< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vrijspraak van het plegen van uitkeringsfraude. Niet is bewezen dat de verdachte betrokken is geweest bij het gebruik maken of verstrekken van valse geschriften ten behoeve van het aanvragen van WW-uitkeringen.

Uitspraak



Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/996760-14

Datum uitspraak: 6 juni 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te Koyu (Turkije) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. C.C.J.L. Huurman – Ip Vai Ching, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 mei 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.C. Schaafsma heeft gevorderd:

bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf voor de duur van 240 uren.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de in de tenlastelegging genoemde documenten – bestaande uit diverse arbeidsovereenkomsten en salarisspecificaties – vals zijn en dat deze documenten opzettelijk door (of namens) de verdachte met anderen zijn gebruikt ten behoeve van het aanvragen van een uitkering bij het UWV. Zij acht niet bewezen dat de verdachte deze documenten ook heeft verstrekt aan de Belastingdienst.

De officier van justitie heeft de rol van de verdachte als volgt omschreven. Getuige [naam getuige 1] heeft verklaard dat de verdachte de boekhouder was van de drie bedrijven op de tenlastelegging ( [naam bedrijf 1] , [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 3] ). De verdachte heeft bij deze ondernemingen gedurende een korte periode een functie vervuld waarna hij die functie heeft overgedragen aan katvangers. Hij bleef na die overdracht betrokken als adviseur/boekhouder en maakte de voor een WW-uitkering benodigde stukken op. Voor [naam 1] en [naam 2] heeft hij ook de WW-aanvraag ingediend, zo volgt uit hun verklaringen.

4.1.2.

Beoordeling

In het dossier bevinden zich sterke aanwijzingen dat de documenten, die in de tenlastelegging worden genoemd, vals zijn. Op basis van het dossier kan evenwel niet worden vastgesteld dat en op welke wijze de verdachte bij die (valse) documenten een rol heeft gespeeld, zoals ten laste is gelegd. Daarover overweegt de rechtbank het volgende.

Niet is komen vast te staan dat de verdachte betrokken is geweest bij het gebruik van de (valse) documenten ten behoeve van de loonaangiften bij de Belastingdienst, zodat de verdachte van dit onderdeel zal worden vrijgesproken.

Resteert de vraag of de verdachte betrokken is geweest bij het gebruik van de (valse) documenten ten behoeve van de aanvraag van een WW-uitkering bij het UWV.

De verdachte is bestuurder geweest bij alle ondernemingen op de dagvaarding, deels in de tenlastegelegde periode. Echter, voor zover de verdachte bestuurder is geweest in die periode, kan uit dit feit niet worden afgeleid of, en zo ja hoe, de verdachte betrokken is geweest bij het overleggen van de (valse) documenten aan het UWV.

De personen die in de tenlastelegging zijn genoemd, te weten [naam 3] , [naam 1] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] en [naam 2] , hebben een verklaring afgelegd bij de Inspectie SZW. Uit hun verklaringen blijkt niet onomstotelijk dat de verdachte de op de tenlastelegging genoemde documenten opzettelijk heeft gebruikt dan wel doen gebruiken, afgeleverd of voorhanden heeft gehad. Evenmin blijkt uit hun verklaringen dat de verdachte betrokken is geweest bij het aanvragen van een WW-uitkering. Dat geldt ook voor de aanvragen van de uitkeringen van de hiervoor genoemde [naam 1] en [naam 2] .

Getuige [naam getuige 1] heeft slechts in algemene zin verklaard over de werkwijze en handelingen van de verdachte. Uit zijn verklaring kan echter niet worden afgeleid dat de verdachte betrokken is geweest bij de arbeidsovereenkomsten en salarisspecificaties van de personen die in de tenlastelegging worden genoemd. Bovendien is onduidelijk waarop [naam getuige 1] zijn – in zijn eigen woorden aangeduid als – “vermoeden” baseert dat de verdachte mensen in de administratie heeft opgevoerd terwijl zij niet hebben gewerkt. De verklaring van getuige [naam getuige 1] kan daarom niet bijdragen aan het bewijs.

Getuige [naam getuige 2] heeft uitgebreider verklaard over de handelingen die de verdachte zou hebben verricht. De verdediging heeft [naam getuige 2] echter niet kunnen ondervragen als (toegewezen) getuige, omdat hij onvindbaar is gebleken. Dit betekent dat zijn verklaring – die door de verdediging is betwist – volgens vaste jurisprudentie slechts kan worden gebruikt indien deze in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen. Nu dit niet het geval is, kan zijn verklaring niet voor het bewijs worden gebruikt.

Concluderend: alhoewel vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de rol die de verdachte heeft gespeeld bij de bedrijven waarvan hij korte tijd bestuurder is geweest, volgt niet uit het dossier dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan hetgeen hem is tenlastegelegd.

4.1.3.

Conclusie

Op basis van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat het primair en subsidiair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5 Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. B.A. Cnossen, voorzitter,

en mrs. J.C.M. Persoon en W.H.S. Duinkerke, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 juni 2019.

De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2010 tot en met 31 december 2015 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen

en in vereniging met(een) ander(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt of gebruik heeft doen maken van

(de/een) (onder meer) hierna te noemen valse document(en):

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen -

-een salarisspecificatie op naam van [naam 3] , gedateerd 30 april 2012

(DOC-012-02) en/of een salarisspecificatie op naam van [naam 1] , gedateerd

31 maart 2012 (DOC-016-01), beide afkomstig van [naam bedrijf 1]

en/of

-een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, gedateerd 20 januari 2011

(DOC-011-06) en/of een salarisspecificatie, gedateerd 31 juli 2011

(DOC-011-09), beide op naam van [naam 4] en/of afkomstig van

[naam bedrijf 2] en/of

-een uitzendovereenkomst, gedateerd 1 april 2011 (DOC-018-04) en/of een

salarisspecificatie, gedateerd 30 september 2011 (DOC-018-01), beide op naam

van [naam 5] en/of afkomstig van [naam bedrijf 3] en/of

-een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, gedateerd 1 september 2011

(DOC-013-02 ) en/of een salarisspecificatie, gedateerd 30 november 2011

(DOC-013-03), beide op naam van [naam 6] en/of afkomstig van [naam bedrijf 3]

en/of

-een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, gedateerd 2 januari 2011

(DOC-021-01) en/of een salarisspecificatie, gedateerd 31 januari 2011

(DOC-021-06), beide op naam van [naam 2] en/of afkomstig van

[naam bedrijf 3] .

als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken

(telkens) in het overleggen van dat/die geschrift(en)

-aan de Belastingdienst ten behoeve van de loonaangifte en/of

-aan het UWV en/of aan verbalisanten van de Inspectie SZW ten behoeve van de aanvraag van een uitkering,

en bestaande die valsheid en/of vervalsing hierin, dat (telkens)

voornoemde salarisspecificatie(s) en/of arbeidsovereenkomst(en) en/of

uitzendovereenkomst(en) een (betaalde) arbeidsrelatie suggereren tussen

genoemde personen en bedrijven, terwijl in werkelijkheid geen (betaalde)

arbeidsrelatie bestond.

en/of dat (telkens) ten aanzien van de voornoemde salarisspecificatie(s) een

onjuist aantal loonuren en/of loondagen was vermeld en/of een onjuist bedrag

en/of een onterecht bedrag aan loon was vermeld.

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij of één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010

tot en met 31 december 2015 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad de/een hierna te

noemen valse document(en):

-een salarisspecificatie op naam van [naam 3] , gedateerd 30 april 2012

(DOC-012-02) en/of een salarisspecificatie op naam van [naam 1] , gedateerd

31 maart 2012 (DOC-016-01), beide afkomstig van [naam bedrijf 1]

en/of

-een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, gedateerd 20 januari 2011

(DOC-011-06) en/of een salarisspecificatie, gedateerd 31 juli 2011

(DOC-011-09), beide op naam van [naam 4] en/of afkomstig van

[naam bedrijf 2] en/of

-een uitzendovereenkomst, gedateerd 1 april 2011 (DOC-018-04) en/of een

salarisspecificatie, gedateerd 30 september 2011 (DOC-018-01), beide op naam

van [naam 5] en/of afkomstig van [naam bedrijf 3] en/of

-een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, gedateerd 1 september 2011

(DOC-013-02 ) en/of een salarisspecificatie, gedateerd 30 november 2011

(DOC-013-03), beide op naam van [naam 6] en/of afkomstig van [naam bedrijf 3]

en/of

-een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, gedateerd 2 januari 2011

(DOC-021-01) en/of een salarisspecificatie, gedateerd 31 januari 2011

(DOC-021-06), beide op naam van [naam 2] en/of afkomstig van

[naam bedrijf 3] .

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die

geschrift(en) bestemd was/waren tot gebruik als ware dat/die geschrift(en)

echt en onvervalst,

en bestaande die valsheid en/of vervalsing hierin, dat (telkens) voornoemde

salarisspecificatie(s) en/of arbeidsovereenkomst(en) en/of

uitzendovereenkomst(en) een (betaalde) arbeidsrelatie suggereren tussen

genoemde personen en bedrijven, terwijl in werkelijkheid geen (betaalde)

arbeidsrelatie bestond.

en/of dat (telkens) ten aanzien van de voornoemde salarisspecificatie(s) een

onjuist aantal loonuren en/of loondagen was vermeld en/of een onjuist bedrag

en/of een onterecht bedrag aan loon was vermeld.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature