< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Benoeming bestuurders VVE in strijd met redelijkheid en billijkheid. Vernietiging benoemingsbesluit.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/589718 / HA ZA 20-69

Vonnis van 7 april 2021

in de zaak van

1. [naam eiser 1] ,

2. [naam eiser 2],

3. [naam eiser 3],

4. [naam eiser 4],

5. [naam eiser 5],

6. [naam eiser 6],

allen wonende te [woonplaats eisers] ,

eisers,

advocaat mr. Y.H. van Ballegooijen te Breda,

tegen

[naam gedaagde] ,

gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde] ,

gedaagde,

advocaat mr. D. Vermaat te Barendrecht.

Partijen zullen hierna [eisers] en [naam gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoekschrift van [eisers] van 24 april 2019 gericht aan de kantonrechter, met producties 1 t/m 5;

de brief van [eisers] van 17 mei 2019, met één bijlage;

het aanvullend verzoekschrift van 9 juli 2019 van [eisers] , met producties 1 t/m 6;

het verweerschrift van [naam gedaagde] van 5 september 2019, met producties 1 t/m 5;

de brief met aanvullende producties van [eisers] van 11 september 2019, met producties 8 t/m 14;

de brief met eiswijziging van [eisers] van 12 september 2019, met producties 15 en 16;

de brief van [eisers] van 24 oktober 2019, met het verzoek om verwijzing van de zaak naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank;

de brief van [naam gedaagde] van 28 oktober 2019 in reactie op het verzoek van [eisers] ;

de beschikking van de kantonrechter van deze rechtbank van 12 december 2019, waarbij de zaak is verwezen naar de handelskamer van deze rechtbank;

de conclusie van repliek van 11 maart 2020, met producties 17 en 18;

de conclusie van dupliek van 22 april 2020;

de akte uitlaten van [naam gedaagde] van 15 juli 2020;

de akte met overleggen producties van [eisers] van 1 december 2020, met producties 36 t/m 54 (deze akte heeft mede betrekking op een andere zaak, waarin [eisers] tot dat moment 35 producties hadden ingediend);

de akte nadere producties van [naam gedaagde] van 1 december 2020, met producties 6 t/m 9;

de spreekaantekeningen van [eisers] voor de mondelinge behandeling;

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 1 december 2020;

de schriftelijke reactie van [eisers] op het proces-verbaal;

de aktes uitlaten van partijen van 13 januari 2021 met het verzoek om vonnis te wijzen.

1.2.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Bij notariële akte van splitsing van 20 april 1972 (splitsingsakte) is de [naam gedaagde] ( [naam gedaagde] ) opgericht.

2.2.

[eisers] zijn als eigenaar van een appartementsrecht in dit flatgebouw van rechtswege lid van [naam gedaagde] .

2.3.

In de splitsingsakte is een reglement voor splitsing vastgesteld (splitsingsreglement), bestaande uit een algemeen reglement voor splitsing in appartementen dat gelijkluidend is aan het in een akte van splitsing van 4 maart 1968 opgenomen reglement (algemeen reglement) en een bijzonder reglement zoals opgenomen in de splitsingsakte (bijzonder reglement).

2.4.

Het bijzonder reglement luidt, voor zover van belang, als volgt:

“BEHEER VAN DE GEMEENSCHAP

Artikel 8

(…)

3. De vereniging heeft ten doel het voeren van het beheer over het gebouw en de daarbij behorende gemeenschappelijke zaken. (…)

Artikel 9

(…)

2. Het maximum aantal stemmen dat in de vergadering kan worden uitgebracht is achthonderd twintig en wel:

a. voor de flats met bestemming van woning tien stemmen per flat.

b. voor de flats met bestemming van garage één stem per flat.

Artikel 10

Het maximum bedrag bedoeld in artikel 26 lid 2 van het Algemeen Reglement bedraagt Tien duizend

gulden (f 10.000).

BESTUUR

Artikel 11

De vergadering benoemt een bestuur bestaande uit tenminste twee en ten hoogste vijf personen.

Elk jaar treedt één der bestuursleden af volgens een in het Huishoudelijk Reglement op te nemen rooster.

Het aftredende bestuurslid is terstond herkiesbaar. In de vergadering waarin de verkiezing casu quo herverkiezing van bestuurslid aan de orde is, kunnen door zes eigenaren tegenkandidaten worden gesteld.”

2.5.

Het algemeen reglement luidt, voor zover van belang, als volgt:

“Definities

Artikel 1

Waar hier wordt gesproken van:

(…)

“vergadering” wordt bedoeld de vergadering van eigenaren (…);

“bestuur” wordt bedoeld het college omschreven in artikel 29 dezer akte;

“voorzitter” wordt bedoeld de voorzitter van het bestuur.

DE VERENIGING VAN EIGENAREN

Vergadering van Eigenaren

Artikel 21

(…)

2. Jaarlijks uiterlijk in de maand april zal een vergadering worden gehouden, waarin door de administrateur het exploitatie-overzicht over het afgelopen boekjaar wordt verstrekt en hetwelk door de vergadering moet worden goedgekeurd voor de vaststelling van de definitieve bijdrage door iedere eigenaar. Het door de administrateur opgestelde exploitatie-overzicht wordt vergezeld van een rapport van het bestuur, en indien door de vergadering een accountant is aangewezen, ter goedkeuring aan de vergadering voorgelegd. Na deze goedkeuring zijn zowel de administrateur als het bestuur deswege gedéchargeerd.

(…)

3. Vergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls het bestuur zulks nodig acht, alsmede indien tenminste een in het Bijzonder Reglement genoemd aantal eigenaren onder nauwkeurige schriftelijke opgave van de te behandelen punten zulks verlangt van het bestuur. Ook de administrateur is bevoegd een vergadering bijeen te roepen.

4. Indien een door de eigenaren verlangde vergadering niet door het bestuur wordt bijeengeroepen op een zodanige termijn, dat deze vergadering binnen een maand na binnenkomen van het verzoek wordt gehouden, zijn de verzoekers bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de bepalingen van dit reglement.

5. De voorzitter casu quo plaatsvervangend voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen; bij hun afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. Indien de eigenaren overeenkomstig lid 3 een vergadering verlangen kunnen zij eisen dat de voorzitter van het bestuur niet voorzitter van de vergadering zal zijn.

Artikel 25

(…)

4. In een vergadering waarin minder dan de helft van het in het Bijzonder Reglement bedoelde maximum aantal stemmen kan worden uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen. (…)

Artikel 26

(…)

2. Besluiten tot het doen van uitgaven, een in het Bijzonder Reglement vastgesteld bedrag te boven gaande, zullen slechts kunnen worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van het aantal uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin een aantal eigenaren tegenwoordig of vertegenwoordigd is, dat tezamen tenminste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan uitbrengen; de vergadering is bevoegd wijziging te brengen in het Bijzonder Reglement genoemde bedrag, mits het daartoe strekkende besluit wordt genomen in overeenstemming met het bepaalde in de aanhef van dit lid. (…)

3. Hetzelfde geldt voor besluiten tot verbouwing of voor besluiten tot het aanbrengen van nieuwe installaties of tot het wegbreken van bestaande installaties, voor zover deze niet als een uitvloeisel van het normale beheer zijn te beschouwen. De eigenaar die van zodanige maatregel geen voordeel trekt, is niet verplicht in de kosten hiervan bij te dragen.

4. Indien in een daartoe bijeengeroepen vergadering het vereiste aantal stemmen niet aanwezig is, wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen, te houden niet vroeger dan twee weken en niet later dan zes weken na de eerste, waarin terzake van de aanhangige onderwerpen als bedoeld in het eerste en tweede lid geldige besluiten kunnen worden genomen, ongeacht het aantal der aanwezige stemmen, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde van het aantal der uitgebrachte stemmen.

(…)

Het Bestuur

Artikel 29

De vergadering benoemt een bestuur. Het aantal leden van dit bestuur wordt in het Bijzonder Reglement vastgesteld. In ieder geval zal tot het bestuur behoren een voorzitter alsmede een plaatsvervangend voorzitter. Alleen eigenaren kunnen lid van het bestuur zijn. (…)

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het bestuur worden door de vergadering aangewezen. Verder verdelen de bestuursleden hun functies onderling. De wijze van aftreden, alsmede de herkiesbaarheid van de bestuursleden, zal in het Bijzonder Reglement worden geregeld.

Het bestuur is belast met:

a. het dagelijks toezicht op het gebruik van de flats;

b. het dagelijks toezicht op de administrateur;

c. het verrichten van alle handelingen, welke een uitvloeisel zijn van het beheer van de gemeenschappelijke gedeelten, voor zover dit niet behoort tot de bevoegdheid van de administrateur of de vergadering. De vergadering kan haar bevoegdheden te allen tijde delegeren aan het bestuur.

4. De eigenaren kunnen tegen besluiten van het bestuur in beroep gaan bij de vergadering. Zij wenden zich daartoe per aangetekend schrijven tot de administrateur, die een vergadering zal bijeen roepen, te houden binnen twee weken na ontvangst van het beroepschrift.

5. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of twee bestuursleden dit nodig oordelen. Ook de administrateur is bevoegd een bestuursvergadering bijeen te roepen.

6. De administrateur is, behoudens het hierna bepaalde, bevoegd de vergaderingen van het bestuur bij te wonen. Hij heeft hierin een adviserende stem. (…)

7. Het bestuur beslist met eenvoudige meerderheid van stemmen. Met een besluit van het bestuur staat gelijk een voorstel waarmede alle bestuursleden schriftelijk hun instemming hebben betuigd.

8. Het bestuur kan de administrateur schorsen. Het is dan verplicht op zo kort mogelijke termijn de vergadering bijeen te roepen, te houden binnen tien dagen na de datum van schorsing. De vergadering zal dan de schorsing opheffen of de administrateur ontslaan. In het laatste geval zal de vergadering terstond een nieuwe administrateur benoemen.

9. De bestuursleden kunnen te allen tijde door de vergadering worden ontslagen.

De administrateur

Artikel 30

De vergadering zal een administrateur benoemen (…).

De administrateur wordt benoemd voor onbepaalde tijd en kan te allen tijde worden ontslagen, al of niet met inachtneming van een termijn.

Hij zal geen beloning in rekening mogen brengen, tenzij hem deze uitdrukkelijk door de vergadering is toegekend.

Artikel 31

De administrateur vertegenwoordigt zowel in als buiten rechten binnen de grenzen van zijn bevoegdheid de vereniging, alsmede de individuele eigenaren in zaken, die hen gezamenlijk betreffen.

Artikel 32

De administrateur draagt zorg voor de tenuitvoerlegging van de besluiten van de vergadering.

Voor zover in verband met de omstandigheden het nemen van spoedeisende maatregelen, welke uit een normaal beheer kunnen voortvloeien noodzakelijk is, is de administrateur zonder opdracht van de vergadering hiertoe bevoegd, met dien verstande dat hij voor het aangaan van verbintenissen een bedrag van Eenhonderd Gulden te boven gaande, steeds de machtiging nodig heeft van de voorzitter.

(…)

4. Hij is verplicht eenmaal ’s jaars van zijn beheer schriftelijk rekening en verantwoording af te leggen aan het bestuur en de jaarlijkse vergadering, behoudens zijn verplichting tot het geven van rekenschap zo vaak het bestuur dit wenst.

5. De administrateur is verplicht aan iedere eigenaar alle inlichtingen te verstrekken betreffende de administratie van het gebouw en het beheer van de fondsen, welke die eigenaar mocht verlangen, en hem op zijn verzoek inzage te verstrekken van alle op die administratie en dat beheer betrekking hebbende boeken, registers en bescheiden.

Artikel 34

De administrateur beheert de kasmiddelen van de vereniging.

Hij is verplicht de kasmiddelen te plaatsen op een girorekening en/of bankrekening ten name van de vereniging.

Artikel 35

Voor het overige worden rechten en verplichtingen van de administrateur geregeld door de voorschriften van het Burgerlijk Wetboek.”

Het in artikel 29 van het algemeen reglement bedoelde bestuur wordt in dit vonnis aangeduid als de bestuurscommissie.

2.6.

De facturen van 19 januari en 15 februari 2016 voor elektriciteit van Essent zijn namens [naam gedaagde] voor akkoord voor betaling geparafeerd en ondertekend door de [naam 1] , destijds voorzitter van de bestuurscommissie.

2.7.

De notulen van de vergadering van eigenaren (ALV) van 16 juni 2016 vermelden, voor zover van belang, het volgende:

“12. Verlichting kelder en kelderboxen

(…)

Verlichting keldergangen op een sensor en in kelderbox wanneer je binnenkomt. Kosten: € 10.000,-.

Verlichting in de keldergangen kunnen we laten dimmen. Deze kosten komen op € 3500,-”

2.8.

Op 12 juli 2016 heeft de kascommissie van [naam gedaagde] het volgende verklaard:

“(…)

De kascommissie verzoekt de vergadering om de bestuurder decharge te verlenen voor het gevoerde financiële beleid van 2015.

(…)

*De uitnodiging voor de kascontrole dient eerder verstuurd te worden dan afgelopen jaar. De kascontrole controleert het financiële beleid van het bestuur, het bestuur dient dit te organiseren.”

2.9.

De notulen van de ALV van 21 juli 2016 vermelden, voor zover van belang, het volgende:

“8. Verlichting kelderboxen:

(…)

Wie is er tegen verlichting in de kelderboxen?

Er wordt gestemd met een geel briefje. Ja = voor verlichting in de kelderbox.

Nee = tegen verlichting in de kelderbox.

(…)

We hebben 282 stemmen voor en 235 stemmen tegen. 1 stem onthouding. De verlichting in de kelderbox is aangenomen en wordt uitgevoerd”

2.10.

Op 18 oktober 2016 heeft [naam 1] het volgende bericht naar het emailadres van de bestuurscommissie gestuurd:

“Goede morgen [naam 2] ,

Tijdens de bestuursvergadering gisteravond is de tekenbevoegdheid ter sprake geweest. Voor dit bestuur werd er nooit een factuur afgetekend door het bestuur.

Dit bestuur heeft miv. direct besloten dit te wijzigen en de VZ tekent ivm tekenbevoegdheid alle facturen alvorens er ook maar iets wordt betaald.”

2.11.

Per e-mail van 18 oktober 2016 om 19:47 uur heeft [naam 1] het volgende aan de bestuurscommissie bericht:

“Hierbij het financieel overzicht van de 3 balkons ivm nieuwe dakbedekking.

De gesprekken met de bewoners zijn geweest en zij zijn exact op de hoogte van de kosten en hebben hun akkoord gegeven.”

Het bijgevoegde financieel overzicht vermeldt, voor zover van belang:

“[nummer 1] (…)

Totaalprijs voor balkon [nummer 1] van € 2854,60 voor rekening VvE

(…)

[nummer 2] (…)

Totaalprijs voor balkon [nummer 2] van € 2666,95 voor rekening VvE

(…)

[nummer 3] (…)

Totaalprijs voor balkon [nummer 3] van € 2915,10 voor rekening VvE

Kosten voor (…) [naam gedaagde] 50/50 Nieuwe tegels € 325.00

Volgens afspraak ALV 2016

Kosten [naam gedaagde] € 8436.65

€ 600.00

VvE 50/50 € 325.00

€ 9.361.65 incl. btw

Het Bestuur”

2.12.

Op 21 november 2016 heeft [naam 1] een overeenkomst met Essent over het leveren van gas ondertekend namens [naam gedaagde] .

2.13.

De notulen van de ALV van 21 maart 2017 vermelden, voor zover van belang, het volgende:

“3. Financiën:

(…)

De vergadering wordt gevraagd om voorlopige decharge aan het Bestuur te verlenen. [naam 3] merkt op, dat dit niet kan. De ALV is tegen en geven geen decharge. De kascontrole is pas laat bij elkaar gekomen.”

2.14.

De notulen van de ALV van 20 maart 2018 vermelden, voor zover van belang:

“2. Goedkeuring notulen 21-3-2017 en 30-5-2017: (…)Hierna worden beide notulen unaniem goedgekeurd.

3. Financiën: [naam 4] heeft aanmerkingen over het functioneren van de kascommissie. Hij vindt het hoogst ongebruikelijk dat de voorzitter hierbij aanwezig is. De vz legt uit, dat op verzoek van de kascommissie hij aanwezig is om evt. beleidsvragen te beantwoorden. [naam 5] is geen bestuurslid en kan/mag sommige dingen niet uitleggen. (…)”

(…)

5. Vrijheid van handelen door het bestuur tot € 4.538,-Dit bedrag is in 2001 geconverteerd van f 10.000,-. Het is nooit geïndexeerd. Het voorstel is dit aan te passen naar € 10.000,-. Het is een calamiteitenbedrag (budget) en geen uitbreiding op de begroting. Als er zich een calamiteit voordoet kan het bestuur direct handelend optreden en dan zullen de leden worden geïnformeerd. Er is niemand tegen dus de vergadering is unaniem vóór dit voorstel.”

2.15.

De notulen van de ALV van 29 januari 2019 vermelden, voor zover van belang, het volgende:

“Het bestuur besluit een stemming te houden over wat voor hekwerk wij gaan nemen. Er kan gekozen worden voor OUD (nieuw gecoat hekwerk) en NIEUW (aluminium hekwerk met vervanging van alle ballusters). De uitslag is: OUD=114 stemmen en NIEUW=406 stemmen en 31 stemmen onthouden. Er is nog een vraag over de schermen op de kopse kanten en bij het trappenhuis. Er zijn bewoners, die hier niet aan mee willen betalen. Het bestuur zal een uitgewerkt voorstel maken wat het gaat kosten en hoe dit gefinancierd kan worden.”

2.16.

Op 16 april 2019 heeft een ALV plaatsgevonden. De bestuurscommissie bestond op dat moment uit de heren [naam 1] (voorzitter), [naam 3] (vicevoorzitter) en [naam 6] (gebouwbeheer). De notulen van die ALV vermelden, voor zover relevant:

“3. Mededelingen van en door het bestuur. De vz. meldt dat [naam 5] zijn functie als administrateur per 1-5-2019 neerlegt. Ook het hele bestuur legt haar functie per direct neer. (…)

[naam 7] vraagt zich nu af wat er met het hekwerk gaat gebeuren. De vz zegt dat er voorlopig niets gebeurt totdat er een nieuw bestuur is of totdat alles is overgedragen aan een beheermaatschappij. Er volgt een uitgebreide discussie over de besluitvorming van het hekwerk. [naam 3] is bereid een voorstel over het hekwerk bij de vergadering neer te leggen. Hij vreest dat het moeilijk wordt een nieuw bestuur te formeren. Hij denkt echter, dat het beter is het Beheer, de Financiën, Administratie en Bestuur over te dragen aan een beheermaatschappij. Deze wordt dan ook de voorzitter van deze VvE. Zij verzorgen dan de notulen. Het bestuur heeft 5 offertes liggen. (…) Twee bestuursleden, de heren [naam 3] en [naam 6] zijn in ieder geval bereid het gesprek met de beheermaatschappij te voeren. Hierna volgen een aantal schriftelijke stemmingen. [naam 7] stelt voor te stemmen over het uitbesteden van het Technisch Beheer, Financiën en Administratie en Bestuurlijk door het bestuur of dat een commissie dit gaat doen. (…)

De 1e stemming uitbesteden of niet.

Uitslag: 477 stemmen voor, 20 tegen en 1 blanco. Is aangenomen.

De 2e stemming uitvoeren door Bestuur of Commissie.

Uitslag: 354 stemmen voor Bestuur en 142 voor Commissie, 2 stemmen (blanco). Is aangenomen.

Hierna volgt er een discussie tussen bestuur en [naam 7] over de uitvoering. Dit zou moeten voorgelegd aan de leden in een volgende vergadering. Ook over de voorzitter bestuur en voorzitter vergadering bestaat bij hem een verschil van mening. [naam 3] deelt [naam 7] mede dat in het algemeen reglement art. 21 lid 4 en 5 dit duidelijk wordt omschreven. [naam 8] stelt voor om het huidige bestuur volmacht en mandaat te geven om de uitbesteding te regelen en stelt voor hierover nog een stemming te houden.

De 3e stemming bestuur volmacht en mandaat te geven.

Uitslag: 354 stemmen JA en 142 stemmen TEGEN. Is aangenomen.

De 5 offertes die er nu liggen zijn van (…). [naam 9] offreert op prijspeil 2019 € 9.400,-- inclusief btw.

4. Sluiting. De voorzitter sluit om 21:00 uur de vergadering en de volgende vergadering is met de beheermaatschappij. Dan zullen een aantal bestuursleden gekozen of herkozen moeten worden.”

2.17.

Sinds 30 april 2019 vervult [naam 9] de functie van beheerder van [naam gedaagde] .

2.18.

Uit een op 3 mei 2019 vervaardigd Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel volgt dat toen als bestuurders van [naam gedaagde] waren geregistreerd:

“Naam [naam 1]

(…)

Datum in functie 30-07-2015 (datum registratie: 08-10-2015)

Titel Voorzitter

Bevoegdheid Alleen/zelfstandig bevoegd met beperkingen (zie opgaaf)

Naam [naam 3]

(…)

Datum in functie 01-04-2018 (datum registratie: 24-08-2018)

Titel Vicevoorzitter

Bevoegdheid Alleen/zelfstandig bevoegd met beperkingen (zie opgaaf)

Naam [naam 6]

(…)

Datum in functie 30-04-2019 (datum registratie: 02-05-2019)

Bevoegdheid Alleen/zelfstandig bevoegd met beperkingen (zie opgaaf)

Naam [naam 9]

(…)

Datum in functie 30-04-2019 (datum registratie: 02-05-2019)

Bevoegdheid Alleen/zelfstandig bevoegd met beperkingen (zie opgaaf)”

2.19.

Op 21 juni 2019 heeft [naam 9] een brief aan de eigenaren gestuurd met een uitnodiging voor een ALV op 2 juli 2019. De bijgevoegde agenda vermeldt, voor zover van belang, het volgende:

“(…)

3. (Her)benoemingen bestuur en commissiesKandidaten kunnen zich stellen tot 15 min voor de vergadering.

4. Vaststellen notulen d.d. 20-3-2018 + 29-1-2019 + 16-4-2019

Voor een vlot verloop van de vergadering, verzoeken wij u vooraf eventuele wijzigingen, aanvullingen op de notulen te melden. Mochten wij geen reactie ontvangen gaan wij ervan uit dat de notulen inhoudelijk correct zijn en als zodanig kunnen worden vastgesteld. De concept notulen zijn u reeds toegestuurd en staan tevens op het portaal.

5. Jaarrekening 2018(…)

c. Verslag kascommissie

De kascommissie heeft de kascontrole uitgevoerd. De verklaring is reeds toegestuurd. De vergadering wordt gevraagd het bestuur decharge te verlenen.”

2.20.

De conceptnotulen van de ALV van 2 juli 2019 vermelden, voor zover van belang:

“1. OPENING

[naam 10] opent namens [naam 9] , de bestuurder, de vergadering (…)

(…)

3. ( HER)BENOEMINGEN BESTUUR EN COMMISSIES

(…)

De bestuurder deelt de vergadering mee dat de vergadering eerst dient te bepalen uit hoeveel leden het bestuur zal bestaan. Het Reglement van Splitsing zegt minimaal 2 en maximaal 5. De vergadering besluit met de overgrote meerderheid om het bestuur uit drie leden te laten bestaan.

De bestuurder deelt de vergadering mee dat een schriftelijke stemming zal plaatsvinden. Deze mag anoniem. De drie leden met de meeste stemmen treden toe tot het bestuur.

Voorafgaande aan de stemming is een stembureau benoemd, bestaande uit de heren (…).

De stemming is als volgt:

[naam 1] - 508 stemmen – treedt toe tot het bestuur

[naam 3] - 529 stemmen – treedt toe tot het bestuur

[naam 6] - 499 stemmen – treedt toe tot het bestuur

[naam 11] - 184 stemmen

[naam eiser 2] - 183 stemmen

[naam eiser 1] - 163 stemmen

(…)

4. VASTSTELLEN NOTULEN VERGADERING D.D. 20 MAART 2018, 29 JANUARI 2019 EN 16 APRIL 2019

De bestuurder deelt de Vergadering mee dat de notulen een weergave zijn van hetgeen besproken en besloten is op de vergadering. Genomen besluiten kunnen, binnen 30 dagen nadat eigenaars hier kennis van hebben kunnen nemen, ter vernietiging worden voorgelegd aan de Rechtbank sector kanton. Na deze 30 dagen staan de besluiten vast.

De bestuurder deelt de vergadering mee dat hij van [naam 7] aanvullingen en wijzigingen op de notulen heeft mogen ontvangen. [naam eiser 2] heeft aanvullingen en wijzigingen op de notulen van 16 april 2019. De bestuurder stelt voor aan de vergadering om te besluiten of deze aanvullingen en wijzigingen van [naam 7] en [naam eiser 2] deel uitmaken van de notulen.

Met inachtneming van het vorenstaande worden de notulen van 20 maart 2018, 29 januari 2019 en 16 april 2019 met algemene stemmen als zodanig vastgesteld, met dien verstande dat de aanvullingen en wijzigingen geen deel uitmaken van de notulen. De bestuurder zal de brieven met wijzigingen en aanvullingen op het portal plaatsen.

(…)

6. ONDERHOUD 2019 EN FINANCIERING

BESLUITVORMING PLAATSING/AANPASSING HEKWERK ACHTERZIJDE

[naam 7] merkt op dat er door de vergadering al akkoord is gegeven op het plaatsen van hekwerken en dat de kosten hiervoor ten laste van de Vereniging van Eigenaars komen.

Ter vergadering ontstaat een discussie over de nieuw te plaatsen balkonschermen op de kopse kanten. Een van de leden geeft aan hier geen voorstander van te zijn omdat dit zijn uitzicht wegneemt.

De bestuurder vraagt of deze schermen vanaf de bouw al aanwezig waren. De vergadering deelt de bestuurder mee dat dit niet het geval is. De kopse kanten hebben nimmer schermen gehad. De schermen die er zijn, zijn door de eigenaars zelf bekostigd en aangebracht. Hiermee staat vast dat de schermen geen onderdeel zijn van de gemeenschappelijke delen van de Vereniging van Eigenaars.

De bestuurder deelt mee dat de vergadering geen besluit heeft genomen of deze schermen nu deel uit gaan maken van de gemeenschappelijke delen. Dit in verband met de door eigenaars op eigen kosten aangebrachte schermen. Hoe gaat de Vereniging hiermee om. Krijgen zij hiervoor nu een evenredig bedrag terug. Dit is niet besloten. Tevens verplicht de vergadering nu leden tot dit scherm terwijl zij dit niet willen omdat het er nooit heeft gezeten. En het architectonisch uiterlijk wijzigt van de Vereniging. Dit besluit is ook niet genomen.

De vergadering besluit, omtrent de onduidelijkheid over het leveren en plaatsen van de schermen en de daarmee gepaard gaande kostentoedeling, om de zitting bij de rechtbank af te willen wachten.

De bestuurder stelt voor om een enquête te houden onder de leden aan de kopse kant naar de interesse voor het plaatsen van een privacy-schermen.

De bestuurder had de intentie om de volgende zaken ter stemming te brengen:

plaatsen glazen schotten bij liften/trappenhuis op elke etage ad € 7.873,47

plaatsen glazen schotten kopse kanten eerste etage ad € 948

begeleiding werkzaamheden door [naam 9] ad € 7.123,26

Gezien de discussie die is ontstaan over de glazen schotten bij de kopse kanten wordt b. niet in stemming gebracht.

Het stembureau bestaande uit de heren [naam 12] en [naam 13] delen mee dat na telling de volgende besluiten zijn genomen:a. 490 stemmen voor en 71 stemmen tegen van de uitgebrachte stemmen

c. 397 stemmen voor en 101 stemmen tegen van de uitgebrachte stemmen

De bestuurder wordt verzocht de genomen besluiten uit te voeren.”

3. Het geschil

3.1.

[eisers] vorderen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

voor recht te verklaren dat de benoeming van [naam 9] nietig is, althans dat [naam 9] niet in enige functie binnen [naam gedaagde] is benoemd;

voor recht te verklaren dat de vergadering van 2 juli 2019 niet rechtsgeldig is uitgeschreven en dat de daar genomen besluiten nietig zijn;

subsidiair, voor zover niet alle besluiten van 2 juli 2019 nietig zijn, het besluit van die datum tot het benoemen van de leden van de bestuurscommissie te vernietigen;

voor recht te verklaren dat ter vergadering van 29 januari 2019 rechtsgeldig besloten is tot het geven van opdracht aan MBR tot het plaatsen van balkonhekken en privacyschermen bij trappenhuis/lift en de kopse kanten;

subsidiair, voor zover het besluit van 29 januari 2019 alleen zou zien op de balkonhekken, nietig te verklaren of te vernietigen het besluit van 2 juli 2019 tot het uitsluitend geven van een opdracht tot het plaatsen van privacyschermen bij trappenhuis/lift en niet aan de kopse kant en tot het toekennen aan [naam 9] van een vergoeding voor de begeleiding;

VvE in de kosten van de procedure te veroordelen.

3.2.

[eisers] leggen het volgende aan hun vorderingen ten grondslag.

3.3.

Het besluit tot benoeming van [naam 9] als beheerder/administrateur berust op een nietige volmacht. De volmacht bepaalt dat de functies van bestuurder en administrateur in één hand worden gelegd en dat is strijdig met het splitsingsreglement. Ook strekt de volmacht niet tot het overeenkomen van contractuele voorwaarden met de aan te stellen beheermaatschappij. Mocht dit laatste wel het geval zijn, dan is het machtigingsbesluit op dit punt niet met de vereiste meerderheid genomen. Ook dat maakt de volmacht nietig. Ten slotte is [naam 9] feitelijk niet aangesteld als administrateur, maar als beheerder, waartoe de volmacht niet strekt. Ook dit leidt ertoe dat het benoemingsbesluit nietig is.

3.4.

Nu [naam 9] niet rechtsgeldig is benoemd, zijn de bijeenroeping van de ALV op 2 juli 2019 en (daarmee ook) de in die vergadering genomen besluiten niet rechtsgeldig. De leden van de bestuurscommissie zijn dan ook niet (her)benoemd. Voor zover het benoemingsbesluit wel geldig is, dient het te worden vernietigd nu het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. De bestuurscommissie is onbekwaam in de vervulling van haar bestuurstaken. Zij behandelt eigenaren ongelijk, maakt zich schuldig aan onheuse bejegening en eigent zich stelselmatig meer bevoegdheden toe dan het splitsingsreglement aan haar toekent.

3.5.

Ten onrechte wordt geen uitvoering gegeven aan het rechtsgeldig genomen besluit tot het plaatsen van balkonschermen. Voor zover de rechtbank van oordeel zou zijn dat dit besluit niet is genomen, is het in strijd met de redelijkheid en billijkheid om het plaatsen van die schermen voor rekening en risico van de individuele eigenaren te laten komen. Het zijn gemeenschappelijke zaken en een individuele aanpak zou afbreuk doen aan het uniforme, architectonische uiterlijk van het flatgebouw. Aan de begeleiding van het project door [naam 9] ligt geen rechtsgeldig besluit ten grondslag, nu het vereiste quorum niet is behaald.

3.6.

[naam gedaagde] voert verweer dat strekt tot niet-ontvankelijkverklaring in, althans afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met hoofdelijke veroordeling van [eisers] in de proceskosten, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

3.7.

[eisers] hebben een wirwar van verzoekschriften bij de kantonrechter ingediend, gevolgd door aanvullende verzoekschriften en een brei aan stukken van hun gemachtigde. Van de door de kantonrechter geboden gelegenheid om nog een verzoekschrift in te dienen is geen gebruik gemaakt, maar in plaats daarvan is om verwijzing naar de handelsrechter verzocht. Deze gang van zaken is in strijd met de goede procesorde.

3.8. 24/7

is op basis van een rechtsgeldig aan de (voormalige) bestuurscommissie verstrekte volmacht rechtsgeldig door die commissie aangesteld. In de vervolgens rechtsgeldig door [naam 9] uitgeschreven vergadering van 2 juli 2019 is met de vereiste twee-derde meerderheid rechtsgeldig besloten tot (her)benoeming van de bestuurscommissie.

3.9.

Ten aanzien van de balkonschermen aan de kopse kanten is slechts sprake geweest van een voorstel. Van besluitvorming was op 29 januari 2019 geen sprake, zodat voor de gevorderde verklaring voor recht geen plaats is, aldus steeds [naam gedaagde] .

3.10.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ontvankelijkheid – goede procesorde

4.1.

[naam gedaagde] heeft aangevoerd dat [eisers] in strijd met de goede procesorde handelen door, kort gezegd, niet ordentelijk te procederen.

4.2.

In het algemeen geldt dat de partij die zich op bepaalde rechtsgevolgen beroept, ervoor moet zorgen dat voor de rechter duidelijk is welke stellingen hem ter beoordeling worden voorgelegd en dat voor de wederpartij duidelijk is waartegen zij zich dient te verweren (Hoge Raad 23 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0729 (De Gans/Nationale Nederlanden)).

4.3.

Aan [naam gedaagde] kan worden toegegeven dat de manier waarop [eisers] bij de kantonrechter hebben geprocedeerd voordat zij een advocaat in de arm hebben genomen niet uitblinkt in overzichtelijkheid. Evenwel blijkt uit de verzoekschriften en bijgevoegde stukken ook dat na het indienen van het eerste verzoekschrift sprake is geweest van nieuwe ontwikkelingen, met name rondom de aanstelling van [naam 9] en de ALV van 2 juli 2019, die [eisers] ook aan de rechter wilden voorleggen. Dit is niet onbegrijpelijk. Bovendien geldt dat aan partijen die in persoon procederen niet zonder meer dezelfde eisen mogen worden gesteld als aan het optreden van een advocaat. Wat de rechtbank betreft zijn de verzoekschriften niet onbegrijpelijk. [naam gedaagde] heeft haar bezwaren ook niet onderbouwd door concreet te maken dat zij niet wist waartegen zij zich zou moeten verweren. Daarbij komt dat na het traject bij de kantonrechter de vorderingen in de conclusie van repliek zijn verduidelijkt en [naam gedaagde] daarop in haar conclusie van dupliek en tijdens de mondelinge behandeling heeft kunnen reageren. Dat [naam gedaagde] ervoor heeft gekozen om dat op een aanzienlijk aantal punten niet of slechts summier te doen, is een keuze die niet voor rekening van [eisers] komt.

Dat [eisers] zich tot de kantonrechter hebben gewend en vervolgens om verwijzing van de zaak hebben gevraagd is misschien minder gelukkig, maar [naam gedaagde] maakt niet concreet waarom hieraan de vergaande consequentie van niet-ontvankelijkverklaring van [eisers] in hun vorderingen verbonden zou moeten worden. De rechtbank ziet daar geen reden toe.

4.4.

Het beroep van [naam gedaagde] op niet-ontvankelijkheid wegens strijd met de goede procesorde faalt. De vorderingen zullen inhoudelijk worden beoordeeld.

Inhoudelijke beoordeling vorderingen

Vordering a: benoeming beheerder/administrateur

4.5.

Bij de beoordeling of de volmacht die heeft geleid tot de aanstelling van [naam 9] als beheerder/administrateur rechtsgeldig is, dienen de vastgestelde notulen van de ALV van 16 april 2019 als uitgangspunt te worden genomen. [eisers] baseren hun vordering op een transcriptie van de vergadering van 16 april 2019. Volgens die transcriptie is aan de (tijdens die vergadering afgetreden) bestuurscommissie volmacht verleend tot het aanstellen van een beheerder. Dat is niet door [naam gedaagde] betwist. [eisers] hebben aan de transcriptie de uitleg gegeven dat de volmacht ertoe strekte om met de benoeming van een beheerder alle bevoegdheden in één hand te leggen, wat in strijd is met de splitsingsakte.

4.6.

De rechtbank is van oordeel dat aan de transcriptie van de vergadering van 16 april 2019 niet de door [eisers] voorgestane conclusie kan worden verbonden. Er is geen reden om aan iedere, mogelijk minder zorgvuldig geformuleerde, uitspraak van een deelnemer aan een vergadering het gevolg te verbinden dat de vergadering het eens is met die uitspraak en dat deze uitspraak deel uitmaakt van het genomen besluit. Mede of juist om dat te voorkomen, worden notulen van een vergadering opgesteld, die een zakelijke weergave vormen van wat is besproken en besloten en in een volgende vergadering (dienen te) worden vastgesteld.

4.7.

Uit de onder 2.16 aangehaalde notulen volgt niet dat is besloten een volmacht te verlenen tot benoeming van een beheerder/administrateur die alle functies binnen [naam gedaagde] zou gaan vervullen. Zo heeft [naam 9] zich ook niet gedragen. In tegendeel, zij heeft vrij kort na haar aanstelling bestuursverkiezingen uitgeschreven, waartoe zij op grond van artikel 21 lid 3 van het splitsingsreglement bevoegd is. De bestuursverkiezing en -benoeming op 2 juli 2019 maken eveneens duidelijk dat de meerderheid van de leden van [naam gedaagde] , degenen aan wie de volmacht is verstrekt en de administrateur de volmacht niet in de door [eisers] gestelde zin hebben uitgelegd. Uit deze gang van zaken blijkt dat het nooit de bedoeling is geweest om met de volmacht alle bevoegdheden met betrekking tot beheer, bestuur en administratie aan één persoon toe te kennen. Een en ander leidt ertoe dat, ondanks de mogelijk minder gelukkige uitspraken hierover tijdens de ALV van 16 april 2019, niet kan worden gezegd dat de volmacht in strijd is met de splitsingsakte.

4.8.

Artikel 5:131 lid 2 BW schrijft voor dat het bestuur (dat is zoals [eisers] terecht en onbetwist stellen de administrateur in de zin van de splitsingsakte, in dit geval [naam 9] ) wordt benoemd door de vergadering van eigenaars. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een verbod om deze bevoegdheid door een volmacht over te dragen aan enkele leden van [naam gedaagde] . De ALV mocht op 16 april 2019 dan ook besluiten om enkele van haar leden de volmacht te verlenen om een administrateur aan te stellen.

4.9.

[eisers] hebben onweersproken gesteld dat de inhoud en omvang van de werkzaamheden en de beloning van de administrateur niet tot de volmacht behoren en daarmee niet zijn vastgesteld. Uit artikel 30 lid 3 van het splitsingsreglement volgt dat het toekennen van een beloning door de vergadering dient te geschieden. Dit betekent dat de vergadering zich hierover na de aanstelling van [naam 9] nog moest uitlaten, maar dat maakt de volmacht als zodanig niet nietig of vernietigbaar.

4.10.

Gelet op het voorgaande is de op basis van een rechtsgeldige volmacht tot stand gekomen aanstelling van [naam 9] als administrateur rechtsgeldig. De meer subsidiaire stelling dat de benoeming van [naam 9] nietig is omdat de volmacht niet verder strekte dan aanstelling van een “externe beheerder” wordt in het licht van wat de rechtbank onder 4.7 en 4.8 heeft overwogen niet gevolgd. In de notulen van de ALV van 16 april 2019 valt weliswaar een aantal keren het woord beheermaatschappij, maar daarin staat ook dat de toenmalige administrateur zijn taak per 1 mei 2019 zou neerleggen. In dat licht bezien moeten de notulen zo worden verstaan dat de volmacht strekte tot aanstelling van een administrateur.

4.11.

Vordering a wordt afgewezen.

Vordering b: primair nietigheid van alle besluiten van 2 juli 2019, subsidiair vernietiging van het benoemingsbesluit van 2 juli 2019

Primair: rechtsgeldigheid uitschrijving vergadering en genomen besluiten

4.12.

Uit wat de rechtbank onder 4.5 tot en met 4.10 heeft overwogen volgt dat de benoeming van [naam 9] als administrateur rechtsgeldig is. Uit artikel 21 lid 3 van het algemeen reglement volgt dat de administrateur een vergadering bijeen kan roepen. De vergadering van 2 juli 2019 is dan ook rechtsgeldig uitgeschreven.

4.13.

De stelling van [eisers] dat alle op 2 juli 2019 genomen besluiten nietig zijn, is niet onderbouwd met andere argumenten. De vordering om al deze besluiten nietig te verklaren wordt dan ook afgewezen.

Subsidiair: benoeming bestuur in strijd met redelijkheid en billijkheid?

4.14.

Uit artikel 2:15 lid 1, aanhef en onder b BW volgt dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar is wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist. Bij het toetsen van een besluit aan dit criterium geldt als maatstaf of het orgaan alle in aanmerking komende belangen naar redelijkheid en billijkheid tegen elkaar heeft afgewogen. Wat de redelijkheid en billijkheid in een concreet geval vorderen, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uitgangspunt is dat de rechter bij de toetsing aan de hand van die maatstaf terughoudendheid past (Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013: BZ9145, MvA, Kamerstukken II 1984/85, 17725). De achtergrond van deze terughoudende toets is dat rechtspersonen beleidsvrijheid hebben. Er mag daarom niet te snel worden aangenomen dat een orgaan van een rechtspersoon een besluit ten onrechte heeft genomen.

4.15.

Het besluit tot (her)benoeming van de heren [naam 1] , [naam 3] en [naam 6] in de bestuurscommissie is op democratische wijze tot stand gekomen. Twee eisers hebben zichzelf kandidaat gesteld voor de bestuursverkiezingen, maar zijn niet verkozen. In zoverre valt op het besluit tot (her)benoeming van de bestuurscommissie niets af te dingen.

4.16.

Dit neemt niet weg dat [eisers] uitvoerig gemotiveerd hebben gesteld dat de op 2 juli 2019 herbenoemde leden van de bestuurscommissie in het verleden stelselmatig hebben gehandeld in strijd met, kort gezegd, de binnen [naam gedaagde] geldende regels. Volgens [eisers] is het in strijd met de redelijkheid en billijkheid om dergelijke personen in de bestuurscommissie te (her)benoemen; alle leden van [naam gedaagde] en dus ook [eisers] hebben er recht op dat de bestuurscommissie de geldende regels naleeft en deze regels in elk geval niet stelselmatig overtreedt en ondanks waarschuwingen blijft overtreden.

4.17.

Ter onderbouwing van hun stelling dat de leden van de bestuurscommissie stelselmatig handelen in strijd met de geldende regels hebben [eisers] mede verwezen naar wat zij hebben aangevoerd in de procedure met zaak- en rolnummer C/10/592800 / HA ZA 20261 tegen [naam 9] en de leden van de bestuurscommissie; de dagvaarding in de betreffende zaak hebben [eisers] ook in de onderhavige procedure overgelegd. [naam gedaagde] heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt, terwijl de gedaagden in beide procedures door dezelfde advocaat worden bijgestaan en de mondelinge behandeling in beide zaken hebben bijgewoond. Gelet op het beginsel van hoor en wederhoor wordt met het verweer van [naam gedaagde] en daarbij ingebrachte stukken in de hiervoor aangehaalde procedure eveneens rekening gehouden in de onderhavige procedure. De rechtbank stelt vast dat [naam gedaagde] niet inhoudelijk en gemotiveerd heeft gereageerd op het uitvoerig gemotiveerde en met stukken onderbouwde betoog van [eisers] ; zij weerspreekt de feitelijke en juridische stellingen van [eisers] niet en betwist evenmin dat deze stellingen betrekking hebben op alle leden van de bestuurscommissie. [naam gedaagde] heeft in de conclusie van dupliek in de onderhavige zaak, de conclusies van antwoord en dupliek in de andere zaak en tijdens de mondelinge behandeling de gelegenheid gehad om inhoudelijk te reageren op de stellingen van [eisers] , maar van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Desgevraagd heeft [naam gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat het in haar optiek gaat om irrelevante gebeurtenissen uit het verleden. Daaruit leidt de rechtbank af dat [naam gedaagde] de bewuste keuze heeft gemaakt om af te zien van een inhoudelijke en gemotiveerde reactie. Haar voorwaardelijke verzoek om zich indien nodig alsnog over de stellingen van [eisers] te mogen uitlaten, resulteert in een onredelijke vertraging van de procedure die zich niet met de eisen van een goede procesorde verdraagt, zeker nu [naam gedaagde] ruimschoots voldoende gelegenheid heeft gehad voor een inhoudelijke en gemotiveerde reactie. De rechtbank wijst dit verzoek, waartegen [eisers] zich ter zitting hebben verzet, dan ook af en zal de stelling van [eisers] dat [naam gedaagde] in elk geval op 28 punten de toepasselijke wet- en regelgeving heeft overtreden aan de hand van die wet- en regelgeving beoordelen voor zover dat nodig is om te kunnen beslissen op het subsidiaire gedeelte van vordering b in de onderhavige zaak.

Vertegenwoordiging en beheer financiën van [naam gedaagde] (productie 18, voorvallen 13.1 tot en met 13.4)

4.18.

Artikel 29 van het algemeen reglement bepaalt welke bevoegdheden het bestuur heeft en de artikelen 30 tot en met 35 van dit reglement maken duidelijk welke bevoegdheden de administrateur heeft. Vergelijking van deze bepalingen met de wet maakt duidelijk dat niet het bestuur als bedoeld in artikel 29, maar de administrateur als bedoeld in artikel 30 het bestuur van [naam gedaagde] is in de zin van artikel 5:131 BW. Dat is ook de reden dat de rechtbank het bestuur in dit vonnis de bestuurscommissie noemt.

4.19.

Uit artikel 31 van het algemeen reglement volgt dat de administrateur (en dus niet de bestuurscommissie) [naam gedaagde] vertegenwoordigt. [eisers] stellen dan ook terecht dat de inschrijving van de leden van de bestuurscommissie bij de Kamer van Koophandel niet correct is, zowel op het punt dat zij worden aangeduid als bestuurder als op het punt dat zij bevoegd zouden zijn om [naam gedaagde] te vertegenwoordigen. De taak van de bestuurscommissie is een geheel andere, zoals met name volgt uit artikel 29 lid 3 van het algemeen reglement.

4.20.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [naam 1] verklaard tot het voorjaar 2019 over een bankpas van [naam gedaagde] te hebben beschikt. Daarnaast heeft hij in de onder 2.10 aangehaalde e-mail duidelijk gemaakt dat de bedoeling was dat aan [naam gedaagde] gerichte facturen door de bestuurscommissie werden afgetekend. Uit de onder 2.6 aangehaalde facturen blijkt dat daaraan ook feitelijk uitvoering werd gegeven.

4.21.

Genoemde handelingen, die alle de vertegenwoordiging en de financiën van [naam gedaagde] betreffen, zijn in strijd met het splitsingsreglement, dat de bestuurscommissie op deze punten immers geen bevoegdheden toekent.

Bepaling huishoudelijk reglement in strijd met splitsingsakte (voorval 13.6)

4.22.

Artikel 32 van het algemeen reglement regelt dat de administrateur bevoegd is over een calamiteitenbedrag te beschikken. Een dergelijke bevoegdheid is niet toegekend aan de bestuurscommissie. Het huishoudelijk reglement is een aanvulling op, maar geen vervanging van het splitsingsreglement. Bepalingen in strijd met de wet of de splitsingsakte (waarvan het algemeen reglement onderdeel uitmaakt) zijn nietig (artikel 5:129 lid 1 juncto artikel 2:14 BW).

4.23.

De bestuurscommissie heeft vergroting van de vrijheid van haar eigen handelen in stemming gebracht op de onder 2.14 aangehaalde vergadering. Het aangenomen besluit heeft geleid tot een aanpassing in het huishoudelijk reglement, in die zin dat de bestuurscommissie over een calamiteitenbedrag van maximaal € 10.000,- kan beschikken. Nu uitsluitend de administrateur over een calamiteitenbedrag mag beschikken en van delegatie niet is gebleken, is het besluit en de daaruit voortvloeiende bepaling in het huishoudelijk reglement in strijd met de splitsingsakte en daarmee nietig.

Verstrekken van opdrachten aan derden ter waarde van > HFL 10.000,00 zonder voorafgaand met vereiste meerderheid genomen besluit (voorval 13.11)

4.24.

Vooropgesteld wordt dat in de splitsingsakte uitsluitend aan de administrateur en niet (ook) aan de bestuurscommissie de bevoegdheid is toegekend om opdrachten aan derden te verstrekken. De bestuurscommissie is daartoe niet bevoegd. Los daarvan geldt dat uit artikel 26 van het algemeen reglement volgt dat besluiten tot het doen van uitgaven boven een bepaald bedrag een twee-derde meerderheid behoeven. Het bedoelde bedrag is in artikel 10 van het bijzonder reglement vastgesteld op HFL10.000,00. De stelling van [naam gedaagde] dat dit bedrag met het ter vergadering van 20 maart 2018 genomen besluit is verhoogd tot € 10.000,00 faalt gelet op hetgeen de rechtbank hierover onder 4.23 heeft overwogen. Uitgangspunt is derhalve vrijheid van handelen tot een bedrag van HFL 10.000,00.

4.25.

[eisers] stellen onweersproken, zodat dit vaststaat, dat de ALV bij herhaling zonder de vereiste gekwalificeerde meerderheid besluiten heeft genomen over uitgaven boven dit bedrag (omgerekend € 4.358,-). Het betreft hier het onder 2.8 aangehaalde besluit tot het aanpakken van de verlichting in de keldergangen en -boxen (begroot op € 13.500,-, terwijl de offerte zelfs uitgaat van € 22.935,55) en het besluit over de onder 2.11 aangehaalde kosten van de renovatie van een drietal balkons (€ 9.361,55).

Handelwijze jegens kascommissie (voorval 13.13)

4.26.

Uit artikel 2:48 lid 1 BW volgt voor het (wettelijke) bestuur de verplichting om op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een bestuursverslag over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid uit te brengen. Het bestuur dient daarbij de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over te leggen. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat als een raad van commissarissen ontbreekt, de algemene vergadering jaarlijks een commissie van ten minste twee leden benoemt die geen deel van het bestuur mogen uitmaken. De commissie onderzoekt de in het eerste lid bedoelde stukken en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit. Het bestuur is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle gevraagde inlichtingen te verschaffen. In aanvulling hierop volgt uit artikel 32 lid 4 van het algemeen reglement een jaarlijkse rekening en verantwoordingsplicht van de administrateur (bestuurder in de zin van de wet) die wordt aangevuld met de verplichting om rekenschap te doen zo vaak de bestuurscommissie dat wenst.

4.27.

Bij [naam gedaagde] was in elk geval in 2016 sprake van een kascommissie bestaande uit twee leden. Uit de opmerking van de kascommissie in haar onder 2.8 aangehaalde verklaring blijkt dat het in artikel 2:48 BW bedoelde bestuur (de administrateur in de zin van de splitsingsakte), niet binnen zes maanden na afloop van het boekjaar 2015 een uitnodiging voor het doen van de kascontrole heeft verstuurd. Daarmee heeft de bestuurscommissie er geen blijk van gegeven haar toezichthoudende taak jegens de administrateur (artikel 29 lid 3 onder a van het algemeen reglement) en haar informatieplicht jegens de kascommissie voortvarend ter hand te nemen.

Conclusie

4.28.

Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat de bestuurscommissie zich op cruciale punten als het vertegenwoordigen van [naam gedaagde] en het beheer van de middelen van [naam gedaagde] niet heeft gehouden aan de wet en de splitsingsakte, maar bevoegdheden van de administrateur heeft uitgeoefend die haar niet toekomen (4.19 en 4.20). Daarnaast heeft zij bij herhaling aan de ALV voorgesteld besluiten te nemen die in strijd zijn met de splitsingsakte, in plaats van de naleving daarvan te bewaken (4.23 en 4.25). Een belangrijke bevoegdheid die de bestuurscommissie wel heeft, heeft zij niet steeds adequaat uitgeoefend (4.27). Daarmee heeft zij haar verantwoordelijkheden en vooral de grenzen van haar bevoegdheden stelselmatig miskend. [eisers] stellen onweersproken, zodat dit vaststaat, dat zij [naam gedaagde] en de bestuurscommissie hierop herhaaldelijk hebben gewezen. Waarschuwingen in vergaderingen hebben niet tot aanpassingen geleid. Gelet hierop is de rechtbank, ook met inachtneming van de in 4.14 bedoelde terughoudendheid, van oordeel dat de bestuurscommissie in haar functie binnen [naam gedaagde] kennelijk onbehoorlijk heeft gehandeld door stelselmatig de grenzen van haar bevoegdheden te overschrijden. Gesteld noch gebleken is dat dit niet voor alle leden van de bestuurscommissie geldt.

4.29.

De rechtbank acht de belangen van de individuele eigenaren [eisers] bij bescherming van hun recht op een goed functionerende en betrouwbare bestuurscommissie, die mede hun belangen in [naam gedaagde] dient te vertegenwoordigen, zwaarwegender dan het belang van [naam gedaagde] bij instandhouding van de (her)benoeming van de bestuurscommissie in deze samenstelling. De rechtbank acht die herbenoeming in strijd met de redelijkheid en billijkheid die [naam gedaagde] en haar leden op grond van artikel 2:8 BW jegens elkaar in acht hebben te nemen en zal het besluit van 2 juli 2019 van de vergadering tot herbenoeming van de bestuurscommissie op deze grond vernietigen. De rechtbank zal het vonnis op dit punt uitvoerbaar bij voorraad verklaren, ook nu daartegen geen specifiek verweer is gevoerd.

Vordering c: hekwerk

4.30.

Zoals de rechtbank onder 4.5 heeft overwogen, vormen de vastgestelde notulen het uitgangspunt bij de beoordeling van wat op een ALV is besloten. Uit de onder 2.15 aangehaalde notulen van de ALV van 29 januari 2019 volgt niet dat sprake is van een besluit tot het plaatsen van schermen aan de kopse kant van het flatgebouw voor rekening van [naam gedaagde] . Uit het splitsingsreglement kan evenmin worden afgeleid dat eventuele privacyschermen aan de kopse kant tot de gemeenschappelijke gedeelten behoren of dat het plaatsen daarvan voor gemeenschappelijke rekening moet komen (artikel 4 splitsingsakte). Dat galerijen tot de gemeenschappelijke delen behoren, betekent dat ook de hekwerken op de galerijen gemeenschappelijk zijn, omdat zij de veiligheid van alle bewoners (en bezoekers) dienen en galerij en hekwerk als zodanig nauw met elkaar zijn verbonden. Of ook privacyschermen moeten worden gezien als gemeenschappelijk onderdeel van de galerij, is voor discussie vatbaar. De rechtbank ziet niet zonder meer in dat daarbij geen onderscheid mogelijk is tussen de liftkant en de kopse kant. Bij de lift/het trappenhuis komen alle bewoners met regelmaat, bij de kopse kant is dat niet of veel minder het geval. Dat de vergadering de ene kant wel gemeenschappelijk acht en de andere niet, staat haar vrij, nu de splitsingsakte in dit verband niet dwingend iets anders voorschrijft. De tijdens een ALV in 2016 over dit onderwerp gedane mededelingen zijn niet van doorslaggevende betekenis, ook nu niet is gebleken dat de ALV hierover toen een formeel besluit heeft genomen.

4.31.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet is vast komen te staan dat de vergadering op 29 januari 2019 heeft besloten tot het plaatsen van privacyschermen voor rekening van [naam gedaagde] . Voor een verklaring voor recht is geen plaats. Evenmin bestaat grond voor nietigverklaring of vernietiging van het op 2 juli 2019 genomen besluit over de privacyschermen.

4.32.

[eisers] stellen dat het vereiste quorum voor een rechtsgeldig besluit over een vergoeding voor de begeleiding door [naam 9] op 2 juli 2019 ontbrak. [naam gedaagde] betwist dit en noemt de volgens haar relevante cijfers.

Uit zowel de conceptnotulen als de door [eisers] overgelegde transcriptie van de ALV op 2 juli 2019 blijkt dat meer dan twee-derde van het maximum aantal stemmen was vertegenwoordigd. Uit beide documenten volgt dat, met 397 stemmen voor en 101 stemmen tegen, sprake is van de vereiste twee-derde meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen. Daarmee is dit besluit aangenomen. De kennelijke, niet onderbouwde stelling van [eisers] dat een stemonthouding een uitgebrachte stem is in de zin van artikel 26 lid 2 van het algemeen reglement die (dus) meetelt bij de bepaling of twee-derde van het aantal uitgebrachte stemmen vóór is, volgt de rechtbank niet. Wie zich van stemming onthoudt, kiest er juist voor om géén stem uit te brengen. Dat er een aantal stemonthoudingen was, doet niet af aan het aantal ter vergadering aanwezige stemmen en evenmin aan het feit dat meer dan twee-derde van het aantal uitgebrachte stemmen vóór was.

4.33.

Van strijd met de redelijkheid en billijkheid op het punt van de betreffende vergoeding is niet gebleken. Uit artikel 30 lid 3 van het splitsingsreglement volgt dat het toekennen van een beloning door de vergadering dient te geschieden en dat heeft de vergadering op 2 juli 2019 gedaan. Dat de vergadering volgens [eisers] niet bekend is met de totale beloning van [naam 9] betekent hoogstens dat eventuele andere elementen van die beloning mogelijk nog niet rechtsgeldig zijn vastgesteld, maar dat maakt het besluit tot beloning voor de begeleiding van het project hekwerken op zich niet ongeldig. Nietigverklaring of vernietiging van dat besluit is dan ook niet aan de orde.

4.34.

Vordering c wordt afgewezen.

Vordering d: proceskosten

4.35.

[eisers] worden op de meeste punten in het ongelijk gesteld, maar op een essentieel punt in het gelijk en ook hun in dat verband geponeerde stellingen worden grotendeels gevolgd. De rechtbank ziet hierin aanleiding voor compensatie van de proceskosten, in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

vernietigt het op 2 juli 2019 door de ALV genomen besluit tot (her)benoeming van de leden van het bestuur (de bestuurscommissie);

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

compenseert de proceskosten, in die zin dat partijen de eigen kosten dragen;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen, rechter, in aanwezigheid van mr. M. WelterDekkers, griffier. Het is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. C. Bouwman, rolrechter, op 7 april 2021.

3268/3194/2294


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature