< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Artikel 7:7 Wvggz. Toewijzen voortzetting crisismaatregel. Betrokkene bepleit primair niet-ontvankelijkheid van de officier op de grond dat crisismaatregel onrechtmatig is wegens schending van artikel 7:3 lid 1 en 2 Wvggz. De rechtbank verwerpt dit verweer. Op grond van de toelichting van artikel 7:6 Wvggz kan de rechtbank alleen de rechtmatigheid van de voortzetting van de verplichte zorg toetsen en niet de rechtmatigheid van de crisismaatregel die de burgemeester uitvaardigde. De rechtbank ziet daarom geen grond het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/605731 / FA RK 20-7836

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 13 oktober 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes, Bouman Kliniek te Rotterdam,

advocaat mr. E.A.E.G.J. Libosan te 's-Gravenhage.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 12 oktober 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 9 oktober 2020 opgelegde crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 9 oktober 2020;

de medische verklaring opgesteld door drs. [naam psychiater 1] , psychiater, van 8 oktober 2020;

de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2020.

Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid ) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

[naam psychiater 2] , psychiater, verbonden aan Antes;

J. Janssen, officier van justitie.

2. Beoordeling

2.1.

Betrokkene bepleit primair niet-ontvankelijkheid van de officier op de grond dat crisismaatregel onrechtmatig is wegens schending van artikel 7:3 lid 1 en 2 Wvggz. De rechtbank verwerpt dit verweer. Op grond van de toelichting van artikel 7:6 Wvggz kan de rechtbank alleen de rechtmatigheid van de voortzetting van de verplichte zorg toetsen en niet de rechtmatigheid van de crisismaatregel die de burgemeester uitvaardigde. De rechtbank ziet daarom geen grond het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van, of het aanzienlijk risico op, levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. Betrokkene heeft zonder bericht zijn begeleide woonvorm verlaten en is voor een vakantie vertrokken naar Rotterdam. Betrokkene heeft zich in een hotelkamer met een scherp voorwerp in zijn anus gestoken en hierdoor veel bloed verloren. Hoewel betrokkene zelf heeft verklaard dit te hebben gedaan in opdracht van de vampieren die hij ziet en zijn eigen verklaring ontkracht tijdens de mondelinge behandeling, geeft hij geen deugdelijke reden voor het nadeel dat hij zichzelf heeft toegebracht. Onduidelijk is dus of dezelfde reden voor betrokkene nog aanwezig is.

2.3.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van psychotische decompensatie bij een man met schizofrenie.

2.4.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.5.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

het toedienen van medicatie, ter behandeling van een psychische stoornis;

het beperken van de bewegingsvrijheid;

het opnemen in een accommodatie.

2.6.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten, het toedienen van vocht en voeding, alsmede het verrichten van medische controles of andere therapeutische maatregelen, het insluiten, het onderzoek aan kleding of lichaam, het onderzoek aan de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die

tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het

gebruik van communicatiemiddelen en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.7.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.8.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.9.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend. Deze machtiging heeft op grond artikel 7:9 Wvggz een geldigheidsduur van drie weken na vandaag, ook al is voorzienbaar dat betrokkene binnen drie weken terug zal zijn bij zijn begeleide woonvorm en voormelde verplichte zorg dan niet meer nodig is.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 november 2020.

Deze beschikking is op 13 oktober 2020 mondeling gegeven door mr. J.J. Klomp, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 16 oktober 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature