< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vrijspraak voor vervoer en bezit van 26 zakken, elk inhoudende 25 kilogram cocaïne, verwerkt in kolen. Nu de rechtbank in de zaak van de medeverdachte onvoldoende aanknopingspunten heeft om vast te stellen dat hij wist van de cocaïne en de verdachte ook heeft verklaard niet te weten wat er in de zakken zat, zal de rechtbank de verdachte vrijspreken.

Uitspraak



Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/224069-19

Datum uitspraak: 6 augustus 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. M.M. Koers, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 13 februari 2019 en 23 juli 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L.C. Visser heeft gevorderd:

bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zijn vordering ter terechtzitting als volgt onderbouwd.

Bij de medeverdachte [naam medeverdachte] (verder: de medeverdachte) werden na een TCI-melding in een door de medeverdachte geleende auto en in de schuur van de gezamenlijke woning, in totaal 26 witte zakken van elk 25 kilogram met het opschrift “Carbon Mineral” aangetroffen. De zakken bleken carbongranulaat te bevatten. Na aanvullend onderzoek bleek dat het granulaat voor ca. twintig procent bestond uit cocaïne, zodat sprake is van rond 130 kg cocaïne.

De verdachte heeft meerdere zakken granulaat uit de schuur van de woning vervoerd en in haar auto gelegd. Uit het gesprek, beschreven in het proces-verbaal van bevindingen op pagina 61 van het dossier, blijkt dat de verdachte op hoogte was van de aanwezigheid van de zakken in de schuur. Uit haar daar weergegeven verklaring kan immers worden opgemaakt dat zij de zakken uit de schuur is gaan halen op het moment dat zij vermoedde dat de medeverdachte [naam medeverdachte] aangehouden was. Uit de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, kan afgeleid worden dat zij - evenals de medeverdachte - wetenschap had van de cocaïne in de zakken carbon.

4.1.2.

Beoordeling

Om te komen tot een bewezenverklaring, moet de rechtbank met een voldoende mate van zekerheid kunnen vaststellen dat de verdachte wetenschap had van de cocaïne in de aangetroffen zakken carbonkolen. De verdachte heeft bij de politie en opnieuw ter terechtzitting verklaard dat zij daar niet van wist.

Vast staat dat de verdachte meerdere zakken carbongranulaat uit de schuur van de woning heeft gehaald en vervoerd. De rechtbank is verder van oordeel dat de door de officier van justitie aangehaalde passage op p. 61 (laatste drie zinnen) van het dossier, waarin een verklaring van de verdachte is opgenomen, niet anders kan worden begrepen als dat de verdachte heeft verklaard dat zij “in de schuur bezig was”, omdat de medeverdachte was aangehouden. Dit vormt een indicatie voor de opvatting dat de verdachte in ieder geval wist of kon vermoeden dat de inhoud van de zakken “verdacht” was.

De rechtbank kan evenwel niet vaststellen dat de verdachte op de hoogte was van de aanleiding en de inhoud van de door de medeverdachte verrichte transactie ten aanzien van de aankoop van de zakken en de te dien aanzien door hem gemaakte afspraken. De medeverdachte heeft ook verklaard dat de verdachte hiervan niet op de hoogte was en dat zij ook niet wist wat er in de zakken zat.

Die omstandigheid, in combinatie met het feit dat de rechtbank in de zaak van de medeverdachte onvoldoende aanknopingspunten heeft gevonden om met voldoende zekerheid vast te kunnen stellen dat hij wist dat zich in de aangetroffen 26 zakken cocaïne bevond, brengt de rechtbank in de onderhavige zaak tot hetzelfde oordeel.

De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken.

4.1.3.

Conclusie

Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5 In beslag genomen voorwerpen

5.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen voorwerpen verbeurd te verklaren.

5.2.

Beoordeling

Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit, zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen voorwerpen.

6 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

7 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:- gelast de teruggave aan verdachte van zendapparatuur, drie horloges, geldautomaat, € 6.500,00.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.M. Munnichs, voorzitter,

en mrs. R. Brand en T. van den Akker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kraaijeveld, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 augustus 2019.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 9 november 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, een hoeveelheid van 6 zakken, elk inhoudende ongeveer 25 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

zij op of omstreeks 9 november 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van 20 zakken, elk inhoudende ongeveer 25 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature