< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Arbeidsrecht. Concurrentiebeding. Boete betalen.

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8579036 CV EXPL 20-19712

uitspraak: 16 april 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

European Shipping and Transport Agencies B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. J. Bisschop te Zwolle,

tegen

[persoon A] ,

wonende te [woonplaats A] ,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

gemachtigde: mr. J.M.J.E. Jegerings te Eindhoven.

Partijen worden hierna ‘Esta’ en ‘ [persoon A] ’ genoemd.

1. De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

de dagvaarding van 3 juni 2020;

de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, van 11 augustus 2020;

de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie, van 13 oktober 2020;

de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, van 8 december 2020;

de conclusie van dupliek in reconventie van 2 februari 2020;

de door partijen bij hun conclusies overgelegde stukken.

2. De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:

2.1

[persoon A] was tot 1 mei 2018 als expediteur in dienst van Esta. Het statutaire doel van Esta is:

De uitoefening van het cargadoors-, expeditie- en bevrachtingsbedrijf, daaronder begrepen de afwikkeling van vervoersopdrachten van nationale en internationale opdrachtgevers, de opslag en doorvoer en gewone vervoer van goederen alsmede al hetgeen in de meest uitgebreide zin direct of indirect met het vorenstaande verband houdt.

2.2

In de arbeidsovereenkomst tussen Esta en [persoon A] staan voor zover nu van belang de volgende bedingen:

“Artikel 11: Concurrentiebeding

11.1

Gedurende de dienstbetrekking, zomede gedurende een periode van twee jaar na de beëindiging van de dienstbetrekking, zal werknemer zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever geen activiteiten ondernemen binnen Nederland op welke wijze en in welke vorm dan ook, hetzij in dienstbetrekking, hetzij onder eigen naam, hetzij door middel van samenwerking met natuurlijke of rechtspersonen, welke gelijk, gelijksoortig of aanverwant zijn aan de activiteiten van werkgever, hieronder begrepen (financiële) deelname in en/of (in)directe zeggenschap over bedrijven welke gelijk zijn aan werkgever.

(…)

Artikel 12: Geheimhouding

12.1

Het is werknemer verboden, hetzij gedurende de arbeidsovereenkomst hetzij na het einde hiervan, op enigerlei wijze aan derden, direct of indirect, in welke vorm en in welke voege dan ook, enige mededeling te doen werkgevers onderneming betreffende of daarmee verband houdende; de geheimhoudingsplicht strekt zich mede uit tot mededelingen aangaande relaties, directie, medewerkers, adviseurs of aandeelhouders.

(…)

Artikel 15: Boetebeding

15.1

Bij overtreding of niet-nakoming van een of meer van de in de artikelen 10, 11, 12, 13 en /of 16 genoemde verplichtingen door werknemer, zal deze ten gunste van werkgever, zonder dat een ingebrekestelling is vereist, voor iedere overtreding een onmiddellijk opeisbare boete verbeuren ten belope van EURO 2.000,= evenals een boete gelijk aan EURO 200,= voor elke dag dat de overtreding na mededeling van de ontdekking daarvan door werkgever voortduurt (een gedeelte van een dag daaronder begrepen), onverminderd alle overige rechten van werkgever krachtens de Wet of de onderhavige overeenkomst, zoals onder meer om nakoming dan wel een verbod te vorderen en/of volledige schadevergoeding, evenals om tot beëindiging van de dienstbetrekking over te gaan.”

2.3

De gemachtigde van Esta schrijft op 23 augustus 2018 in een brief aan [persoon A] , voor zover nu van belang:

“Per 1 mei 2018 hebt u ontslag genomen bij cliënte en bent u in dienst getreden van Schneider Transport, een concurrerend bedrijf. Ingevolge de arbeidsovereenkomst tussen u en cliënte is het u niet toegestaan gedurende een periode van twee jaar na de beëindiging van de dienstbetrekking, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van cliënte, in dienst te treden bij een bedrijf met activiteiten die gelijk, gelijksoortig of aanverwant zijn aan de activiteiten van cliënte. Op overtreding van dit non-concurrentiebeding verbeurt u een onmiddellijk opeisbare boete van € 2.000,--, alsmede een bedrag van € 200,-- voor elke dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd alle overige rechten van cliënte krachtens de wet of de arbeidsovereenkomst, zoals onder meer om een verbod en schadevergoeding te vorderen.

(…)

U hebt geen schriftelijke toestemming van cliënte voor de indiensttreding bij Schneider. Cliënte heeft u meegedeeld dat zij dit niet accepteert. Voorts is gebleken dat u het geheimhoudingsbeding hebt overtreden. U hebt meerdere klanten van cliënte als klant meegenomen naar uw nieuwe werkgever, waardoor cliënte aanzienlijke schade lijdt. Cliënte houdt u voor die schade aansprakelijk.

U dient u met onmiddellijke ingang uw werkzaamheden bij Schneider te staken en gestaakt te houden. Voor zover nodig sommeer ik u om die werkzaamheden uiterlijk 29 augustus 2018 te staken en gestaakt te houden, bij gebreke waarvan ik opdracht heb een kort geding te starten, waarin een verbod zal worden gevorderd tot het verrichten van werkzaamheden bij Schneider. (…)”

3. Het geschil (in conventie en in reconventie)

3.1

Esta vordert in conventie veroordeling van [persoon A] tot betaling van:

primair:

1. een boete van € 75.000,00 voor overtreding van het concurrentiebeding;

2. een boete van € 10.000,00 voor overtreding van het geheimhoudingsbeding;

3. een aanvullende schadevergoeding van € 62.333,00;

subsidiair:

4. een schadevergoeding nader op te maken bij staat.

3.2

Voor het geval de vordering van Esta in conventie (gedeeltelijk) toewijsbaar is, vordert [persoon A] in reconventie, samengevat:

1. te bepalen dat Esta het procesdossier van het kort geding in deze zaak in het geding brengt;

2. het concurrentiebeding primair te vernietigen, subsidiair de duur daarvan te beperken tot één jaar, de boete te matigen en, voor het geval Esta vasthoudt aan het beding haar te veroordelen tot betaling van een vergoeding aan [persoon A] , meer subsidiair te bepalen dat het concurrentiebeding omgezet is in het door [persoon A] voorgestelde klantenbeding, de boete te matigen en voor het geval Esta vasthoudt aan het klantenbeding haar te veroordelen tot betaling van een vergoeding aan [persoon A] ;

3. voor het geval de kantonrechter oordeelt dat het geheimhoudingsbeding overtreden is de boete te matigen.

3.3

Esta en [persoon A] voeren verweer tegen elkaars vorderingen. Voor zover voor de beoordeling van belang, wordt hierna ingegaan op de stellingen waarmee Esta en [persoon A] de vorderingen en het verweer daartegen onderbouwen.

4. De beoordeling

rechtsverwerking, misbruik van procesrecht

4.1

Het enkele feit dat na het vonnis in kort geding van 13 februari 2019 anderhalf jaar is verstreken voor Esta op 3 juni 2020 de dagvaarding in deze zaak heeft laten uitbrengen, is onvoldoende om aan te nemen dat Esta haar rechten heeft verwerkt. Het beroep van [persoon A] op rechtsverwerking slaagt daarom niet. Ook van misbruik van (proces)recht is geen sprake. Esta legt de kwestie in een bodemprocedure aan de kantonrechter voor en dat is haar goed recht.

stukken kort geding

4.2

De kantonrechter ziet geen aanleiding te bepalen dat Esta, voor zover dat nog niet is gebeurd, alle stukken van het kort geding in deze zaak in het geding moet brengen. [persoon A] legt uit niet uit wat er dan voor bijzonders in die stukken staat dat niet ook in deze procedure naar voren is gebracht of kan worden. Dit is een nieuwe procedure waarin de zaak (opnieuw) beoordeeld wordt. Wat in het kort geding is gebeurd is niet van (doorslaggevend) belang.

geheimhoudingsbeding

4.3

De kantonrechter ziet geen overtreding van het geheimhoudingsbeding. Esta noemt immers geen concreet geheim van Esta dat [persoon A] openbaar heeft gemaakt. Het kan zijn dat [persoon A] in zijn werkzaamheden na 1 mei 2018 gebruik heeft gemaakt van klantgegevens van Esta, maar het gebruik maken van klantgegevens is naar het oordeel van de kantonrechter eerder een schending van het concurrentiebeding (het beconcurreren van de voormalige werkgever door gebruik te maken van via de arbeidsovereenkomst verkregen kennis over klanten) dan een schending van het geheimhoudingsbeding. De kantonrechter ziet ook geen strijd met de Wet bescherming bedrijfsgeheimen, nu ook wat dit betreft Esta geen concreet geheim noemt. De vordering tot veroordeling van [persoon A] tot betaling van een boete van € 10.000,00 voor overtreding van het geheimhoudingsbeding is gelet op een en ander niet toewijsbaar.

aanvullende schadevergoeding

4.4

Het Burgerlijk Wetboek bepaalt in artikel 651 lid 1 van Boek 7 dat Esta voor hetzelfde feit niet én een boete kan heffen én schadevergoeding kan vorderen. Het gaat Esta in deze zaak in de eerste plaats om de boete voor het overtreden van het concurrentiebeding. Voor een aanvullende schadevergoeding is op grond van het genoemde wetsartikel daarom geen plaats. De vordering van Esta tot veroordeling van [persoon A] tot betaling van een aanvullende schadevergoeding van € 62.333,00 is daarom niet toewijsbaar. Esta zet niet, in ieder geval onvoldoende, uiteen waarom het genoemde wetsartikel níet aan haar ‘dubbele’ vordering in de weg staat.

concurrentiebeding

4.5

Of dit nu bij (een vennootschap van) Schneider, ASR en/of ergens anders is, feit is dat met de werkzaamheden die [persoon A] sinds 1 mei 2018 (de dag dat hij uit dienst trad van Esta) doet, hij Esta beconcurreert. [persoon A] ‘bedient’ dezelfde klanten op dezelfde markt. Zoveel is duidelijk. [persoon A] betwist het eigenlijk ook niet. [persoon A] overtreedt dus het overeengekomen concurrentiebeding

4.6

Als [persoon A] het concurrentiebeding overtreedt, en dit doet hij, moet hij een boete van € 2.000,00 betalen en daarbovenop een boete van € 200,00 per dag voor iedere dag dat de overtreding na de mededeling van de ontdekking daarvan door werkgever doorloopt. De hiervoor bedoelde mededeling doet Esta naar het oordeel van de kantonrechter op niet mis te verstane wijze voor het eerst in de onder 2.3 geciteerde brief van 23 augustus 2018. Tussen 24 augustus 2018 (de dag na de mededeling) en 30 april 2019 (de laatste dag waarover Esta de boete vordert) zitten 249 dagen. De totale boete bedraagt daarom € 2.000,00 + (249 x

€ 200,00 =) € 49.800,00 = € 51.800,00. [persoon A] wordt ertoe veroordeeld dit bedrag aan boete aan Esta te betalen. De rente hierover is zoals gevorderd toewijsbaar vanaf de dag dat de dagvaarding is uitgebracht (3 juni 2020).

4.7

De kantonrechter ziet, anders dan [persoon A] , geen reden om de boete te matigen. Een boete matigen is immers alleen aan de orde als ‘de billijkheid dit klaarblijkelijk eist’ (artikel 6:94 lid 1 Burgerlijk Wetboek), maar dit eist de billijkheid in deze zaak naar het oordeel van de kantonrechter niet. Het is weliswaar een flink bedrag aan boete dat [persoon A] moet betalen, maar het concurrentiebeding is niet voor niets overeengekomen. [persoon A] had zich daar simpelweg aan moeten houden of desnoods, om het oplopen van de boete te voorkomen, gehoor moeten geven aan de brief van 23 augustus 2018 (zie 2.3). [persoon A] heeft het een noch het ander gedaan. Een boete moet je wel ‘voelen’, anders heeft het weinig zin deze aan een concurrentiebeding te verbinden.

4.8

De kantonrechter gaat niet mee in de stelling van [persoon A] die erop neerkomt dat [persoon B] van Esta precies wist wat [persoon A] na 1 mei 2018 ging doen, dat hij ( [persoon B] ) daar geen bezwaar tegen gemaakt heeft en dat Esta daarom nu geen beroep meer kan doen op het concurrentiebeding. Esta betwist immers dat [persoon A] [persoon B] nauwkeurig geïnformeerd heeft over zijn bedoelingen en er staat niets op papier waaruit het tegendeel blijkt. Zonder nauwkeurig te weten wat de ex-werknemer gaat doen, kan van toestemming geen sprake zijn. De ‘schriftelijke toestemming’ van Esta waar het in artikel 11 van de arbeidsovereenkomst (concurrentiebeding) om gaat is in ieder geval niet door Esta aan [persoon A] gegeven. Voor het horen van getuigen op dit punt is geen reden. Daarvoor had [persoon A] duidelijker moeten uitleggen wat hij (ruim) rond 1 mei 2018 precies tegen [persoon B] heeft gezegd over wat hij na zijn ontslag zou gaan doen en wat [persoon B] , toen als het goed is volledig op de hoogte, volgens hem vervolgens dan tegen hem heeft gezegd. Deze uitleg geeft [persoon A] nu niet. In dit verband wordt opgemerkt dat ervan uitgegaan mag worden dat bij een ontslag per 1 mei 2018 in ieder geval duidelijk is waar het inkomen vanaf die datum vandaan moet komen. [persoon A] moet dus concreet geweten hebben wat hij per 1 mei 2018 zou gaan doen.

vernietiging concurrentiebeding

4.9

Een concurrentiebeding kan (gedeeltelijk) vernietigd worden als in verhouding tot het te beschermen belang van Esta, [persoon A] onbillijk benadeeld wordt door dat beding (artikel 7:653 lid 3 aanhef en onder b Burgerlijk Wetboek). De kantonrechter ziet in deze zaak, anders dan [persoon A] in reconventie vordert, echter geen aanleiding om dit te doen. Het concurrentiebeding is geografisch inderdaad nogal ruim en het verbiedt [persoon A] bijvoorbeeld ook om in Groningen bij een soortgelijk bedrijf te werken, maar [persoon A] beconcurreert Esta niet vanuit Groningen, maar vanuit Albrandswaard, terwijl Esta in Barendrecht zit, de gemeente ernaast dus. Het geografische aspect, trouwens nog los van wat Esta daarover zegt (dat dit soort werk niet aan een regio gebonden is), speelt dus in deze zaak geen rol.

4.10

Dat het beding [persoon A] , zoals hij aanvoert, ‘volledig brodeloos’ maakt is op geen enkele manier onderbouwd. Het belang van Esta bij het beding is overigens duidelijk: zij wil haar bedrijfsdebiet beschermen. Dat [persoon A] ‘slechts’ bedrijfsadministratie deed bij Esta en daarom voor een concurrent van Esta geen toevoegde waarde heeft, strookt eigenlijk niet met het feit dat [persoon A] nu medebestuurder is van concurrent [naam bedrijf] . [persoon A] maakt zijn rol in het geheel (slechts bedrijfsadministratie) ten onrechte te klein. Dat [persoon A] met zijn huidige werk ruim meer verdient dan dat hij bij Esta verdiende, kan, nog los van de vraag of dit echt zo is, een rol spelen bij de vraag of hij onbillijk benadeeld wordt door het beding, maar het heeft ook geen doorslaggevende betekenis. In de beloning die [persoon A] van Esta kreeg moet bijvoorbeeld ook worden meegenomen de door hem niet betwiste stelling van Esta dat de mogelijkheid bestond op (korte) termijn de aandelen van [persoon B] in Esta over te nemen. Of, als dit aspect meegenomen wordt, per saldo nog steeds sprake is van een substantiële verbetering van het loon van [persoon A] , is onvoldoende concreet gemaakt in deze zaak.

4.11

Het concurrentiebeding is in duur (twee jaar) wel lang, maar omdat Esta haar vordering beperkt tot één jaar en de termijn van twee jaar inmiddels voorbij is, ziet de kantonrechter niet in welk belang [persoon A] er nog bij heeft het concurrentiebeding in duur tot één jaar te beperken.

vergoeding

4.12

Als een concurrentiebeding [persoon A] in belangrijke mate belemmert om anders dan in dienst van Esta werkzaam te zijn, kan de kantonrechter bepalen dat Esta voor de duur van de beperking een vergoeding aan [persoon A] moet betalen, aldus artikel 7:653 lid 5 Burgerlijk Wetboek . [persoon A] vordert in reconventie subsidiair zo’n vergoeding maar de kantonrechter ziet geen aanleiding een dergelijke vergoeding toe te wijzen. Dat [persoon A] door het concurrentiebeding welbeschouwd uitsluitend voor Esta kan werken, blijkt namelijk uit niets.

klantenbeding

4.13

[persoon A] vordert in reconventie meer subsidiair te bepalen dat het concurrentiebeding is omgezet in het door hem op 5 september 2018 aan Esta voorgestelde klantenbeding. [persoon A] stelt echter niet op basis waarvan deze vordering toegewezen moet of zou kunnen worden. De kantonrechter ziet zelf ook geen grond. Deze vordering van [persoon A] wordt daarom afgewezen.

conclusie

4.14

De uitkomst van deze zaak is dat [persoon A] , met rente, een boete aan Esta moet betalen van € 51.800,00 voor het overtreden van het concurrentiebeding. De vorderingen van Esta en [persoon A] zijn voor het overige niet toewijsbaar.

4.15

[persoon A] is de in het ongelijk gestelde partij in deze zaak. Hij wordt daarom veroordeeld in de kosten van de procedure. Aan salaris voor de gemachtigde van Esta worden in conventie hele punten toegekend voor de dagvaarding en de conclusie van repliek en in reconventie halve punten voor de conclusie van antwoord en de conclusie van dupliek. Eén punt aan salaris bedraagt gelet op het toe te wijzen bedrag € 748,00. In totaal gaat het wat het gemachtigdensalaris betreft dus om € 2.244,00.

4.16

Dit vonnis wordt zoals Esta vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat in hoger beroep gaan tegen dit vonnis, niet betekent dat [persoon A] voorlopig niet aan de veroordelingen hoeft te voldoen.

5. De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [persoon A] om € 51.800,00 aan Esta te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek van af 3 juni 2020 tot aan de dag van de algehele betaling;

- veroordeelt [persoon A] , in conventie en in reconventie, in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van Esta vastgesteld op € 102,96 aan kosten voor de dagvaarding, € 996,00 aan griffierecht en € 2.244,00 aan salaris voor haar gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek van af veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele betaling;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders in conventie en in reconventie gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

686


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature