< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Verzoek vrouw tot vervangende toestemming verhuizing met minderjarigen wordt toegewezen. Partijen hebben met name geschil over de zorgregeling na verhuizing. Mondeling verzoek man (ter zitting) tot wijziging zorgregeling is ontvankelijk. Rechtbank wijzigt zorgregeling.

Uitspraak



Rechtbank Rotterdam

Team familie

zaaknummer / rekestnummer: C/10/574695 / FA RK 19-4531

Beschikking van 13 september 2019 betreffende vervangende toestemming op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek en de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van:

[naam vrouw] , de vrouw,

wonende te [woonplaats vrouw] , [adres vrouw] ,

advocaat mr. A.J.C. van Bemmel te Rotterdam,

t e g e n

[naam man] , de man,

wonende te [woonplaats man] , [adres man] ,

advocaat mr. M.P.G. Rietbergen te Rotterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 24 mei 2019;

de brief met bijlagen van de zijde van de vrouw van 26 augustus 2019.

1.2.

De behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 29 augustus 2019.

Bij die gelegenheid zijn verschenen:

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat mr. Van Bemmel;

de man , bijgestaan door zijn advocaat mr. Rietbergen;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), ter zitting vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] .

2 De vaststaande feiten

2.1.

Het huwelijk van partijen is op 17 januari 2018 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 4 september 2017 in de registers van de burgerlijke stand.

2.2.

Partijen zijn de ouders van de minderjarigen:

[naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2010 te [geboorteplaats minderjarige 1] ;

[naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2011 te [geboorteplaats minderjarige 2] ;

[naam minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum minderjarige 3] 2013 te [geboorteplaats minderjarige 3] ;

[naam minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum minderjarige 4] 2015 te [geboorteplaats minderjarige 4] .

2.3.

Het ouderlijk gezag over de minderjarigen wordt door de ouders gezamenlijk uitgeoefend.

2.4.

Partijen hebben op 3 januari 2017 een ouderschapsplan opgesteld, dat deel uitmaakt van de voornoemde echtscheidingsbeschikking. Dit ouderschapsplan houdt (voor zover van belang) het volgende in:

de minderjarigen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw;

er is een regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling), waarbij de minderjarigen een weekend per veertien dagen van donderdagmiddag tot zaterdagmiddag 16:00 uur bij de man verblijven, alsmede een verdeling van de vakanties en feestdagen;

bij een voorgenomen verhuizing zullen partijen met elkaar in overleg treden.

2.5.

[naam minderjarige 4] en [naam minderjarige 3] hebben onder toezicht gestaan van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. Deze ondertoezichtstelling is op 27 mei 2019 geëindigd.

De ondertoezichtstelling van [naam minderjarige 1] en [naam minderjarige 2] is bij beschikking van deze rechtbank van 20 november 2018 verlengd tot 27 november 2019. Ook is daarbij een (verlengde) machtiging uithuisplaatsing verleend voor [naam minderjarige 1] en [naam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg tot 27 november 2019.

3 De verzoeken

3.1.

De vrouw verzoekt vervangende toestemming te verlenen om met [naam minderjarige 3] en [naam minderjarige 4] (de twee jongste minderjarige kinderen van partijen, hierna: de minderjarigen) naar Tholen te verhuizen.

3.2.

De man verzoekt mondeling ter zitting – indien de vrouw vervangende toestemming krijgt om met de minderjarigen naar Tholen te verhuizen – wijziging van de zorgregeling, in die zin dat de minderjarigen een weekend per veertien dagen van vrijdag uit school tot zondag 15:00 uur bij de man zullen verblijven, waarbij de vrouw de minderjarigen brengt en haalt.

4 De beoordeling

Ontvankelijkheid

4.1.

De vrouw voert formeel verweer tegen het mondelinge verzoek van de man ter zitting tot wijziging van de zorgregeling. Zij stelt dat dit verzoek schriftelijk ingediend had moeten worden en dat de man het verzoek eerder had moeten indienen.

4.2.

De rechtbank overweegt dat een mondeling verzoek ter zitting onder omstandigheden mogelijk is, mits het verzoek voldoende duidelijk is. Naar het oordeel van de rechtbank is dit het geval. Ook overigens acht de rechtbank het verzoek van de man niet in strijd met de goede procesorde. Daarbij speelt een rol dat het verzoek zeer nauw met de door de vrouw gewenste verhuizing samenhangt. Verder is van belang dat de vrouw ter zitting heeft verklaard dat de wijziging van de zorgregeling en de argumenten daarvoor in maart 2019 al tussen partijen zijn besproken. Zij is door de late indiening van het verzoek niet belemmerd in haar verweer. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de man ontvangen in zijn verzoek.

De verhuizing en de zorgregeling: het wettelijke kader

4.3.

Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van de betreffende minderjarige(n) wenselijk voorkomt. Bij de beantwoording van de vraag of een ouder toestemming moet krijgen om met een minderjarige te verhuizen, staan de belangen van de minderjarige(n) weliswaar voorop, maar, naar vaste rechtspraak moet de rechter bij de beslissing in een geschil als het onderhavige alle omstandigheden van het geval in acht nemen en alle betrokken belangen afwegen.

4.4.

Als uitgangspunt geldt dat een ouder bij wie de minderjarige(n) hoofdverblijfplaats heeft in beginsel de gelegenheid moet krijgen om met de minderjarige(n) elders een gezinsleven en een toekomst op te bouwen. Daar tegenover staan andere belangen waarbij te denken valt aan (niet uitputtend opgesomd):

de noodzaak om te verhuizen;

een goede voorbereiding van de verhuizing;

het aanbieden van alternatieven of compensatie voor de verminderingen van de contactmogelijkheden met de andere ouder;

de extra kosten van contact na de verhuizing;

de bestendigheid van de nieuwe relatie van de verhuizende ouder;

de mate waarin ouders nog in staat zijn tot overleg.

4.5.

De rechtbank kan op verzoek van de gezaghebbende ouders of van een van hen krachtens artikel 1:253 a in verbinding met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) een beslissing inzake een zorgregeling of een door ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

Waar gaat het partijen om?

4.6.

In deze zaak wil de vrouw graag met de minderjarigen naar Tholen verhuizen. De vrouw heeft daar een netwerk en maakt daar onderdeel uit van een hechte kerkgemeenschap. De minderjarigen zijn – mede door een eerdere uithuisplaatsing in gezinnen in Tholen – eveneens bekend met de omgeving en de mensen daar. Zij voelen zich prettig in Tholen.

De man heeft geen bezwaar tegen de verhuizing zelf, maar hij wil dat er in dat geval een betere zorgregeling komt. De man vindt het vooral belangrijk dat hij meer aaneengesloten tijd met zijn kinderen heeft en er niet teveel reistijd voor de minderjarigen is. Dit wordt mogelijk door de zorgregeling volgens zijn voorstel tot zondag door te laten lopen. De vrouw gaat elke zondag tweemaal naar de kerk met de minderjarigen. Zij ziet dit als een morele verplichting die zij bij de doop van de kinderen op zich heeft genomen en kan daarom niet instemmen met de door de man verzochte zorgregeling.

De vrouw wil primair de zorgregeling houden zoals deze nu loopt, te weten een weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag uit school tot zaterdag begin van de avond en één woensdag per veertien dagen uit school tot 18:00 uur. Subsidiair stelt zij voor dat de minderjarigen ieder weekend van vrijdag tot zaterdag bij de man verblijven. Zij is bereid het grootste deel van de reistijd voor haar rekening te nemen.

De man vindt de voorstellen van de vrouw niet in het belang van de minderjarigen. Hij begrijpt wel dat de kerk belangrijk is voor de vrouw en de minderjarigen en kan daarom instemmen met een vroegere eindtijd van de omgang, zodat de minderjarigen op zondagmiddag op tijd terug zijn om met de vrouw naar de tweede kerkdienst te gaan.

De beoordeling van de vervangende toestemming

4.7.

De rechtbank zal het verzoek van de vrouw om haar vervangende toestemming te verlenen om naar Tholen te verhuizen met de minderjarigen toewijzen, omdat de man op zichzelf geen verweer voert tegen de voorgenomen verhuizing en de rechtbank met de raad van oordeel is dat deze verhuizing in het belang is van de minderjarigen.

De beoordeling van de zorgregeling

4.8.

Voor de zorgregeling geldt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, omdat de vrouw met de minderjarigen naar Tholen zal verhuizen. De rechtbank zal daarom beoordelen welke zorgregeling nu het meest in het belang van de minderjarigen is.

De raad adviseert het verzoek van de man toe te wijzen, omdat de minderjarigen dan een heel weekend bij de man verblijven. Zij hebben dan rustig de tijd om in de sfeer van de man te komen. De andere week blijven de kinderen een heel weekend bij de vrouw. Ook qua reistijd is dat rustiger voor de minderjarigen.

Ook de rechtbank vindt het belangrijk dat de minderjarigen meer tijd aaneengesloten bij hun vader zijn en dat de reistijd zoveel mogelijk wordt beperkt. Verder is de rechtbank met de raad van oordeel dat omgang op de woensdag niet in het belang is van de minderjarigen. Dat brengt teveel onrust en reistijd met zich mee voor een relatief korte duur van de omgang. Dat is op de langere termijn niet in het belang van de minderjarigen. De rechtbank vindt wel dat het wegvallen van de woensdag dient te worden gecompenseerd.

Alles afwegende acht de rechtbank een zorgregeling van een weekend per veertien dagen van vrijdag uit school tot zondag 13:30 uur het meest in het belang van de minderjarigen. Op die manier zijn de minderjarigen voor langere duur bij de man en kan de vrouw op zondagmiddag nog met de minderjarigen naar de kerk, zodat de minderjarigen één kerkdienst missen in plaats van twee.

De vrouw heeft ter zitting aangegeven dat de overdracht kan plaatsvinden in Numansdorp in plaats van Heinenoord, voor zowel het halen als brengen van de minderjarigen. De man heeft hiertegen geen verweer gevoerd, zodat de rechtbank deze plaats als overdrachtsplek zal vaststellen.

Proceskosten

4.9.

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent aan de vrouw vervangende toestemming om met de minderjarigen:

[naam minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum minderjarige 3] 2013 te [geboorteplaats minderjarige 3] , en

[naam minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum minderjarige 4] 2015 te [geboorteplaats minderjarige 4] , naar Tholen te verhuizen;

5.2.

bepaalt dat deze vervangende toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de man;

5.3.

wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 4 september 2017, onder gelijktijdige wijziging van het ouderschapsplan van 3 januari 2017, in die zin dat de regeling van de verdeling van de zorgregeling tussen de man en [naam minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum minderjarige 3] 2013 te [geboorteplaats minderjarige 3] , en

[naam minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum minderjarige 4] 2015 te [geboorteplaats minderjarige 4] , als volgt zal zijn:

- de minderjarigen verblijven een weekend per veertien dagen van vrijdag uit school tot zondag 13:30 uur bij de man, waarbij de overdracht van de minderjarigen zal plaatsvinden in Numansdorp;

5.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.6.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Wieman-Bart, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. B.E. Dijkers en mr. I.J. Pieters, rechters, tevens kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Stolk op 13 september 2019.

Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, staat tegen deze beschikking hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden voor het instellen van hoger beroep.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature