< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Gedurende aantal jaren op grote schaal frauduleus handelen: meermalen bedrieglijke bankbreuk (art. 341 Sr) en oplichting, frauderen met documenten waaronder opmaken van een onware balans (336 Sr) en ten onterecht de meestertitel (mr.) voeren (art. 435 Sr).

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/996537-07

Datum uitspraak: 23 juli 2008

Tegenspraak, na aanhouding niet verschenen

Vonnis van de Rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1949 te [plaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [straat, postcode, woonplaats],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de P.I. Rijnmond, De Schie te Rotterdam,

raadsman mr. H. Loonstein, advocaat te Amsterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2008.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Paulus heeft gerequireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek

van voorarrest ten aanzien van het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair en 6 ten laste gelegde en een geldboete van € 2.000,- subsidiair 40 dagen hechtenis ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde.

GELDIGHEID DAGVAARDING

Ten aanzien van feit 3

Namens de verdachte is aangevoerd dat uit de dagvaarding niet duidelijk wordt wat bij welke rechtspersoon heeft ontbroken. Dit onderdeel van de dagvaarding is naar mening van de verdediging dan ook een obscuur libel en moet worden nietig verklaard.

Naar het oordeel van de rechtbank is volstrekt duidelijk waarop dit gedeelte van de dagvaarding doelt. Uit de door de raadsman gevoerde verweren blijkt ook dat hem duidelijk was wat verdachte wordt verweten. De dagvaarding voldoet derhalve aan de in artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering neergelegde eisen.

Nu ook overigens niet is gebleken van feiten en omstandigheden die de geldigheid van de dagvaarding raken, is de dagvaarding geldig.

ONTVANKELIJKHEID OFFICIER VAN JUSTITIE

Namens de verdachte is aangevoerd dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in de vervolging. De gronden die daartoe worden aangevoerd zijn de volgende.

In de nacht van 2 op 3 november 2006 is een inbraak gepleegd aan de [adres] te Rotterdam. Bij deze inbraak zijn drie ordners weggenomen. Van deze diefstal heeft verdachte aangifte bij de politie gedaan. Met deze aangifte is ten onrechte niets gebeurd, terwijl duidelijk was wie de inbraak zou hebben gepleegd. Wél is het openbaar ministerie in het bezit gekomen van de bij die diefstal ontvreemde drie ordners en op de inhoud daarvan zijn de thans ten laste gelegde feiten gestoeld. De gepleegde inbraak is mogelijk gemaakt doordat de verdachte zonder enige aanleiding op 3 november 2006 is aangehouden. Door deze aanhouding is de verdachte van de straat gehouden en hebben politie en/of justitie een podium gecreëerd voor het op onrechtmatige wijze vergaren van de ordners met daarin administratie van de verdachte. Deze hele gang van zaken is onrechtmatig en dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging.

Dit verweer wordt verworpen.

Uit het proces-verbaal van aanhouding van 3 november 2006 (procesverbaalnummer 2006380411-2) blijkt dat de verdachte op 3 november 2006 om 13.55 uur is aangehouden nadat hij aangifte van verduistering wilde doen tegen zijn personeel. Omdat de verdachte ter zake van oplichting gesignaleerd bleek te staan, is hij vervolgens aangehouden.

Uit het proces-verbaal van ambtshandeling (procesverbaalnummer 37723, AH020) blijkt dat [persoon 1] op 4 november 2006 onder meer heeft verklaard dat hij werkzaam was voor de verdachte, dat hij geen loon had ontvangen en dat hij op 3 november 2006 een aantal mappen met administratie heeft meegenomen uit het kantoor van de verdachte. Hij heeft verder verklaard dat de mappen informatie bevatten over oplichtingspraktijken welke de verdachte in het verleden heeft gepleegd. De politie heeft die stukken, opgenomen in drie ordners, onder [persoon 1] in beslag genomen (proces-verbaal van inbeslagname, procesverbaalnummer 2006380684-5, D/386).

In tegenstelling tot hetgeen namens de verdachte is aangevoerd, blijkt uit voormelde stukken dat de verdachte in de nacht van 2 op 3 november 2006 niet was aangehouden. De aanhouding heeft pas plaatsgevonden in de middag van 3 november 2006. Van een aangifte van de door de verdachte gesuggereerde inbraak heeft de rechtbank geen kennis genomen; deze bevindt zich niet in het dossier en is evenmin door de verdachte overgelegd. Uit het voorgaande volgt dat het verweer feitelijke grondslag mist. Overigens is niet aannemelijk gemaakt dat zich bij de aanhouding danwel de inbeslagname van de drie ordners onrechtmatigheden hebben voorgedaan.

In zoverre wordt het verweer verworpen.

Voor zover de raadsman nog heeft willen betogen dat de politie en de officier van justitie geen gebruik hadden mogen maken van de inhoud van de meergenoemde drie ordners, omdat deze van diefstal afkomstig zijn, is de rechtbank van oordeel dat dat verweer geen steun vindt in het recht en op die grond moet worden verworpen.

De rechtbank acht gezien het bovenstaande de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging en ziet evenmin aanleiding om het verkregen bewijsmateriaal van het bewijs uit te sluiten.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij

op tijdstippen gelegen in de periode van 01 januari 2005 tot en

met 31 december 2006 te Rotterdam en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of

IJmuiden en/of Purmerend en/of Uden en/of Leiderdorp en/of Groningen tezamen en in vereniging met één of meer andereperso(o)n(en), althans alleen,

A) een werkgeversverklaring model Nationale Hypotheek Garantie ten name van

(werkgever) de Nationale Kruiszorg Organisatie CV en (werknemer) [vrouw 1] ondertekend d.d. 31 maart 2005 (D/210) en

B) een loonstrook/salarisspecificatie van de Nationale Kruiszorg Organisatie

C.V. aan [vrouw 1] betrekking hebbend op maart 2005 (D/211) en

C) een huurovereenkomst aangaande de huur van randapparatuur type Canon

IR1610F ten name van [bedrijf 1] opgemaakt en getekend d.d. 18

oktober 2006 met huurder [naam 1] (D/137) en

D) een [bedrijf 2]" ten name

van [bedrijf 3] opgemaakt en getekend d.d. 29 augustus 2006 bij

"Cliënt" met/door [naam 1] (D/201) en

E) Notulen buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders Kether BV d.d.

31 december 2006 (D/011) en

G) declaratie(s) van [vrouw 1] aan de Nationale Kruiszorg

Organisatie CV en/of [man 1] d.d. 4 januari 2005 (D/041 1-4) en 20

januari 2005 (D/041 2-4) en 5 februari 2005 (D/041 3-4) en 21 maart 2005

(D/041 4-4);

- zijnde geschriftendie bestemd waren om tot bewijs van

enig feit te dienen -

telkens valselijk heeft opgemaakt

immers heeft verdachte en/of zijn verdachtes, mededadertelkens valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid -

(zakelijk weergegeven)

Ad A)

- op deze werkgeversverklaring vermeld dat [vrouw 1] per 21 februari 2005 in dienst is getreden voor onbepaalde tijd of is aangesteld in vaste dienst en dat zij een bruto jaarsalaris verdiend van 27.000 euro en

Ad B)

- op deze loonstrook/salarisspecificatie vermeld :

Loon maart 2005 euro 2250,- en zorgconsulente en Loondagen: 21.66 en

Loonuren: 173.00 en euro 1283.99 Betaald op rekeningnummer: 1767031 en

Ad C)

- op deze Huurovereenkomst telkens bij de regel "Voor huurder" voorzien van een handtekening welke telkens door moest gaan voor de

handtekening van Dhr. [naam 1] en

Ad D)

- op deze Mantelovereenkomst bij "Cliënt, Naam" [naam 1] vermeld

en voorzien van een handtekening welke door moest gaan

voor de handtekening van [naam 1] en

Ad E)

- in deze notulen vermeld dat de voorzitter

constateerde dat er geen baten en lasten meer zijn en dat opheffing en

ontbinding derhalve rechtsgeldig kan plaatsvinden, (terwijl er in

werkelijkheid ten tijde van het opmaken van de notulen nog wel degelijk

(een) opeisbare vordering(en) (lasten) bestond(en) op Kether 2006 BV en

Ad G)

- op deze declaraties vermeld : Adviezen en

besprekingen in opdracht NKO, (terwijl [vrouw 1] in werkelijkheid geen

adviezen en besprekingen in opdracht van NKO heeft uitgebracht en/of gedaan

en/of bijgewoond);

2.

hij

op tijdstippen in de periode van 22 januari 2004 tot en met 28 juni 2007, te

Amsterdam en/of Rotterdam en/of Eindhoven ,

meermalen,

terwijl hij, verdachte, bij vonnis van de (Arrondissements)rechtbank te

's-Hertogenbosch van 15 maart 2000, in staat van faillissement is verklaard,

telkens ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn, verdachtes,

schuldeiser(s),

A) baten niet heeft verantwoord en

B) goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken,

immers heeft hij, verdachte

Ad A

1)

telkensvoor de curator verzwegen en/of niet opgegeven dat hij,

verdachte, de beschikking had over een (Giro)(Postbank)rekening (nummer

2001335) ten name van Stichting ViaNova Participaties en/of het saldo en/of de

vermogenswaarde van die rekening (AH-027),

waarop in de periode van 22 januari 2004 tot en met 09 februari 2004 (onder

meer) de volgende bedragenzijn gestort/overgemaakt:

Datum Storting Door Bedrag in euro's

22 januari 2004 [benadeelde 1] 1.000 en

23 januari 2004 [benadeelde 2] 17.243,65 en

09 februari 2004 [benadeelde 1] 9.890,73 en

en

2)

telkensin de periode van 1 juni 2005 tot en met 31 juli 2006

inkomsten(gegevens) 8.144,54 euro en/of 2.000 euro en/of 500 euro en/of

1.500 euro uit zijn/diverse (insolventie)werkzaamheden en/of uit één of meer

rechtsperso(o)n(en) te weten NSI en NFPI en OBB en CRG en Cross

Detach waarbij verdachte gedurende voornoemde periode in verschillende

hoedanigheden betrokken is (geweest) (AH/022),

niet verstrekt aan de curator, ondanks (herhaalde) uitnodigingen daartoe en

3)

telkensvoor de curator verzwegen en/of niet opgegeven dat hij,

verdachte, de beschikking had over een Girorekening (nummer 3376474) ten name

van CRG College Reorganisatie Gezondheidszorg en/of het saldo en/of de

vermogenswaarde van die rekening, waarop in de periode van 12 mei 2006 tot en

met 28 juni 2007 (onder meer) de volgende bedragenzijn

gestort/overgemaakt (D/272):

Datum Storting Door Bedrag in euro's

12 mei 2006 Bouwbedrijf Kuipers 5.000 en

27 juni 2006 Oranje Blanje Blue 500 en

24 juli 2006 Oranje Blanje Blue 200 en

15 december 2006 KZ-taxi 9.002,35 en

20 december 2006 ABC Taxi BV 400 en

27 december 2006 ABC Taxi BV 900 en

3 januari 2007 ABC Taxi BV 1.000 en

15 januari 2007 ABC Taxi BV 7.500 en

25 januari 2007 ABC Taxi BV 1.000 en

01 februari 2007 ABC Taxi BV 500 en

01 februari 2007 Mw. [vrouw 4] 1.190 en

01 februari 2007 [persoon 2] 1.190 en

05 februari 2007 ABC Taxi BV 1.200 en

26 februari 2007 Hr.[man 10]/Mw [vrouw 5] 1.500 en

1 maart 2007 ABC Taxi BV 250 en

1 maart 2007 Special Projects 27.132 en

19 maart 2007 Meer Management B.V. 9.817,50 en

19 maart 2007 ABC Taxi BV 7.250 en

27 maart 2007 Special Projects 17.500 en

10 april 2007 Storting eigen rekening 3.818,34 en

11 april 2007 Ruhulessin en Stolp Krommenie 6.000 en

20 april 2007 Hr.[man 10]/Mw [vrouw 5] 1.500 en

24 april 2007 Job Wood BV 8.500 en

24 april 2007 Style Parket 16.500 en

07 mei 2007 ABC Tax BV 425 en

19 juni 2007 Glimm Screens B.V. 9.000 en

28 juni 2007 Rep Beheer B.V. 7.500 en

Ad B)

- telkens in de periode van 24 mei 2006 tot en met 04 juni 2007

geldbedragen van een Girorekening (nummer 3376474) ten name van CRG

College Reorganisatie Gezondheidszorg naar een rekening met nummer 1767031

ten name van [vrouw 1] of naar een rekening met nummer 1151637 ten name

van [verdachte] overgeboekt en/of (doen) overboeken en/of uitbetaald en/of

doen uitbetalen, waaronder (onder meer) de volgende bedragen:

Datum Storting Aan Bedrag in euro's

24 mei 2006 [vrouw 1] 2x 1.000 en

02 februari 2007 [vrouw 1] 2x 1.000 en

5 februari 2007 [verdachte] 300 en

9 februari 2007 [verdachte] 150 en

9 februari 2007 [vrouw 1] 150 en

28 februari 2007 [verdachte] 150 en

01 maart 2007 [verdachte] 100 en

07 maart 2007 [verdachte] 2.000 en

08 maart 2007 [vrouw 1] 200 en

12 april 2007 [verdachte] 450 en

13 april 2007 [vrouw 1] 5.000 en

16 april 2007 [verdachte] 100 en

30 april 2007 [verdachte] 250 en

07 mei 2007 [vrouw 1] 10.000

[verdachte][verdachte]

3.

B) Stichting Vianova Rechtsbijstand enC) Nationale Kruiszorg Organisatie C.V. en

D) Kruiszorg Nederland C.V.,

op tijdstippen in de periode van 22 oktober 2003 tot 8 oktober

2007 te Rotterdam en/of Almere en/of Helmond en/of Eindhoven

welke rechtspersonen

B) Stichting Vianova Rechtsbijstand bij vonnis van 07 juli 2004 van de

(Arrondissements)rechtbank 's-Hertogenbosch in staat van faillissement is

verklaard, en

C) Nationale Kruiszorg Organisatie C.V. bij vonnis van 15 juni 2005 van de

(Arrondissements)rechtbank 's-Hertogenbosch in staat van faillissement is

verklaard, enD) Kruiszorg Nederland C.V. bij vonnis van 12 september 2005 van de

(Arrondissements)rechtbank Rotterdam in staat van faillissement is

verklaard,

meermalen,

telkens ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van

B) Stichting Vianova Rechtsbijstand enC) Nationale Kruiszorg Organisatie C.V. enD) Kruiszorg Nederland C.V.,

telkensniet heeft voldaan aan de op voornoemde rechtspersonen

rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie

ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en

artikel 15 a (per 21 mei 2003 artikel 15i), eerste lid, van boek 3 van het

Burgerlijk Wetboek en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken

en bescheiden en andere gegevensdragers in die artikelen bedoel d,

immers

- ontbrak bij deze faillieterechtspersonen een

deugdelijke kasadministratie en salarisadministratie en

voertuigenadministratie en baten/bezittingen en lasten/schulden

administratie en

- ontbraken in de administratie van deze failliete

rechtspersonen onderliggende bescheiden met betrekking tot

banktransacties (betreffende betalingen en/of ontvangsten) en- was niet de gehele administraties van deze

failliete rechtspersonen bewaard en

- hebben de verschillende curatoren ondanks herhaaldeuitnodigingen daartoe (bijna) geen administratie (jaarstukken) met

betrekking tot deze failliete rechtspersonen ontvangen,

aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, telkens feitelijke

leiding heeft gegeven;

4.

hij

op tijdstippen in de periode van 20 december 2006

tot en met 07 mei 2007 te Groningen en/of Purmerend en/of Rotterdam en/of

Amsterdam en/of Eindhoven

elkens tezamen en in vereniging met

A) Special Products & Display Productions BV enB) Kether 2006 BV (zijnde de rechtsopvolger van ABC tax BV) en

C) Job Wood Bv en

D) J.M. Kwanten BV

terwijl

A) Special Products & Display Productions BV, bij vonnis van de

rechtbank te Haarlem van 03 april 2007 in staat van

faillissement was verklaard en

B) Kether 2006 BV (zijnde de rechtsopvolger van ABC Tax BV), bij vonnis van de

rechtbank te 's-Gravenhage van 06 juni 2007 in staat van

faillissement was verklaard en

C) Job Wood BV, bij vonnis van rechtbank te ’s-Gravenhage van 2 mei 2007 in staat van faillissement was verklaard en

D) J.M. Kwanten BV, bij vonnis van rechtbank te ’s-Gravenhage van 16 mei 2007 in staat van faillissement was verklaard;

meermalen,

telkens ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van

A) Special Products & Display Productions BV enB) Kether 2006 BV (zijnde de rechtsopvolger van ABC Tax BV) en

C/ Job Wood BV en

D) J.M. Kwanten BV,

goederenaan de boedels hadden onttrokken

telkens op een tijdstip waarop hij, verdachte en/of zijn mededaders,

wist(en) dat de faillissementen, niet konden worden voorkomen,

immers had/hadden hij en/of zijn mededaders:

Ad a)

- op 1 maart 2007 en 27 maart 2007 geldbedragen van

respectievelijk 27.132 euro en 17.500 euro van rekening 142773476 ten name

van Special Projects doen of laten overmaken op/naar de rekening van CRG

College Reorganisatie Gezondheidszorg ter zake van factuurnummer(s) 070106

(D/253) en 070107 (D/254) en

Ad b)

- op 20 december 2006 en 27 december 2006 en 3 januari 2007

en 15 januari 2007 en 25 januari 2007 en 1 februari 2007 en 5

februari 2007 en 1 maart 2007 en 19 maart 2007 en 7 mei 2007 geldbedragen van respectievelijk 400 euro en 900 euro en 1.000 euro

en 7.500 euro en 1.000 euro en 500 euro en 1.200 euro en 250 euro

en 7.250 euro en 425 euro van rekening 385193378 ten name van ABC Taxi

BV doen of laten overmaken op/naar de rekening van CRG College Reorganisatie

Gezondheidszorg ter zake van (telkens) "declaratie deelbetaling" en

Ad d)

op 24 april 2007 een geldbedrag van 16.500 euro van de rekening 512053383 t.n.v. “Style Parket” (via een spoedopdracht) doen of laten overmaken op/naar de rekening van CRG College Reorganisatie Gezondheidszorg ter zake van “deelbetaling maart 2007 en

Ad c)

op 24 april 2007 een geldbedrag van 8.500 euro van de rekening 561873348 ten name van Job Wood BV (via een spoedopdracht) doen of laten overmaken op/naar de rekening van CRG College Reorganisatie Gezondheidszorg ter zake van “deel betaling maart 2007”;

5. primair

hij

op één of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 12 januari 2004 tot en

met 2 februari 2004 te Grave en/of Millingen a/d Rijn

telkens met het oogmerk om zich

wederrechtelijk te bevoordelen door één of meer listige kunstgrepen

en door een samenweefsel van verdichtsels,

meerdere personen (deelnemers en/of gelduitleners en/of beleggers en/of

investeerders),

heeft bewogen

tot de afgifte van geld ,

te weten:

[benadeelde 1] (van euro 1.000) en

[benadeelde 2] (van euro 17.243,65 euro),

hebbende hij, verdachte, - zakelijk weergegeven -

telkens opzettelijk listiglijk en bedrieglijk en in

strijd met de waarheid

- aan die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] aangeboden om een

bedrag/inleg/krediet van respectievelijk 10.890,73 euro en/of 17.243,65 euro

in te leggen/te verlenen per 1 januari 2004 voor een periode van minimaal zes

(6) maanden,

waarna volgens voornoemde(n), terugbetaling zal/zou plaatsvinden,

nodig voor het opzetten en/of opstarten van (een) kruiszorgorganisatie(s)

en/of voor de opstart van het Rood Wit Blauw Kruis (later kruiszorg) en/of één

of meer franchise onderneming(en) en/of het inrichten van en het uitoefenen

van een bedrijf met het adviseren en coördineren van activiteiten op het

gebied van rechtsbijstand, ouderenzorg, jeugdzorg en/of kinderopvang en verder

alles wat hiermede in de ruimste zin verband houd of daartoe bevorderlijk

zijn,

tegen een zes maandse vaste rentevergoeding met een gegarandeerd minimum van

15% en- ter bevestiging van de inleg en/of de verlening van het krediet

participatieovereenkomst(en) (D/065) (D/066)

opgemaakt en afgegeven op naam van "De kredietgever(s)": [benadeelde 1]

en/of [benadeelde 2] en/of op naam van "De kredietnemer" [naam broer verdachte]

ondertekend met een handtekening welke door moest gaan voor de handtekening

van de naam [naam broer verdachte] en

- ter bevestiging van de inleg en/of de verlening van het krediet

inlegbewijzen participatie opgemaakt en afgegeven op naam van

investeerder(s) [naam 2] en de heer [benadeelde 1] met uitgiftedata:

1 januari 2004 en afloopdata 30 juni 2004 (Rente 15% per half jaar)

(D/069 1/2) (D/091) en afloopdata 31 december 2004 (Rente 0% per

half jaar) (D/069 2/2) (D/090) ondertekend met een handtekening

van [verdachte];

waardoor deze personen werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;

6.

hij

op 27 november 2006 te Groningen

tezamen en in vereniging met

één ander

opzettelijk onware staten, onware balansen

winst- en verliesrekeningen, staten van baten en lasten of

toelichtingen daarop,

openbaar heeft gemaakt, immers

- is in de publicatiestukken 2004 (D/007) en 2005 (D/008) van de

Stichting Administratiekantoor de Combinatie gericht aan de directie van ABC

Tax BV, ten onrechte

bij balans per 31 december 2004 en bij balans per 31 december 2005,

bij de posten vorderingen 12.750,00 (euro) en

bij de posten liquide middelen 00,00 (euro) en

bij balans totaal 12.750,00 (euro)

vermeld ,

zulks terwijl hij, verdachte, en zijn mededader deze jaarcijfers en

jaarrekeningen en (balans)totalen toen en daar, telkens door middel van

deponering bij de Kamer van Koophandel openbaar

hebben gemaakt;

7.

hij

op tijdstippen gelegen in de periode van 21 juni 2007 tot en met

8 augustus 2007 te Rotterdam en/of Amsterdam ,

meermalen,

telkens zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel meester, afgekort tot

mr., ter zake een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs op het

gebied van recht in de zin van artikel 7.20 van de Wet op het hoger onderwijs

en wetenschappelijk onderzoek, heeft gevoerd,

immers heeft hij, verdachte brieven

(D/280) (D/420) en e-mail (D/419) verzonden ondertekend met en/of

voorzien van het onderschrift:

* Mr. [verdachte] en/of Mr. [verdachte],

zulks terwijl hij niet de titel meester mocht voeren.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

PARTIËLE VRIJSPRAAK

Ten aanzien van feit 3

De in dit feit ten laste gelegde periode vangt aan met de dag waarop Euro Lawyers Nederland B.V. in staat van faillissement is verklaard. De feitelijke gedragingen die de verdachte verweten worden, het feitelijk leiding geven aan Euro Lawyers B.V. waarvan de administratie niet dan wel niet deugdelijk is gevoerd ziet op de periode vóór de failliet verklaring en derhalve vóór de ten laste gelegde periode. Om deze reden dient de verdachte vrijgesproken te worden van hetgeen hem terzake van Euro Lawyers in het onderhavige feit verweten wordt.

Ten aanzien van feit 5

Met betrekking tot het door [benadeelde 1] aan verdachte betaalde kan slechts de betaling van het bedrag van € 1.000,- bewezen worden verklaard, omdat de betaling van het bedrag van € 9.890,73 buiten de ten laste gelegde periode valt. Overigens is, door de in feit 2 ten laste gelegde andere pleegperiode, in dat feit de storting van laatstgenoemde bedrag wel bewezen verklaard.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

In het bijzonder overweegt de rechtbank het volgende.

Ten aanzien van de Excel-bestanden

Namens de verdachte is aangevoerd dat er niet van kan worden uitgegaan dat de Excel-bestanden (D/144, D/272, D/274, D/266 en D/276) stroken met de vervangende bankafschriften nu de raadsman van de verdachte geen gelegenheid heeft gehad deze bankafschriften bij de FIOD in te zien.

Dit verweer wordt verworpen.

Uit de met betrekking tot dit onderwerp tussen de raadsman en de officier van justitie gevoerde correspondentie (brieven van 27 maart en 2 juni 2008) blijkt dat de raadsman is verzocht contact op te nemen met mevrouw [naam] van de FIOD om een afspraak te maken om de bankafschriften te gaan inzien. Hiermede is voldoende mogelijkheid geboden om van de bankafschriften kennis te nemen. Dat de raadsman van die mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt, moet voor risico van de verdediging blijven.

De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de bedoelde excel-bestanden. Voor dat oordeel wordt steun gevonden in het feit dat de zich in het dossier bevindende onderliggende bankafschriften over de maanden april en mei 2007

(D/314-317) overeenkomen met de in het desbetreffende excel-bestand opgenomen betalingen.

Ten aanzien van feit 1

Namens de verdachte is aangevoerd dat de onder A tot en met G genoemde bescheiden om de hierna te noemen redenen niet in strijd met de waarheid zijn opgemaakt en dat de verdachte daarom van het onder 1 ten laste gelegde vrijgesproken dient te worden.

Ad A

De inhoud van de werkgeversverklaring is niet in strijd met de waarheid, omdat het in dienst zijn van een persoon niet impliceert dat er door deze persoon ook werkzaamheden worden verricht.

Bovendien blijkt uit niets dat de gegevens door de verdachte zijn ingevuld dan wel dat hij die gegevens op de werkgeversverklaring heeft doen vermelden. De verdachte heeft slechts de werkgeversverklaring ondertekend.

Dit verweer wordt verworpen, waartoe het volgende wordt overwogen.

Geconfronteerd met de onder D 210 in het dossier opgenomen werkgeversverklaring, heeft de echtgenote van verdachte, [vrouw 1], verklaard: Ik heb nooit voor de nationale Kruiszorg Organisatie gewerkt. (…) [verdachte] heeft voor de Nationale Kruiszorg Organisatie getekend als zijnde werkgever. (…) Ik herken de handtekening op dit document als de handtekening van [verdachte].” (V003-1, p. 9). Gevraagd naar de op de werkgeversverklaring vermelde functie van zorgconsulente, heeft [vrouw 1] verklaard dat zij geen zorgconsulente is (V003-1. p. 9). Desgevraagd verklaart verdachte in zijn 7e verklaring dat [vrouw 1] (lees: [vrouw 1]) niet op de loonlijst van de Nationale Kruiszorg Organisatie heeft gestaan (V001-7, p. 2). Volgens de getuigen [man 1] en [man 2] (resp. G005-2 en G006-2) heeft mevrouw [vrouw 1] nooit werkzaamheden voor de Nationale Kruiszorg Organisatie verricht.

Uit het feit dat verdachte in een door hem ondertekende brief van 5 april 2005 aan de Postbank Hypotheken laat weten dat “wij” (de rechtbank leest: de Nationale Kruiszorg Organisatie) niet over een firmastempel beschikken (de werkgeversverklaring geeft aan dat zowel bij de ondertekening van de verklaring, als bij “de verklaring van vaste dienst” op de verklaring, ook een firmastempel moet worden geplaatst), leidt de rechtbank af dat verdachte in volle omvang betrokken is geweest bij het invullen van de werkgeversverklaring en bij de daarbij meegezonden salarisspecificatie.

Ad B

Alle op de salarisspecificatie vermelde informatie is juist. De indiensttreding van [vrouw 1] heeft in overleg met het UWV plaatsgevonden. Het is niet de verdachte geweest die de salarisspecificatie heeft opgemaakt of doen opmaken.

Dit verweer wordt verworpen op grond van het feit dat [vrouw 1] heeft verklaard met betrekking tot het brutojaarsalaris en het maandsalaris op de salarisspecificatie dat zij dergelijke bedragen nooit heeft ontvangen (V003-1, p. 9). Voor het overige kan volstaan worden met verwijzing naar haar hierboven onder A weergeven verklaring dat zij nooit voor de Nationale Kruiszorg Organisatie heeft gewerkt. [vrouw 1]’s verklaringen worden door de verklaringen van [man 1] en [man 2] en door de eveneens onder A weergegeven verklaring van verdachte dat [vrouw 1] niet op de loonlijst van de Nationale Kruiszorg Organisatie stond, bevestigd.

Ad C

De huurovereenkomst is voorzien van de eigen handtekening van de verdachte, maar die moest niet doorgaan voor de handtekening van een ander. De verdachte noemde zich gelet op de negatieve media-aandacht voor de naam [verdachte] vaker [naam 1]. [naam 1] is de naam van zijn moeder. Volgens de raadsman is het in Nederland niet ongebruikelijk dat iemand die schrijft een andere achternaam gebruikt. In dit licht moet het gebruiken door de verdachte van de naam van zijn moeder ook gezien worden. Er is geen rechtsregel die zich ertegen verzet dat iemand schrijvend en noemend gebruik maakt van de naam van zijn of haar moeder.

Met betrekking tot dit verweer overweegt de rechtbank dat verdachte zich bij [man 3] van [bedrijf 1] heeft bekendgemaakt als [naam 1] (G013-1, p. 2). Die naam is ook onder de overeenkomst geplaatst. Wanneer verdachte bij die naam vervolgens een handtekening plaatst, dan kan de rechtbank dat niet anders beoordelen dan dat die handtekening moest doorgaan voor die van [naam 1].

Het verweer wordt dus verworpen.

Ad D

Het is niet de verdachte zelf geweest die de naam [naam 1] op de mantelovereenkomst heeft vermeld. Hij heeft wel zijn eigen handtekening onder de mantelovereenkomst gezet en heeft zich daarbij gelegitimeerd en een uittreksel uit het handelsregister getoond.

Dit verweer wordt verworpen met de volgende overweging.

Voor de ondertekening van de mantelovereenkomst met [bedrijf 2] geldt mutatis mutandis hetzelfde als onder C is overwogen. Ook in dit geval heeft verdachte zich bij [bedrijf 2] bekend gemaakt als [naam 1], terwijl over het plaatsen van de naam “[naam 1]” en de daarbij geplaatste handtekening, de getuige [man 4] heeft verklaard dat de mantelovereenkomst is getekend door verdachte als directeur van [bedrijf 3] en dat verdachte zelf, in het bijzijn van [man 4], de naam “[naam 1]” daarbij heeft geschreven (G018-1, p. 3).

Verdachte erkent in zijn 12e verklaring (p. 3) dat ook hier de naam [naam 1] is gebruikt. Dat verdachte zich toen daar heeft gelegitimeerd en met welke documenten dat zou zijn geweest, is niet gebleken.

Ad E

De tenlastelegging concretiseert niet welke lasten of vorderingen het betreft. De stukken die door de accountant zijn opgesteld zijn van latere datum en leveren geen bewijs op van wetenschap van de verdachte op een eerder moment.

Dit verweer wordt verworpen, waartoe het volgende wordt overwogen.

Blijkens de in het dossier 40623, onder D 009, opgenomen notariële akte, was verdachte in elk geval op 1 december 2006 enig directeur van ABC Tax B.V. Bij die akte is de naam van die vennootschap gewijzigd in Kether 2006 B.V. Verdachte heeft in zijn eerste verklaring verklaard dat hij voor het eerst contact heeft gehad met de heer [man 5] van ABC Tax B.V. in november 2006. Op dat moment, aldus verdachte, had ABC Tax een grote schuld aan de andere eigen leasemaatschappij binnen de groep (V001-11, p. 2). Op pag. 3 van dezelfde verklaring, zegt verdachte dat hij ABC Tax B.V. met een schuld overnam.

Uit het op 9 mei 2007 bij de rechtbank te ’s-Gravenhage binnengekomen faillissementsrekest van de Ontvanger van de Belastingdienst/Noord blijkt dat volgens een bij de Ontvanger bekend overzicht van debiteuren een totaal bedrag van € 24.938,65 aan baten open stond, terwijl er een belastingschuld openstond van € 230.744,- en een schuld aan het UWV te Amsterdam van € 241.122,61.

De constatering van verdachte als voorzitter van de aandeelhoudersvergadering van Kether 2006 B.V. van 31 december 2006 dat er geen baten en lasten meer zijn is derhalve onjuist, hetgeen de notulen van die vergadering tot een valselijk opgemaakt geschrift maakt.

Een nadere concretisering van baten en lasten, zoals door de raadsman is betoogd, is voor de vaststelling dat de notulen een vals geschrift zijn, niet nodig.

Ad G

De verdachte heeft de declaraties niet opgemaakt. Bovendien is de inhoud van de declaraties juist, omdat het niet relevant is of er wel of geen werkzaamheden zijn verricht.

Dit verweer wordt verworpen.

[Vrouw 1] heeft verklaard (zie ook hetgeen onder A en B is overwogen), geconfronteerd met de vier declaraties, dat haar handtekening onder deze declaraties is geplaatst, maar dat zij hier nooit echt werkzaamheden voor heeft verricht. Als reden voor het opmaken van deze declaraties noemt zij dat deze dienden om dingen voor haar en [verdachte] te kunnen betalen (V003-2, p. 3). Verdachte heeft over de declaraties verklaard dat hij deze samen met [vrouw 1] heeft opgemaakt en dat de handtekeningen van [vrouw 1] zijn. Geconfronteerd met de verklaring van [vrouw 1] over deze declaraties, zegt verdachte zich aan te sluiten bij zijn vrouw, “mijn vrouw is eerlijk”, aldus verdachte (V001-7, p. 2).

Ten aanzien van feit 2

A1

Namens de verdachte is aangevoerd dat de verdachte niet kon beschikken over de bankrekening van de Stichting Via Nova Participaties.

Dit verweer wordt verworpen.

Uit door de Fiod gevraagde informatie van de Postbank (D/143) blijkt dat met betrekking tot de bankrekening van de Stichting Via Nova Participaties verdachte’s broer [naam broer] sinds 2 januari 2004 geregistreerd stond als eerste vertegenwoordiger en verdachte’s ex-echtgenote [vrouw 1] als gemachtigde.

[naam broer] verklaart echter dat hij nooit iets met de Stichting Via Nova Participaties heeft gedaan, dat hij zich op verzoek van de verdachte als bestuurder heeft laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel en direct een volmacht aan de verdachte heeft verleend, dat hij nooit geld heeft ontvangen en dat de verdachte altijd alles met betrekking tot de Stichting Via Nova Participaties heeft gedaan (V002-1, p. 1-3). Voorts verklaart de verdachte in zijn zesde verklaring dat er door hem private uitgaven zijn gedaan en facturen zijn betaald van het geld dat op de bankrekening van de Stichting Via Nova Participaties was gestort (p. 4).

Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat verdachte kon beschikken over de bankrekening van Sichting Via Nova Participaties.

Namens de verdachte is gesteld dat de faillissementsverslagen van de curator in het persoonlijk faillissement van de verdachte door het openbaar ministerie moedwillig buiten het dossier zijn gehouden.

Nu deze stelling niet met feiten is onderbouwd volstaat de rechtbank met de constatering dat de faillissementsverslagen geen deel uitmaken van het strafdossier. Indien de raadsman van de verdachte zich op deze verslagen had willen beroepen had hij deze tijdig aan de officier van justitie en de rechtbank dienen te zenden.

A1 en A3

Namens de verdachte is aangevoerd dat de stortingen op de rekening van de Stichting Via Nova Participaties respectievelijk het College Reorganisatie Gezondheidszorg (hierna: “CRG”) baten van die Stichting respectievelijk CRG zijn en geen baten in het persoonlijk faillissement van de verdachte.

Dit verweer wordt verworpen.

Dat de stortingen op beide rekeningen zijn aangewend voor de doelstelling van de Stichting respectievelijk CRG is niet aannemelijk geworden. Wel aannemelijk is geworden dat er sprake is van een nauwe verwevenheid tussen de Stichting Via Nova Participaties respectievelijk CRG en de verdachte. Met betrekking tot de bankrekening van CRG blijkt uit D/273 dat de verdachte tot en met de datum waarop dat gegeven bij de politie bekend werd (29 juni 2007) geregistreerd stond als eerste en enige vertegenwoordiger. Bovendien heeft de verdachte van de rekening van de Stichting Via Nova Participaties een aanzienlijk bedrag besteed aan privédoeleinden.

Onder voormelde omstandigheden gaat de rechtbank er van uit dat de stortingen op de rekeningen van de Stichting Via Nova Participaties en van het CRG baten zijn in het persoonlijk faillissement van de verdachte.

A2

Namens de verdachte is aangevoerd dat de curator door de verdachte op de hoogte is gebracht van de kostenvergoedingen die hij ontving, alsmede van de Postbankrekening waarover hij beschikte. De onder A2 in de dagvaarding genoemde baten zouden door de verdachte bij de curator zijn gemeld.

Dit verweer wordt verworpen.

Er wordt uitgegaan van de juistheid van de aangifte van curator mr. [naam 3] (D/422).

Mr. [naam 3] verklaart onder meer dat hij nooit een bedrag in de boedel heeft mogen ontvangen, alsmede dat de verdachte geen inkomsten aan hem heeft doorgegeven.

Ten aanzien van feit 3

Namens de verdachte is aangevoerd dat commanditaire vennootschappen geen rechtspersonen zijn naar burgerlijk recht, zodat de verdachte vrijgesproken dient te worden van hetgeen hem verweten wordt terzake Nationale Kruiszorg Organisatie C.V. en Kruiszorg Nederland C.V.

Dit verweer wordt verworpen.

De wetgever heeft aan het civielrechtelijke begrip rechtspersoon een uitbreiding gegeven in artikel 51, derde lid, Wetboek van Strafrecht. Hierin is bepaald dat - onder meer - een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid gelijkgesteld wordt aan een rechtspersoon.

Voorts is namens de verdachte aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat Kruiszorg Nederland C.V. op 15 september 2005 door de rechtbank te ’s-Hertogenbosch in staat van faillissement is verklaard.

Dit verweer wordt eveneens verworpen.

Uit het dossier volgt dat Kruiszorg Nederland C.V. op 15 september 2005 door de rechtbank Rotterdam in staat van faillissement is verklaard (faillissementsvonnis opgenomen onder D007). De rechtbank meent dat sprake is van een kennelijke verschrijving en wijzigt in de tenlastelegging de plaatsnaam ’s-Hertogenbosch in Rotterdam. Hiermee wordt geen verdedigingsbelang geschonden.

Ten aanzien van feit 4

In dit feit wordt de verdachte verweten dat hij in vereniging met vier vennootschappen in het zicht van het faillissement van elk van die vennootschappen (zeer aanzienlijke) bedragen van de rekeningen van die vennootschappen heeft overgemaakt naar de bankrekening van CRG (oorspronkelijk de afkorting van het College Reorganisatie Gezondheidszorg, later door de verdachte genoemd Corporate Recovery Group). Van de bankrekening van CRG was de verdachte, zo blijkt uit de op 29 juni 2007 gevraagde informatie door de FIOD, sinds 14 april 2004 de eerste en enige vertegenwoordiger (dossier D 273).

De bedragen die in de ten laste gelegde periode zijn overgemaakt naar de bankrekening van CRG, zijn in het dossier opgenomen in het eerder vermelde excelbestand onder D 272.

Met betrekking tot de vier in de tenlastelegging genoemde vennootschappen geldt nog in het bijzonder het volgende:

A. Special Products & Display Productions B.V. (SP&DP).

Uit het faillissementsverslag (1) dd. 25 april 2007 (D 452, 4-11) blijkt dat SP&DP op datum faillissement onder meer een schuld had aan de bank, terwijl er aan (andere) concurrente crediteuren een schuld van minimaal € 362.721,70 bestond.

In de administratie van SP&DP zijn door de curator twee facturen van CRG aangetroffen, in het dossier opgenomen onder D 253 en D 254. Verdachte heeft over die facturen verklaard dat daarmee de werkzaamheden van [man 6] en [man 7], verricht voor CRG ten behoeve van SP&DP zijn gedeclareerd. [man 6] heeft evenwel verklaard dat hij nooit werkzaamheden voor CRG bij SP&DP heeft verricht (G 029), terwijl [man 7], inmiddels overleden, niet meer kon worden verhoord. Wel bevinden zich in het dossier twee facturen van [man 7], gericht aan CRG (D 395 en D 396), waarbij opvalt, zoals ook de FIOD heeft geconstateerd, dat op die facturen ontbreken: een factuurdatum, een BTW-nummer en een bank- of gironummer. Ook valt op dat het totaal bedrag van de facturen (€ 52.268,13) het totaal bedrag dat volgens verdachte voor werkzaamheden van de [man 6] en [man 7] in rekening was gebracht met € 7.636,13 overschrijdt. Dat zou dan moeten inhouden dat, als de lezing van de verdachte wordt gevolgd, in elk geval [man 6] geen vergoeding voor zijn werkzaamheden kan hebben gehad.

De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat die beide facturen van [man 7] vals zijn, met het doel om een voorstelling van zaken te bieden die niet met de werkelijkheid strookt.

Tenslotte is van belang dat twee personeelsleden van SP&DP verklaard hebben nooit een mijnheer [man 6] of [man 7] bij SP&DP te hebben gezien (G 029 en G 30).

B. Kether 2006 B.V.

De raadsman heeft betoogd dat de bedrieglijke bankbreuk in vereniging gepleegd met Kether 2006 B.V. niet bewezen kan worden, omdat de datum van het faillissement van deze rechtspersoon (6 juni 2007) buiten de in de tenlastelegging genoemde pleegperiode (20 december 2006 tot en met 7 mei 2007) valt.

Dit verweer wordt verworpen, omdat de ten laste gelegde pleegperiode niet verwijst naar de datum van faillissement, maar naar de datum of data waarop de geldoverboekingen van de vier vennootschappen naar de girorekening van CRG hebben plaatsgevonden.

Met betrekking tot Kether 2006 B.V. staat vast dat de verdachte per 1 december 2006 (enig) directeur was van ABC Tax B.V., de rechtsvoorganger van Kether 2006 B.V. Hoewel verdachte als voorzitter van de buitengewone algemene aandeelhoudersvergadering van Kether 2006 B.V. op 31 december 2006 constateert dat de vennootschap haar werkzaamheden per 31 december 2006 heeft beëindigd en dat er geen baten en lasten zijn (dossier 40623, D 11), blijkt uit het faillissementsrekest dd. 8 mei 2007 (dossier 40623, D 12) dat de vennootschap in elk geval een belastingschuld heeft van € 230.744,- en een schuld aan het UWV te Amsterdam van € 241.122,61.

C. J.M. Kwanten B.V. en

D. Job Wood B.V.

Verdachte verklaart zelf (V01-10, p. 2) dat het hem bekend was dat de bedrijven van [man 8], waartoe ook J.M. Kwanten B.V. en Job Wood B.V. behoren, een belastingschuld hadden van “enkele honderdduizenden euro’s”.

Met betrekking tot de overmaking van de bedragen respectievelijk ad € 16.500,- en € 8.500,- staat vast dat die overmaking heeft plaatsgevonden in het zicht van het faillissement. Op 24 april 2007 is de Belastingdienst het vestigingsadres van de vennootschappen ter inbeslagneming binnengetreden en is op aangeven van verdachte diezelfde dag in grote haast door [vrouw 2], de partner van [man 8] (directeur van de vennootschappen) in gezelschap van twee medewerkers van verdachte, [man 9] en [vrouw 3], getracht bij een aantal bankfilialen de in de tenlastelegging genoemde bedragen over te maken naar de girorekening van CRG. In één geval is dit gelukt. Zie de brief van [vrouw 2] van 18 juli 2007 aan de curator (D 285) en de verklaringen van [man 8] (G 023-1, p3), [man 9] (V006-04, p. 3) en [vrouw 3] (V007-02, p 1-3).

Ten aanzien van feit 5

De raadsman van verdachte heeft gesteld dat het door verdachte aan [benadeelde 1] en [benadeelde 2] ontvouwde plan met betrekking tot het opzetten van een kruiszorgorganisatie een serieus plan was. Verder wordt gesteld, maar niet verder toegelicht, dat er geen sprake is geweest van oplichting (het primair ten laste gelegde) of verduistering (subsidiair ten laste gelegd).

Deze verweren worden verworpen.

Uit de verklaringen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] blijkt dat zij ieder op 12 januari 2004 met verdachte een zogeheten participatie overeenkomst hebben gesloten, waarbij hen onder meer investeringen en een aanzienlijk rendement is voorgespiegeld (D 065 en D 066), maar dat zij geen enkel rendement hebben gezien. [benadeelde 2] heeft verklaard dat hem door verdachte, toen deze door [benadeelde 2] werd aangesproken, een bedrag van € 2.000,- is toegezegd, maar dat hij, [benadeelde 2], dat bedrag nooit heeft ontvangen (G010-1, p. 2). [benadeelde 1] heeft na zijn inleg, een bedrag van € 1.000,- van verdachte ontvangen, maar verder niets van verdachte vernomen (G011-1, p. 3 en 4).

Ten aanzien van feit 6

Namens de verdachte is aangevoerd dat het ten laste gelegde niet bewezen kan worden omdat er voor een stichting geen wettelijke plicht tot publicatie van de jaarstukken bestaat. Voorts kan niet tot een bewezenverklaring gekomen worden omdat in de tenlastelegging is opgenomen dat de gedeponeerde jaarstukken betrekking hebben op Stichting Administratiekantoor de Combinatie, terwijl de op 27 november 2006 gedeponeerde stukken betrekking hadden op ABC Tax B.V.

Deze verweren worden verworpen.

In het midden gelaten kan worden de vraag of voor een stichting een wettelijke plicht tot openbaarmaking van de jaarstukken bestaat. In artikel 336 Wetboek van Strafrecht is zulks immers niet als bestanddeel opgenomen.

In de tenlastelegging gaat het evenwel om de publicatiestukken van een besloten vennootschap, ABC Tax B.V.

De officier van justitie heeft gemeend de letterlijke titel, genoemd op de voorbladen van de publicatiestukken (D/007 en D/008 van dossiernummer 40623), in de tenlastelegging op te nemen. De rechtbank leest dat als de publicatiestukken van ABC Tax B.V. opgemaakt door Stichting Administratiekantoor de Combinatie. Ten overvloede verwijst de rechtbank nog naar de inhoudsopgave van de publicatiestukken, waaruit blijkt dat deze stukken betrekking hebben op ABC Tax B.V. (dossier 40632, D 007 en D 008).

Ten aanzien van feit 7

Het verweer van de raadsman dat de afkorting “mr.” geen titel is en derhalve het voeren van die afkorting geen overtreding van de wet (artikel 435, 3o Wetboek van Strafrecht ) oplevert, vindt zijn weerlegging in de desbetreffende wetsbepalingen. Artikel 435, 3 o Sr verwijst onder meer naar artikel 7.20 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek . Laatstgenoemd artikel luidt, voor zover hier van belang:

1. Degene die op grond van artikel 7.19 a gerechtigd is een graad in het wetenschappelijk onderwijs in de eigen naamsvermelding tot uitdrukking te brengen, is tevens gerechtigd tot het voeren van:

a. (…)

b. de titel van meester, afgekort tot mr., indien het een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs betreft op het gebied van het recht, …

Het verweer wordt verworpen.

Dat verdachte niet zelf de in de tenlastelegging genoemde brieven en het e-mail-bericht zou hebben opgesteld en van onderschrift en handtekening (wat de brieven betreft) heeft voorzien - een ander verweer van de raadsman - is onvoldoende aannemelijk geworden. Veeleer is het tegendeel het geval, gelet op de naam die de verdachte aan één of meer van zijn bedrijven heeft gegeven: Euro Lawyers B.V. en Abbot Bradley& Sinclair, International Law Firm en gelet op afgeluisterde en opgenomen telefoongesprekken dd. 17 september 2007, waarin de verdachte zich telkens tegenover zijn gesprekspartner als advocaat bekend maakt (D 426, 2-4).

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1.

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en

medeplegen van valsheid in geschrift.

2.

Bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd.

3.

Bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

4.

Medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd.

5. primair

Oplichting, meermalen gepleegd.

6.

Het door de bestuurder opzettelijk openbaar maken van een onware balans.

7.

Zonder daartoe gerechtigd te zijn een in artikel 7.20 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde titel voeren, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft gedurende een aantal jaren op grote schaal frauduleus gehandeld en zich daarbij uitsluitend laten leiden door zijn behoefte aan persoonlijk geldelijk gewin.

Zo heeft de verdachte uit de boedel van diverse faillietverklaarde rechtspersonen vele geldbedragen onttrokken en als feitelijk leidinggever aan een aantal van die rechtspersonen niet voldaan aan de verplichting om een deugdelijke administratie te voeren. Ook heeft hij ten tijde van zijn persoonlijk faillissement geldbedragen uit zijn failliete boedel onttrokken en inkomsten niet aan de curator verantwoord.

Door deze handelwijze van de verdachte zijn meerdere schuldeisers financieel benadeeld en is de afwikkeling van de faillissementen door de curatoren bemoeilijkt.

Daarnaast heeft de verdachte twee particulieren opgelicht door hen onder een valse voorstelling van zaken geld te laten investeren in nog op te starten kruiszorgorganisaties.

Voorts heeft de verdachte met documenten gefraudeerd en onder andere een werkgeversverklaring en een loonspecificatie ter verkrijging van een hypotheek vervalst en een onware balans opgemaakt. De verdachte heeft aldus het maatschappelijk vertrouwen dat gesteld moet worden in officiële geschriften geschaad.

Tot slot heeft de verdachte de meestertitel gevoerd, terwijl hij daartoe niet gerechtigd was.

Aldus heeft de verdachte het vertrouwen dat rechtzoekenden in juristen mogen stellen geschaad.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur ter zake van de onder 1 tot en met 6 bewezenverklaarde misdrijven en een geldboete ter zake van de onder 7 bewezenverklaarde overtreding.

Bij het bepalen van de duur en hoogte van de op te leggen straffen is in aanmerking genomen dat de verdachte blijkens het op zijn naam gesteld uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 9 oktober 2007 in Nederland niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

Hoewel de rechtbank, anders dan door de officier van justitie is gerequireerd, de verdachte van een aantal onderdelen van de tenlastelegging vrijspreekt, ziet zij gelet op de ernst, omvang en duur van de bewezenverklaarde feiten geen aanleiding om de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf te matigen.

Alles afwegend worden na te noemen straffen passend en geboden geacht.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen goederen terug te geven aan de rechthebbende.

Ten aanzien van de in beslag genomen goederen, op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1 tot en met 147, zal een last worden gegeven tot teruggave aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 47, 51, 57, 62, 225, 326, 336, 341 en 435 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart de dagvaarding geldig;

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;

- verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt de verdachte ten aanzien van de onder 1, 2, 3, 4, 5 primair en 6 bewezen verklaarde strafbare feiten tot een gevangenisstraf voor de tijd van 4 (vier) jaren;

- veroordeelt de verdachte ten aanzien van het onder 7 bewezen verklaarde strafbare feit tot een geldboete van € 2.000, (zegge: tweeduizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

- beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen genummerd 1 tot en met 147, als volgt:

- gelast de terugave aan de rechthebbende van de voorwerpen genummerd 1 tot en met 147.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van Klaveren, voorzitter,

en mrs. Sikkel en Van Ginneken, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Broersma, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 juli 2008.

De oudste en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bij vonnis van 23 juli 2008:

TEKST GWIJZIGDE TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij

op één of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 01 januari 2005 tot en

met 31 december 2006 te Rotterdam en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of

Ijmuiden en/of Purmerend en/of Uden en/of Leiderdorp en/of Groningen en/of

(elders) in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met één of meer andere

(rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

A) een werkgeversverklaring model Nationale Hypotheek Garantie ten name van

(werkgever) de Nationale Kruiszorg Organisatie CV en (werknemer)

[vrouw 1] ondertekend d.d. 31 maart 2005 (D/210) en/of

B) een loonstrook/salarisspecificatie van de Nationale Kruiszorg Organisatie

C.V. aan [vrouw 1] betrekking hebbend op maart 2005 (D/211) en/of

C) een huurovereenkomst aangaande de huur van randapparatuur type Canon

IR1610F ten name van [bedrijf 1] opgemaakt en getekend d.d. 18

oktober 2006 met huurder [naam 1] (D/137) en/of

D) een "[bedrijf 2]" ten name

van [bedrijf 3] opgemaakt en getekend d.d. 29 augustus 2006 bij

"Cliënt" met/door [naam 1] (D/201) en/of

E) Notulen buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders Kether BV d.d.

31 december 2006 (D/011) en/of

F) één of meer factu(u)r(en) ten name van ViaNova Investment aan ABC Tax BV

d.d. 22 maart 2006 en/of 3 juli 2006 (D/364 2 en 3 van 3) en/of

G) één of meer declaratie(s) van [vrouw 1] aan de Nationale Kruiszorg

Organisatie CV en/of [man 1] d.d. 4 januari 2005 (D/041 1-4) en/of 20

januari 2005 (D/041 2-4) en/of 5 februari 2005 (D/041 3-4) en/of 21 maart 2005

(D/041 4-4);

- (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen -

(telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft

doen opmaken en/of doen vervalsen door (een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of haar, verdachtes, mededader(s)

(telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid -

(zakelijk weergegeven)

Ad A)

- op deze werkgeversverklaring vermeld en/of doen vermelden dat [vrouw 1] per 21 februari 2005 in dienst is getreden voor

onbepaalde tijd of is aangesteld in vaste dienst en dat zij een bruto

jaarsalaris verdiend van 27.000 euro en/of

Ad B)

- op deze loonstrook/salarisspecificatie vermeld en/of doen vermelden:

Loon maart 2005 euro 2250,- en/of zorgconsulente en/of Loondagen: 21.66 en/of

Loonuren: 173.00 en/of euro 1283.99 Betaald op rekeningnummer: 1767031 en/of

Ad C)

- op deze Huurovereenkomst telkens bij de regel "Voor huurder" voorzien en/of

doen voorzien van een handtekening welke telkens door moest gaan voor de

handtekening van Dhr. [naam 1] en/of

Ad D)

- op deze Mantelovereenkomst bij "Cliënt, Naam" [naam 1] vermeld

en/of doen vermelden en/of voorzien van een handtekening welke door moest gaan

voor de handtekening van [naam 1] en/of

Ad E)

- in deze notulen vermeld en/of doen vermelden dat de voorzitter

constateerde dat er geen baten en lasten meer zijn en dat opheffing en

ontbinding derhalve rechtsgeldig kan plaatsvinden, (terwijl er in

werkelijkheid ten tijde van het opmaken van de notulen nog wel degelijk

(een) opeisbare vordering(en) (lasten) bestond(en) op Kether 2006 BV) en/of

Ad F)

- op deze fact(u)r(en) vermeld en/of doen vermelden: Aan u geleverd juridisch

advies en/of Aan u uitgebrachte organisatieadvies,

(terwijl er op of omstreeks genoemde data geen juridische - en/of organisatie

advieswerkzaamheden zijn uitgevoerd door ViaNova Investment voor en/of in

opdracht van ABC Tax BV) en/of

Ad G)

- op deze declaratie(s) vermeld en/of doen vermelden: Adviezen en

besprekingen in opdracht NKO, (terwijl [vrouw 1] in werkelijkheid geen

adviezen en besprekingen in opdracht van NKO heeft uitgebracht en/of gedaan

en/of bijgewoond);

Strafbaar gesteld in artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 15 maart 2000 tot 8 oktober

2007, althans in de periode van 22 januari 2004 tot en met 28 juni 2007, te

Amsterdam en/of Rotterdam en/of Eindhoven en/of (elders) in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen,

terwijl hij, verdachte, bij vonnis van de (Arrondissements)rechtbank te

's-Hertogenbosch van 15 maart 2000, in staat van faillissement is verklaard,

(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn, verdachtes,

schuldeiser(s),

A) baten niet heeft verantwoord en/of

B) goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

Ad A

1)

(telkens) (voor de curator) verzwegen en/of niet opgegeven dat hij,

verdachte, de beschikking had over een (Giro)(Postbank)rekening (nummer

2001335) ten name van Stichting ViaNova Participaties en/of het saldo en/of de

vermogenswaarde van die rekening (AH-027),

waarop in de periode van 22 januari 2004 tot en met 09 februari 2004 (onder

meer) de/het volgende bedrag(en) is/zijn gestort/overgemaakt:

Datum Storting Door Bedrag in euro's

22 januari 2004 [benadeelde 1] 1.000 en/of

23 januari 2004 [benadeelde 2] 17.243,65 en/of

09 februari 2004 [benadeelde 1] 9.890,73 en/of

waarop door (een) derde(n) enig geldbedrag is gestort en/of overgemaakt en/of

2)

(telkens) (in de periode van 1 juni 2005 tot en met 31 juli 2006)

inkomsten(gegevens) (8.144,54 euro en/of 2.000 euro en/of 500 euro en/of

1.500 euro) uit zijn/diverse (insolventie)werkzaamheden en/of uit één of meer

rechtsperso(o)n(en) te weten NSI en/of NFI en/of OBB en/of CRG en/of Cross

Detach waarbij verdachte gedurende voornoemde periode in verschillende

hoedanigheden betrokken is (geweest) (AH/022),

niet verstrekt aan de curator, ondanks (herhaalde) uitnodigingen daartoe en/of

3)

(telkens) (voor de curator) verzwegen en/of niet opgegeven dat hij,

verdachte, de beschikking had over een Girorekening (nummer 3376474) ten name

van CRG College Reorganisatie Gezondheidszorg en/of het saldo en/of de

vermogenswaarde van die rekening, waarop in de periode van 12 mei 2006 tot en

met 28 juni 2007 (onder meer) de/het volgende bedrag(en) is/zijn

gestort/overgemaakt (D/272):

Datum Storting Door Bedrag in euro's

12 mei 2006 Bouwbedrijf Kuipers 5.000 en/of

27 juni 2006 Oranje Blanje Blue 500 en/of

24 juli 2006 Oranje Blanje Blue 200 en/of

15 december 2006 KZ-taxi 9.002,35 en/of

20 december 2006 ABC Taxi BV 400 en/of

27 december 2006 ABC Taxi BV 900 en/of

3 januari 2007 ABC Taxi BV 1.000 en/of

15 januari 2007 ABC Taxi BV 7.500 en/of

25 januari 2007 ABC Taxi BV 1.000 en/of

01 februari 2007 ABC Taxi BV 500 en/of

01 februari 2007 Mw. [vrouw 4] 1.190 en/of

01 februari 2007 [persoon 2] 1.190 en/of

05 februari 2007 ABC Taxi BV 1.200 en/of

26 februari 2007 Hr. [man 10]/Mw [vrouw 5] 1.500 en/of

1 maart 2007 ABC Taxi BV 250 en/of

1 maart 2007 Special Projects 27.132 en/of

19 maart 2007 Meer Management B.V. 9.817,50 en/of

19 maart 2007 ABC Taxi BV 7.250 en/of

27 maart 2007 Special Projects 17.500 en/of

10 april 2007 Storting eigen rekening 3.818,34 en/of

11 april 2007 Ruhulessin en Stolp Krommenie 6.000 en/of

20 april 2007 Hr. [man 10]/Mw [vrouw 5] 1.500 en/of

24 april 2007 Job Wood BV 8.500 en/of

24 april 2007 Style Parket 16.500 en/of

07 mei 2007 ABC Tax BV 425 en/of

01 juni 2007 [verdachte] 750 en/of

19 juni 2007 Glimm Screens B.V. 9.000 en/of

28 juni 2007 Rep Beheer B.V. 7.500 en/of

waarop door (een) derd(en) enig geldbedrag is gestort en/of overgemaakt en/of

Ad B)

- (telkens) in de periode van 24 mei 2006 tot en met 04 juni 2007 (een)

geld(bedrag)(en) van een Girorekening (nummer 3376474) ten name van CRG

College Reorganisatie Gezondheidszorg naar een rekening met nummer 1767031

ten name van [vrouw 1] en/of naar een rekening met nummer 1151637 ten name

van [verdachte] overgeboekt en/of (doen) overboeken en/of uitbetaald en/of

doen uitbetalen, waaronder (onder meer) de/het volgende bedrag(en):

Datum Storting Aan Bedrag in euro's

24 mei 2006 [vrouw 1] 2x 1.000 en/of

02 februari 2007 [vrouw 1] 2x 1.000 en/of

5 februari 2007 [verdachte] 300 en/of

9 februari 2007 [verdachte] 150 en/of

9 februari 2007 [vrouw 1] 150 en/of

28 februari 2007 [verdachte] 150 en/of

01 maart 2007 [verdachte] 100 en/of

07 maart 2007 [verdachte] 2.000 en/of

08 maart 2007 [vrouw 1] 200 en/of

12 april 2007 [verdachte] 450 en/of

13 april 2007 [vrouw 1] 5.000 en/of

16 april 2007 [verdachte] 100 en/of

30 april 2007 [verdachte] 250 en/of

07 mei 2007 [vrouw 1] 10.000 en/of

01 juni 2007 [verdachte] 750 en/of

04 juni 2007 [verdachte] 150,

althans enig geldbedrag;

Strafbaar gesteld in artikel 341 onder A sub 1 van het Wetboek van strafrecht

3.

A) Euro Lawyers Nederland BV en/of

B) Stichting Vianova Rechtsbijstand en/of

C) Nationale Kruiszorg Organisatie C.V. en/of

D) Kruiszorg Nederland C.V.,

op één of meer tijdstippen in de periode van 22 oktober 2003 tot 8 oktober

2007 te Rotterdam en/of Almere en/of Helmond en/of Eindhoven en/of (elders) in

Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met (een) andere(n) (rechts)perso(o)n(en),

althans alleen,

welke rechtsperso(o)n(en)

A) Euro Lawyers Nederland BV bij vonnis van 22 oktober 2003 van de

(Arrondissements)rechtbank 's-Gravenhage in staat van faillissement is

verklaard, en/of

B) Stichting Vianova Rechtsbijstand bij vonnis van 07 juli 2004 van de

(Arrondissements)rechtbank 's-Hertogenbosch in staat van faillissement is

verklaard, en/of

C) Nationale Kruiszorg Organisatie C.V. bij vonnis van 15 juni 2005 van de

(Arrondissements)rechtbank 's-Hertogenbosch in staat van faillissement is

verklaard, en/of

D) Kruiszorg Nederland C.V. bij vonnis van 12 september 2005 van de

(Arrondissements)rechtbank 's-Hertogenbosch in staat van faillissement is

verklaard,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van

A) Euro Lawyers Nederland BV en/of

B) Stichting Vianova Rechtsbijstand en/of

C) Nationale Kruiszorg Organisatie C.V. en/of

D) Kruiszorg Nederland C.V.,

(telkens) niet heeft/hebben voldaan aan de op voornoemde rechtsperso(o)n(en)

rustende verplichting(en) ten opzichte van het voeren van een administratie

ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en /of

artikel 15 a (per 21 mei 2003 artikel 15i), eerste lid, van boek 3 van het

Burgerlijk Wetboek en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van boeken

en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat/die artikel(en) bedoeld,

immers

- ontbrak bij één of meer van deze (failliete) rechtsperso(o)n(en) een

(deugdelijke) kasadministratie en/of salarisadministratie en/of

voertuigenadministratie en/of baten/bezittingen en lasten/schulden

administratie en/of

- ontbraken in de administratie van één of meer van deze (failliete)

rechtsperso(o)n(en) onderliggende bescheiden met betrekking tot

banktransacties (betreffende betalingen en/of ontvangsten) en/of

- was/werd niet de gehele administratie(s) van één of meer van deze

(failliete) rechtsperso(o)n(en) bewaard en/of

- waren/zijn er met betrekking tot één of meer van deze

(failliete) rechtsperso(o)n(en) geen jaarstukken gedeponeerd en/of

- heeft/hebben de (verschillende) curator(en) ondanks (herhaalde)

uitnodiging(en) daartoe (bijna) geen administratie (jaarstukken) met

betrekking tot één of meer van deze (failliete) rechtsperso(o)n(en) ontvangen,

in elk geval was/waren de administraties van deze (failliete)

rechtsperso(o)n(en) (telkens) zodanig gevoerd dat niet te allen tijde de

rechten en verplichtingen van deze rechtsperso(o)n(en) (juist) en volledig

kon(den) worden gekend,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, (telkens) tezamen en in vereniging met

één of meer andere(n), althans alleen, (telkens) opdracht heeft gegeven en/of

aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, (telkens) tezamen en in

vereniging met één of meer andere(n), althans alleen, (telkens) feitelijke

leiding heeft gegeven;

Strafbaar gesteld in artikel 341 aanhef a/sub 4 van het Wetboek van Strafrecht

4.

Hij

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 december 2006

tot en met 07 mei 2007 te Groningen en/of Purmerend en/of Rotterdam en/of

Amsterdam en/of Eindhoven en/of (elders) in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met

A) Special Products & Display Productions BV en/of

B) Kether 2006 BV (zijnde de rechtsopvolger van ABC tax BV) en/of

C) Job Wood Bv en/of

één of meer ander(en), althans alleen,

terwijl

A) Special Products & Display Productions BV, bij vonnis van de

(Arrondissements)rechtbank te Haarlem van 03 april 2007 in staat van

faillissement is/was verklaard en/of

B) Kether 2006 BV (zijnde de rechtsopvolger van ABC Tax BV), bij vonnis van de

(Arrondissements)rechtbank te 's-Gravenhage van 06 juni 2007 in staat van

faillissement is/was verklaard en/of

C) Job Wood BV, bij vonnis van arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage van 2 mei 2007 in staat van faillissement is/was verklaard en/of

D) J.M. Kwanten BV, bij vonnis van arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage van 16 mei 2007 in staat van faillissement is/was verklaard;

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van

A) Special Products & Display Productions BV en/of

B) Kether 2006 BV (zijnde de rechtsopvolger van ABC Tax BV) en/of

C/ Job Wood BV en/of J.M. Kwanten BV,

één of meer goed(eren) aan de boedel(s) had/hadden onttrokken

(telkens) op een tijdstip waarop hij, verdachte en/of zijn mededaders,

wist(en) dat het/de faillissement(en), niet kon(den) worden voorkomen, één of

meer van haar/hun schuldeiser(s) op enigerlei wijze bevoordeeld heeft/hebben:

immers had/hadden hij en/of zijn mededaders:

Ad a)

- op of omstreeks 1 maart 2007 en/of 27 maart 2007 (een) geldbedrag(en) van

respectievelijk 27.132 euro en/of 17.500 euro van rekening 142773476 ten name

van Special Projects doen of laten overmaken op/naar de rekening van CRG

College Reorganisatie Gezondheidszorg ter zake van factuurnummer(s) 070106

(D/253) en/of 070107 (D/254) en/of

Ad b)

- op of omstreeks 20 december 2006 en/of 27 december 2006 en/of 3 januari 2007

en/of 15 januari 2007 en/of 25 januari 2007 en/of 1 februari 2007 en/of 5

februari 2007 en/of 1 maart 2007 en/of 19 maart 2007 en/of 7 mei 2007 (een)

geldbedrag(en) van respectievelijk 400 euro en/of 900 euro en/of 1.000 euro

en/of 7.500 euro en/of 1.000 euro en/of 500 euro 1.200 euro en/of 250 euro

en/of 7.250 euro en/of 425 euro van rekening 385193378 ten name van ABC Taxi

BV doen of laten overmaken op/naar de rekening van CRG College Reorganisatie

Gezondheidszorg ter zake van (telkens) "declaratie deelbetaling" en/of

Ad c)

Op of omstreeks 24 april 2007 een geldbedrag van 16.500 euro van de rekening 512053383 t.n.v. “Style Parket” (via een spoedopdracht) doen of laten overmaken op/naar de rekening van CRG College Reorganisatie Gezondheidszorg ter zake van “deelbetaling maart 2007 en/of

Ad d)

Op of omstreeks 24 april 2007 een geldbedrag van 8.500 euro van de rekening 561873348 ten name van Job Wood BV (via een spoedopdracht) doen of laten overmaken op/naar de rekening van CRG College Reorganisatie Gezondheidszorg ter zake van “deel betaling maart 2007”;

Strafbaar gesteld in artikel 341 onder A sub 1 van het Wetboek van strafrecht

5.

hij

op één of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 12 januari 2004 tot en

met 2 februari 2004 te Grave en/of Millingen a/d Rijn en/of (elders) in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

meerdere personen (deelnemers en/of gelduitleners en/of beleggers en/of

investeerders),

onder wie één of meer van na te noemen personen, heeft bewogen en/of doen

bewegen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed,

te weten:

[benadeelde 1] (van euro 10.890,73) en/of

[benadeelde 2] (van euro 17.243,65 euro),

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededaders - zakelijk weergegeven -

(telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

- aan die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] aangeboden om een

bedrag/inleg/krediet van respectievelijk 10.890,73 euro en/of 17.243,65 euro

in te leggen/te verlenen per 1 januari 2004 voor een periode van minimaal zes

(6) maanden,

waarna volgens voornoemde(n), terugbetaling zal/zou plaatsvinden,

nodig voor het opzetten en/of opstarten van (een) kruiszorgorganisatie(s)

en/of voor de opstart van het Rood Wit Blauw Kruis (later kruiszorg) en/of één

of meer franchise onderneming(en) en/of het inrichten van en het uitoefenen

van een bedrijf met het adviseren en coördineren van activiteiten op het

gebied van rechtsbijstand, ouderenzorg, jeugdzorg en/of kinderopvang en verder

alles wat hiermede in de ruimste zin verband houd of daartoe bevorderlijk

zijn,

tegen een zes maandse vaste rentevergoeding met een gegarandeerd minimum van

15% en/of

- ter bevestiging van de inleg en/of de verlening van het krediet (een)

participatieovereenkomst(en) (akte(n) van obligatielening) (D/065) (D/066)

opgemaakt en/of afgegeven op naam van "De kredietgever(s)": [benadeelde 1]

en/of [benadeelde 2] en/of op naam van "De kredietnemer" [naam broer verdachte]

ondertekend met een handtekening welke door moest gaan voor de handtekening

van de naam [naam broer verdachte] en/of

- ter bevestiging van de inleg en/of de verlening van het krediet (een)

inlegbewij(s)(zen) participatie opgemaakt en/of afgegeven op naam van

investeerder(s) [benadeelde 2] en/of de heer [benadeelde 1] met uitgiftedat(a)(um):

1 januari 2004 en/of afloopdat(a)(um) 30 juni 2004 (Rente 15% per half jaar)

(D/069 1/2) (D/091) en/of afloopdat(a)(um) 31 december 2004 (Rente 0% per

half jaar) (D/069 2/2) (D/090) ondertekend (met een handtekening welke door

moest gaan voor de handtekening van [verdachte];

waardoor deze perso(o)n(en) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

Strafbaar gesteld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij

op één of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 12 januari 2004 tot 8

oktober 2007 te Rotterdam en/of Amsterdam en/of Grave en/of Millingen a/d Rijn

en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en),

althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk één of meer geldbedrag(en) (van respectievelijk (ongeveer)

17.243,65 euro en/of 10.890,73 euro), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk(e) goed(eren) verdachte, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich

had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend,

namelijk in het kader van een door hem, verdachte, met die [benadeelde 1] en/of

[benadeelde 2] overeengekomen/afgesloten en/of ondertekend(e) overeenkomst(en)

en/of inlegbewij(s)(zen) Participatie uitgaande van Stichting ViaNova

Participaties en/of ViaNova Belegging & Participatie Maatschappij NV,

inhoudende het aangaan van (een) participatie in/ ten behoeve van het opzetten

en/of opstarten van (een) kruiszorgorganisatie(s) en/of voor de opstart van

het Rood Wit Blauw Kruis (later kruiszorg) en/of één of meer franchise

onderneming(en) en/of het inrichten van en het uitoefenen van een bedrijf met

het adviseren en coördineren van activiteiten op het gebied van

rechtsbijstand, ouderenzorg, jeugdzorg en/of kinderopvang en verder alles wat

hiermede in de ruimste zin verband houd of daartoe bevorderlijk zijn,

tegen een rendement van 15% per halfjaar en/of met de (mondelinge) belofte dat

(het) voornoemde bedrag(en) terugbetaald zou(den) worden na (minimaal) zes

maanden,

Strafbaar gesteld in artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht.

6.

hij

op of omstreeks 27 november 2006 en/of 29 november 2006 te Leiden en/of

(elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met de koopman/bestuurder/beherend

vennoot/commissaris van ABC Tax BV en/of met één of meer ander(en),

opzettelijk één of meer onware staat/staten of (een) onware balan(s)(en),

winst- en verliesrekening(en), staat/staten van baten en lasten of

toelichting(en) daarop,

openbaar heeft/hebben gemaakt, danwel de openbaarmaking hiervan opzettelijk

heeft/hebben toegelaten,

immers

- is in de publicatiestukken 2004 (D/007) en/of 2005 (D/008) ten name van de

Stichting Administratiekantoor de Combinatie gericht aan de directie van ABC

Tax BV,

bij balans per 31 december 2004 en/of bij balans per 31 december 2005,

bij de post(en) vordering(en) 12.750,00 (euro) en/of

bij de post(en) liquide middelen 00,00 (euro) en/of

bij balans totaal 12.750,00 (euro)

vermeld en/of doen vermelden,

zulks terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) deze jaarcijfers en/of

jaarrekeningen en/of (balans)totalen toen en daar, (telkens) (door middel van

deponering bij de Kamer van Koophandel (te Leiden) en/of enige andere middels

het Burgerlijk Wetboek toegestane wijze (art 2:394 en 2:395)) openbaar

heeft/hebben gemaakt, danwel deze openbaarmaking opzettelijk heeft/hebben

toegelaten;

Strafbaar gesteld in artikel 336 van het Wetboek van Strafrecht

7.

hij

op één of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 21 juni 2007 tot en met

8 augustus 2007 te Rotterdam en/of Amsterdam en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel meester, afgekort tot

mr., ter zake een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs op het

gebied van recht in de zin van artikel 7.20 van de Wet op het hoger onderwijs

en wetenschappelijk onderzoek, heeft gevoerd,

immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) één of meer brie(f)(ven)

(D/280) (D/420) en/of e-mail(s) (D/419) verzonden ondertekend met en/of

voorzien van het onderschrift:

* Mr. [verdachte] en/of Mr. [verdachte],

zulks terwijl hij niet de titel meester mocht voeren.

Strafbaar gesteld in artikel 435 sub 3 van het Wetboek van Strafrecht


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature