< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Wet tijdelijk huisverbod. Beroep tegen verlenging huisverbod gegrond omdat er geen sprake meer is van personen die met verzoeker in de woning wonen. Verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat verzoeker daarbij geen belang meer heeft. Verzoek schadevergoeding afgewezen omdat dit niet is onderbouwd.

Uitspraak



proces-verbaal

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Voorzieningenrechter

Reg.nrs: 350974 / KG ZA 10-264 en 350954 / F2 RK 10-639 (hoofdzaak)

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

gedaan op 23 maart 2010

naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht , tevens mondelinge uitspraak in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht , in het geding tussen

[naam verzoeker], verzoeker,

wonende [adres],

thans verblijvende [verblijfadres],

gemachtigde mr. J.W. Dijke, advocaat te Rotterdam,

en

de burgemeester van de gemeente Rotterdam, verweerder.

in welke zaak belanghebbende is:

[naam belanghebbende] (hierna: de vrouw), verblijvende te [verblijfadres].

Verzoeker en de vrouw zijn ouders van het thans minderjarige kind [naam kind], geboren [datum] 2009 (hierna: het kind).

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2010, alwaar verzoeker en zijn gemachtigde zijn verschenen. Verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. S.M. Conijnenberg. Tevens waren namens de GGD aanwezig T. Holdert, zorgcoördinator, en mr. T. Smith, beleidsmedewerker. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de

voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter,

recht doende:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt het bestreden besluit van 8 maart 2010,

wijst af het verzoek tot schadevergoeding,

wijst het verzoek om voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 van de Awb af,

veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.311,-- en bepaalt dat, nu aan verzoeker een toevoeging is verleend, deze kosten rechtstreeks aan de griffier (rekeningnummer 56 99 90 688) worden betaald.

Gronden

Bij besluit van 26 februari 2010 heeft verweerder aan verzoeker een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen, geldend van 26 februari 2010, 19.17 uur tot 8 maart 2010, 19.17 uur.

Bij besluit van 8 maart 2010 heeft verweerder het huisverbod met achttien dagen verlengd, te weten tot 26 maart 2010, 19.17 uur.

Tegen laatstgenoemd besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft verzoeker op 17 maart 2010 beroep ingesteld, onder meer inhoudende het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen.

Voorts heeft verzoeker op 17 maart 2010 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen inhoudende schorsing van het bestreden besluit.

Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

In artikel 8:86, eerste lid, van de Awb is bepaald dat, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan indien beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting, bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, van de Awb , nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, hij onmiddellijk uitspraak kan doen in de hoofdzaak.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval de feiten en omstandigheden geen nader onderzoek vergen, zodat geen beletsel bestaat voor toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb .

Aan het bestreden besluit zijn een beleidsadvies en een zorgadvies van het ASHG Rotterdam ten grondslag gelegd. Blijkens deze adviezen, welke door verweerder zijn overgenomen, was verlenging van het huisverbod aangewezen om de vrouw langer de mogelijkheid te geven maatregelen te treffen voor de toekomst en hulpverlening voor haar in gang te zetten. Ook blijkt uit deze adviezen dat de hulpverlening aan verzoeker, behoudens een intakegesprek bij De Waag, nog niet op gang was gekomen.

De voorzieningrechter is, met verweerder, van oordeel dat de hulpverlening voor verzoeker nog geen reële aanvang heeft genomen en dat daarmee de verwachting nog niet gerechtvaardigd is dat verzoeker aan de hulpverlening blijft meewerken, zodat daarin, hoewel verzoeker zegt open te staan voor hulpverlening, in beginsel nog geen grond was gelegen het huisverbod niet te verlengen of niet te laten voortduren.

Uit de aan het besluit ten grondslag liggende stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het kind door de kinderrechter voorlopig onder toezicht is gesteld en (tijdelijk) uit huis is geplaatst. Ter zitting is aangegeven dat de vrouw op dit moment niet in staat is voor het kind te zorgen. Voorts is uit de stukken gebleken dat de vrouw kort na het opleggen van het huisverbod de woning heeft verlaten, dat zij ten tijde van de verlenging van het huisverbod en daarna niet in de woning [adres] verbleef, en dat zij niet voornemens is daarin terug te keren. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er onder deze omstandigheden geen sprake meer van personen die met verzoeker in de woning wonen. Niet kan worden geoordeeld dat verzoekers aanwezigheid in de woning een ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod .

Dat de vrouw mogelijk, als gevolg van haar stoornis, in de toekomst weer in de woning wil gaan wonen leidt niet tot een ander oordeel.

De omstandigheid dat de vrouw nog spullen in de woning heeft liggen en die mogelijk nog wenst op te halen, kan evenmin leiden tot de conclusie dat betrokkene door zijn aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor personen die met hem in de woning wonen. Overigens is ter zitting gebleken dat de vrouw reeds spullen uit de woning heeft opgehaald.

Op grond van het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten het huisverbod te verlengen, zodat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. Het beroep dient derhalve gegrond te worden verklaard.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding tot toekenning van schadevergoeding in de hoofdzaak, nu het verzoek hiertoe niet is onderbouwd.

Nu de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, brengt dit in het onderhavige geval mee dat verzoeker geen belang meer heeft bij een uitspraak op zijn verzoek om voorlopige voorziening, zodat dit verzoek wordt afgewezen.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid van de Awb te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn overeenkomstig het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 1.311,-- (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verzoekschrift voorlopige voorziening en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 437,-- en wegingsfactor 1). Aangezien ten behoeve van verzoeker een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, dient ingevolge artikel 8:75, tweede lid van de Awb de betaling aan de griffier te geschieden.

Aldus gedaan door mr. M.J.M. Marseille, voorzieningenrechter, tevens kinderrechter, en door deze en mr. B.M. van der Kuil, griffier, ondertekend.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature