< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vrijspraak mensenhandel. Niet te bewijzen valt dat de verdachte wetenschap had van of het voorwaardelijk opzet had op de gedwongen prostitutie en seksuele uitbuiting van het slachtoffer. Veroordeling voor het verstrekken van verdovende middelen.

Straf: een taakstraf voor de duur van 20 uren.

Uitspraak



Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/750413-18

Datum uitspraak: 14 november 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. N.S. de Haas, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 31 oktober 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis van de officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd:

bewezenverklaring van het onder 1 primair en het onder 2 ten laste gelegde;

veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van het voorarrest;

oplegging van de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contactverbod met het slachtoffer, haar ouders en haar broer gedurende vijf jaar met maximaal twee weken hechtenis per overtreding en totaal maximaal zes maanden hechtenis. De officier van justitie heeft gevorderd deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

4 Waardering van het bewijs

Feit 1 – vrijspraak

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte een wezenlijke en significante bijdrage aan de uitbuiting van het slachtoffer heeft geleverd, zodat sprake is van medeplegen van mensenhandel. De officier van justitie heeft hiertoe het volgende aangevoerd.

De verdachte heeft de ‘werktelefoon’ geleverd, waarmee afspraken voor het slachtoffer met klanten werden gemaakt en hij heeft de koptekst van de advertentie van het slachtoffer op seksjobs.nl bedacht en in deze advertentie wijzigingen aangebracht. Met medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft de verdachte chatgesprekken over het prostitutiewerk van het slachtoffer gevoerd, waaruit blijkt dat hij hiervan op de hoogte was en dat hij deelde in het door het slachtoffer opgebrachte geld . De verdachte was op de hoogte van het feit dat aangeefster niet uit vrije wil prostitutiewerkzaamheden verrichtte, nu in het chatgesprek wordt gesproken over ‘ze is best bang’, ‘hou d’r maar heel’ en ‘het gunnen van een dagje rust’.

Beoordeling door de rechtbank

Inleiding

Op 11 juli 2019 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank in de zaken tegen de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] geoordeeld dat er sprake was van seksuele uitbuiting van slachtoffer [naam slachtoffer] en dat de medeverdachten zich schuldig hebben gemaakt aan mensenhandel. Deze veroordelingen zijn inmiddels onherroepelijk. Daarmee staat voor de rechtbank ook in deze zaak vast dat sprake is geweest van seksuele uitbuiting door de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] . De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden, is of de verdachte betrokken was bij die seksuele uitbuiting van het slachtoffer als medepleger of als medeplichtige.

De betrokkenheid van de verdachte

Zoals blijkt uit zijn eigen verklaring ter zitting, de verklaring van getuige [naam getuige] en de chatberichten tussen de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte 1] , is de verdachte in de ten laste gelegde periode twee keer in de woning van [naam medeverdachte 1] geweest en had hij wetenschap van de prostitutiewerkzaamheden van het slachtoffer in die woning. In de chatberichten wordt over bedragen gesproken en zegt [naam medeverdachte 1] tegen de verdachte "ze is best bang volgens mij”. De verdachte reageert hierop door te zeggen “hahaha hou dr maar heel, ze brengt toch wat geld binnen”.

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij wist van de advertentie op seksjobs.nl, omdat [naam medeverdachte 1] hem daarover had verteld. [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat de verdachte de koptekst van deze advertentie heeft bedacht en wijzigingen in de advertentie heeft doorgevoerd. Ook zou hij volgens [naam medeverdachte 1] de ‘handelstelefoon’ waar klanten op belden en waar het slachtoffer over heeft verklaard hebben geleverd. De verdachte ontkent dit alles. De rechtbank ziet echter geen aanleiding op dit punt aan de verklaringen van [naam medeverdachte 1] te twijfelen, omdat hij openheid van zaken heeft gegeven en daarbij zowel ten aanzien van zichzelf als ten aanzien van medeverdachte [naam medeverdachte 2] en de verdachte belastend heeft verklaard.

Daarnaast heeft de verdachte drugs geleverd. De rechtbank gaat er van uit dat hij die drugs aan het slachtoffer heeft verstrekt, gezien haar verklaringen hieromtrent, alsmede de chatberichten tussen de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte 1] .

Medeplegen

Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. De kwalificatie medeplegen is slechts gerechtvaardigd als de bewezen verklaarde (intellectuele en/of materiële) bijdrage van een verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Als het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband kunnen worden gebracht, dan kan bij de vorming van een oordeel hierover rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol van de verdachte en het belang van die rol. Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat de betrokkenheid van de verdachte zoals die hierboven is weergegeven, niet van voldoende gewicht is geweest om van medeplegen van seksuele uitbuiting te kunnen spreken. De verdachte zal van het primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Medeplichtigheid

Ingevolge artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht is voor strafbare medeplichtigheid dubbel opzet vereist. Het opzet moet zowel gericht zijn op de hand- en spandiensten als op het misdrijf dat hiermee ondersteund wordt, in dit geval dus op de seksuele uitbuiting.

De chatberichten tussen de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte 1] , gaan onmiskenbaar over de prostitutiewerkzaamheden die door het slachtoffer in de woning van [naam medeverdachte 1] werden verricht. Uit deze berichten kan echter niet worden afgeleid dat de verdachte wist of op zijn minst had moeten vermoeden dat het slachtoffer door de medeverdachten werd gedwongen tot deze werkzaamheden en dat zij al haar verdiensten moest afstaan.

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de verdachte wetenschap had van de prostitutiewerkzaamheden van het slachtoffer, maar is van oordeel dat uit het dossier niet met voldoende zekerheid kan worden afgeleid dat de verdachte wetenschap had van, of (voorwaardelijke) opzet had op, de gedwongen prostitutie en seksuele uitbuiting van het slachtoffer. De verdachte zal om die reden ook van het subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Conclusie

Het onder 1 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Feit 2 – bewezenverklaring zonder nadere motivering

De verdachte heeft bekend dat hij twee keer cocaine heeft geleverd aan [naam medeverdachte 1] , de tweede keer als goedmakertje omdat de eerste levering niet goed was. Het slachtoffer heeft verklaard dat het de eerste keer snuifcocaïne in plaats van rookcocaïne was, en dat de verdachte nieuwe kwam brengen en zijn verontschuldigingen aanbood. Het ten laste gelegde is daarmee wettig en overtuigend bewezen in die zin dat de verdachte meermalen gebruikershoeveelheden cocaïne heeft verstrekt.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan op die wijze dat:

hij, op één of meer tijdstippen in de periode van 29 juli 2018 tot en

met 09 augustus 2018 te Vlaardingen,

meermalen, opzettelijk heeft verstrekt,

een of meer gebruikershoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid van het feit

Het bewezen feit levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd .

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering van de straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verstrekken van cocaïne. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van harddrugs een ernstige bedreiging voor de gezondheid van de gebruikers ervan vormt. Daarnaast zorgen harddrugs maatschappelijk gezien voor veel schade. De mensen die afhankelijk zijn van deze drugs veroorzaken veel overlast en schade om deze drugs te bekostigen. Daarbij komt dat de handel in harddrugs zich afspeelt in een crimineel circuit waarin het gebruik van (excessief) geweld geen uitzondering is. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij aan de instandhouding hiervan heeft bijgedragen.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 september 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit.

Conclusies van de rechtbank

Gezien de ernst van het feit zal de rechtbank een taakstraf van na te noemen duur opleggen. De verdediging heeft verzocht deze taakstraf voorwaardelijk op te leggen. Hiertoe ziet de rechtbank echter geen aanleiding.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vordering van de benadeelde partij

Ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit, heeft de gemachtigde [naam gemachtigde] zich namens de benadeelde partij [naam benadeelde] in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1040,00 aan materiële schade en een vergoeding van € 10.000,00 aan immateriële schade.

Beoordeling door de rechtbank

Omdat de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken, zal de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen. Deze vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal zij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet .

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 26 (zesentwintig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 13 dagen;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Putters, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en F. Wegman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. drs. M.R. Moraal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

Primair

hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2018

tot en met 08 augustus 2018, te Vlaardingen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten [naam slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer] )

(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of

misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of

vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk

van uitbuiting van die [naam slachtoffer] ,

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meer van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen,

te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing

en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die

[naam slachtoffer] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel

genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij,

verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en)

vermoeden dat die [naam slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(lid 1, onder 6°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die

[naam slachtoffer] ,

en/of

(lid 1, onder 9°)

(telkens) met één of meer van de onder 1° genoemde middelen, te weten door

dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of

misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [naam slachtoffer] heeft

bewogen hem, verdachte en/of diens mededader(s) te bevoordelen uit de

opbrengst van haar seksuele handelingen met en/of voor een derde,

immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s):

­ tegen die [naam slachtoffer] gezegd dat zij geld kon verdienen door in de

prostitutie te gaan werken en/of dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

haar hierbij kon(den) helpen en/of

­ seksueel getinte foto's van die [naam slachtoffer] gemaakt en/of

­ (vervolgens) (een) seksadvertentie(s) van die [naam slachtoffer] (onder de werknaam

" [naam] ") op internetsite(s) geplaatst en/of deze foto('s) hierbij geplaatst

en/of die seksadvertenties opgehoogd en/of

­ een ruimte geregeld waar zij, [naam slachtoffer] , klanten (voor de prostitutie) kon ontvangen en/of - afspraken gemaakt met klanten voor die [naam slachtoffer] en/of (een) foto('s) van die [naam slachtoffer] naar klanten gestuurd en/of

­ die [naam slachtoffer] naar klanten vervoerd/gebracht en/of

­ (telkens) die [naam slachtoffer] cocaïne, althans verdovende middelen, gegeven voordat zij een afspraak had met een klant en/of

­ tegen die [naam slachtoffer] gezegd dat wanneer zij geen seks met klanten zou hebben, zij en/of haar ouders zouden worden kapot geschoten en/of de tering zou(den) worden geslagen en/of dat zij, [naam slachtoffer] , verkocht zou worden, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

­ die [naam slachtoffer] uitgescholden en/of in het bijzijn van die [naam slachtoffer] een hand opgeheven (alsof zij zou worden geslagen) en/of

­ het geld ingenomen dat [naam slachtoffer] van klanten had ontvangen en/of

­ (gedrags)regels opgelegd aan die [naam slachtoffer] , waar zij zich aan moest houden en/of

­ instructies gegeven aan die [naam slachtoffer] over wat zij (aan de telefoon) tegen klanten moest zeggen.

Subsidiair

[naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] ,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2018

tot en met 08 augustus 2018, te Vlaardingen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten [naam slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer] )

(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of

misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft/hebben geworven

en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het

oogmerk van uitbuiting van die [naam slachtoffer] ,

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meer van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen,

te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing

en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die

[naam slachtoffer] heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot

het verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel

genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen waarvan

hij, verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en)

vermoeden dat die [naam slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(lid 1, onder 6°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van

die [naam slachtoffer] ,

en/of

(lid 1, onder 9°)

(telkens) met één of meer van de onder 1° genoemde middelen, te weten door

dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of

misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [naam slachtoffer]

heeft/hebben bewogen hem, verdachte en/of diens mededader(s) te bevoordelen

uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met en/of voor een derde,

immers hebben/heeft hij,die [naam medeverdachte 1] en/of die [naam medeverdachte 2] :

­ tegen die [naam slachtoffer] gezegd dat zij geld kon verdienen door in de

prostitutie te gaan werken en/of dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

haar hierbij kon(den) helpen en/of

­ seksueel getinte foto's van die [naam slachtoffer] gemaakt en/of

­ (vervolgens) (een) seksadvertentie(s) van die [naam slachtoffer] (onder de werknaam

" [naam] ") op internetsite(s) geplaatst en/of deze foto('s) hierbij geplaatst

en/of die seksadvertenties opgehoogd en/of

­ een ruimte geregeld waar zij, [naam slachtoffer] , klanten (voor de prostitutie) kon ontvangen en/of - afspraken gemaakt met klanten voor die [naam slachtoffer] en/of (een) foto('s) van die [naam slachtoffer] naar klanten gestuurd en/of

­ die [naam slachtoffer] naar klanten vervoerd/gebracht en/of

­ (telkens) die [naam slachtoffer] cocaïne, althans verdovende middelen, gegeven voordat zij een afspraak had met een klant en/of

­ tegen die [naam slachtoffer] gezegd dat wanneer zij geen seks met klanten zou hebben, zij en/of haar ouders zouden worden kapot geschoten en/of de tering zou(den) worden geslagen en/of dat zij, [naam slachtoffer] , verkocht zou worden, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

­ die [naam slachtoffer] uitgescholden en/of in het bijzijn van die [naam slachtoffer] een hand opgeheven (alsof zij zou worden geslagen) en/of

­ het geld ingenomen dat [naam slachtoffer] van klanten had ontvangen en/of

­ (gedrags)regels opgelegd aan die [naam slachtoffer] , waar zij zich aan moest houden en/of

­ instructies gegeven aan die [naam slachtoffer] over wat zij (aan de telefoon) tegen klanten moest zeggen,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meer

tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2018 tot en met 08

augustus 2018, te Vlaardingen, in elk geval in Nederland,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen

en/of inlichtingen heeft verschaft, door het:

­ verstrekken van een "werktelefoon" (waarop klanten voor de prostitutie konden bellen) aan voornoemde [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of

­ bepalen van de (kop)tekst van de seksadvertentie van voornoemde [naam slachtoffer] en/of

­ aanbrengen van wijzigingen in de seksadvertentie van voornoemde [naam slachtoffer] .

2.

hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 juli 2018 tot en

met 09 augustus 2018 te Vlaardingen, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht

en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een of meer gebruikershoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, en/of 11,8 gram cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature