< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Eiser heeft niet onderbouwd dat sprake was van een afspraak dat zijn buren voor een bedrag van € 5.766,93 zouden bijdragen in de kosten van het funderingsherstel. Afwijzing vordering.

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8334437 CV EXPL 20-5753

uitspraak: 2 oktober 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser in conventie/ verweerder in reconventie] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiser bij exploot van dagvaarding van 3 december 2019,

verweerder in reconventie,

gemachtigde: mr. S. Karkache,

tegen

1. [gedaagde sub1] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

gedaagde sub 1,

procederend in persoon,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats 2] in Duitsland,

gedaagde sub 2,

gemachtigde: mr. P.R. Autar,

3. [gedaagde sub 3/ eiser in reconventie],

wonende te [woonplaats 3] ,

gedaagde sub 3,

eiser in reconventie,

procederend in persoon,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te [woonplaats 4] in Roemenië,

gedaagde sub 4,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiser in conventie/ verweerder in reconventie] ” respectievelijk “ [gedaagde sub1] ”, “ [gedaagde sub 2] ”, “ [gedaagde sub 3/ eiser in reconventie] ” en “ [gedaagde sub 4] ”, dan wel gezamenlijk “gedaagden”.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

 de dagvaarding, met producties;

 het op de rolzitting van 20 februari 2020 door [gedaagde sub 3/ eiser in reconventie] overgelegde schriftelijke antwoord van [gedaagde sub 4] ;

 het op de rolzitting van 20 februari 2020 door [gedaagde sub 3/ eiser in reconventie] gegeven schriftelijke antwoord tevens eis in reconventie, met producties;

 de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 2] ;

 de conclusie van repliek (in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie), met producties;

 de schriftelijke reactie van [gedaagde sub 3/ eiser in reconventie] , met producties;

 de conclusie van dupliek van [gedaagde sub 2] .

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis (nader) bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

[eiser in conventie/ verweerder in reconventie] woont op het adres [straatnaam] 242 in Rotterdam.

2.2

De eigenaren van de naastgelegen panden zijn/waren [gedaagde sub1] (240A), [gedaagde sub 2] (240B), [gedaagde sub 3/ eiser in reconventie] (244A) en [gedaagde sub 4] (244B).

2.3

Na het constateren van problemen aan zijn fundering in 2010 heeft [eiser in conventie/ verweerder in reconventie] in 2011 contact opgenomen met het funderingsloket van de gemeente Rotterdam. De secretaris van dit loket was de heer [naam persoon 1] (hierna: [naam persoon 1] ).

3. Het geschil in conventie

De vordering in conventie

3.1

[eiser 1] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht te verklaren dat gedaagden hoofdelijk en afzonderlijk jegens [eiser 1] onrechtmatig hebben gehandeld door hem niet de gemaakte kosten van het herstel te vergoeden;

2. gedaagden hoofdelijk en afzonderlijk te veroordelen aan [eiser 1] te betalen een bedrag van € 5.766,93, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 januari 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;

3. gedaagden hoofdelijk en afzonderlijk te veroordelen om aan [eiser 1] te betalen alle schade die hij heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de onrechtmatige daad van gedaagden, waaronder begrepen alle kosten van buitengerechtelijke en gerechtelijke maatregelen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van iedere schadepost tot aan de dag van algehele voldoening, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

4. gedaagden hoofdelijk en afzonderlijk te veroordelen in de proceskosten, waaronder de gemaakte buitengerechtelijke kosten en de kosten van de dagvaarding.

Aan zijn vordering heeft [eiser 1] - samengevat en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd. Op 20 september 2012 heeft Bouwkundig adviesburo Baas (hierna: Baas) te Rotterdam onderzoek verricht en geadviseerd een noodzakelijke steunconstructie te plaatsen, om te voorkomen dat de gevel van het pand verder zou verzakken. De aangrenzende panden hadden ook funderingsproblemen. Bij niet tijdig ingrijpen zou de gemeente handhaven, met alle financiële gevolgen van dien. Na vele overlegrondes besloten vier buren mee te betalen aan het funderingsherstel. [eiser 1] heeft hen altijd op de hoogte gehouden van de lopende ontwikkelingen. De nota’s van funderingsbedrijf Van Dijk (hierna: Van Dijk) van 6 november 2014 zijn aan alle eigenaars van de aangrenzende panden verstuurd. Gedaagden zijn de afspraak om een deel van de kosten aan [eiser 1] te vergoeden niet nagekomen. [eiser 1] heeft hen aangeschreven bij brieven van 10 november 2017 en 29 maart 2018. De door [eiser 1] bij gedaagden in rekening gebrachte kosten (productie 4a bij de conclusie van repliek) waren redelijk en billijk, mede gelet op de gebreken aan de fundering die de panden hadden.

Het verweer in conventie

3.2

[gedaagde sub1] heeft geen verweer gevoerd.

3.3

[gedaagde sub 2] heeft de vordering betwist en heeft daartoe - samengevat en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. [gedaagde sub 2] betwist de stelling dat uit onderzoek is gebleken dat sprake is van noodzakelijk funderingsherstel, althans dat sprake was van instortingsgevaar, althans dat de gemeente handhavend zou optreden. [eiser 1] heeft deze stellingen op geen enkele wijze onderbouwd. Hij heeft ook geen enkel bewijs geleverd dat de fundering daadwerkelijk is hersteld. Ook de onderbouwing van het gevorderde bedrag van € 5.766,93 ontbreekt, nu [eiser 1] geen facturen en betalingsbewijzen heeft overgelegd. [gedaagde sub 2] betwist dat een afspraak is gemaakt tussen partijen over het betalen van (een gedeelte van) de kosten van het funderingsherstel. Hij heeft de brieven van 10 november 2017 en 29 maart 2018 niet ontvangen. [eiser 1] heeft de vordering om verwijzing naar de schadestaatprocedure niet gemotiveerd. Er wordt niet voldaan aan de vereisten dat de aansprakelijkheid en de schade vaststaan.

3.4

[gedaagde sub 3] heeft de vordering betwist en heeft daartoe - samengevat en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. De funderingsproblemen deden zich voor tussen de panden met huisnummers 240 en 242. Huisnummer 244A, het pand van [gedaagde sub 3] , had geen funderingsproblemen en er is ook geen scheurvorming of andere schade geconstateerd aan de mandelige muur tussen 242 en 244. Er is nooit een funderingsonderzoek geweest aan de [straatnaam] 244. Het bouwkundig rapport waarover [eiser 1] spreekt is aan [gedaagde sub 3] nooit bekendgemaakt en heeft [eiser 1] ook niet overgelegd. Er is geen sprake geweest van intensief overleg. [gedaagde sub 3] is op geen enkele wijze betrokken geweest bij bijvoorbeeld de keuze van de aannemer of de aanpak van de werkzaamheden. Pas later in het proces is er meer contact ontstaan tussen [gedaagde sub 3] en [naam persoon 1] , die als bemiddelaar optrad. Het is juist dat [gedaagde sub 3] in december 2013 akkoord heeft gegeven voor een bijdrage aan het herstel van de mandelige muur tussen 242 en 244, te weten voor een bedrag van € 3.889,11 (50% van € 7.778,22). In november 2017 ontving [gedaagde sub 3] inderdaad een rekening van [eiser 1] , maar nu voor een bedrag van € 4.879,71. Dat was niet het bedrag waarmee [gedaagde sub 3] had ingestemd.

3.5

[gedaagde sub 4] heeft de vordering betwist en heeft daartoe - samengevat en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. [gedaagde sub 4] is van mening dat hij geen onderdeel kan zijn van deze procedure. In de eerste plaats omdat hij de woning per 1 februari 2019 heeft verkocht. In de tweede plaats heeft hij nooit met [eiser 1] een contract getekend. Ook heeft hij met [eiser 1] nooit een gesprek gehad over uit-/aanbesteding van het funderingsherstel en heeft hij dus ook geen toezegging gedaan. Tot slot heeft hij nooit contact gehad met één van de aannemers van [eiser 1] .

4. Het geschil in reconventie

De vordering in reconventie

4.1

[eiser 2 sub 3] heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser 1] te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 40.000,00.

Aan die vordering heeft [eiser 2 sub 3] - samengevat en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd. Door de ondeskundige aanpak van het funderingsherstel aan het pand van [eiser 1] (nummer 242) is schade ontstaan aan de woning van [eiser 2 sub 3] (nummer 244A). [eiser 1] heeft nooit gereageerd op verzoeken van [eiser 2 sub 3] om in gesprek te gaan over deze schade, die is begroot op € 73.000,00 tot € 78.000,00. De grootste verzakking heeft plaatsgevonden op het moment dat bij [eiser 1] de kelder werd uitgegraven. Deze verzakking is eenzijdig richting het pand van [eiser 1] . [eiser 2 sub 3] vordert daarom van [eiser 1] een bedrag van € 40.000,00, te weten de helft van de kosten voor herstel van de schade, of een nader in gezamenlijk overleg overeen te komen bedrag dat eventueel na aanvullend onderzoek wordt vastgesteld, te verrekenen met de bijdrage aan de kosten voor werkzaamheden aan de mandelige muur.

Het verweer in reconventie

4.2

[eiser 1] heeft tegen de vordering - samengevat en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. De door [eiser 2 sub 3] gestelde schade is niet te herleiden tot het funderingsherstel aan de woning van [eiser 1] , maar heeft betrekking op de aanbouwrenovatie van zijn eigen woning.

5. De beoordeling

in conventie

5.1

[gedaagde sub1] is niet in deze procedure verschenen. [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] zijn wel in de procedure verschenen. Op de voet van artikel 140 lid 1 en 3 Rv wordt daarom tegen [gedaagde sub1] verstek verleend, maar wordt dit vonnis wel als een vonnis op tegenspraak beschouwd ten aanzien van alle partijen.

5.2

[eiser 1] heeft zijn vorderingen onder 1. en 3. gebaseerd op het standpunt dat hij met gedaagden heeft afgesproken dat zij zouden bijdragen aan de kosten van het funderingsherstel en, nu zij dat niet hebben gedaan, zij jegens hem onrechtmatig hebben gehandeld.

De vordering onder 2. heeft [eiser 1] gebaseerd op het standpunt dat gedaagden toerekenbaar tekortkomen in de nakoming van hun verbintenis jegens [eiser 1] , te weten het betalen van een bedrag van € 5.766,93, zijnde hun aandeel in de kosten die zijn gemoeid met het funderingsherstel.

In geval van wanprestatie is de schending van de rechtsplicht (artikel 6:162 lid 2 BW) tevens schending van een verbintenis, zodat op de wanprestatie zelf titel 1, afdeling 9 (artikel 6:74 en volgende) van toepassing is. Wel is het mogelijk dat een gedraging naast wanprestatie tevens een onrechtmatige daad oplevert.

5.3

[gedaagde sub1] heeft de vorderingen jegens hem niet betwist. Die vorderingen komen de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en worden dan ook toegewezen.

5.4

Nu [eiser 1] zich beroept op de rechtsgevolgen van zijn stelling, dat hij met [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] heeft afgesproken dat zij zullen bijdragen in de kosten van het funderingsherstel, draagt hij op grond van artikel 150 Rv van de door hem gestelde feiten of rechten de stelplicht en, bij gemotiveerde betwisting, de bewijslast van die feiten of rechten, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit.

5.5

Tussen [eiser 1] (eigenaar van [straatnaam] 242) en [gedaagde sub 2] (240B) tussen [eiser 1] en [gedaagde sub 3] (244A) is niet in geschil dat is gesproken over herstel van de panden 204, 242 en 244, in het bijzonder over de mandelige muren tussen 240-242 en 242-244. [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] verschillen echter wel van mening met [eiser 1] over de inhoud van de gemaakte afspraken met betrekking tot dat herstel en de daarmee verband houdende kosten. [gedaagde sub 4] betwist geheel dat met [eiser 1] is gesproken over (bijdrage in de kosten van) funderingsherstel.

5.6

Met betrekking tot de inhoud van de afspraken die volgens [eiser 1] tussen partijen zijn gemaakt over hun eventuele bijdrage in de kosten oordeelt de kantonrechter als volgt.

5.6.1

[eiser 1] heeft zijn stelling, na de betwisting door [gedaagde sub 4] - te weten dat hij nooit met [eiser 1] heeft gesproken over (bijdrage in de kosten van) funderingsherstel en hij dus ook geen toezeggingen heeft gedaan - niet nader onderbouwd.

5.6.2

Uit de door [eiser 1] overgelegde stukken, met name productie 5 bij de dagvaarding, blijkt naar het oordeel van de kantonrechter voorts niet dat [gedaagde sub 3] op noemenswaardige wijze betrokken is geweest bij het in dat stuk beschreven langdurige proces. [gedaagde sub 3] heeft weliswaar erkend dat hij op 20 december 2013 akkoord is gegaan met de aanpak van de mandelige muur tussen 242 en 244 (productie 5a bij de conclusie van repliek), maar hij stelt terecht dat dit akkoord was voor 50% van € 7.779,22 en dus voor een bedrag van € 3.889,11. [eiser 1] heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet onderbouwd dat hij met [gedaagde sub 3] heeft afgesproken dat deze voor bedrag van € 5.766,93 zal bijdragen aan de kosten van funderingsherstel.

5.6.3

Uit de overgelegde stukken blijkt dat [gedaagde sub 2] veelvuldig wordt genoemd in dit stuk en ook zelf diverse acties heeft ondernomen. Daaruit volgt echter nog niet dat [gedaagde sub 2] ook akkoord is gegaan met een bijdrage ad € 5.766,93 in de kosten van het funderingsherstel. [eiser 1] heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet onderbouwd dat sprake was van een dergelijke afspraak.

5.6.4

Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter de vordering ten aanzien van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] zal afwijzen, nu [eiser 1] niet heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast. Aan bespreking van de standpunten van partijen over de noodzaak van het funderingsherstel, de vraag of het funderingsherstel daadwerkelijk is uitgevoerd en de vraag of [eiser 1] heeft aangetoond dat hij de kosten van het funderingsherstel heeft betaald, komt de kantonrechter niet toe.

5.7

[eiser 1] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde sub 2] worden vastgesteld op € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten à € 300,00 per punt) en aan de zijde van [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] op nihil.

5.8

[gedaagde sub1] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser 1] worden vastgesteld op € 597,70 aan verschotten (€ 98,70 aan dagvaardingskosten en € 499,00 aan griffierecht) en € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt à € 300,00 per punt).

in reconventie

5.9

Nu [eiser 2 sub 3] zich beroept op de rechtsgevolgen van zijn stelling, dat [eiser 1] aansprakelijk is voor de schade aan de woning van [eiser 2 sub 3] , als gevolg van ondeskundig uitgevoerd funderingsherstel aan de woning van [eiser 1] en dat die schade is begroot op € 73.000,00 tot € 78.000,00, draagt [eiser 2 sub 3] op grond van artikel 150 Rv van de door hem gestelde feiten of rechten de stelplicht en, bij gemotiveerde betwisting, de bewijslast van die feiten of rechten, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit.

5.10

[eiser 2 sub 3] heeft een op 21 maart 2018 gedateerde offerte van [naam persoon 3] van Inter KC en [naam persoon 2] van De Verbouwregisseur overgelegd. Deze offerte ziet op te verrichten werkzaamheden aan het pand [straatnaam] 244A. In de offerte zijn de te verrichten werkzaamheden uitgesplitst met daarbij per onderdeel een vermelding van de prijs exclusief btw. Het gaat om “Sloopwerk” (€ 21.500,00), “Herstelwerkzaamheden” (€ 18.000,00), “Uitbouw” (€ 17.800,00), “Dakterras” (€ 4.250,00) en “Voorzetwanden” (€ 3.250). Bij elkaar opgeteld is dit een bedrag van € 64.800,00.

5.11

Daarnaast heeft [eiser 2 sub 3] een op 25 mei 2018 gedateerde offerte van BMN Aannemers B.V. overgelegd, waarop eveneens verschillende werkzaamheden staan vermeld, voor een totaalbedrag van € 73.821,41.

5.12

De kantonrechter is van oordeel dat [eiser 2 sub 3] met de hiervoor genoemde offertes zijn stellingen - dat sprake is van schade aan zijn woning, dat die schade is veroorzaakt door het bij [eiser 1] uitgevoerde funderingsherstel en dat die schade is begroot op € 73.000,00 tot € 78.000,00 – na betwisting door [eiser 1] niet voldoende concreet heeft onderbouwd. De enkele stelling dat bouwadviseur [naam persoon 2] tot die conclusie kwam, is daarvoor onvoldoende.

5.13

Reeds hierom zal de kantonrechter de vordering in reconventie afwijzen.

5.14

[eiser 2 sub 3] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, met dien verstande dat de kantonrechter de proceskosten aan de zijde van [eiser 1] zal begroten op nihil, nu de tegenvordering van [eiser 2 sub 3] is voortgevloeid uit zijn verweer in conventie, er in reconventie geen afzonderlijk debat heeft plaatsgehad.

6. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

verklaart voor recht dat [gedaagde sub1] jegens [eiser 1] onrechtmatig heeft gehandeld door hem niet de gemaakte kosten van het funderingsherstel te vergoeden;

veroordeelt [gedaagde sub1] om aan [eiser 1] te betalen een bedrag van € 5.766,93, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 januari 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde sub1] om aan [eiser 1] te betalen alle schade die [eiser 1] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de onrechtmatige daad van [gedaagde sub1] , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van iedere schadepost tot aan de dag van algehele voldoening, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

veroordeelt [gedaagde sub1] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser 1] vastgesteld op € 597,70 aan verschotten en € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde;

wijst de vorderingen ten aanzien van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] af;

veroordeelt [eiser 1] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] vastgesteld op nihil en aan de zijde van [gedaagde sub 2] vastgesteld op € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde;

in reconventie

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser 2 sub 3] in de proceskosten draagt, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser 1] begroot op nihil;

in conventie en reconventie

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44478


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature