarin berichten van verweerder konden worden geplaatst. Het primaire besluit wordt geacht op

2 mei 2017 aan eiser kenbaar te zijn gemaakt. Dat eiser niet regelmatig in zijn berichtenbox heeft gekeken, moet voor zijn rekening en risico komen. De stelling van eiser dat hij niet permanent de beschikking heeft over een computer of smartphone, doet daar niet aan af. Voor het met enige regelmaat raadplegen van de berichtenbox is niet vereist dat eiser te allen tijde de beschikking heeft over een computer of smartphone.

6.2.

Het bezwaarschrift tegen het primaire besluit is door verweerder op 21 december 2018 en dus ruim na afloop van de bezwaartermijn van zes weken na 12 mei 2017, ontvangen. De rechtbank is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest met het indienen van zijn bezwaarschrift. Dat betekent dat verweerder het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is om die reden ongegrond.

7. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat verweerder in zijn verweerschrift heeft aangekondigd dat een nieuw besluit over de huurtoeslag 2016 zal worden genomen waarbij eiser voor de periode van 1 februari 2016 tot en met 31 december 2016 alsnog huurtoeslag zal ontvangen, omdat gebleken is dat eiser vanaf 12 januari 2016 stond ingeschreven op het adres [adres].

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Boesman, rechter, in aanwezigheid van

mr. C.H.I. Zwaneveld-Butter, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 8 april 2021.

de griffier is buiten staat de rechter is verhinderd te tekenen

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature