< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Volgt nog.

Uitspraak



beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/568919 / JE RK 19-642

datum uitspraak: 15 mei 2019

beschikking ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2005 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te Rotterdam,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te Rotterdam.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikkingen van de kinderrechter in deze rechtbank van 26 februari 2019 en 9 april 2019 en de aan die beschikkingen ten grondslag liggende stukken;

- de verklaring d.d. 8 mei 2019 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- de instemmende verklaring d.d. 13 mei 2019 van een gekwalificeerde gedragswetenschapper;

- het faxbericht met bijlage van de GI van 14 mei 2019.

Op 15 mei 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [voornaam minderjarige] , bijgestaan door mr. Y.M. Schrevelius,

- de moeder,

- de vader,- een vertegenwoordiger van de Raad, dhr. [naam vertegenwoordiger 1] ,

- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), dhr. [naam vertegenwoordiger 2] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.

[voornaam minderjarige] verblijft in de gesloten jeugdhulpinstelling Midgaard.

Bij beschikking van 26 februari 2019 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 26 mei 2019.

Bij beschikking van 9 april 2019 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 26 mei 2019.

Het verzoek

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van twaalf maanden. Tevens wordt een machtiging verzocht om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van vier maanden.

De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er is een persoonlijkheidsonderzoek ingezet, maar dit is nog niet afgerond. Er is daarom nog onvoldoende zicht op de achtergronden van de problematiek van [voornaam minderjarige] en op welke behandeling hij nodig heeft. Daarnaast dient bekeken te worden hoe [voornaam minderjarige] omgaat met vrijheden wanneer zijn verlof verder wordt opgebouwd. De ouders staan open voor gezinsbehandeling om te leren hoe zij [voornaam minderjarige] moeten aansturen en beschermen zodat hij niet terugvalt in oud gedrag.

De standpunten

De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad. In het kader van het persoonlijkheidsonderzoek staan er nog twee afspraken gepland. Daarna zou er helderheid moeten zijn over de diagnose. Er wordt pas begonnen met medicatie wanneer het persoonlijkheidsonderzoek is afgerond. [voornaam minderjarige] volgt psychomotore therapie en is er een verslavingstraject bij Brijder gestart. Er is nog geen docent gevonden die [voornaam minderjarige] passend onderwijs kan bieden. Er is ook nog geen vaste jeugdbeschermer betrokken. Op 1 juni 2019 start een nieuwe collega, die naar verwachting de zaak van [voornaam minderjarige] op zich zal nemen.

Desgevraagd hebben de ouders ter zitting te kennen gegeven dat zij het eens zijn met het verzoek. De ouders betreuren het zeer dat er nog geen vaste jeugdbeschermer is en dat ook de schoolgang nog niet geregeld is. Zij zien wel vooruitgang in het gedrag van [voornaam minderjarige] en kunnen daarom instemmen met het verzoek.

Namens en door [voornaam minderjarige] is ter zitting ingestemd met het verzoek. [voornaam minderjarige] heeft daarbij wel naar voren gebracht dat ook hij moeite heeft met het feit dat er nog geen vaste jeugdbeschermer is. Hij heeft hierover een klacht ingediend bij het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, van de Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hiervan sprake is.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er nog steeds ernstige zorgen zijn over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] , zij het dat er van een prille positieve ontwikkeling sprake lijkt te zijn sinds hij bij Midgaard verblijft. [voornaam minderjarige] lijkt gebaat te zijn bij de duidelijkheid en structuur die hem binnen Midgaard worden geboden. Er is echter nog steeds sprake van gedragsproblematiek en van emotieregulatieproblematiek. Het persoonlijkheidsonderzoek is bijna afgerond, zodat naar verwachting op korte termijn duidelijk is welke behandeling hij nodig heeft om zich buiten een gesloten instelling te kunnen ontwikkelen.

Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek . De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar. Tevens zal de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de periode van vier maanden.

De kinderrechter overweegt tot slot het volgende. Ondanks de heldere beschikking van de kinderrechter van 9 april 2019 is er nog altijd geen vaste jeugdbeschermer betrokken bij [voornaam minderjarige] en zijn ouders. Hiermee heeft de GI niet alleen zich niets aangetrokken van de overwegingen van de kinderrechter maar ook in strijd gehandeld met het bepaalde in artikel 4.2.2, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet , waarin staat: “Binnen vijf werkdagen nadat de gecertificeerde instelling is belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling en zij hiervan in kennis is gesteld, wijst de gecertificeerde instelling een gezinsvoogdijwerker aan en vindt het eerste contact plaats tussen de gezinsvoogdijwerker en de minderjarige en de met het gezag belaste ouder of voogd.”

Inmiddels zijn er bijna drie maanden voorbij en hebben de dertienjarige, gesloten geplaatste, [voornaam minderjarige] en zijn ouders nog steeds geen vast aanspreekpunt binnen de GI. Hierdoor heeft de Raad in zijn onderzoek ook onvoldoende kunnen afstemmen met de GI en met Midgaard. De kinderrechter acht het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer, zoals reeds is overwogen in de beschikking van 9 april 2019, onaanvaardbaar. De kinderrechter complimenteert de ouders met hun meewerkende houding, ondanks het feit dat het ontbreekt aan regie in de zorg aan [voornaam minderjarige] en zijn ouders.

Tot slot baart het de kinderrechter nog steeds grote zorgen dat [voornaam minderjarige] nog niet het onderwijs krijgt waar hij recht op heeft en dat hij nodig heeft om zich verder te kunnen ontwikkelen.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam tot 15 mei 2020;

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 26 mei 2019 tot 26 september 2019;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2019 door mr. M.J.M. Marseille, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature