Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

De rechtbank is van oordeel dat Saxion niet aansprakelijk is voor de door eiseres geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval. Eiseres heeft deelgenomen aan een door Saxion georganiseerde studiereis. Onderdeel van deze reis was een hike-tocht. Tijdens deze tocht is eiseres van een brug gevallen. Als gevolg daarvan heeft zij letsel opgelopen. Eiseres acht Saxion aansprakelijk voor de door haar geleden en nog te lijden schade. Saxion heeft zich daartegen verweerd. Het beroep op artikel 7:510 van het Burgerlijk Wetboek (BW) faalt, nu het er voor moet worden gehouden dat de uitzondering van artikel 7:501 lid 2 sub b BW aan de orde is. Ook indien de uitzondering niet aan de orde zou zijn, is Saxion in dit geval niet als organisator van de studiereis aan te merken, zodat artikel 7:510 BW niet op haar van toepassing is. Naar het oordeel van de rechtbank kan ook niet worden geconcludeerd dat Saxion de zorgplicht heeft geschonden.

Uitspraak



RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/300753 / HA ZA 23-298

Vonnis van 7 februari 2024

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

advocaat: mr. Ph.J.N. Aarnoudse te Deventer,

tegen

de stichting

STICHTING SAXION,

gevestigd te Enschede,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Saxion,

advocaat: mr. A.G. Joxhorst te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties, - de conclusie van antwoord met producties (inclusief een USB-stick),

- de brief van 20 oktober 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,

- de aanvullende producties 11 tot en met 19 van de zijde van [eiseres] ,

- de bij brief d.d. 11 januari 2024 overgelegde usb-stick van de zijde van [eiseres] met de verklaring van depot d.d. 15 januari 2024 ter zake de usb-stick,

- de mondelinge behandeling van 25 januari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De samenvatting

2.1.

[eiseres] heeft deelgenomen aan een door Saxion georganiseerde studiereis. Onderdeel van deze reis was een hike-tocht. Tijdens deze tocht is [eiseres] van een brug gevallen. Als gevolg daarvan heeft zij letsel opgelopen. [eiseres] acht Saxion aansprakelijk voor de door haar geleden en nog te lijden schade. Saxion heeft zich daartegen verweerd.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat Saxion niet aansprakelijk is voor de door [eiseres] geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval. Het beroep op artikel 7:510 van het Burgerlijk Wetboek (BW) faalt, nu het er voor moet worden gehouden dat de uitzondering van artikel 7:501 lid 2 sub b BW aan de orde is. Ook indien de uitzondering niet aan de orde zou zijn, is Saxion in dit geval niet als organisator van de studiereis aan te merken, zodat artikel 7:510 BW niet op haar van toepassing is. Naar het oordeel van de rechtbank kan ook niet worden geconcludeerd dat Saxion de zorgplicht heeft geschonden. De beslissing van de rechtbank wordt hierna toegelicht.

3 De feiten

3.1.

[eiseres] volgt bij Saxion de opleiding Tourism Management.

3.2.

Tijdens een studiereis naar [plaats] is [eiseres] op 17 november 2022 een ongeval overkomen. Zij is tijdens een hike van een brug gevallen. Als gevolg daarvan heeft zij letsel opgelopen.

3.3.

Bij brief van 2 maart 2023 heeft [eiseres] Saxion aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval. Bij e-mailbericht van 3 april 2023 heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van Saxion, Allianz , gereageerd. In die reactie staat onder meer: “Ten aanzien van de aansprakelijkheid heb ik onze verzekerde nog enkele vragen gesteld. Na ontvangst van de reactie kom ik hierop bij u terug. zijn bereid om de schade die het gevolg is van dit ongeval te vergoeden.” Van de zijde van Saxion is bij e-mailbericht van 3 april 2023 aan [eiseres] meegedeeld dat zij - kort gezegd - heeft begrepen dat Allianz de aansprakelijkheid heeft afgewezen en dat de aansprakelijkstelling door haar is doorgestuurd naar de organisatie die de wandeling (hike) heeft georganiseerd.

3.4.

Bij e-mailbericht van 8 juni 2023 heeft (de advocaat van) [eiseres] aan Allianz - kort gezegd - meegedeeld dat niet wordt ingestemd met de afwijzing van de aansprakelijkheid en voorgesteld om, zodra de aansprakelijkheid door Allianz is erkend, medische informatie op te vragen. Bij e-mailbericht van 27 juni 2023 heeft Allianz op deze brief gereageerd en meegedeeld dat Saxion geen verwijt valt te maken en niet kan worden aangesproken.

4 Het geschil

4.1.

[eiseres] vordert - samengevat weergegeven - dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht verklaart dat Saxion aansprakelijk is voor de door [eiseres] geleden en zo mogelijk nog te lijden schade, primair op grond van de reisovereenkomst uit hoofde van artikel 7:510 lid 1 BW en subsidiair, voor zover geen sprake is van een reisovereenkomst, uit hoofde van onrechtmatige daad op grond van artikel 6:162 BW ;

II. Saxion veroordeelt tot het betalen van een schadevergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente;

III. Saxion veroordeelt in de (na)kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten.

4.2.

Saxion voert gemotiveerd verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar vorderingen, dan wel tot afwijzing van deze vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5 De beoordeling

Vooraf

5.1.

Voor zover van de zijde van [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling, onder verwijzing naar het e-mailbericht van Allianz van 3 april 2023, is betoogd dat Allianz heeft erkend dat zij de schade van [eiseres] zou vergoeden, overweegt de rechtbank als volgt. Naar het oordeel van de rechtbank kan [eiseres] aan voormeld e-mailbericht geen aanspraak op een schadevergoeding ontlenen. Gelet op de gang van zaken is het duidelijk dat er sprake is van een kennelijke verschrijving en dat Allianz geen aansprakelijkheid heeft erkend. Van de zijde van [eiseres] is er ook nimmer van uitgegaan dat de aansprakelijkheid voor het ongeval (in dat e-mailbericht) is erkend. De rechtbank wijst in dit verband (onder meer) op de inhoud van het e-mailbericht van de advocaat van [eiseres] van 8 juni 2023.

Is Saxion aansprakelijk op grond van artikel 7:510 BW?

5.2.

De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de studiereis een pakketreis is (artikel 7:500 BW). Op dergelijke reizen, waarbij de overeenkomst is gesloten na 1 juli 2018, is Titel 7A van Boek 7 BW van toepassing (artikel 7:501 lid 1 BW), tenzij een van de uitzonderingen van het tweede lid van artikel 7:501 BW zich voordoet. In sub b van dit lid is bepaald dat pakketreizen die incidenteel, zonder winstoogmerk en uitsluitend aan een beperkte groep reizigers worden aangeboden zijn uitgezonderd. Scholen die niet meer dan enkele keren per jaar reizen voor hun leerlingen organiseren en die reizen niet aanbieden aan het publiek vallen onder deze uitzondering. Uit artikel 7:510 BW volgt dat de organisator verantwoordelijk is voor de juiste uitvoering van een pakketreis en dat de organisator aansprakelijk is in het geval de reis niet aan de redelijke verwachtingen van de reiziger voldoet en in zoverre non-conform is.

5.3.

De rechtbank is van oordeel dat Saxion niet aansprakelijk is voor de door [eiseres] geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval op grond van artikel 7:510 BW. Daarvoor is het volgende van belang. Saxion heeft - niet of onvoldoende weersproken - gesteld dat door haar af en toe een (buitenlandse) reis wordt georganiseerd, dat geen enkele winst op een studiereis wordt gemaakt en dat hier 19 (van de 65) studenten deelnamen aan de studiereis. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de uitzondering als bedoeld in artikel 7:501 lid 2 sub b BW aan de orde is. Dit betekent dat Titel 7A van Boek 7 - en dus artikel 7:510 BW - niet van toepassing is.

5.4.

Ook indien ervan zou worden uitgegaan dat de uitzondering als hiervoor bedoeld niet aan de orde is, faalt het beroep op artikel 7:510 BW .

Vooropgesteld wordt dat op [eiseres] de stelplicht en bewijslast rust van haar stelling dat Saxion als organisator van de pakketreis valt aan te merken.

5.5.

[eiseres] stelt dat Saxion de reis tot in detail heeft georganiseerd en dat er voorafgaand aan de reis ook door haar een bijeenkomst is georganiseerd. Zij verwijst daarbij naar de e-mailberichten die zij van de docenten heeft ontvangen. De reis vormde ook een wezenlijk onderdeel van de opleiding. Saxion verschuilt zich volgens [eiseres] achter RAMS travel Agency (hierna: RAMS). RAMS is hooguit als onderaannemer te beschouwen. [eiseres] stelt dat zij geen enkele juridische relatie had met RAMS en dat zij nooit contact heeft gehad met RAMS. Alle informatie over de reis ontving zij via de docenten. Ook wijst [eiseres] erop dat Saxion een ongevallenverzekering, reisverzekering en aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten.

5.6.

Saxion stelt dat, om als organisator te kunnen worden aangemerkt, sprake moet zijn van een bedrijf dat het samenstellen van pakketreizen als beroep/kernactiviteit heeft dan wel van een bedrijf dat is aangesloten op onderling verbonden online boekingsprocedures. Daarvan is geen sprake. Saxion heeft de reis bij RAMS geboekt en RAMS heeft het pakket samengesteld. Als afnemer kon Saxion vanzelfsprekend haar wensen uiten, maar het is RAMS die alles heeft geregeld en de elementen van de pakketreis heeft samengesteld. Dit is essentieel om als organisator te worden aangemerkt. Ter onderbouwing van deze stellingen wordt gewezen op de verklaringen van de docenten en de e-mailcorrespondentie in oktober 2022 tussen de docent van Saxion en mevrouw [naam 1] (hierna: [naam 1]) van RAMS. Het is ook niet de core business van Saxion om reizen te organiseren; dat is het geven van onderwijs. In feite is de situatie niet anders dan dat één iemand van een vriendengroep een reis voor een hele groep boekt. Die persoon blijft dan gewoon reiziger en wordt niet ineens organisator van een pakketreis met alle (juridische) gevolgen van dien. Uit de door [eiseres] overgelegde e-mailberichten van de docenten valt ook niet op te maken dat Saxion als organisator zou zijn aan te merken.

5.7.

De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit kan volgen dat Saxion de organisator van de studiereis is en deze niet als pakket bij RAMS heeft geboekt. Uit het e-mailbericht van [naam 1] van 11 oktober 2022 komt voldoende naar voren dat Saxion RAMS als externe reisorganisatie heeft ingeschakeld en dat RAMS de reis heeft georganiseerd en samengesteld. Dat dit e-mailbericht in het Engels is en daarvan geen vertaling is overgelegd doet aan het voorgaande niet af. In beginsel is het overleggen van een vertaling van een (bewijs)stuk dat in de Engelse taal is gesteld niet noodzakelijk. De rechtbank kan echter een vertaling verlangen, indien zij dit nodig of wenselijk acht voor de behandeling van de zaak, mede gelet op de belangen van de wederpartij. Hiervoor ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding. De rechtbank neemt daarbij tevens mee dat [eiseres] de opleiding Tourism Management volgt en ook niet is gesteld dat zij de Engelse taal onvoldoende beheerst. De door [eiseres] overgelegde e-mailberichten van de docenten werpen geen ander licht op de zaak. Daaruit kan niet meer of anders worden afgeleid dan dat de studenten ter voorbereiding op of tijdens de studiereis een of meerdere opdrachten moesten vervullen.

Het feit dat [eiseres] geen contact heeft gehad met RAMS en dat de docenten van Saxion haar aanspreekpunt en contactpersonen zijn geweest is niet voldoende om Saxion als organisator aan te merken. De docenten van Saxion kunnen immers ook aanspreekpunt/contactpersoon zijn voor een reis waarbij zij een bemiddelende rol hebben gehad. De omstandigheid dat Saxion enkele (niet specifiek voor deze reis bestemde) verzekeringen heeft afgesloten, leidt evenmin tot een ander oordeel.

5.8.

Omdat [eiseres] haar stelling over de rol van Saxion, in het licht van de gemotiveerde betwisting van Saxion, niet toereikend heeft onderbouwd, wordt zij niet toegelaten tot bewijslevering. Bovendien is het bewijsaanbod van [eiseres] op dit onderdeel niet concreet en specifiek genoeg.

5.9.

De stelling van [eiseres] dat Saxion ook aansprakelijk is als het ongeval is toe te rekenen aan de persoon van wiens hulp zij bij de uitvoering van de overeenkomst gebruik maakte, passeert de rechtbank. [eiseres] heeft deze stelling geen handen en voeten gegeven en daarmee niet aan haar stelplicht voldaan.

Is Saxion aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad?

5.10.

[eiseres] stelt zich subsidiair op het standpunt dat Saxion aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad, omdat zij de zorgplicht jegens [eiseres] heeft geschonden. Saxion stelt zich primair op het standpunt dat zij geen zorgplicht heeft jegens [eiseres] en, voor zover dat wel het geval is, stelt zij dat zij de zorgplicht niet heeft geschonden.

5.11.

Artikel 6:162 lid 2 BW bepaalt, voor zover hier van belang, dat als een onrechtmatige daad wordt aangemerkt een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Volgens vaste jurisprudentie rust op een school een bijzondere zorgplicht ten aanzien van de gezondheid en veiligheid van de leerlingen die aan haar zorg zijn toevertrouwd en onder haar toezicht staan. Deze bijzondere zorgplicht houdt in dat een school alle inspanningen moet verrichten die redelijkerwijze van haar kunnen worden gevergd om een veilig schoolklimaat te bieden. De zorgplicht is echter niet onbegrensd. De maatschappelijke zorgvuldigheid vereist niet dat op iedere leerling rechtstreeks toezicht wordt gehouden zodanig dat elke onregelmatigheid direct wordt opgemerkt en dat direct kan worden ingegrepen.

5.12.

Anders dan Saxion heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat de enkele omstandigheid dat er sprake is van een opleidingsvreemd risico, niet betekent dat er geen zorgplicht voor een onderwijsinstelling geldt. Ook als de activiteit niet direct gerelateerd is aan een opleiding geldt er in beginsel een zorgplicht voor een onderwijsinstelling ter voorkoming van schade.

5.13.

Naar het oordeel van de rechtbank is wat [eiseres] in dit verband heeft gesteld echter onvoldoende om aan te nemen dat Saxion de zorgplicht jegens haar heeft geschonden. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de zorgplicht van een onderwijsinstelling in feite een afgeleide verantwoordelijkheid is, namelijk afgeleid van de verantwoordelijkheid van de ouders van een leerling.

Dat brengt mee dat de zwaarte van de zorgplicht van een onderwijsinstelling afneemt bij toenemende zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van een oudere leerling. Ten tijde van het ongeval was [eiseres] 21 jaar en dus meerderjarig. Van een studente van die leeftijd mag worden verwacht dat zij een grote mate van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid heeft. Het is niet ongebruikelijk dat studenten van die leeftijd zonder hun ouders op vakantie(reis) gaan en hun eigen afwegingen maken en beslissingen nemen. Bovendien kan er niet aan voorbij worden gegaan dat de studiereis een optioneel onderdeel van de opleiding vormt. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de studenten ook konden kiezen voor een vervangende opdracht. Nu Saxion onweersproken heeft gesteld dat van de 65 studenten er (maar) 19 studenten de studiereis hebben gemaakt, kan niet worden geconcludeerd dat de studiereis als een verplicht onderdeel van de opleiding moet worden aangemerkt. Daarnaast heeft Saxion naar voren gebracht dat zij de organisatie van de hike had uitbesteed aan een professioneel bedrijf, RAMS, en een professionele gids, namelijk de eigenaar van RAMS. In dit verband heeft Saxion erop gewezen dat één van de docenten via zijn werkzaamheden voor CBI, een onderdeel van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, al bekend was met RAMS. De docenten zijn wat betreft de hike-tocht naar het oordeel van de rechtbank, net als [eiseres] , te beschouwen als deelnemers en zij mochten vertrouwen op de professionele begeleiding, instructies en hulp van de gids. De docenten hebben verklaard dat de gids de brug heeft geïnspecteerd (op veiligheid) en aanwijzingen heeft gegeven aan de studenten bij het lopen op de brug. Door [eiseres] is ook niet weersproken dat de andere deelnemers de brug veilig zijn overgestoken. Weliswaar heeft [eiseres] betwist dat er sprake was van een professionele gids, maar mede gelet op de overgelegde verklaringen van de docenten, had het op haar weg gelegen deze stelling nader te onderbouwen. Dit alles in ogenschouw nemende, ook in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden geconcludeerd dat Saxion de zorgplicht heeft geschonden.

Slotsom

5.14.

Op grond van het voorgaande is de conclusie dat Saxion niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de door [eiseres] geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval op 17 november 2022. Dat betekent dat de vorderingen reeds daarom worden afgewezen. De stellingen en verweren met betrekking tot de (omvang van de) schade behoeven dan ook geen bespreking meer.

Proceskosten

5.15.

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Saxion worden begroot op:

- griffierecht

676,00

- salaris advocaat

1.228,00

(2,00 punten × € 614,00)

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

totaal

2.082,00

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

6.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 2.082,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling(en) voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.2. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis en in het openbaar uitgesproken op

7 februari 2024.

In de akte staat abusievelijk mr. Joxhorst als geadresseerde vermeld, dit moet zijn mr. Aarnoudse.

Er wordt abusievelijk artikel 7:507 BW vermeld, waar artikel 7:510 BW bedoeld zal zijn.

Zie o.a.: Preambule 19 van de Richtlijn (EU) 2015/2302 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen.

Productie 1 bij de dagvaarding.

Producties 1 en 2 bij de conclusie van antwoord.

Zie artikel 2.10 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de

Rechtbanken en Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:65, r.o. 3.4.4 en 3.4.5.

Vgl. Hof ’s-Hertogenbosch 7 september 2000, ECLI:NL:GHSHE:2000:AA7344.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature